Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: De Heeg-Eyldergaard-Vroendaal
Status: onherroepelijk
Plan identificatie: NL.IMRO.0935.bpHeegEylderVroen-oh01

Artikel 21 Algemene aanduidingsregels

21.1 milieuzone - bodembeschermingsgebied Mergelland
 
Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bodembeschermingsgebied Mergelland' mogen, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen,  enkel bouwwerken worden gebouwd indien de bescherming van de abiotische, biotische en cultuurhistorische kwaliteiten van de bodem gewaarborgd blijven en de regels van de Omgevingsverordening Limburg (OV) dienaangaande in acht worden genomen. 
 
21.2 milieuzone - geurzone
21.2.1 Aanduidingsomschrijving
De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - geurzone' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met een geurzone.
21.2.2 Bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mogen ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - geurzone' geen nieuwe geurgevoelige objecten worden gebouwd.
21.2.3 Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 21.2.2 voor het bouwen van nieuwe geurgevoelige objecten, voor zover in overeenstemming met de regels van de overige ter plekke geldende bestemming(en), mits ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd.
21.2.4 Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor:
  1. het verplaatsen of verkleinen van het aanduidingsvlak 'milieuzone - geurzone' in verband met veranderingen in de bedrijfsvoering van de geurhinderveroorzakende activiteiten;
  2. het laten vervallen van het aanduidingsvlak 'milieuzone - geurzone' indien de geurhinderveroorzakende activiteiten zijn beëindigd.
21.3 milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied
 
Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' mogen, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, enkel bouwwerken worden gebouwd indien de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening gewaarborgd blijft en de regels van de Omgevingsverordening Limburg (OV) dienaangaande in acht worden genomen. 
 
21.4 veiligheidszone - bevi
21.4.1 bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mogen ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - bevi', volgens de regels van de onderliggende bestemming(en) die op die gronden rust, enkel bouwwerken worden gebouwd mits deze niet kunnen worden aangemerkt als kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
21.4.2 afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 21.4.1 voor het oprichten van bouwwerken op gronden gelegen binnen de aanduiding 'veiligheidszone - bevi' indien die bouwwerken als kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten kunnen worden aangemerkt in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, mits aangetoond wordt dat deze objecten voldoen aan de normen van het plaatsgebonden risico en groepsrisico.
21.4.3 Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen teneinde de aanduiding 'veiligheidszone - bevi' te wijzigen in die zin dat:
  1. de aanduiding 'veiligheidszone - bevi' wordt verkleind, indien uit onderzoek is gebleken dat door een wijziging van de bedrijfsvoering in de risicovolle inrichting, aangepaste wet- en regelgeving, nieuwe inzichten, dan wel nieuwe rekenmethoden een kleinere veiligheidszone geldt;
  2. de aanduiding 'veiligheidszone - bevi' vervalt, indien uit nader onderzoek is gebleken dat de risicovolle inrichting buiten werking is gesteld
21.5 vrijwaringszone - molenbiotoop
21.5.1 Aanduidingsomschrijving
De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' zijn, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, primair bestemd voor:
  1. de bescherming van de functie als werktuig van de in dit gebied voorkomende windmolen, onder andere gelet op de windvang;
  2. de bescherming van de waarde van deze molen als landschapsbepalend element. 
21.5.2 Bouwregels
Om voor de molen vrije windvang te garanderen en het zicht op de molen veilig te stellen geldt binnen de op de verbeelding als 'vrijwaringszone - molenbiotoop' aangeduide gronden dat:
  1. binnen een straal van 100 meter, gerekend vanaf het middelpunt van de molen, geen bebouwing mag worden opgericht hoger dan het onderste punt van de verticale staande wiek;
  2. binnen een straal van 100 tot 400 meter, gerekend vanaf het middelpunt van de molen, geen bebouwing mag worden opgericht met een grotere hoogte dan 1/30 van de afstand, gemeten tussen de bebouwing of beplanting en het onderste punt van de verticaal staande wieken van de molen.
21.5.3 Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 21.5.2 voor het realiseren van bebouwing of het toestaan van beplanting met een grotere bouwhoogte respectievelijk hoogte mits de vrije windvang van en het zicht op de betreffende molen niet verder worden beperkt. Bij de omgevingsvergunning kunnen voorwaarden worden gesteld aan de situering en bouwhoogte van het betreffende bouwwerk.
 
21.6 vrijwaringszone - spoor
 
De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - spoor' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor de bescherming van de veiligheid van de hoofdspoorweginfrastructuur.
Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - spoor' is de Spoorwegenwet van toepassing. Conform deze wet mag niet zonder ontheffing door of vanwege de Minister van Verkeer en Waterstaat worden gebouwd, respectievelijk mogen niet zonder ontheffing werken of werkzaamheden worden uitgevoerd, die in strijd zijn met de Spoorwegenwet.
 
21.7 vrijwaringszone - straalpad
 
Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - straalpad' zijn de gronden mede bedoeld als beschermingzone van een straalverbinding en mogen geen bouwwerken worden opgericht met een hoogte van meer dan 190 meter voor wat betreft het straalpad van zuid naar noord bezien in westelijke richting verlopend en 20 meter voor wat betreft het straalpad van zuid naar noord bezien in oostelijke richting verlopend.
 
21.8 vrijwaringszone - weg
 
Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg' is het rooilijnenbeleid van Rijkswaterstaat van toepassing. In het kader van dit roolijnenbeleid mag:
  1. binnen een zone van 0 - 50 meter uit de as van de dichtstbijzijnde rijbaan (waartoe ook de toe- en afritten behoren) van de A2 geen bebouwing worden opgericht, tenzij het bebouwing betreft ten behoeve van de bestemming 'Verkeer';
  2. binnen een zone van 50 - 100 meter uit de as van de dichstbijzijnde rijbaan (waartoe ook de toe- en afritten behoren) eerst worden gebouwd, nadat vooraf overleg is gevoerd met en overeenstemming is bereikt met de wegbeheerder, i.c. Rijkswaterstaat.