| Plan: | Partiële herziening buitengebied Wisch 2009 |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1509.BP000028-DE01 |
Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de gemeente Oude IJsselstreek de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in de gemeente te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. Het biedt de mogelijkheid om optimaal in te spelen op planprocessen.
Het LOP is ontwikkelingsgericht opgezet en geeft spelregels voor initiatieven in het landelijk gebied. Het hoofddoel daarbij is de koppeling van de vernieuwing van de plattelandseconomie aan de versterking van de landschappelijke karakteristieken. Daarbij is bescherming van erkende waardevolle elementen in het landschap van belang, maar ook actieve ontwikkeling van nieuwe kwaliteiten in het landschap. In het LOP worden 6 verschillende deelgebieden (ensembles) onderscheiden. De begrenzing van deze ensembles is gebaseerd op de wijze waarop mensen in het gebied het landschap beleven. Steeds is gekozen voor eenheden die mensen als hun landschap, hun leefomgeving, ervaren.
De uitvoering van het LOP gebeurt door het vastleggen van gewenste ontwikkelingen in bestemmingsplannen. Dit geldt evenzo voor onderhavig plan. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.2.2. Hierin staat aangegeven wat voor landschap van toepassing is binnen het plangebied, welke ontwikkelingen worden gestimuleerd en de vertaling ervan in de planregels.
Het toeristisch recreatief ontwikkelingsplan (TROP) gaat in op de kansen van de gemeente om het toeristisch-recreatief aanbod te verbeteren.
De gemeente wil zich op toeristisch-recreatief gebied profileren als recreatiegemeente. Hierbij speelt het onderscheidend vermogen van het aanbod ten opzichte van de overige gemeenten in de Achterhoek een grote rol. De toerist en recreant die zich oriënteert op de toeristische en recreatieve mogelijkheden heeft op basis van dit onderscheid extra redenen te kiezen voor een verblijf in de gemeente. De recreant die in een straal van ca. 50 kilometer in de omliggende regio verblijft als toerist of streekbewoner zal tevens op basis van dit onderscheidend vermogen een bezoek aan de gemeente brengen.
Het ambitieniveau met bijbehorende gemeentelijke investeringen is mede bepalend voor het realiseren van groeikansen, evenals vele externe factoren, waaronder Provinciale en Europese subsidiemogelijkheden, de kwaliteit van bestaande en nieuwe toeristisch-recreatieve ondernemers en de mate van realisatie van de hoofdmaatregelen van dit beleidskader. In de aanzet voor het uitvoeringsplan is te zien hoe het beleidskader in de praktijk wordt waargemaakt. Het gaat om acties die op korte termijn uitgevoerd kunnen worden en om acties die op lange termijn pas resultaten opleveren. Een weloverwogen keuze met prioriteitsvolgorde uit de verschillende opties is noodzakelijk gegeven het ambitieniveau. Communicatie met de gemeentelijke achterban en met betrokkenen op regionale schaal is daartoe een voorwaarde. Verankering van mogelijkheden vindt uiteindelijk plaats in het bestemmingsplan.
Door de intrekking van de Wet openlucht recreatie (Wor) is de basis om kampeervergunningen, ontheffingen en verordeningen te regelen gewijzigd. Gemeenten moeten eigen keuzes maken ten aanzien van het reguleren van kamperen op hun grondgebied. Regulering kan plaatsvinden binnen bestaande instrumenten zoals het bouwvergunningenstelsel, bestemmingsplan en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
Regulering van het kampeerbeleid in de gemeente Oude IJsselstreek wordt gedaan in het ruimtelijk beleid. In het bestemmingsplan wordt aangegeven om welk type recreatieterrein het gaat en wat de voorwaarden zijn die hieraan verbonden worden. Er wordt onderscheid gemaakt in 2 typen recreatieterreinen. Ten eerste zijn daar kampeerterreinen die het hele jaar lang in gebruik mogen worden genomen en permanent units staan opgesteld. Deze vallen onder de noemer 'verblijfsrecreatie'. Het tweede type betreft kampeerterreinen die seizoensgebonden zijn waar een maximum aantal kampeerplekken zijn toegestaan. Deze worden aangeduid als 'Kampeerterrein'. In de regels van het plan worden per aanduiding specifieke voorwaarden opgenomen.