direct naar inhoud van 2.1 Ontstaansgeschiedenis
Plan: Partiële herziening buitengebied Wisch 2009
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1509.BP000028-DE01

2.1 Ontstaansgeschiedenis

De hoofdlijnen van de geologie van het landschap van de omgeving van oud Wisch zijn: het Oost-Nederlands Plateau, het dal van de Oude IJssel en het dekzandlandschap. Deze verschillende geologische eenheden zijn zichtbaar door verhogingen en verlagingen in het landschap, ontstaan door weer en wind. Het Oost-Nederlands Plateau is weliswaar gelegen in Lichtenvoorde en Aalten maar heeft een duidelijke landschappelijke invloed in het oosten van de gemeente. Het Oost-Nederlands Plateau is een relatief hooggelegen gebied, waar oude geologische afzettingen dicht aan de oppervlakte liggen. Aan de westzijde van het plateau wordt het begrensd door een scherpe terrasknik die ontstaan is na insnijding van een oude loop van de Rijn in het plateau. Het plateau is in het Pleistoceen ingesneden door een aantal waterlopen, zoals de bovenloop van de Boven Slinge. Het dal van de Oude IJssel lag oorspronkelijk ingeklemd tussen het Oost-Nederlands Plateau en de stuwwal van Montferland. Tot het midden van de laatste ijstijd (Weichselijstijd) stroomde de Rijn door het dal van de Oude IJssel. Alleen tegen de stuwwal van Montferland en rond de huidige bedding van de Oude IJssel liggen nu nog door de rivier afgezette sedimenten aan de oppervlakte. De noordoostelijke helft is later door het dekzand bedekt. Later werd de hoofdstroom van de Rijn verlegd door de Gelderse Poort. Aan het einde van de Weichselijstijd werden zandduinen opgeworpen aan de noordoostelijke begrenzing van het Oude IJsseldal. Het dekzandlandschap werd gevormd gedurende de laatste ijstijd. Destijds werden oude rivierafzettingen tussen het Oost-Nederlands Plateau en het dal van de Oude IJssel bedekt met stuifzand. In verschillende fasen werd een dik pakket van dekzand afgezet tot een lichtgolvende vlakte. Het reliëf van het dekzandgebied is een ingewikkeld mozaïek van welvingen, dekzandruggen en kopjes, dekzandvlakten en beekoverstromingsvlakten. Aan de noordzijde wordt het gebied begrensd door een lange duinenrij, de Halse Rug overgaand in de Romienendiek.