direct naar inhoud van Artikel 13 Water
Plan: Buitengebied
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0981.BPBuitengebied-VG01

Artikel 13 Water

13.1 Bestemmingsomschrijving

De voor " Water " aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. de berging en/of afvoer van water;
  • b. het opvangen, vasthouden, bergen en afvoeren van regenwater;
  • c. waterhuishouding;
  • d. waterlopen en waterpartijen;
  • e. de ontwikkeling van natuurlijke oevers;
  • f. infiltratievoorzieningen;
  • g. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van water - bergingsbassin", tevens een bergbezinkbassin;
  • h. beekdal met ecologische functie;

Een en ander met bijbehorende voorzieningen.

13.2 Bouwregels
13.2.1 Algemeen

Op de voor " Water " aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd, zoals bruggen, dammen en/of duikers.

13.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Regels met betrekking tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde:

  • a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m;
  • b. de bouwhoogte mag ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van water - bergingsbassin” niet meer dan 2,5 meter bedragen.
  • c. ze dienen voor het overige naar aard en afmetingen bij deze bestemming te passen.

13.3 Afwijken van de bouwregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 13.2 , voor het bouwen van gebouwen, mits:

  • a. het gebouw noodzakelijk is voor de waterbeheersing, de waterhuishouding dan wel de berging van regenwater;
  • b. de oppervlakte ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van water - bergingsbassin” niet meer bedraagt dan 25 m²;
  • c. de goothoogte niet meer bedraagt dan 4 meter;
  • d. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 8 meter;
  • e. toestemming is verleend door de waterbeheerder.

13.4 Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen anders dan het toegestane gebruik op grond van het bepaalde in 13.1 , meer in het bijzonder:

  • a. voor het aanleggen, aanmeren of als ligplaats innemen van woonschepen;
  • b. voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voorzover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • c. als opslag-, stort- en/of lozingsplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voertuigen, goederen, grond, stoffen en materialen, behoudens voorzover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond en opstallen.