direct naar inhoud van Regels
Plan: Cultuurhistorie
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0848.BP152ERFGOED-VA01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

het bestemmingsplan 'Cultuurhistorie'met identificatienummer NL.IMRO.0848.BP152ERFGOED-VA01 van de gemeente Son en Breugel.

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regelsen de daarbij behorende bijlage.

Artikel 2 Toepassingsverklaring

Dit plan heeft betrekking op de volgende vigerende bestemmingsplannen van de gemeente Son en Breugel:

  • a. De verbeeldingen van de hiervoor genoemde bestemmingsplannen worden aangevuld met de verbeelding van dit bestemmingsplan. Voor het overige blijven de verbeeldingen van de bestemmingsplannen ongewijzigd van toepassing.
  • b. De regels van de hiervoor genoemde bestemmingsplannen worden aangevuld met de regels zoals opgenomen in Hoofdstuk 2. Voor het overige blijven de regels van de bestemmingsplannen ongewijzigd van toepassing.

Naam bestemmingsplan   Datum vaststelling  
Traverse e.o., 1e herziening   15 juni 1998  
Driehoek   27 januari 2011  
Son Centrum   31 maart 2011  
Ekkersrijt; Jansen Kanaaldijk Zuid 24   12 maart 2020  
Herziening bepaling wonen 2019   3 september 2020  
Gentiaan; IJssellaan-Afrikalaan ong.   22 augustus 2019  
Buitengebied Son en Breugel   7 februari 2013  
Buitengebied; Keske ong.   20 december 2018  
Buitengebied; Herziening 2017   10 januari 2019  
Son-Zuid; De Bontstraat - Kanaaldijk Noord   15 maart 2018  
Son Zuid; Molenstraat   28 juni 2018  
Breugel; Planetenlaan - Piet Heinlaan   28 juni 2018  
Ekkersrijt; herziening 2017   21 december 2017  
Bebouwde kommen; herziening 2017   21 december 2017  
Sonniuspark; Herziening 2017   21 december 2017  
Bestemmingsplan Son Centrum; Wilhelminalaan - Nieuwstraat   30 augustus 2017  
Buitengebied; Olen 5a en 5b   30 maart 2017  
Breugel; Sint Genovevastraat 41   17 november 2016  
Buitengebied Landgoed Oolen   6 oktober 2016  
Ekkersrijt; Prodrive   16 juni 2016  
Ekkersrijt; Home & Living Centre   12 mei 2016  
Son Zuid; Hiva A   17 maart 2016  
Evenementen; Evenementeneterrein-1   26 maart 2015  
Buitengebied; De Kuilen ong.   17 december 2015  
Sonniuspark; Voetgangersbrug   17 december 2015  
Buitengebied; Driehoek 9   4 februari 2016  
Driehoek; Driehoek 1C-1D   1 november 2015  
Bestemmingsplan 'Buitengebied, Brouwerskampweg 19'   17 november 2016  
Sonniuspark, Honingbij   18 juni 2015  
Sonniuspark, brug parkeervoorziening school en SBC   18 december 2014  
Son Midden; H. Veenemanstraat 8/8A   5 november 2014  
Buitengebied - Bosgebied West   18 december 2014  
Buitengebied; Driehoek 7   19 december 2013  
Sonniuswijk 41   26 juni 2014  
Son Midden; Europalaan 2A   21 mei 2014  
Evenementen   31 oktober 2013  
BUITENGEBIED; Wolfswinkel ong.   13 juni 2013  
EKKERSRIJT; GRANDO   11 december 2012  
Ekkersrijt; IKEA   27 januari 2011  
Sonniuspark, Bijenlaan 26   31 maart 2011  
Sonniuspark; Keverlaan ong.   31 maart 2011  
Sonniuspark; Waterjuffer - Beekjuffer ong. en Bijenlaan 48A   31 maart 2011  
Son Zuid Houtens 1   4 oktober 2012  
Ekkersrijt; VOTA   20 december 2012  
Son Midden; Vinklaan 2   21 juni 2012  
Wijzigingsplan Buitengebied Ockhuizenweg 3-5   1 juli 2014  
Bestemmingsplan Buitengebied: 'Sonniuswijk 17   1 september 2016  
Ekkersrijt   26 mei 2011  
Ekkersrijt, Saturn   13 november 2012  
Sonniuswijk 21   13 november 2012  
Bestemmingsplan; wijzigingsplan EKKERSRIJT; SATURN   31 maart 2013  
Son A50   23 augustus 2012  
Buitengebied Son en Breugel   28 april 2011  
Son Midden   28 oktober 2010  
Buitengebied; woning Planetenlaan 1   28 oktober 2010  
Gentiaan   1 juli 2010  
Bestemmingsplan Breugel   15 juli 2010  
Buitengebied; woning Stakenburgstraat 24   28 januari 2010  
Son Zuid   10 maart 2010  

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle gebieden

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde – Cultuurhistorisch waardevolle gebieden' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd ten behoeve voor de bescherming en het behoud van de bestaande structuren. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen.

3.2 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen gelet op het bepaalde in 3.1 nadere eisen stellen ten aanzien van de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van bebouwing/bouwwerken.

3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.3.1 Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden binnen deze bestemming zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren:

  • a. het aanbrengen van (half-)verhardingen;
  • b. het verwijderen van wegen of paden;
  • c. het rooien of vellen van houtgewas;
  • d. het aanbrengen van hoogopgaande beplanting anders dan het herplanten van gerooide / gevelde houtopstanden;
  • e. afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem;
  • f. graven of dempen van sloten;
  • g. verwijderen van perceelsrandbeplanting;
  • h. aanleggen van wegen of paden;
  • i. wijzigen van perceels- of kavelgrenzen.

3.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht

Het onder 3.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden:

  • a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan reeds een aanlegvergunning of omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend;
  • b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren;
  • c. welke betreffen het normale onderhoud en/of plaatsvinden in het kader van het normale beheer en gebruik van de gronden;
  • d. die plaatsvinden ter plaatse van een 'bouwvlak' en/of de bestemming 'Wonen'.
  • e. die noodzakelijk zijn in het kader van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving.

3.3.3 Verlening

De in 3.3.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien en voor zover de werkzaamheden geen onevenredige aantasting tot gevolg hebben van de cultuurhistorische waarden van de in 3.1 bedoelde structuren of de cultuurhistorische waarden zoals opgenomen op de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant danwel is aangetoond dat deze noodzakelijk zijn in het kader van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving.

Artikel 4 Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle panden

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle panden' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming, het behoud en herstel van de cultuurhistorisch waardevolle panden zoals beschreven in het 'Overzicht (potentieel) cultuurhistorisch beeldbepalende elementen/objecten' (bijlage 1). Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen.

4.2 Bouwregels

In afwijking van het bepaalde in de andere voorkomende bestemming(en), gelden voor het bouwen de volgende regels:

  • a. Het is niet toegestaan wijzigen aan te brengen in de bestaande:
    • 1. goot- en bouwhoogte;
    • 2. afmetingen en onderlinge verhoudingen;
    • 3. dakvorm;
    • 4. nokrichting;
    • 5. dakhelling;
    • 6. gevelindeling door bijvoorbeeld gevelopeningen en erkers te wijzigen.

4.3 Afwijken van de bouwregels
  • a. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 4.2 en toestaan dat wijzigingen worden aangebracht, mits:
  • b. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend dient de aanvrager van een omgevingsvergunning aan te tonen dat geen afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorisch waarden zoals beschreven in het 'Overzicht (potentieel) cultuurhistorisch beeldbepalende elementen/objecten'(Bijlage 1). Hierbij dient ingegaan te worden op:
    • 1. de bouwkundige en gebruikstechnische staat van het bouwwerk;
    • 2. de mate waarin het bouwwerk geschikt is of door het treffen van voorzieningen geschikt kan worden gemaakt voor zinvol (her)gebruik overeenkomstig de geldende bestemming;
    • 3. de cultuurhistorische waarde van het bouwwerk.

4.4 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
4.4.1 Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor slopen) de bebouwing binnen deze bestemming geheel of gedeeltelijk te slopen.

4.4.2 Uitzondering omgevingsvergunningplicht
  • a. Het in 4.4.1 vervatte verbod geldt niet voor sloopwerkzaamheden:
    • 1. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend;
    • 2. die ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren;
    • 3. die het normale onderhoud en beheer betreffen;
    • 4. van inpandige delen.
  • b. Sloop van bebouwing kan worden toegestaan indien:
    • 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het cultuurhistorische karakter van het bouwwerk voor wat betreft:
      • de hoofdafmetingen en onderlinge verhoudingen;
      • de dakvorm;
      • de nokrichting;
      • de dakhelling;
      • gevelindeling door bijvoorbeeld gevelopeningen en erkers te wijzigen.
    • 2. wordt aangetoond dat zinvol (her)gebruik van het bouwwerk overeenkomstig de geldende bestemming of een andere, uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening, passende bestemming objectief gezien niet mogelijk is en het belang van de vergunningaanvrager bij sloop van het bouwwerk in redelijkheid dient te prevaleren boven het cultuurhistorisch belang bij behoud ervan.
    • 3. het cultuurhistorische karakter van het bouwwerk zoals beschreven in het 'Overzicht (potentieel) cultuurhistorisch beeldbepalende elementen/objecten' (Bijlage 1)) niet langer aanwezig is en herstel alleen mogelijk is door ingrijpende wijzigingen aan het bouwwerk;
    • 4. het om delen van een bouwwerk gaat die op zichzelf niet als cultuurhistorisch zijn aan te merken en door sloop van deze delen geen sprake is onevenredige aantasting van de hoofdvorm zoals beschreven in het 'Overzicht (potentieel) cultuurhistorisch beeldbepalende elementen/objecten'(Bijlage 1);
    • 5. het om delen van een bouwwerk gaat die wel als cultuurhistorisch zijn aan te merken, maar worden vervangen door gelijkwaardige delen en het cultuurhistorische karakter van het bouwwerk zoals beschreven in het 'Overzicht (potentieel) cultuurhistorisch beeldbepalende elementen/objecten'(Bijlage 1).

4.4.3 Verlening
  • a. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld onder 4.4.1 wordt verleend dient de aanvrager van een omgevingsvergunning aan te tonen dat geen afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorisch waarden zoals beschreven in het 'Overzicht (potentieel) cultuurhistorisch beeldbepalende elementen/objecten'(Bijlage 1). Hierbij dient ingegaan te worden op:
    • 1. de bouwkundige en gebruikstechnische staat van het bouwwerk;
    • 2. de mate waarin het bouwwerk geschikt is of door het treffen van voorzieningen geschikt kan worden gemaakt voor zinvol (her)gebruik overeenkomstig de geldende bestemming of een andere, uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening, passende bestemming en
    • 3. de cultuurhistorische waarde van het bouwwerk.

4.4.4 Wijzigingsbevoegdheid
  • a. Burgemeester en wethouders kunnen de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle panden' verwijderen als aangetoond is dat een bouwwerk of delen van een bouwwerk niet of niet langer als cultuurhistorisch waardevol object/element beschouwd kan worden. In de onderbouwing dient ingegaan te worden op:
    • 1. de bouwkundige en gebruikstechnische staat van het bouwwerk;
    • 2. de cultuurhistorische waarde van het bouwwerk niet langer in stand gehouden kan worden als gevolg van noodzakelijk aanpassingen.

Artikel 5 Waarde - Cultuurhistorisch waardevol groen

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde – Cultuurhistorisch waardevol groen' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de bestaande laanbeplanting zoals opgenomen op de 'Kaart behorende bij het Erfgoedbeleid' (Bijlage 2) . Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen.

5.2 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen gelet op het bepaalde in 5.1 nadere eisen stellen ten aanzien van de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van bebouwing/bouwwerken.

5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

5.3.1 Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden binnen deze bestemming zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren:

  • a. het rooien, vellen of beschadigen van de laanbeplanting zoals opgenomen op de 'Kaart behorende bij het Erfgoedbeleid'(bijlage 2);
  • b. het aanbrengen van hoogopgaande beplanting anders dan het herplanten van gerooide / gevelde laanbeplanting zoals opgenomen op de 'Kaart behorende bij het Erfgoedbeleid'(Bijlage 2);
  • c. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse leidingen, constructies, installaties of andere apparatuur;
  • d. het aanbrengen van (half-)verhardingen;
  • e. afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem.

5.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht

Het onder 5.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden:

  • a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan reeds een aanlegvergunning of omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend;
  • b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren;
  • c. welke betreffen het normale onderhoud en/of plaatsvinden in het kader van het normale beheer en gebruik van de gronden;
  • d. de werkzaamheden noodzakelijk zijn in het kader van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving.

5.3.3 Verlening

Indien de werkzaamheden noodzakelijk zijn in het kader van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving wordt een omgevingsvergunning slechts verleend indien de te verwijderen laanbeplanting zoals opgenomen op de 'Kaart behorende bij het Erfgoedbeleid'(Bijlage 2) wordt gecompenseerd volgens een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd beplantingsplan.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 7 Overgangsrecht

7.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

7.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 8 Slotregel

Deze regels kunnen worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan 'Cultuurhistorie'.

Vastgesteld 21 oktober 2021