direct naar inhoud van Artikel 4 Bedrijventerrein - 2
Plan: Bedrijventerreinen Oost Gelre
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.BPBEDRIJVEN300-VA01

Artikel 4 Bedrijventerrein - 2

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven behorend tot categorie 1 tot en met 2 van de in bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2';
  • b. bedrijven behorend tot categorie 1 tot en met 3.2 van de in bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2';
  • c. handel en reparatie van auto's, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 03';
  • d. kantoor, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kantoor';
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' zijn uitsluitend bedrijfswoningen toegestaan, met dien verstande dat uitsluitend één bedrijfswoning per bedrijf is toegestaan;

met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in- en uitritten, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, erfverhardingen en parkeervoorzieningen.

Geluidzoneringsplichtige inrichtingen worden niet tot de bestemming gerekend.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Bedrijfsgebouwen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. bedrijfsgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • b. de voorgevel van het bedrijfsgebouw dient in de bouwgrens welke is gelegen aan de zijde van de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' te worden opgericht;
  • c. de oppervlakte van het bouwperceel mag niet meer bedragen dan 2500 m2;
  • d. de afstand van gebouwen tot ontsluitingsvoorzieningen dient minimaal 5 m te bedragen;
  • e. de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 3 m te bedragen;
  • f. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' is aangegeven, met dien verstande dat:
    • 1. daar waar een maximale bouwhoogte van 6 m is aangegeven, geldt een minimale bouwhoogte van 4 m;
    • 2. daar waar een maximale bouwhoogte van 10 m is aangegeven, geldt een minimale bouwhoogte van 6 m;
  • g. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag maximaal 4 m bedragen, met uitzondering van het terreingedeelte dat is gelegen tussen de bouwgrens als bedoeld in sub b en de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' daar mag de bouwhoogte maximaal 1 m bedragen;
  • h. de bebouwde oppervlakte van een bedrijf in een bedrijfsverzamelgebouw dient per bedrijf minimaal 250 m2 te bedragen.

4.2.2 Bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:

  • a. bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken dienen binnen het bouwvlak, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', te worden gebouwd ;
  • b. de voorgevels van de bedrijfswoningen dienen tot maximaal 1,5 meter vóór tot maximaal 1,5 meter achter de bouwgrens aan de wegzijde te worden opgericht;
  • c. de diepte van de bedrijfswoning mag maximaal 12 meter bedragen;
  • d. de afstand van een bedrijfswoning tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt tenminste 3 m;
  • e. de goothoogte van de bedrijfswoning mag maximaal 6,5 m bedragen;
  • f. de bouwhoogte van de bedrijfswoningen mag maximaal 10 m bedragen;
  • g. de inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3;
  • h. de goothoogte c.q. boeiboordhoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 3 meter bedragen;
  • i. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per bedrijfswoning mag ten hoogste 70 m2 bedragen, met dien verstande dat het totale bebouwingspercentage (hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken) niet meer dan 50% mag bedragen;
  • j. de afstand van bijbehorende bouwwerken behorende bij en gekoppeld aan een bedrijfswoning tot de zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 1 m te bedragen;
  • k. de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de voorgevel en het verlengde daarvan dient ten minste 3 meter te bedragen. Ingeval van een hoekwoning (een woning gelegen aan 2 of meer wegen) kan voor wat betreft deze bepaling slechts sprake zijn van één voorgevel;
  • l. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde bij de bedrijfswoning, mag maximaal bedragen:
    • 1. 1 meter voorzover het betreft gronden, gelegen voor de voorgevel van de woning en het verlengde hiervan;
    • 2. 2 meter voorzover het betreft gronden, gelegen achter de voorgevel van de woning en het verlengde hiervan.

4.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:

  • a. lid 4.2 onder 4.2.1 sub c met dien verstande dat de maximum grootte van het bouwperceel niet meer mag bedragen dan 5000 m2, daarbij dient aangetoond te worden dat het bedrijf qua aard, schaal, functie en milieu categorie passend is.
  • b. lid 4.2 onder 4.2.1 sub f ten behoeve van het toestaan van een maximale bouwhoogte tot 8 m op gronden welke zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2', respectievelijk 12 m op gronden welke zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2', uitsluitend indien dit om bedrijfstechnisch redenen noodzakelijk is en er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld;
  • c. lid 4.2 onder 4.2.1 sub h met dien verstande dat de minimum bebouwde oppervlakte van een bedrijf in een bedrijfsverzamelgebouw minimaal 100 m2 dient te bedragen en indien de aard van de bedrijfsactiviteit daartoe aanleiding geeft;
  • d. lid 4.2 onder 4.2.1 sub e en 4.2.2 sub d ten behoeve van het verkleinen van de afstand tot één zijdelingse perceelgrens tot minimaal 1 m, met dien verstande dat:
    • 1. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein;
    • 2. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
      • het straat- en bebouwingsbeeld;
      • de milieusituatie;
      • de verkeersveiligheid;
      • de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
      • de brandveiligheid.

4.4 Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:

  • a. lid 4.1 voor wat betreft de gronden welke zijn gelegen ter plaatse van de aanduidingen 'bedrijf tot en met categorie 2' en 'bedrijf tot en met categorie 3.2':
    • 1. voor de vestiging van en/of het gebruik voor een bedrijf, dat niet in de toegestane categorieën uit Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten per gebied is vermeld, mits het desbetreffende bedrijf wat hinder, aard en omvang betreft vergelijkbaar is met de genoemde bedrijven vermeld in de betreffende categorieën;

Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelasting componenten mede in de beoordeling te worden betrokken: het al dan niet continue karakter van de bedrijfsactiviteit, geluidhinder, geur productie, stof uitworp, gevaar, visuele hinder, verontreiniging van lucht, bodem en water alsmede, verkeersaantrekking;

    • 1. voor de vestiging van en/of het gebruik voor een bedrijf dat is vermeld in één categorie hoger dan de categorie uit Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten zoals deze per deelgebied is toegelaten, mits:
      • het desbetreffende bedrijf zich vestigt in of op een plaats waar op grond van milieuzonering vanuit hindergevoelige bestemmingen (zoals wonen) een bedrijf uit de naast hogere categorie toelaatbaar is en
      • het desbetreffende bedrijf geen onevenredige afbreuk doet aan het heersende woon- en leefmilieu;

Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelasting componenten mede in de beoordeling te worden betrokken: het al dan niet continue karakter van de bedrijfsactiviteit, geluidhinder, geur productie, stof uitworp, gevaar, visuele hinder, verontreiniging van lucht, bodem en water alsmede verkeersaantrekking;

    • 1. voor de vestiging van en/of het gebruik voor een bedrijf, dat niet is vermeld in de categorie hoger zoals bedoeld onder 2, mits het desbetreffende bedrijf wat hinder, aard en omvang betreft vergelijkbaar is met de genoemde bedrijven vermeld in die categorie; een en ander met inachtneming van de volgende voorwaarden:
      • het desbetreffende bedrijf mag geen blijvende onevenredige afbreuk doen aan het heersende woon- en leefmilieu;
      • het bedrijf mag binnen en buiten het plangebied geen onevenredige milieubelasting opleveren, gelet op de aard en invloed van de milieubelasting;

Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelasting componenten mede in de beoordeling te worden betrokken: het al dan niet continue karakter van de bedrijfsactiviteit, geluidhinder, geur productie, stof uitworp, gevaar, visuele hinder, verontreiniging van lucht, bodem en water, verkeersaantrekking.

4.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van:

  • a. het vergroten van het bebouwingspercentage tot maximaal 90%, met dien verstande dat:
    • 1. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast;
    • 2. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.