26.2 Bouwregels
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende voorwaarden:
- De afstand van de woning tot de as van de weg , waaraan wordt gebouwd mag niet minder bedragen dan 15 m.
- De afstand van de woning tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 3 m.
Voor het bouwen van woningen gelden de volgende bepalingen:
- Per bouwvlak is één woning toegestaan.
- De inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 600 m³.
- De goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m.
- De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m.
Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende voorwaarden:
- Bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 2,5 m achter de voorgevelrooilijn van de woning te worden gebouwd.
- De gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m².
- De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m.
- De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m.
- De afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de woning mag niet meer bedragen dan 15 m.
- Bij afbraak van een bestaand(e) vrijstaand(e) bijgebouw(en) met een oppervlakte van meer dan 100 m², mag het in sub b genoemde oppervlakte worden verhoogd met 50% van de oppervlakte van de te slopen vrijstaande bijgebouwen c.q. bijgebouw met dien verstande dat het in sub b genoemde oppervlakte niet bij de berekening mag worden betrokken en alle overtollige bebouwing in één keer moet worden gesloopt. Het maximaal toegestane gezamenlijke oppervlak van de bijgebouwen na afbraak mag niet meer bedragen dan 200 m². Deze bepaling is niet van toepassing op cultuurhistorisch waardevolle bebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’.
26.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende voorwaarden:
- De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de hoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 m.
- De bouwhoogte van vlaggenmasten en antennes mag niet meer bedragen dan 8 m respectievelijk 15 m.
- De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
Voor het bouwen van woonwagens gelden de volgende voorwaarden:
- Het aantal woonwagens mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’.
- De oppervlakte van een woonwagen mag per standplaats niet meer bedragen dan 100 m².
- De bouwhoogte van een woonwagen mag niet meer bedragen dan 5 m.
- De afstand tussen twee woonwagens mag niet minder bedragen dan 5 m.
- Bijgebouwen zoals sanitaire units en bergingsruimten mogen worden gebouwd tot een totale oppervlakte per standplaats van niet meer dan 35 m² en tot een maximale bouwhoogte van 3 m.
26.2.6 Vervangende nieuwbouw
- Nieuwbouw van woningen en woonwagens is niet toegestaan, met uitzondering van vervangende nieuwbouw.
- Bij vervangende nieuwbouw mogen de woningen en woonwagens uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande funderingen of de bestaande locatie en, in geval van uitbreiding, daar direct op aansluitend.
26.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
- lid 26.2.2 onder b voor het bouwen van woning met een inhoud van meer dan 600 m³ tot een omvang van niet meer dan 750 m3, mits:
- hierdoor de stedenbouwkundige structuur wordt versterkt,
- dit stedenbouwkundig verantwoord is ten opzichte van de omvang van omringende woningen;
- dit leidt tot meer streekeigen bebouwing (bijvoorbeeld in de vorm van langgevel boerderijen);
- er invulling wordt gegeven aan de rood-met-groen koppeling waarmee de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt veiliggesteld;
- lid 26.2.2 onder c en d voor het bouwen van woningen met een hogere goothoogte tot maximaal 7,5 m en/of een hogere bouwhoogte tot maximaal 12 m;
- lid 26.2.3 onder e voor het bouwen van een bijgebouw op een afstand van meer dan 15 m van de woning, indien dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel;
- lid 26.2.4 onder c voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een hogere bouwhoogte tot 6 m;
- lid 26.2.2 onder b en/of lid 26.2.3 onder b voor het bouwen van grotere woningen dan 600 m3 en/of grotere oppervlakte aan bijgebouwen dan 100 m². Bij het slopen van alle overtollige bedrijfsbebouwing mag, ofwel 15% van de oppervlakte van de voormalige overtollige bedrijfsgebouwen worden toegevoegd aan de oppervlakte van de woning tot een maximum van 900 m³, ofwel 15% van de oppervlakte van de voormalige bedrijfsgebouwen worden toegevoegd aan de oppervlakte aan bijgebouwen tot een maximum van 240 m².
26.3.2 Afwijking herbouw op andere locatie
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 26.2.6 onder b voor het herbouwen van een woning of woonwagen op een andere locatie, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- De bestaande woning dient te worden gesloopt.
- De herbouw dient op de andere locatie stedenbouwkundig aanvaardbaar te zijn en mag niet meer dan 10 m afwijken van de bestaande funderingen/locatie.
- De nieuwe locatie dient direct aan te sluiten op de voormalige locatie van de woning of woonwagen.
- De afstand tot de weg waaraan wordt gebouwd mag niet minder bedragen dan 15 m. Indien de bestaande afstand minder bedraagt dan 15 m dient bij herbouw op een andere locatie de afstand tot de weg groter te zijn dan de bestaande afstand.
- De afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 3 m of de afstand tot de bestemmingsgrens mag niet minder bedragen dan 5 m.
- De ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt.
- De woning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat.
- De in de bestemmingsomschrijving aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
26.5 Afwijken van de gebruiksregels
26.5.1 Kleinschalig kamperen
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 26.4.1 sub b voor het toestaan van kleinschalig kamperen in de vorm van kamperen bij de burger in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
- De totale omvang van het kleinschalig kamperen mag niet meer bedragen dan 15 kampeermiddelen.
- De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 0,3 ha.
- De gronden die gebruikt worden voor het kleinschalig kamperen dienen direct te grenzen aan het bouwvlak of bestemmingsvlak van de woning.
- De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
- De activiteit mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven.
- Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan.
26.5.2 Kleinschalig logeren
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 26.4.1 sub c voor het toestaan van kleinschalig logeren in de vorm van een bed and breakfast, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
- De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 400 m² (in maximaal 7 eenheden).
- De woonfunctie dient gehandhaafd te blijven.
- Het kleinschalig logeren mag uitsluitend binnen de bestaande bebouwing worden gerealiseerd.
- Het bevoegd gezag kan nadere voorwaarden stellen met betrekking tot het gebruik ten behoeve van bed and breakfast.