direct naar inhoud van 7.2 Opzet van de regels
Plan: Partiële herziening buitengebied Wisch 2009
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1509.BP000028-DE01

7.2 Opzet van de regels

In deze paragraaf wordt ingegaan op de opzet van de regels bij het bestemmingsplan. De afzonderlijke bestemmingen worden hier besproken, waarbij wordt aangegeven hoe bestaand gemeentelijk beleid in het plan is verwerkt en op welke wijze nieuwe ontwikkelingen in het plan zijn opgenomen.

Hoofdstuk 1: Inleidende regels

De artikelen in dit hoofdstuk hebben betrekking op de toepassing van de bestemmingsplanregels. In artikel 1 zijn de begripsbepalingen opgenomen en artikel 2 geeft de wijze van meten aan. De bepalingen gelden voor alle bestemmingen.

Hoofdstuk 2: Bestemmingsbepalingen

In het plan komen acht onderscheidenlijke bestemmingen voor en twee dubbelbestemmingen. Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen/functies, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, aan de in het plan begrepen gronden zijn toegekend.

Agrarisch

Eén van de doelen van dit bestemmingsplan is het juridisch verankeren van een aantal agrarische (bouw)percelen waaraan in het verleden goedkeuring is onthouden. De bestemming 'Agrarisch' is daarmee één van de belangrijkste bestemmingen in het plangebied.

Uitgangspunt voor het plan is, dat in ieder geval de bestaande agrarische bedrijven op verantwoorde wijze hun bedrijfsvoering kunnen voortzetten. Binnen de agrarische bestemming zijn vele vormen van agrarische bedrijvigheid toegestaan. Met het toestaan van deze vormen van bedrijvigheid behoudt het landelijk gebied haar eigen agrarische karakter en wordt er voldoende ruimte geboden voor afwisselende activiteiten in landelijk gebied. Een specifiek onderscheid wordt aangebracht in de soort agrarische activiteit. De twee hoofdgroepen zijn intensieve en grondgebonden veehouderij. Wanneer de productie hoofdzakelijk afhankelijk is van de bij het bedrijf behorende gronden, spreekt men van een grondgebonden veehouderij. Deze bedrijven hebben een agrarische bestemming gekregen met de aanduiding 'grondgebonden veehouderij'. Intensieve veehouderij daarentegen is een productievorm waarbij de teelt niet afhankelijk is van de grond als productiemiddel.

Beide vormen van agrarische activeiten hebben eigen bouwregels/-mogelijkheden, bijvoorbeeld qua omvang van een bouwvlak, conform het reconstructieplan Achterhoek-Liemers.

Agrarisch met waarden

Op grond van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten wordt een belangrijk deel bestemd tot "Agrarisch gebied met landschapswaarden". Het kan daarbij gaan om reliëf van de bodem, openheid van het landschap, houtwallenlandschap en/of zandwegen. In de bestemming AW dient de agrarische -ieder geval de bestaande agrarische bedrijven op verantwoorde wijze hun bedrijfsvoering kunnen voortzetten. Wel legt het plan in gebieden met landschapswaarden, aan de bedrijven beperkingen op aan bepaalde potentieel schadelijke bouw- en gebruiksvormen.

Agrarische bouwmogelijkheden

Naast het bovengenoemde onderscheid in twee agrarische gebieden voor wat betreft de na te streven doeleinden qua grondgebruik, is minstens zo belangrijk de verschillen in bebouwings- en gebruiksmogelijkheden die in deze bestemmingen worden geboden. In de regels is op twee manieren vorm gegeven aan de beoogde bescherming van het landschap als het gaat om agrarisch gebied met waarden. In de regels is in de gebruiksbepaling opgenomen dat de aanwezige waarden beschermd moeten worden ingeval van nieuwbouw/verplaatsing van bebouwing. De bebouwingsmogelijkheden zijn ook afgestemd op de waarden. Dit is gedaan in combinatie met de verbeelding, die aangeeft waar bebouwing mogelijk is. Daarbij is een aanlegvergunningenstelsel opgenomen, waarin een aantal werkzaamheden vooraf worden getoetst aan hun invloed op het landschap. In het algemeen is dus geen sprake van een absoluut verbod op deze werkzaamheden. Evenzeer zijn de bouwbeperkingen niet absoluut, maar kunnen de mogelijkheden door een aanvullend stelsel van ontheffings- en wijzigingsbevoegdheden, met toetsing vooraf, worden uitgebreid.

Bedrijf

Onder deze bestemming vallen alle niet-agrarische bedrijven. Het gaat om bestaande legale bedrijven. Ze liggen verspreid door het plangebied. Het gaat om naar aard en omvang gedifferentieerde soorten bedrijven, die veelal vanouds aanwezig zijn.

De bedrijven kunnen blijven functioneren en hebben een bescheiden ontwikkelingsruimte ten opzichte van de legaal aanwezige bedrijfsoppervlakte. Milieutechnisch gezien houdt de bestemming rekening met lichte bedrijvigheid als basis, waarbij de meeste van de aanwezige bedrijven behoren tot milieucategorie B. Zwaardere bedrijven zijn als specifieke toevoeging toegestaan, waarbij deze bedrijven vanwege hun relatief kleinschalige aard en/of de voorwaarden in het kader van de milieuwetgeving aanvaardbaar zijn.

Bij beëindiging van de huidige bedrijfsactiviteiten is het mogelijk een ander bedrijf te vestigen, die naar de aard van de werkzaamheden en naar de invloed op de omgeving gelijk te stellen is met bedrijven die zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten - functiemenging. Bestaande bedrijfswoningen worden met een functieaanduiding op de verbeelding weergegeven.

Bos en natuur

Op basis van de gegevens over natuur- en bosgebieden, zoals beschreven in paragraaf 3.4 wordt voorgesteld om de bestaande bos- en natuurgebieden onder te brengen in de hoofdbestemmingen: "Bos" en "Natuur".

De bestemming "Bos" is toegekend aan grotere boseenheden met de daarin aanwezige natuurwaarden voorop, gelet op het feit dat deze zijn aangewezen als kerngebied binnen de EHS. Het recreatieve medegebruik is daaraan ondergeschikt.

De bestemming "Natuur" is gegeven aan natuurterreinen zonder hoge opgaande beplanting. Behoud van de aanwezige natuurwaarden staat hier voorop. Een agrarisch gebied, in eigendom van een particulier, dat in de toekomst wordt ingericht als natuurgebied is in dit plan bestemd tot natuur. Natuur zal na de herinrichting de hoofdfunctie worden. Extensief agrarisch beheer kan worden toegepast. Dit is dan ook in de doeleindenomschrijving in de regels vastgelegd. Zowel binnen de bosbestemming als de natuurbestemming zijn geen bouwwerken toegestaan. Er is wel een mogelijkheid tot ontheffing opgenomen waarmee niet voor bewoning bedoelde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming onder voorwaarden gerealiseerd kunnen worden. Diverse werkzaamheden, die niet inherent zijn aan de natuur- en bosbestemmingen en de kwaliteiten van het gebied kunnen schaden, zijn aan een aanlegvergunning gebonden (zie schema aanlegvergunningen). Deze werkzaamheden zijn dus niet bij voorbaat onverenigbaar met de bestemming, maar daarvoor is wel een nadere afweging noodzakelijk.

Maatschappelijk

De maatschappelijke bestemming is gegeven aan een voormalig agrarisch bedrijf waar nu een zorgboerderij is gevestigd waar mensen met een beperking werkzaamheden kunnen verrichten. Binnen de bestemming is een maximum bebouwingspercentage gegeven.

Recreatie

De recreatieterreinen die binnen de gemeente zijn gelegen, zijn elk met een eigen bebouwingsregeling onder een aparte recreatieve bestemming gebracht, met hun eigen bebouwingsregeling. Het betreft hier zowel campings, als vakantieparken en terreinen voor recreatieverblijven en groepsaccommodaties. Het aantal groepsaccommodaties, recreatieverblijven, mobiele kampeermiddelen, stacaravans en trekkershutten is, indien van toepassing, per terrein vastgelegd, alsmede de maximale oppervlakte van deze gebouwen. In de specifieke gebruiksregels is opgenomen dat permanente bewoning van de recreatieverblijven niet is toegestaan.
De exacte inrichting van de terreinen is niet vastgelegd, wel is een bebouwingspercentage per bouwvlak opgenomen, zodat op deze manier binnen het bouwvlak een maximum aan bebouwing kan worden gerealiseerd, maar zodat nog wel de vrijheid bestaat om binnen een bouwvlak met bebouwing te kunnen schuiven.

Wonen

Deze bestemmingen hebben betrekking op de bestaande woningen en de bijbehorende gebouwen in het plangebied. Met bestaande woningen wordt gedoeld op de woningen, die op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig zijn. De grootte van het bestemmingsvlak is gebaseerd op de grootte van de aanwezige tuin en/of erf, zoals blijkt uit zowel de kadastrale kaart als af te lezen is op recente luchtfoto's.

De woonfunctie mag bij rechte gecombineerd worden met een aan-huis-verbonden beroep. De bedrijfsoppervlakte mag niet meer bedragen dan 30% van het woonoppervlak, met een maximum van 50 m2.

Voor bijbehorende gebouwen geldt een maximale oppervlakte van 150 m2 per woning. Er is bij hobbyboeren onder voorwaarden een ontheffing mogelijk tot maximaal 250 m2.

Er is een saneringsregeling opgenomen om op percelen waar meer dan 150 m2 aan bijbehorende gebouwen aanwezig is, via een ontheffing, afhankelijk van de totale oppervlakte aan bijbehorende gebouwen, deze bijgebouwen te vervangen tot een bepaalde oppervlakte en met de verplichting een gedeelte van de bijbehorende gebouwen te slopen.

Als een bewoner een voormalige, aan de woning gekoppelde, stalruimte (deel) wil betrekken bij de woning dan is het mogelijk hiervoor ontheffing te verlenen. Hiermee wordt ontheffing verleend van de maximale inhoud van 750 m3 van een woning.

Ingeval een bestaande woning groter is dan 1000 m3, bestaat de mogelijkheid om met ontheffing, onder voorwaarden, één extra wooneenheid te realiseren binnen het volume. Wanneer een bestaande woning een inhoud heeft van meer dan 2000 m3, wordt de mogelijkheid geboden om onder voorwaarden ontheffing te verlenen tot maximaal drie wooneenheden binnen het volume.

Leiding - Gas

Binnen deze (dubbel)bestemming is een hoofdgastransportleidingen geregeld. De regeling voorziet in de aanwezigheid van deze functie en in de bescherming ervan. Leidingen van lagere orde, die in de regel onder of langs wegen liggen, zijn in de daarbij van toepassing zijnde (enkel)bestemming meegenomen. Er is een aanlegvergunningstelsel opgenomen voor onder meer het uitvoeren van graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm.

Waarde - Archeologie

Onder deze (dubbel)bestemmingen vallen de gebieden die op de Archeologische Monumentenkaart staan aangegeven. Zowel de terreinen van archeologische betekenis en de terreinen van archeologische waarde zijn op de verbeelding aangegeven.

Binnen dit gebied moet voor het bouwen van een gebouw met een oppervlakte van meer dan 100 m2 een archeologisch rapport worden overlegd. De bescherming richt zich tevens op diepere grondwerkzaamheden die aan een aanlegvergunningstelsel zijn gekoppeld.