direct naar inhoud van 9.4 Zienswijzen
Plan: Bedrijventerrein Enschotsebaan
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BSP2009002-e001

9.4 Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8. van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), gedurende zes weken ter inzage gelegen, te weten van 9 april 2010 tot en met 20 mei 2010. Tijdens deze periode zijn er 4 zienswijzen ingediend. Deze worden hieronder zakelijk weergegeven, met daarbij het uiteindelijke standpunt van het gemeentebestuur ten aanzien van die zienswijzen.

N.B: in verband met de toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn de zienswijzen van natuurlijke personen geanonimiseerd weergegeven (zulks o.a. n.a.v. een bericht van de VNG van 2 oktober 2009).

Zienswijze 1:

De indiener stelt dat, op basis van het bepaalde in artikel 25 BABW, de gemeente verkeersmaatregelen moet nemen om de verkeerssituatie op de kruising Rauwbrakenweg en Koningsoordlaan veilig te maken (i.c. verkeer vanaf de overgang dient voorrang te krijgen).

Standpunt van het college van Burgemeester en Wethouders:

De situatie, dat gemotoriseerd verkeer het spoor kruist, is nog een tijdelijke situatie. In de toekomst zal dit probleem niet spelen omdat deze spoorwegovergang komt te vervallen voor gemotoriseerd verkeer. De spoorwegovergang komt te vervallen op het moment dat de Koningsoordlaan verder zijn aansluiting krijgt in het plangebied overhoek Koningsoord. In de tijdelijke situatie dat de Koningsoordlaan eindigt bij de aansluiting Rauwbrakenweg, zal er een 'knip' worden aangebracht ter hoogte van deze kruising, zodat verkeer komende vanuit de spoorwegovergang altijd de Koningsoordlaan op moeten draaien. Door deze maatregel is de verkeersveiligheid op de spoorwegovergang gegarandeerd. Het is niet noodzakelijk deze maatregelen in het bestemmingsplan op te nemen.

Conclusie:

De zienswijze is gedeeltelijk gegrond, maar zal niet leiden niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.

Zienswijze 2:

De indiener stelt dat, met betrekking tot de 8” PRB-leiding die door het plangebied loopt, de volgende zaken in acht dienen te worden genomen:

  • 1. Het huidige tracé van de PRB-leiding dient, met de daarbij behorende belemmeringenstrook, op de plankaart te worden opgenomen;
  • 2. Kwetsbare objecten moeten worden uitgesloten binnen de 10-6 plaatsgebonden risicocontour, beperkt kwetsbare objecten zijn onder zwaarwegende motivatie wel toegestaan;
  • 3. Bij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten dient binnen het invloedsgebied van de PRB-leiding het groepsrisico te worden vastgesteld, waarbij een verantwoordingsplicht t.o.v. de oriëntatiewaarde geldt voor het gemeentebestuur;
  • 4. In de toelichting van het bestemmingsplan dienen de relevante kenmerken van de PRB-leiding correct te worden opgenomen: eigenaar/beheerder is Petrochemical Pipeline Services BV, de diameter is 8 inch, de ontwerpdruk is 80 bar en de getransporteerde vloeistof is naftaleen – K1 vloeistof.

Standpunt van het college van Burgemeester en Wethouders:

  • 1. Op de verbeelding van het bestemmingsplan is het nieuwe tracé van de PRB-leiding, inclusief de daarbij behorende belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden opgenomen. Voor zover de bestaande leiding nog niet is verlegd naar het nieuwe tracé, geldt het overgangsrecht en daarmee de bepalingen voor de leiding conform vigerend bestemmingsplan. Gezien het feit dat de verlegging van de PRB-leiding noodzakelijk is voor het aanleggen van een afrit van de Burgemeester Bechtweg en de uitvoer hiervoor gepland staat in 2012, is het juridisch toegestaan om het huidige tracé onder het overgangsrecht te laten vallen;
  • 2. Op de verbeelding is de externe veiligheidszone van de PRB-leiding weergegeven (gebiedsaanduiding 'veiligheidszone-bevi'). In de regels is opgenomen dat binnen deze zone geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten mogen worden opgericht;
  • 3. Zoals al aangegeven onder b. is het niet mogelijk om nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten op te richten binnen het invloedsgebied van de PRB-leiding. Hierdoor is er geen verantwoordingplicht van toepassing;
  • 4. De toelichting bij het bestemmingsplan zal, daar waar nodig (paragraaf 5.11 van de toelichting), worden aangepast met de juiste gegevens.

Conclusie:

De zienswijze is gedeeltelijk gegrond en leidt tot enkele tekstuele aanpassingen in de toelichting van het bestemmingsplan. Er vinden geen wijzigingen plaats, die significante inhoudelijke gevolgen hebben voor de ontwikkeling.

Zienswijze 3:

De zienswijze is ondertekend door 33 personen. De indieners stellen dat:

  • 1. Het bestemmingsplan innerlijke strijdigheden bevat ten aanzien van de ontsluiting van de noordelijke kantoren op de gebiedsontsluitingsweg (GOW) en op de Rauwbrakenweg. Het is indieners niet helder hoe de verkeerstructuur zal lopen en met name of een ontsluiting via de Rauwbrakenweg gerealiseerd zal worden. Een verbinding tussen GOW en Rauwbrakenweg zal volgens indieners leiden tot een niet acceptabele verkeerssituatie. Daarom vragen indieners de regels te schrappen, die het mogelijk maken een gebiedsontsluitingsweg aan te leggen binnen de bestemming kantoren (9.1.1.c) en die het mogelijk maken een ontsluiting op de Rauwbrakenweg te realiseren (9.5.3.j);
  • 2. Indieners stellen dat in het bestemmingsplan in artikel 4 bedrijven worden toegelaten tot en met milieucategorie 5 en bouwhoogten tot 25 en 30 meter. Indieners verzoeken artikel 4 te herschrijven naar de doel en strekking van het bestemmingsplan, dat wil zeggen milieucategorie 2 en 3;
  • 3. Op diverse plekken in het bestemmingsplan tekst staat, die inhoudelijk en/of formeel niet correct is. Indieners verzoeken dit aan te passen.

Standpunt van het college van burgemeester en wethouders:

  • 1. De ontsluiting van het bedrijventerrein, en daarmee ook de strook kantoren langs de Rauwbrakenweg in het noorden van het plangebied, vindt plaats op de gebiedsontsluitingsweg (GOW, deze weg zal de naam “Koningsoordlaan” krijgen). Voor deze strook kantoren geldt, dat de gebouwen naar verwachting niet individueel op de GOW aangesloten kunnen worden omdat er daarmee te veel inritten direct aantakken op de GOW. Daarom krijgt deze strook kantoren, ook wanneer hier een dierenkliniek en/of tandarts wordt gevestigd, een ontsluiting op een éénrichtingsweg die binnen de bestemming kantoren loopt. Deze éénrichtingsweg takt aan op de GOW. Binnen de bestemming “Kantoor” is in het bestemmingsplan de functie van “gebiedsontsluitingswegen” (artikel 9.1.1.c) toegevoegd om het mogelijk te maken de gebiedsontsluitingsweg binnen deze bestemming te realiseren. Dit geldt voor de zuidelijke kantoorlocatie, maar ook voor de noordelijke kantoorlocatie langs de Rauwbrakenweg. Doel hiervan is het mogelijk maken van het doortrekken van de GOW richting de nieuwe wijk Koningsoord. De GOW loopt hierdoor vanaf het bedrijventerrein in noordelijke richting, direct naast en parallel aan het spoor. In figuur 3.6 op pagina 33 van de toelichting is dit weergegeven. Er is in geen geval sprake van een verbinding tussen GOW en Rauwbrakenweg. Op pagina 79 van de toelichting en artikel 9.5.3.j van de regels is dit abusievelijk verkeerd aangegeven, daar waar hier “Rauwbrakenweg” staat zal dit worden vervangen door “gebiedsontsluitingsweg”. Afhankelijk van de functies, die op de noordelijke kantorenstrook gevestigd gaan worden, zal nader bekeken moeten worden of een toegang vanaf de Rauwbrakenweg gewenst is. Bijvoorbeeld bij een tandarts, zullen mensen uit Berkel-Enschot mogelijk de Rauwbrakenweg gebruiken om bij de tandarts te komen. Om wildparkeren en overlast te voorkomen, zal bij dergelijke functies nagedacht moeten worden over een mogelijke toegang en/of parkeerplekken vanaf de Rauwbrakenweg. Echter, in geen enkel geval mag en zal een dergelijke toegang in verbinding staan met het verkeer vanaf de Koningsoordlaan, ook niet door bijv. een gezamenlijke parkeerplaats;
  • 2. Artikel 4 in de regels betreft de regels voor de bestemming “Bedrijventerrein” Op de verbeelding is te zien, dat deze bestemming alleen in het uiterste westen, ten westen van de Burgemeester Bechtweg ligt. Deze 'driehoek' betreft een klein deel van industrieterrein Loven, die is meegenomen in dit bestemmingsplan vanwege de verplaatsing van de PRB-leiding. De regels voor de bestemming “Bedrijventerrein” zijn gelijk aan de huidige regels voor industrieterrein Loven. Voor het bedrijventerrein Enschotsebaan is de bedrijvenbestemming vastgelegd in de bestemming “Bedrijf” (artikel 3 van de regels). In deze bestemming zijn bedrijven tot maximaal milieucategorie 3.2 toegestaan, analoog aan de vrijstelling uit 2008.
  • 3. Het bestemmingsplan is integraal doorgenomen, waarbij niet correcte verwijzingen en tekstuele onjuistheden zijn aangepast.

Conclusie:

De zienswijze is gedeeltelijk gegrond en leidt tot enkele tekstuele aanpassingen van het bestemmingsplan. Er vinden geen wijzigingen plaats, die significante inhoudelijke gevolgen hebben voor de ontwikkeling.

Zienswijze 4:

De indieners stellen dat het onacceptabel is om ten westen van de Burgemeester Bechtweg een aansluiting op deze weg en een 150 kV station te realiseren, om de volgende redenen:

  • a. De begrenzing van het plangebied Enschotsebaan, zoals weergegeven op pagina 9 van het ontwerpbestemmingsplan, stelt dat de Burgemeester Bechtweg de westelijke grens vormt van het plangebied. De locatie voor het 150 kV station en de aansluiting vallen buiten dit plangebied;
  • b. In de Ruimtelijke structuurvisie Tilburg 2020 en de Structuurvisie Noordoost 2020 is aangegeven dat de locatie voor het 150 kV station een agrarische en ecologische functie hebben en behouden. Dit strook niet met het realiseren van bovengenoemde functies conform het bestemmingsplan;
  • c. De realisatie van een 150 kV station is niet in overeenstemming met de Ruimtelijke Structuurvisie, waarin aan het gebied de Overhoeken voor bedrijvigheid de segmentering lokaal/kleinschalig is toegekend;
  • d. De Burgemeester Bechtweg vormt de begrenzing van het MER Overhoeken. De locatie ten westen van deze weg maakt geen onderdeel uit van het MER, terwijl de realisatie van een 150 kV-station grote gevolgen heeft voor het milieu;
  • e. De locatie valt buiten de begrenzing van het Beeldkwaliteitsplan Overhoeken Enschotsebaan, dat in 2010 is herzien;
  • f. Het flora- en faunaonderzoek en het akoestisch onderzoek zijn niet volledig, omdat de betreffende locatie niet hierin is meegenomen;
  • g. Het 150 kV station is niet meegenomen in onderzoeken naar luchtkwaliteit, geluid, bodem en gezondheid;
  • h. De realisatie van een 150 kV station past niet bij de omliggende omgeving (landbouwgrond en boerderijen) en is maar zeer beperkt landschappelijk inpasbaar. Ook de gemeente heeft nog geen ideeën over de landschappelijke inpassing. Het is in strijd met de rechtszekerheid om hierover nog geen duidelijkheid te hebben;
  • i. In het ontwerpbestemmingsplan is aangegeven dat een houtsingel geplant kan worden voor landschappelijke inpassing (pagina 37). Deze houtsingel komt echter niet terug op de verbeelding. Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnen mogen maximaal 15 meter respectievelijk 25 meter hoog worden, terwijl erf- en terreinafscheidingen maximaal 3 meter hoog mogen worden. Een houtsingel zal derhalve geen bijdrage leveren aan de uiterlijke verschijning;
  • j. Het is niet duidelijk op welke manier het 150 kV station gepositioneerd zal worden, dit leidt tot rechtsonzekerheid;
  • k. De ontsluiting van het bedrijventerrein Enschotsebaan dient plaats te vinden via de nieuwe aantakking op de Burgemeester Bechtweg. Deze aantakking is niet meegenomen in het bestemmingsplan, waardoor de realisatie hiervan allerminst zeker is. Gevolg van het niet realiseren van de aantakking is dat verkeer via de Enschotsebaan afgewikkeld moet worden, wat vanwege o.a. geluid en luchtkwaliteit niet mogelijk is.

Standpunt van het college van Burgemeester en Wethouders:

Algemene opmerking: de realisatie van het 150 kV station is noodzakelijk om het oosten van Tilburg en Berkel-Enschot in de toekomst te kunnen voorzien van voldoende elektriciteit: de nieuwe ontwikkelingen in Tilburg Noordoost en rondom Berkel-Enschot zorgen voor een grotere vraag naar elektriciteit in de toekomst en hiervoor dient de capaciteit van de stroomvoorzieningen vergroot te worden. De realisatie van het 150 kV station is daarom in algemene zin geen doel op zich, maar een ontwikkeling die volgt uit het ruimtelijke beleid van de gemeente en die noodzakelijk is om de nutsvoorzieningen binnen de gemeente op peil te houden. Het 150 kV station is daarom geen integraal onderdeel van de nieuwe wijk Enschotsebaan. Echter, omdat de realisatie van dit station noodzakelijk is, is dit meegenomen in het voorliggende bestemmingsplan.

Verder geldt, dat het op dit moment al mogelijk is, het 150 kV station te realiseren, omdat deze ontwikkeling reeds is opgenomen in de vrijstelling ex artikel 19 WRO uit 2008. Daarom staan in principe alleen de wijzigingen in het nieuwe bestemmingsplan ten opzichte van deze vrijstelling ter discussie.

  • a. Daar waar in de tekstuele toelichting van het bestemmingsplan gesproken wordt over de Burgemeester Bechtweg als westelijke grens, betreft het plangebied de nieuwe wijk Enschotsebaan. Het 150 kV station maakt in dit opzicht geen onderdeel uit van de nieuwe wijk, maar is een relatief zelfstandige ontwikkeling, nodig om de nutsvoorzieningen voor de Overhoeken ook in de toekomst te waarborgen. De begrenzing van de nieuwe wijk is in dit opzicht dan ook niet gelijk aan de begrenzing van het bestemmingsplan. Daar waar mogelijk zullen we de begrenzing van het plangebied in de toelichting verduidelijken;
  • b. De Ruimtelijke structuurvisie Tilburg 2020 en de Structuurvisie Noordoost 2020 zijn beleidsstukken op een relatief abstract niveau. Dit betekent, dat in deze structuurvisies de grote lijnen van de ruimtelijke ontwikkeling zijn geschetst en dat deze visies maar een beperkte mate van detail hebben. De realisatie van het 150 kV station is te kleinschalig om in een structuurvisie weer te geven, evenals bijvoorbeeld de grens van de milieucategorieën, een parkeerplaats of het type woningen. Dit zijn allen zaken die niet in een structuurvisie terug komen, maar wel in het bestemmingsplan staan. Tevens is reeds in het begin van deze beantwoording aangegeven, dat het 150 kV station een ontwikkeling is, die volgend is uit het ruimtelijke beleid en niet leidend. Er is daarom geen aanleiding het station op te nemen in een structuurvisie;
  • c. De segmentering gaat in op het type bedrijvigheid dat gewenst is in de nieuwe wijk Enschotsebaan. Het 150 kV station is een nutsvoorziening, die noodzakelijk is om in de toekomst de elektriciteitsvraag te kunnen beantwoorden. Net als bijvoorbeeld de aanleg van een ontsluitingsweg, is er voor dit 150 kV station geen keuze of het 150 kV station al dan niet 'gewenst' is. De realisatie van het station is noodzakelijk en nodig voor de totale ontwikkelingen in Noordoost. Het feit dat de locatie gelegen is nabij de huidige 150 kV hoogspanningsleiding, maakt dit de meest geschikte locatie in de omgeving;
  • d. De begrenzing van in het MER is gemaakt op basis van toen bestaande informatie. Toen het MER werd opgesteld was nog niet zeker of het 150 kV station op deze locatie gerealiseerd zou worden. Daarnaast geldt, dat het 150 kV station geen m.e.r.-(beoordelings)plicht heeft en daarom niet in een MER onderzocht hoeft te worden. De gevolgen voor het milieu zijn zeer beperkt; het 150 kV station is wat betreft milieueffecten vergelijkbaar met de toekomstige bedrijvigheid op het bedrijventerrein;
  • e. Het Beeldkwaliteitsplan is opgesteld voor de woonwijk en het bedrijventerrein Enschotsebaan, het 150 kV station maakt geen onderdeel uit van de woonwijk dan wel van het bedrijventerrein;
  • f. De locatie is onderzocht in het aanvullende flora- en fauna onderzoek, uitgevoerd door Arcadis in 2006. Dit onderzoek is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Uit dit aanvullende onderzoek blijkt dat er geen mogelijke knelpunten zijn voor de ontwikkeling van het 150 kV station. De Wet geluidhinder merkt een 150 kV station niet aan als een inrichting waarvoor het instelling van een geluidszone verplicht is. Hierdoor is het niet nodig een akoestisch onderzoek uit te voeren;
  • g. De locatie van het 150 kV station is, voor zover dit nodig is, onderzocht in de diverse onderzoeken (o.a. ecologie, bodem, water, archeologie). Verder wordt voor de milieu-aspecten aansluiting gezocht bij de handreiking bedrijven en milieuzonering van de VNG. Het 150 kV station heeft maximaal een milieucategorie 3.1. Op basis van deze maximale milieucategorie kunnen alle richtlijnen en normen ten aanzien van afstanden tot (beperkt) gevoelige bestemmingen gehaald worden;
  • h. De gemeente onderkent dat het 150 kV station wat betreft landschap niet goed past bij het agrarische karakter ten zuiden van het station (rondom de Enschotsebaan), maar is van mening dat er wel een goede landschappelijke aansluiting is met het bedrijventerrein Enschotsebaan in het oosten, industrieterrein Loven in het westen en de grootschalige infrastructuur in het gebied (Burgemeester Bechtweg, spoorlijn, 150 kV hoogspanning en 380 kV hoogspanning). De wijze waarop de landschappelijke inpassing exact vorm gegeven gaat worden is nog niet bekend maar dit is ook niet noodzakelijk in dit stadium. De rechtszekerheid kan indiener ontlenen aan dit bestemmingsplan, dat een hard ontwikkelkader geeft voor de toekomstige ontwikkelingen;
  • i. Een houtsingel is beplanting en beplanting wordt niet opgenomen op een verbeelding. De houtsingel zal niet alle gebouwen en bouwwerken (zoals een hoogspanningsmast) volledig kunnen onttrekken aan het zicht maar kan wel de activiteiten en lage installaties op het terrein onttrekken aan het zicht. Er wordt daarmee wel en bijdrage geleverd aan inpassing;
  • j. De indiener verkrijgt voldoende rechtszekerheid met dit bestemmingsplan. De exacte indeling van het station is nog niet bekend, maar de indiener kan wel uit dit bestemmingsplan opmaken wat de ontwikkeling maximaal zou kunnen zijn wat betreft locatie, bouwhoogte, bouwmassa etc.;
  • k. De aansluiting op de Burgemeester Bechtweg is niet in dit bestemmingsplan opgenomen, omdat het wat betreft aard en karakter beter aansluit bij de bestemmingsplannen voor de verbreding van de Burgemeester Bechtweg. Deze bestemmingsplannen zijn reeds in oktober 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Planologisch is de aansluiting echter ook al mogelijk gemaakt met de vrijstellingsprocedure uit 2008. De aansluiting kan derhalve al wel worden gerealiseerd, zelfs al zou de planvorming voor de Burgemeester Bechtweg vertraging krijgen.

Conclusie:

De zienswijze zal enkel leiden tot een paar tekstuele verduidelijkingen in het bestemmingsplan, maar geen significante wijzigingen, daarmee is de zienswijze ongegrond.