direct naar inhoud van Regels

Udenhout beschermd dorpsgezicht, 1e wijziging (Kreitenmolenstraat 56A, 56B, 56C)

Status: vastgesteld
Identificatie: NL.IMRO.0855.WYZ2015010-e001
Plantype: gemeentelijke overheid/wijzigingsplan

Toelichting

 

Hoofdstuk 1 Inleiding

 

1.1 Aanleiding tot wijzigingsplan

Er is een verzoek ingediend om het bestemmingsplan Udenhout beschermd dorpsgezicht te wijzigen. Het verzoek heeft betrekking op het uitwisselen van de bestemmingsplanaanduidingen "dh" (detailhandel) en "h = 1" (horeca van categorie 1). Deze aanduidingen liggen op een bestaand gebouw (Romgaard) aan de Kreitenmolenstraat in Udenhout.

Het gaat om het perceel kadastraal bekend gemeente Udenhout sectie C nummer 3644, plaatselijk bekend als Kreitenmolenstraat 56, 56A, 56B, 56C.

Het verzoek om bestemmingsplanwijziging vloeit voort uit de wens van Shoarma Grillroom Star om te verplaatsen naar het voorste deel van het gebouw namelijk Kreitenmolenstraat 56A. Het betreffende deel van het gebouw aan de voorzijde was eerst in gebruik als dierenspeciaalzaak, maar staat momenteel leeg. Shoarma Grillroom Star is nu gevestigd in het achterste deel van het gebouw namelijk Kreitenmolenstraat 56B, 56C. Shorarma Grillroom Star ligt aan de straatkant beter in het zicht en is beter te bereiken.

 

In deze toelichting wordt aangegeven op welke wijze het wijzigingsplan voldoet aan de eisen met betrekking tot een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Juridisch-planologische situatie

Het perceel aan de Kreitenmolenstraat heeft in het bestemmingsplan Udenhout beschermd dorpsgezicht de bestemming Gemengd - Dorps met de aanduidingen dh (detailhandel) en h = 1 (horeca van categorie 1).

Het perceel maakt deel uit van het beschermd dorpsgezicht Udenhout en heeft naast de basisbestemming een dubbelbestemming Waarde- Cultuurhistorie.

In het bestemmingsplan Udenhout beschermd dorpsgezicht is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het uitwisselen van aanduidingen (artikel 22.3). Daarvan wordt nu gebruik gemaakt. Dit artikel bepaalt het volgende.

 

Wijzigingsbevoegdheid uitwisseling van aanduidingen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een weergegeven aanduiding te wijzigen in een andere aanduiding, met dien verstande dat:

  1. de ingevolge de aanduiding ter plaatse geldende maximaal toelaatbare milieucategorie voor functies of activiteiten uit de Bijlage 3 Staat van bedrijfsactiviteiten niet mag worden overschreden;

  2. wijzigingen in de aanduidingen (dhp), (vm) en (vml) niet zijn toegestaan;

  3. een wijziging van de aanduiding (k) niet is toegestaan indien de omvang voor de functie kantoor meer dan 700m2 bruto vloeroppervlak bedraagt.

 

Het bestemmingsplan Udenhout beschermd dorpsgezicht, 1e wijziging (Kreitenmolenstraat 56A, 56B, 56C) wijzigt de aanduidingen die liggen op een klein deel van het bestemmingsplan Udenhout beschermd dorpsgezicht.

1.3 Het plangebied

Het plangebied omvat een perceel dat direct grenst aan de Kreitenmolenstraat in Udenhout. Op het perceel ligt een gebouw met huisnummers Kreitenmolenstraat 56, 56A, 56B, 56C, 56E.

 

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader

 

2.1 Inleiding

In dit hoofdstuk volgt een korte weergave van het bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde ruimtelijke beleidskader.

2.2 Rijk en provincie

Volgens de Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant ligt het plan in stedelijk gebied. Er spelen geen provinciale of rijksbelangen. Het gaat hier alleen om het uitwisselen van bestaande functies in een bestaand gebouw en niet om uitbreiding van de bebouwing. Een toets aan de ladder verstedelijking is niet nodig.

Het ruimtelijk beleidskader op provinciaal en rijksniveau (provinciale Verordening Ruimte en de AMvB Ruimte) behoeft geen verdere bespreking.

2.3 Gemeente

 

2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040

Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld.

De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans.

People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen.

Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur.

Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.

 

Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen:

 

Functie van de Omgevingsvisie

De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in

het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden.

Dit wijzigingsplan maakt de uitwisseling van de aanduidingen dh (detailhandel) en h = 1 (horeca van categorie 1) in een bestaand gebouw mogelijk. De Omgevingsvisie is niet van toepassing.

 

 

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders

 

3.1 Inleiding

In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.

3.2 Stedenbouwkundige aspecten

De locatie ligt in de Kreitenmolenstraat. Dat is een van de hoofdstraten in Udenhout, die de dorpskern verbindt met Rijksweg N65. De Kreitenmolenstraat maakt deel uit van het beschermd dorpsgezicht kom Udenhout. In de Kreitenmolenstraat bevinden zich van oudsher veel winkels en andere dorpsvoorzieningen.

 

Het pand Kreitenmolenstraat 56, 56A, 56B, 56C betreft een kleinschalig winkelcomplex met bijbehorende parkeergelegenheid dat omstreeks 1978 werd gebouwd. Het pand heeft geen cultuurhistorische waarde. Via een interne winkelgalerij is een horecagelegenheid (Shoarma Grillroom "Star") aan de achterzijde van het pand bereikbaar.

 

De eigenaar wil deze horecagelegenheid verhuizen naar de voorzijde van het winkelpand en wel van Kreitenmolenstraat 56B, 56C naar Kreitenmolenstraat 56A.

 

Dit wijzigingsplan is opgesteld om deze herschikking mogelijk te maken.

De aanduiding horeca =1 (horeca van categorie 1) wordt op de plek gelegd waar nu de aanduiding dh (detailhandel) ligt, te weten Kreitenmolenstraat 56 A en vervalt op Kreitenmolenstraat 56B, 56C. De rest van het complex (Kreitenmolenstraat 56, 56B, 56C krijgt dan wel behoudt de aanduiding dh (detailhandel).

Het aantal horecabedrijven neemt door dit wijzigingsplan niet toe. Ook de horeca-categorie (horeca van categorie 1) blijft ongewijzigd.

3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg

Aanleiding:

Het betreft een uitwisseling van functies binnen bestaande bebouwing. Er vinden geen bouwwerkzaamheden plaats.

 

Archeologie.

 

Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen.

 

Advies.

Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie bestaat geen bezwaar tegen de geplande ontwikkeling. Er worden geen historische objecten of structuren aangetast.

 

Voor wat betreft de archeologie is er op de planlocatie vanwege de geringe omvang van mogelijke nieuwe bodemverstoringen geen vervolgonderzoek noodzakelijk.

 

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten

 

4.1 Inleiding

Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van de voorliggende bestemmingsplanwijziging.

4.2 Milieuhinder bedrijven

Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden.

 

Het betreft een verschuiving tussen de horecafunctie en de detailhandelsfunctie. Daarnaast is binnen de bestemming Gemengd-Dorps ook de woonfunctie mogelijk. Om een goede afstemming te hebben tussen het wonen en het werken is in het onderliggende plan al gebruik gemaakt van de lijst functiemenging. Zowel de horecafunctie als de detailhandelsfunctie passen daarbinnen. Het woon- en leefklimaat van omliggende woningen wordt hiermee niet nadelig beïnvloed.

4.3 Externe veiligheid

Inleiding

Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico's verantwoord moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan in te stemmen met de risico's en de betreffende situatie aanvaardbaar te vinden.

 

De volgende besluiten zijn van belang bij ruimtelijke procedures:

  1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 2004 (sindsdien enkele keren aangepast);

  2. Besluit transportroutes externe veiligheid (Bevt) van 1 april 2015 opvolger van de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen;

  3. Besluit externe veiligheid buisleidingen(Bevb) van 1 januari 2011.

Daarnaast heeft de gemeente Tilburg een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld met de titel "Veilig en verantwoord ontwikkelen".

 

Verantwoordingsplicht

Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden beschreven of een ontwikkeling ligt in het invloedsgebied van een risicobron. Per risicobron (transportas, buisleiding of inrichting) is in een besluit vastgelegd wanneer de verantwoordingsplicht moet worden ingevuld en is de inhoud van de verantwoording bepaald.

 

In Inventarisatie van risicobronnen en verantwoording Kreitenmolen 56A-C zijn de risicobronnen die relevant zijn (binnen het invloedsgebied liggen) geïnventariseerd. Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied ligt in het invloedsgebied van de het spoor. De verantwoordingsplicht is hiervoor ingevuld en maakt onderdeel uit van de bijlage risico-inventarisatie Kreitenmolenstraat 56A t/m C.

 

Beleidsvisie externe veiligheid

In de beleidsvisie externe veiligheid wordt het plangebied Kreitenmolenstraat 56A t/m C aangemerkt als een luw gebied. Binnen een luw gebied gelden de volgende voorwaarden:

Aan bovengenoemde randvoorwaarden wordt voldaan. De ruimtelijke ontwikkeling is niet strijdig met het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid.

 

Conclusies en restrisico

Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van het spoortraject Tilburg-Vught. Personen in het plangebied worden aan een externe veiligheidsrisico blootgesteld, ook na maatregelen.

Vanwege de ligging van het bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van deze risicobron is de verantwoordingsplicht ingevuld. Op basis van het standaard brandweeradvies is deze beperkte verantwoording opgesteld (zie Standaard adviesbrief brandweer 2016).

 

Uit het bovenstaande worden de volgende relevante conclusies getrokken:

Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico.

4.4 Geluid

Sinds het einde van de jaren zeventig vormt de Wet geluidhinder (Wgh) het juridische kader voor het Nederlandse geluidbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door wegverkeer, railverkeer en industriële activiteit. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden.

4.4.1 Weg- en railverkeerslawaai

Binnen het plangebied worden geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt anders dan op grond van het huidig bestemmingsplan al zijn toegestaan. De normen uit de Wet geluidhinder zijn niet van toepassing.

4.4.2 Industrielawaai

In het plangebied is de vestiging uitgesloten van bedrijven die vallen onder Onderdeel D van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht. Hoofdstuk V "Zones rond industrieterreinen" van de Wet geluidhinder is hierdoor niet van toepassing.

4.4.3 Luchtvaartlawaai

Als gevolg van de nabijheid van het militaire vliegveld Gilze-Rijen gelden in delen van Tilburg geluidzones (de zogenaamde Ke-zones). Deze zones liggen niet over het plangebied.

4.5 Lucht

Het doel van de Wet luchtkwaliteit (opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer) is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Het besluit is primair gericht op het voorkomen van effecten op de gezondheid van mensen. De grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10; fijn stof), lood, koolmonoxide en benzeen geven het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan dat op een gegeven tijdstip moet zijn bereikt en daar waar het juiste kwaliteitsniveau al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden.

 

De functie horeca = 1 is al mogelijk op basis van het huidig bestemmingsplan maar wordt anders gesitueerd. Dit betekent dat er geen verslechtering plaats vindt van de luchtkwaliteit. Daarnaast zijn er geen luchtgevoelige bestemmingen, zoals bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) mogelijk. Vanuit de Wet milieubeheer bestaat dan ook geen bezwaar tegen dit plan.

4.6 Geur

 

4.6.1 Industriële geur

In en om het plangebied is geen zware industrie toegestaan. Hier zal dus ook geen sprake zijn van industriële geurhinder.

4.6.2 Agrarische geur

In en om het plangebied zijn geen agrarische bedrijven toegestaan. Hier zal dus ook geen sprake zijn van agrarische geurhinder.

4.7 Natuur en Ecologie

Voor wat betreft Flora en Fauna geldt dat dit een dermate kleine wijziging betreft (het gebouw staat er en er worden alleen functies uitgewisseld), dat er geen flora- en faunaponderzoek nodig is.

 

Hoofdstuk 5 Wateraspecten

 

Bestaand watersysteem

De gebiedskenmerken in de bestaande situatie zijn:

 

Kenmerk:

In plangebied:

Stroomgebied

Zandleij

Waterbeheerders

Gemeente Tilburg (stedelijk water), Waterschap De Dommel

Bruto oppervlakte

Ca. 2000m²

Afvoerende oppervlakte

Ca. 1100m² bebouwd + erf ca. 900m² verhard

Terreinhoogte

Ca. 10,00+ NAP

Maatgevende grondwaterstand

Ca. 9,10+ NAP

Ontwateringdiepte

Ca. 0,9m (voldoende voor woning met of zonder kruipruimte)

Riolering

Gemengd stelsel in Kreitenmolenstraat

Afkoppelgebied

Niet van toepassing

Oppervlaktewater

Niet van toepassing

Keur beschermde gebieden

Niet van toepassing

 

Het wijzigingsplan betreft het onderling uitwisselen van de aanduidingen detailhandel en horeca in het gebouw Kreitenmolenstraat 56A, 56B, 56C. De horeca-functie (Shoarma Grillroom Star) zit nu in een unit in het achterste deel van het gebouw en wil verplaatsen naar een unit (56A) die nu een aanduiding voor detailhandel heeft en die direct grenst aan de Kreitenmolenstraat.

 

Duurzaam waterbeheer

Beleidskader

Het waterschap De Dommel heeft het Waterbeheerplan 'Waardevol Water' 2016 - 2021 vastgesteld. Tevens is het Provinciale Milieu en Waterplan 2016 - 2021 door de provincie Noord Brabant vastgesteld. Beide plannen lopen parallel met de 2e termijn van de Kaderrichtlijn Water. Het Waterbeheerplan is opgesteld vanuit de insteek van het waterschap : samen met gebruikers en (maatschappelijke) organisaties meer waarde geven aan water. Dit doet het waterschap vanuit vier uitgangspunten: 1) beekdalbenadering; 2) gebruiker centraal; 3) samen sterker; 4) gezonde toekomst. Naast dit beheerplan beschikt het waterschap over verschillende beleidsregels en van de Keur waterschap De Dommel (datum intrede 1 maart 2015), die van belang is voor eventuele ontwikkelingen.

Het waterbeleid van de gemeente Tilburg in het vGRP 2016-2020, vastgesteld november 2016. Bij de totstandkoming van dit beleid zijn de waterbeheerders nauw betrokken. De Omgevingsvisie 2040 is in september 2015 vastgesteld. Daarin zijn alle uitgangspunten en opgaven voor de komende decennia vastgelegd. Daarin wordt de vastgestelde visie verder afgewikkeld. In het vGRP is verder invulling aan het lange termijn beleid dat gestart is met het Waterplan (1997), het Waterstructuurplan (2002), Structuurvisie Water en Riolering 2010-2015 en voorgaande Gemeentelijk Rioleringsplannen.

 

Afwegingen

Het plan betreft alleen een functiewisseling, waarbij er niets veranderd aan de mate van bebouwing en verharding. Er is geen sprake van impact is op het watersysteem.

Punt van aandacht is de rioolaansluiting van de Grill Room. De vetafscheider dient inpandig te worden aangelegd, zodat het vet afgescheiden wordt van het overige vuilwater, voordat het geloosd wordt op de gemengde riolering aan de Kreitenmolenstraat.

 

Watertoets

Aangezien er geen sprake is van waterbelangen in het plangebied, hebben waterschap De Dommel en gemeente besloten de watertoets maximaal verkort te volgen. Hierdoor wordt deze waterparagraaf direct verwerkt in het ontwerpplan, zoals in eerder gemaakte afspraken om het vooroverleg vereenvoudigd te volgen. Het waterschap kan naderhand een voorlopig wateradvies verstrekken ten behoeve van de terinzagelegging.

Hoofdstuk 6 Juridische regelgeving

 

6.1 Indeling van de regels

In dit wijzigingsplan worden de regels van het moederplan Udenhout Beschermd Dorpsgezicht van overeenkomstige toepassing verklaard. De regels bij het wijzigingsplan bestaan uit twee artikelen.

 

Het eerste artikel benoemt de bij het wijzigingsplan behorende verbeelding, die voor het betreffende perceel in plaats treedt van de verbeelding bij het bestemmingsplan "Udenhout Beschermd Dorpsgezicht". Verder worden de regels van het bestemmingsplan Udenhout beschermd dorpsgezicht van toepassing verklaard.

Het tweede artikel bepaalt dat het wijzigingsplan kan worden aangehaald als Udenhout beschermd dorpsgezicht, 1e wijziging (Kreitenmolenstraat 56A, 56B, 56C).

6.2 Procedure

Voor dit wijzigingsplan geldt de procedure zoals opgenomen in artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening. Deze procedure verloopt als volgt:

het ontwerp wijzigingsplan ligt gedurende zes weken ter inzage;

  1. Burgemeester en wethouders geven tevoren kennis van de terinzagelegging in een of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze;

  2. de kennisgeving houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het schriftelijk kenbaar maken van zienswijzen bij het college tegen het ontwerp wijzigingsbesluit, gedurende onder a. genoemde termijn;

  3. indien tegen het ontwerp wijzigingsplan zienswijzen zijn kenbaar gemaakt, wordt het besluit met redenen omkleed;

  4. Burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen hebben kenbaar gemaakt de beslissing daaromtrent mede en stellen het wijzigingsplan, al dan niet gewijzigd, vast.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid

Met de initiatiefnemer is een overeenkomst tegemoetkoming in planschade gesloten.

Voor de bestemmingsplanwijziging zijn leges verschuldigd. De verschuldigde leges zijn voldaan. Het plan is derhalve economisch uitvoerbaar.

Aangezien het verhaal van kosten anderszins verzekerd is, het bepalen van een tijdvak of fasering en het stellen van eisen en regels als bedoeld in artikel 6.13 tweede lid Wro niet noodzakelijk is, is er geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wro opgesteld.

 

Hoofdstuk 8 Burgerparticipatie en overleg

 

8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro

Artikel 1.3.1 van het Bro verplicht bestuursorganen, die een structuurvisie of een bestemmingsplan voorbereiden, waarbij sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling en waarbij geen milieu-effectrapport wordt opgesteld, kennis te geven van het voornemen te komen tot vaststelling van die structuurvisie of dat bestemmingsplan. In casu is het voornemen te komen tot vaststelling van het voorliggende wijzigingsplan Udenhout beschermd dorpsgezicht, 1e wijziging (Kreitenmolenstraat 56A, 56B, 56C) op 4 december 2015 gepubliceerd in het Gemeenteblad.

8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Het plangebied voor het wijzigingsplan ligt in stedelijk gebied. Omdat er met dit wijzigingsplan geen rijksbelangen en provinciale belangen zijn gemoeid, is toezending aan de betreffende instanties niet nodig.

Met het waterschap De Dommel is afgesproken om in dit geval een vereenvoudigde procedure te volgen. Dat houdt in dat het wateradvies direct na terinzagelegging van het ontwerp-wijzigingsplan wordt verstrekt.

8.3 Burgerparticipatie

Omdat het om een beperkte aanpassing van het bestemmingsplan gaat, is een beperkte vorm van burgerparticipatie nodig.

De initiatiefnemer heeft uitvoering gegeven aan het bepaalde in de door de raad vastgestelde Handreiking Burgerparticipatie. De initiatiefnemer heeft buurtbewoners per brief geïnformeerd over de plannen. Buurtvereniging "Onder Ons" heeft initiatiefnemer laten weten dat zij kennis heeft genomen van de brief van de initiatiefnemer. Buurtvereniging "Onder Ons" heeft tevens laten weten dat zij bij de procedure van de bestemmingsplanwijziging nader zal reageren, indien zij dat op grond van nadere informatie nodig acht.

8.4 Zienswijzen

Het ontwerp-wijzigingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen, te weten van 2 mei 2016 tot en met 13 juni 2016. Tijdens deze periode is één zienswijze ingediend die door bewoners van tien nabij gelegen woningen is ondertekend. De zienswijze is ontvankelijk en wordt in Bijlage 3 Notitie behandeling zienswijzen van bestemmingsplan Udenhout beschermd dorpsgezicht, 1e wijziging (Kreitenmolenstraat 56A, 56B, 56C) zakelijk weergegeven, met daarbij het standpunt van het gemeentebestuur over die zienswijze.

 

N.B.: in verband met de toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens is de zienswijze van natuurlijke personen geanonimiseerd weergegeven.