direct naar inhoud van Artikel 9 Natuur - Landgoed
Plan: Witbrant Koolhoven 2012
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BSP2011008-e001

Artikel 9 Natuur - Landgoed

9.1 Bestemmingsomschrijving
9.1.1 Functie

De voor 'Natuur - Landgoed' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natuur en/of het bos/de bosschages en de bijbehorende bosgroeiplaats;
  • b. behoud, herstel en/of ontwikkeling van landschappelijke waarden en/of natuurwaarden;
  • c. behoud, herstel en/of ontwikkeling van een landgoed of een landgoederenzone;
  • d. recreatief nachtverblijf in de vorm van logies en ontbijt (bed & breakfast), waarbij de totale gezamenlijke voor deze functie gebruikte vloeroppervlakte per woning niet meer mag bedragen dan 5 eenheden met in totaal een maximum vloeroppervlakte van 200 m²;
  • e. aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit;
  • f. bijbehorende en ondergeschikte tuinen en erven;
  • g. bijbehorende en ondergeschikte verharde en onverharde paden, wegen en parkeervoorzieningen;
  • h. bijbehorende en ondergeschikte groenvoorzieningen;
  • i. bijbehorende en ondergeschikte speelvoorzieningen;
  • j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • k. bijbehorende en ondergeschikte objecten voor beeldende kunst;
  • l. extensief recreatief medegebruik;
  • m. bouwwerken van algemeen nut.
9.1.2 Functie-aanduidingen

Ter plaatse van de aanduiding:

  • a. Ter plaatse van de aanduiding manege (ma) zijn de voor Natuur-Landgoed aangewezen gronden mede bestemd voor een manege;
  • b. Ter plaatse van de aanduiding maatschappelijk (m) zijn de voor Natuur-Landgoed aangewezen gronden mede bestemd voor maatschappelijke voorzieningen waarbij uitsluitend opleidingsinstituten zijn toegestaan alsmede medische voorzieningen niet zijnde verblijfsvoorzieningen, voor zover deze niet als geluidsgevoelig in de zin van de Wet geluidhinder zijn aan te merken;
  • c. Ter plaatse van de aanduiding congrescentrum (coc) zijn de voor Natuur-Landgoed aangewezen gronden mede bestemd voor congrescentra/conferentieoorden;
  • d. Ter plaatse van de aanduiding paardenhouderij (ph) zijn de voor Natuur-Landgoed aangewezen gronden mede bestemd voor een paardenhouderij;
  • e. Ter plaatse van de aanduiding recreatie (r) zijn de voor Natuur-Landgoed aangewezen gronden mede bestemd voor recreatieve voorzieningen voor zover sprake is van dagrecreatieve voorzieningen en recreatief medegebruik en evenementen;
  • f. Ter plaatse van de aanduiding horeca (h) zijn de voor Natuur-Landgoed aangewezen gronden mede bestemd voor horeca tot ten hoogste categorie 2;
  • g. Ter plaatse van de aanduiding bedrijfswoning (bw) zijn de voor Natuur-Landgoed aangewezen gronden mede bestemd voor bedrijfswoningen;
  • h. Ter plaatse van de aanduiding woning (w) zijn de voor Natuur-Landgoed aangewezen gronden mede bestemd voor woningen;
  • i. Ter plaatse van de aanduiding bijgebouwen (bg) zijn de voor Natuur-Landgoed aangewezen gronden mede bestemd voor bijgebouwen;
  • j. Ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van bedrijf-productiebedrijf aanhangwagens (sb-paw) zijn de voor Natuur-Landgoed aangewezen gronden mede bestemd voor een productiebedrijf in aanhangwagens;
  • k. Ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van sport-rijhal (sp-rh) zijn de voor Natuur-Landgoed aangewezen gronden mede bestemd voor een rijhal;
  • l. Ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van recreatie-rijbak (sr-rb) zijn de voor Natuur-Landgoed aangewezen gronden mede bestemd voor een rijbak.
9.2 Bouwregels
9.2.1 Algemeen

Voor het bouwen gelden in het algemeen de volgende regels:

  • a. bestaande bebouwing, welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht.
9.2.2 Specifieke bouwaanduidingen

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwwerk geen gebouw zijnde' zijn de voor Natuur-Landgoed aangewezen gronden mede bestemd voor een overkapping met een open constructie, niet zijnde een gebouw.

9.2.3 (Bedrijfs)woningen

Voor het bouwen van (bedrijfs)woningen gelden de volgende regels:

  • a. per bouwvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één woning toegestaan, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. (Bedrijfs)woningen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • b. het bebouwingspercentage mag 100 bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven;
  • c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 7 m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven;.
  • d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11 m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven;
  • e. de inhoud van de (bedrijfs)woning mag niet meer bedragen dan 750 m³, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven.
9.2.4 Manege

Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'manege' gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het bebouwingspercentage mag 100 bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven;
  • c. de bouw- en/of goothoogte mag niet meer bedragen dan het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven maximum;
9.2.5 Rijhal

Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport-rijhal' gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het bebouwingspercentage mag 100 bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven;
  • c. de bouw- en/of goothoogte mag niet meer bedragen dan het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven maximum;
9.2.6 Overkapping

Voor het bouwen ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'bouwwerk geen gebouw zijnde' gelden de volgende regels:

  • a. bouwwerken moeten binnen het bestemmingsvlak met de aanduiding 'bouwwerk geen gebouw zijnde' worden gebouwd;
  • b. de oppervlakte mag maximaal 2275 m² bedragen;
  • c. de bouw- en/of goothoogte mag niet meer bedragen dan het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven maximum;
9.2.7 Productiebedrijf aanhangwagens

Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'productiebedrijf aanhangwagens' gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het bebouwingspercentage mag 100 bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven;
  • c. de bouw- en/of goothoogte mag niet meer bedragen dan het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven maximum;
9.2.8 Recreatie, maatschappelijk, conferentiecentrum en horeca

Voor het bouwen ter plaatse van de aanduidingen 'recreatie', 'maatschappelijk', 'conferentiecentrum' en 'horeca' gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het bebouwingspercentage mag 100 bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven;
  • c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 7 m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven;.
  • d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11 m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven;
9.2.9 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij (bedrijfs)woningen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen gelden de volgende regels:

  • a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen dienen op een afstand van tenminste 2 m achter de voorgevelrooilijn van de woning te worden gebouwd.
  • b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m, tenzij door middel van een
    maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven.
  • c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven.
  • d. de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de woning mag niet meer bedragen dan
    30 m.
  • e. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 75 m², tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven.
9.2.10 Bouwwerken van algemeen nut

Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels:

  • a. de maximale bouwhoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5 m;
  • b. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50 m².
9.2.11 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de op grond van 9.1.1 en 9.1.2 toegelaten functies.
  • b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m.
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven.
9.2.12 Ondergronds bouwen

Op de gronden binnen deze bestemming mag ondergronds worden gebouwd, met dien verstande dat:

  • a. op plaatsen waar hoofd- en bijgebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd, eveneens ondergronds mag worden gebouwd, en daarnaast direct aansluitend in- en uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken mogen worden gebouwd en
  • b. de verticale diepte niet meer mag bedragen dan 3,5 m.
9.3 Afwijken van de bouwregels
9.3.1 Algemeen

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van:

  • a. het bepaalde in 9.2.9 voor het bouwen van een bijgebouw op een afstand van meer dan 30 m van de woning, mits dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel.
  • b. het bepaalde in 9.2.10 voor het bouwen van onoverdekte zwembaden, mits:

1. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder bedraagt dan 5 m en

2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 0,5 m en

3. de oppervlakte van het zwembad niet meer bedraagt dan 10% van de oppervlakte van het

bouwblok, met een maximum van 500 m² en

4. het zwembad op een afstand van maximaal 30 m van de woning wordt gesitueerd en

5. de in het omliggende gebied aanwezige waarden niet in onevenredige mate worden

aangetast en

6. sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het zwembad en

7. het stedenbouwkundige beeld niet in onevenredige mate wordt aangetast en

8. de belangen van derden niet in onevenredige mate worden geschaad.

  • c. het bepaalde in 9.2.11 voor het bouwen van terreinafscheidingen met een hoogte van
    maximaal 3 m, mits het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld en de verkeersveiligheid niet onevenredig worden aangetast.
9.4 Specifieke gebruiksregels
9.4.1 Strijdig gebruik

Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in elk geval begrepen:

  • a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor
      • de uitoefening van enige tak van handel (inclusief detailhandel);
      • nijverheid;
      • dienstverlening;
      • de uitoefening van een ambachtelijk, industrieel of agrarisch bedrijf;
      • zelfstandige kantoren of zelfstandige kantoorruimten;
      • horecadoeleinden;
  • b. het splitsen van een woning in twee of meer woonruimten dan wel het gebruik van aan- of uitbouwen en bijgebouwen bij een woning als zelfstandige of afhankelijke woonruimte;
  • c. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming;
  • d. het opgeslagen hebben en/of houden van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming;
  • e. het opgeslagen hebben en/of houden van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming;
  • f. het gebruik van ruimten binnen een woning en/of bijgebouwen bij de woning voor publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten.
9.4.2 Gebruik overeenkomstig de bestemming

Het gebruik van ruimten binnen de woning en in de bijgebouwen bij de woning ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie, mits:

  • a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen tot ten hoogste 80 m² wordt gebruikt voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit en
  • b. degene die de activiteiten in de woning uitvoert, tevens de bewoner van de woning is en
  • c. geen sprake is van op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e. van de Wabo vergunningplichtige of van uit oogpunt van milieu meldingsplichtige activiteiten en
  • d. het gaat om bedrijfsactiviteiten, die vallen onder de categorieën 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, die bij dit bestemmingsplan is gevoegd en
  • e. geen sprake is van detailhandel.
9.4.3 Toegestaan afwijkend gebruik

Incidenteel - op basis van een daartoe verleende evenementenvergunning - van de bestemming Natuur-Landgoed al dan niet met de aanduiding manege afwijkend gebruik t.b.v. (paardensport) evenementen e.d. is toegestaan.

Tevens is -op basis van een daartoe verleende evenementenvergunning - ten behoeve van incidenteel en kortstondig afwijkend gebruik van de bestemming Ntauur-Landgoed al dan niet met de aanduiding manege (zowel overdekt als in de openlucht), het plaatsen van tijdelijke onderkomens e.d. toegestaan ten behoeve van feestactiviteiten met een besloten karakter waarbij tevens een directe relatie bestaat met de manege, met dien verstande dat:

  • a. aan deze vergunning voorwaarden kunnen worden verbonden ter beperking van onaanvaardbare overlast van de (woon)omgeving, onder meer voor wat betreft parkeren, geluidhinder, situering van tijdelijke onderkomens e.d.;
  • b. overnachtingen in welke vorm dan ook, niet zijn toegestaan.
9.5 Afwijken van de gebruiksregels
9.5.1 Binnenplans afwijken t.b.v. publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 9.4.1 ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen een woning en/of bijgebouwen bij de woning voor publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits:

  • a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen tot ten hoogste 80 m² wordt gebruikt voor de aan huis verbonden publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit en
  • b. degene die de activiteiten in de woning uitvoert, tevens de bewoner van de woning is en
  • c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse en
  • d. de activiteit qua aard, omvang en uitstraling past binnen de omgeving en
  • e. geen sprake is van een op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e. van de Wabo vergunningplichtige activiteit en
  • f. het gaat om bedrijfsactiviteiten, die vallen onder de categorieën 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, die bij dit bestemmingsplan is gevoegd en
  • g. geen sprake is van detailhandel, uitgezonderd een beperkte verkoop, ondergeschikt aan de publieksaantrekkende activiteit.
9.5.2 Binnenplans afwijken t.b.v. afhankelijke woonruimte (mantelzorgregeling)
  • a. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 9.1.1 en 9.4.1 ten behoeve van het tijdelijk in gebruik nemen van een (vrijstaand) bijgebouw dan wel aan- of uitbouwen als afhankelijke woonruimte, mits:
    • 1. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg (zie ook onder b en c);
    • 2. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonende en omliggende (agrarische) bedrijven;
    • 3. de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake aan- en uitbouwen en bijgebouwen wordt ingepast en daarnaast in elk geval maximaal 80 m² bedraagt. In uitzonderlijke gevallen kan deze worden vergroot tot 100 m2 mits de oppervlakte van het erf groter is dan 500 m2 en indien de volledige woonfunctie (woon-/eetkamer, keuken, badkamer, slaapkamer) op de begane grond wordt gesitueerd;
    • 4. de aanvrager een overeenkomst met de gemeente Tilburg afsluit, waaruit blijkt dat de aanvrager - en zijn rechtverkrijgenden middels een op te nemen kettingbeding - zich verplicht(en) de mantelzorgruimte niet afgesplitst van de woning aan derden te verkopen met daaraan gekoppeld een door de gemeente direct opeisbare boete van € 100.000,-- bij niet nakoming;
  • b. Naast de onder a genoemde voorwaarden gelden als aanvullende voorwaarden dat:
    • 1. de zorgvrager deel gaat uitmaken van de huishouding van de mantelzorger(s);
    • 2. de zorgbehoefte minimaal 8 uur per week betreft en verder een periode van minimaal 3 maanden zal beslaan;
    • 3. de mantelzorger(s) in staat is/zijn om minimaal 8 uur per week in de zorgbehoefte te voorzien en dat ook zal/zullen doen.
  • c. Alvorens het bevoegd gezag beslist op een verzoek om omgevingsvergunning wordt advies ingewonnen bij het Expertisecentrum Familiezorg.
  • d. Het bevoegd gezag neemt in een te verlenen omgevingsvergunning op dat als de noodzaak van mantelzorg is komen te vervallen het gebruik van de betreffende ruimte als afhankelijke woonruimte wordt beëindigd en dit ook wordt gemeld aan de gemeente Tilburg en dat in dat geval indien die woonruimte een aan - of uitbouw betreft het keukenblok met de daarbij beho-rende leidingen dient te worden verwijderd of indien de mantelzorgruimte een (vrijstaand) bijgebouw betreft het keukenblok en de badkamerinrichting met bijbehorende leidingen dienen te worden verwijderd.
9.5.3 Binnenplans afwijken t.b.v. woningsplitsing

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 9.1.1 en 9.4.1 ten behoeve van het splitsen van een woning in ten hoogste twee wooneenheden, mits:

  • a. de bouwmassa van de te splitsen woning een inhoud heeft van ten minste 900 m³ en
  • b. door de splitsing maximaal twee zelfstandige en volwaardige woningen ontstaan met elk een inhoud van ten minste 400 m³ en
  • c. de oppervlakte aan bijgebouwen bij de oorspronkelijke woning door sloop van overtollige bebouwing wordt teruggebracht tot maximaal 75 m², met dien verstande dat cultuurhistorisch waardevolle bebouwing niet gesloopt mag worden en
  • d. een passende inpandige of ondergrondse parkeervoorziening wordt gerealiseerd en
  • e. het perceel niet door middel van fysieke maatregelen wordt gesplitst en
  • f. de nieuwe woning(en) aanvaardbaar is (zijn) uit oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat en
  • g. het bestaande architectonische karakter van de woning c.q. het landhuis en de daaraan verbonden cultuurhistorische waarden niet worden aangetast.

9.5.4 Binnenplans afwijken t.b.v. opleidingsinstituten, conferentieoorden, medische voorzieningen, recreatieve- en horecavoorzieningen

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwjken van het bepaalde in 9.1.2. voor het bouwen ten behoeve van de functies zoals genoemd in artikel 9.1.2 sub b, c en e en voor horeca tot ten hoogste categorie 3, waarbij discotheken, bar-dancings, nachtcafé's en een bordeel/nachtclub zijn uitgesloten, onder de volgende voorwaarden:

1.

  • a. de afwijking uitsluitend mag worden verleend op de gronden met de aanduiding WRO-zone-ontheffingsgebied;
  • b. b.het oppervlak van het bouwperceel bedraagt ten minste 2 ha;
  • c. minimaal 50% van het perceel is bebost, dan wel wordt met bomen beplant, met dien verstande dat ten tijde van de tervisielegging van het ontwerpplan bestaande bosopstanden dienen te worden gehandhaafd;
  • d. tussen de naastgelegen bebouwing en de bebouwing op het perceel dient ten minste een afstand van 75m in acht te worden genomen;
  • e. er mag niet gebouwd worden voor de lijn die aangeduid staat op bijlage 7 bij de regels (lijn betreft afstand van 50 meter ten opzichte van de oorspronkelijke plangrens van het bestemmingsplan 'De Wijk)'(Bebouwingsvrije zone);
  • f. er worden geen woningen gebouwd;
  • g. maximaal 5,5% van de gronden mag worden bebouwd;
  • h. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 7 meter;
  • i. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11 meter;

2. en er moet een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten en structuren van het gebied (zoals bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie) zijn of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied waarop de ontwikkeling haar werking heeft, zoals aangegeven in de verordening Ruimte zoals vastgesteld op 11 mei 2012. Zulks dient te gebeuren op basis van een door de gemeente goedgekeurd landschapsplan.

9.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
9.6.1 Werken en werkzaamheden

Het is verboden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m2 per perceel of met meer dan 0,40 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd;
  • b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,40 m onder maaiveld;
  • c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren;
  • d. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling;
  • e. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie;
  • f. het permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten van grasland naar een andere bodemcultuur;
  • g. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen;
  • h. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, voor zover groter dan 100 m2 per perceel;
  • i. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem;
9.6.2 Uitzonderingen

Het in 9.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:

  • a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen. Met betrekking tot het verwijderen van opgaand houtgewas wordt hier in elk geval onder verstaan het verwijderen van opgaand houtgewas bij wijze van verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei en/of de kwaliteit van de overblijvende houtopstand (dunning), het verwijderen van opgaand houtgewas ingevolge de Plantenziektenwet en het verwijderen van opgaand houtgewas, ten aanzien waarvan ingevolge de Boswet een melding moet worden verzonden en/of vergunningplicht bestaat ingevolge de gemeentelijke Bomenverordening;
  • b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
9.6.3 Toelaatbaarheid

De in 9.6.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in 9.1.1 en 9.1.2 genoemde waarden en/of functies. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij het waterschap, voor zover de afweging mede betrekking heeft op hydrologisch waardevol gebied, en bij het gemeentelijke Team ABC, voor zover de afweging mede betrekking heeft op cultuurhistorisch waardevol gebied.

9.7 Wijzigingsbevoegdheid
9.7.1 Wijziging naar bestemming 'Natuur' of 'Bos'

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemmingen 'Natuur' en/of 'Bos' ten behoeve van behoud en/of ontwikkeling van natuur en/of bos, met dien verstande dat de wijziging uitsluitend plaats kan vinden ten behoeve van de realisatie van vastgesteld natuur- en landschapsbeleid, zoals het beleid voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), een ecologische verbindingszone, het landschappelijk raamwerk en natuur- en/of landschapscompensatie.

9.7.2 Wijziging naar bestemming 'Water'

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Water' ten behoeve van behoud en/of ontwikkeling van water, met dien verstande dat de wijziging uitsluitend plaats kan vinden ten behoeve van de realisatie van vastgesteld natuur- en landschapsbeleid, zoals het beleid voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), een ecologische verbindingszone, het landschappelijk raamwerk, natuur- en/of landschapscompensatie, beekherstel, waterberging, waterzuivering en/of een ander waterbelang.

9.7.3 Verwijderen aanduiding productiebedrijf aanhangwagens

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf-productiebedrijf in aanhangwagens" te verwijderen als de activiteit ter plaatse gedurende een half jaar is beeindigd en er geen redenen zijn om aan te nemen dat de activiteit binnen een redelijke termijn wordt voortgezet.