Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Buitengebied - 1e herziening
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1659.BPBG1eherziening-VG01

Artikel 9 Bedrijf - Nutsvoorziening

9.1 Bestemmingsomschrijving

De als ‘Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. bedrijfsmatige doeleinden in de vorm van voorzieningen voor het openbaar nut, zoals de energie-, warmte- en telecommunicatievoorziening en bijbehorende voorzieningen, zoals een 150-kV station en een pompstation;
  2. een waterzuiveringsinstallatie ter plaatse van de aanduiding 'waterzuiveringsinstallatie';
  3. een afsluiterlocatie en bijbehorende gebouwen en bouwwerken en daarbij behorende ondergrondse hogedruk aardgastransportleidingen;
  4. paden en wegen en parkeervoorzieningen;
  5. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  6. groenvoorzieningen.

9.2 Bouwregels

9.2.1 Algemeen
Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende voorwaarde:
  1. De afstand van bouwwerken tot de as van de weg mag niet minder dan 15 m bedragen.
  2. Het bestemmingsvlak wordt beschouwd als bouwvlak, met uitzondering van die bestemmingsvlakken waar separaat een bouwvlak is opgenomen. Indien een separaat bouwvlak is opgenomen mag uitsluitend binnen dat bouwvlak worden gebouwd.
9.2.2 Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende voorwaarden:
  1. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 meter, tenzij middels de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’ op de verbeelding een andere goothoogte is toegelaten.
  2. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 meter, tenzij middels de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’ op de verbeelding een andere bouwhoogte is toegelaten.
  3. Indien op de verbeelding een aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak' is opgenomen mag de oppervlakte bebouwing niet meer bedragen dan dit maximum.
9.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde 
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende voorwaarden:
  1. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m.
  2. De bouwhoogte van verlichtingsarmaturen en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 8 m.
  3. De bouwhoogte van telecommunicatievoorzieningen mag niet meer bedragen dan 45 m.
  4. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m.

 

9.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
  1. lid 9.2.3 onder c voor het bouwen van telecommunicatiemasten, waarbij de bouwhoogte niet meer dan 55 m mag bedragen;
  2. lid 9.2.3 onder d voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een hogere bouwhoogte tot 8 m.