| Plan: | Bestemmingsplan Oosterhout-West 2024 |
| Status: | ontwerp |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0826.BSPOosterhWest2024-ON01 |
Regels
Inhoudsopgave
Artikel 5 Bedrijf – Nutsvoorziening
Artikel 18 Leiding - Belemmeringenstrook
Artikel 19 Waarde - Archeologie
Artikel 20 Waarde - Monumentale bomen
Artikel 21 Waterstaat - Waterkering
Artikel 22 Waterstaat - Waterhuishoudkundige en/of waterstaatkundige functie
Artikel 23 Waterstaat - Waterstaatkundige functie
Hoofdstuk 3 Algemene regels_Activiteiten
Artikel 24 Anti-dubbeltelregel
Artikel 25 Algemene bouwregels
Artikel 26 Algemene gebruiksregels
Artikel 27 Algemene aanduidingsregels
Artikel 28 Algemene afwijkingsregels
Artikel 29 Algemene wijzigingsregels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen
Zie werkdossier en vorstellen voor op te nemen begrippen. Omgevingswet is leidend en begrippen die hierin zijn vastgelegd, mogen in principe niet in het omgevingsplan worden opgenomen. Voor de leesbaarheid wordt dit wel gedaan.
1.1 plan:
het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Oosterhout-West 2024' met identificatienummer NL.IMRO.0826.BSPOosterhWest2024-ON01 van de gemeente Oosterhout.
1.2 bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en de daarbij behorende bijlagen).
1.3 aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4 aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5 aaneengebouwde woning:
een woning, die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen, waarvan het hoofdgebouw aan ten minste één zijde aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd.
1.6 aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijf:
de uitoefening van een beroep op zakelijk, administratief, juridisch, financieel, therapeutisch, (para-)medisch, cosmetisch, ontwerptechnisch of hieraan gelijk te stellen gebied, dan wel de uitoefening van ambachtelijke bedrijfsactiviteiten geheel of overwegend door middel van handwerk, voor zover deze behoren tot de milieucategorie 1 of 2, zoals bepaald in de Staat van bedrijfsactiviteiten, of een daarmee qua aard en invloed op de omgeving vergelijkbare activiteit, waarbij de activiteit in of bij een woning wordt uitgeoefend.
1.7 achtererfgebied:
erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw.
1.8 achtergevellijn:
de lijn waarin de achtergevel van een woning is gelegen, alsmede het verlengde daarvan.
1.9 achtergevelrooilijn:
de van de weg, waarop het belangrijkste gebouw op een bouwperceel is georiënteerd, afgekeerde grens van een bouwvlak.
1.10 ADR-geclassificeerde stoffen:
Gevaarlijke stoffen zoals geclassificeerd in de Europese overeenkomst ADR (Accord Européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route).
1.11 agrarisch bedrijf:
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van landbouwdieren; onder agrarische bedrijven worden tevens begrepen boomteeltbedrijven, sierteeltbedrijven en productiegerichte paardenhouderijen.
1.12 ambulante detailhandel:
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen, dan wel het aanbieden van diensten, op een openbare en in de open lucht gelegen locatie, al dan niet gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
1.13 archeologische waarden:
waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk daarin bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde.
1.14 autodemontagebedrijf:
een bedrijf gericht op het demonteren / uit elkaar halen van gemotoriseerde voertuigen.
1.15 avondperiode:
de periode van 19.00 uur tot 24.00 uur.
1.16 bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.17 bed & breakfast:
een voorziening in een (bedrijfs)woning, die als doel heeft het verstrekken van logies en ontbijt aan steeds wisselend publiek, dat voor een korte periode, namelijk één tot enkele nachten, ter plaatse met een recreatieve doelstelling verblijft; onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke, seizoensgebonden of permanente werkzaamheden en/of arbeid.
1.18 bedrijf:
een inrichting gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren, herstellen en/of vervoeren van goederen.
1.19 bedrijfsgebouw:
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten.
1.20 bedrijfsvloeroppervlak:
de totale vloeroppervlakte van kantoren, winkels of bedrijven, met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.
1.21 bedrijfswoning:
een woning, bij een (agrarisch) bedrijf of instelling, bestemd voor de huisvesting van (één het huishouden van) één persoon die op dat bedrijf of die instelling werkzaam is en al dan niet toezicht houdt.
1.22 begane grond:
de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau.
1.23 beperkt kwetsbaar object:
een object als gedefinieerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
1.24 bestaand(e situatie):
ten aanzien van bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig of in uitvoering op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel bebouwing, die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning.
ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en/of opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
1.25 bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak.
1.26 bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.27 bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
1.28 blinde gevel:
een gevel waarin geen ramen of balkons aanwezig zijn.
1.29 boringsvrije zone:
gebied rondom een waterwingebied waar zich tussen het maaiveld en het watervoerende pakket waaraan het grondwater wordt onttrokken, een aaneengesloten slecht doorlaatbare laag bevindt.
1.30 bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
1.31 bouwgrens:
de grens van een bouwvlak.
1.32 bouwlaag:
doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd.
1.33 bouwmarkt:
een al dan niet geheel overdekte verkoopplaats met een (overdekt) verkoopvloeroppervlak van minimaal 1.000 m², waarop een volledig of nagenoeg volledig assortiment aan bouw- en doe-het-zelf-producten wordt aangeboden in de vorm van detailhandel.
1.34 bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.35 bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel.
1.36 bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
1.37 bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.38 cultuur en ontspanning:
voorzieningen gericht op kunst, ontspanning, vrijetijdsbesteding en vermaak, zoals (kook)ateliers, sauna’s, musea, galeries, creatieve en culinaire workshops en yogastudio’s. Hieronder worden niet verstaan speelautomatenhallen.
1.39 cultuurhistorische waarde:
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied, zoals dat ondermeer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/of de architectuur.
1.40 dagperiode:
de periode van 09.00 uur tot 19.00 uur.
1.41 dagrecreatie:
activiteiten overdag ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan.
1.42 dak:
iedere bovenbeëindiging van een gebouw.
1.43 dakopbouw:
een opbouw op een deel van een hellend dak, waarmee de goot- en/of bouwhoogte van het gebouw wordt verhoogd.
1.44 detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop) het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met dien verstande dat postorderbedrijven en daarmee vergelijkbare internetwinkels niet worden aangemerkt als detailhandel, tenzij ter plaatse sprake is van fysiek klantcontact.
1.45 detailhandel, grootschalig:
detailhandel met een minimale bedrijfsvloeroppervlakte van 1.000 m2. (Dit begrip enkel gebruiken bij bestemmingsplannen die op maat worden gemaakt. Let op of het bedrijfsvloeroppervlak wel groot genoeg is en of dit begrip wel noodzakelijk is).
1.46 detailhandel in meubelen en woninginrichting:
detailhandel in meubelen en artikelen ten behoeve van de inrichting van een woning en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen.
1.47 detailhandel in volumineuze goederen:
detailhandel in goederen van volumineuze aard in een daarop afgestemde verkoopruimte, te weten auto’s en motoren, auto-onderdelen en banden, grootschalige kampeer- en recreatieartikelen (zoals caravans, tenten, campers en boten), inbouwkeukens, sanitair, wand- en vloertegels, grove bouwmaterialen zoals bestratingmateriaal, zand en dergelijke, zonweringen, tuinhuisjes, buitenspeeltoestellen, zwembaden, tuinbeelden, haarden en kachels, grafzerken, (paarden)trailers, aanhangwagens, goederen met brand- en explosiegevaar, alsmede goederen die een eerstegraads verwantschap hebben c.q. in rechtstreeks verband staan met deze goederen.
1.48 dienstverlening:
bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder zijn begrepen kapperszaak, schoonheidsinstituut, fotostudio, bank, postkantoor, reisbureau en naar aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en instellingen, met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting.
1.49 dove gevel:
een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, waaronder begrepen het dak, die bestaat uit:
een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A);
een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.
1.50 erf:
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw.
1.51 escortbedrijf:
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bij het bedrijf horende bedrijfsruimte wordt uitgeoefend (escortservices, bemiddelingsbureaus e.d.).
1.52 evenement:
(besproken in overleg d.d. 11 feb 20 met Roelof, Patricia en Arjan. Begrip dekt de lading niet en moet worden geherformuleerd. Patricia doet voorstel.)
al of niet periodiek terugkerende en / of incidentele gebeurtenissen op het gebied van sport, cultuur, kunst, folklore, handel, recreatie, liefdadigheid, religie, gezondheid, wetenschap, amusement en vergelijkbare gebeurtenissen.
Niet onder een evenement vallen:
bioscoop- en theatervoorstellingen;
markten als bedoeld in de Gemeentewet;
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Hierbij worden de volgende categorieën van evenementen onderscheiden:
evenement – I: een evenement met beperkte ruimtelijke consequenties, op buurt-, wijk- of straatniveau, met maximaal 1.000 bezoekers per dag;
evenement – II: een evenement met maximaal 1.500 bezoekers per dag;
evenement – III: een evenement met maximaal 2.500 bezoekers per dag;
evenement – IV: een evenement met maximaal 10.000 bezoekers per dag.
1.53 extensief recreatief medegebruik:
die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals vogelobservatie, wandelen, fietsen, mountainbiken, picknicken, kanoën en survivaltochten, die niet bedrijfsmatig van aard zijn en qua omvang en ruimtelijke uitstraling, ondergeschikt zijn aan de overige, ingevolge de bestemmingsomschrijving toegestane gebruiken en dientengevolge niet het primaire c.q. hoofdgebruik betreffen, al dan niet in combinatie met extensieve dagrecreatieve voorzieningen zoals paden, banken, picknicktafels, bewegwijzering.
1.54 functie:
doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan.
1.55 garagebedrijf:
een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor verkoop en/of onderhoud en reparatie van motorvoertuigen of onderdelen daarvan, met dien verstande dat de verkoop van motorbrandstoffen is uitgezonderd.
1.56 garagebox:
een gebouw dat gebruikt wordt voor het stallen van vervoermiddelen of als bergruimte.
1.57 gasontvangststation:
nutsvoorziening die de verbinding vormt tussen het hogedrukgasnet en het transportnet van een regionale netwerkbeheerder of het gasnet op een particulier (bedrijfs)terrein, waar de transportdruk wordt gereduceerd en de hoeveelheid geleverd aardgas wordt gemeten.
1.58 gastouderschap:
kinderopvang op het woonadres van een gastouder of de ouder(s) die tot stand komt door bemiddeling van een gastouderbureau en die betrekking heeft op ten hoogste 6 kinderen, naast eventuele eigen kinderen van de gastouder.
1.59 gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.60 geluidgevoelig object:
een geluidgevoelig object als aangewezen bij en krachtens de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer.
1.61 geluidgevoelige ruimte:
ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon- of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van tenminste 11 m2.
1.62 geluidzone van een industrieterrein:
een zone als bedoeld in art. 40 Wet geluidhinder.
1.63 geluidzoneringsplichtige inrichting:
een inrichting behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur (in casu het Besluit omgevingsrecht) aan te wijzen categorie van inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken.
1.64 geschakelde woning:
een woning, waarvan het hoofdgebouw aan één zijde op de bouwperceelgrens is gebouwd en door middel van bijbehorende bouwwerken geschakeld is met een ander hoofdgebouw op een aangrenzend bouwperceel.
1.65 gestapelde woning:
een woning in een gebouw waarin zich meerdere boven elkaar gelegen zelfstandige woningen en/of bijzondere woonruimten bevinden.
1.66 gevaarlijke stoffen:
gevaarlijke stoffen zoals geclassificeerd in de Europese overeenkomst ADR (Accord Européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route).
1.67 gevel:
bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak.
1.68 gevelvlak:
het verticale vlak waarin de hoofdvlakken van een gevel zich bevinden.
1.69 glastuinbouwbedrijf:
een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in kassen plaatsvindt.
1.70 groepsrisico:
de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een risicovolle inrichting, buisleiding voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of transportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en een ongewoon voorval binnen die inrichting of ter plaatse van de buisleiding of transportroute waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is.
1.71 grondgebonden veehouderij:
veehouderij, waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie; hieronder valt in ieder geval niet de intensieve veehouderij.
1.72 grondgebonden woning:
een woning die rechtstreeks contact heeft met het aangrenzende terrein.
1.73 grondwaterbeschermingsgebied:
gebied waarbinnen het grondwater, afhankelijk van de kwetsbaarheid van het gebied, een periode van 25 of 100 jaar nodig heeft om de pompputten voor waterwinning te bereiken.
1.74 groothandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, instellingen dan wel aan personen ter aanwending in een ander bedrijf.
1.75 hogere waarde:
ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege een weg, spoorweg of industrieterrein, die op grond van de Wet geluidhinder of het Besluit geluidhinder van toepassing is.
1.76 hoofdfunctie:
de belangrijkste functie waarvoor een gebouw mag worden gebruikt.
1.77 hoofdgebouw:
een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel, en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkste is.
1.78 horeca(bedrijf):
het bedrijfsmatig verschaffen c.q. verstrekken van logies, dranken, maaltijden en kleine eetwaren, zoals een hotel, restaurant, café, cafetaria of een combinatie van twee of meer van deze bedrijven, waaronder eveneens wordt begrepen het exploiteren van zaalaccommodatie, doch met uitzondering van een seksinrichting.
1.79 horeca categorie 1:
een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren ten behoeve van consumptie ter plaatse, alsmede het daaraan ondergeschikt verstrekken van alcoholhoudende en niet-alcoholhoudende dranken, al dan niet in combinatie met het verstrekken van nachtverblijf en/of van zaalverhuur, zoals een (hotel)-restaurant, pannenkoekhuis, eetcafé en pizzeria, uitgezonderd een zelfstandig maaltijdafhaalcentrum.
1.80 horeca categorie 2:
een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide snacks, ijs en kleine maaltijden voor consumptie zowel ter plaatse als elders, met daaraan ondergeschikt het verstrekken van dranken, zoals een snackbar, cafetaria, lunchroom en ijssalon.
1.81 horeca categorie 3:
een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van overwegend alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, al dan niet in combinatie met kleine etenswaren, zoals een café.
1.82 horeca categorie 4:
een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig bieden van gelegenheid tot dansen in combinatie met het verstrekken van alcoholhoudende en niet-alcoholhoudende dranken, zoals een dancing of discotheek.
1.83 houtgewas:
bomen, struiken, houtopstanden, boomgaarden, knotbomen, singels en houtwallen.
1.84 houtproductie:
het voortbrengen van hout op bedrijfsmatige wijze door een mede daarop afgestemd duurzaam beheer van bos.
1.85 huishouden:
de leefvorm of samenlevingsvorm van één of meer personen die in vast verband samenleven, en waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling.
1.86 huisvesting in verband met mantelzorg:
huisvesting in of bij een woning van één huishouden, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning.
1.87 industrieterrein:
terrein waaraan in hoofdzaak een bestemming is gegeven voor de vestiging van inrichtingen en waarvan de bestemming voor het gehele terrein of een gedeelte daarvan de mogelijkheid insluit van vestiging van geluidzoneringsplichtige inrichtingen.
1.88 internetwinkel:
het bedrijfsmatig via website's te koop aanbieden van goederen, alsmede het opslaan, verkopen en/of (af)leveren van deze goederen, waarbij de goederen niet ten verkoop worden uitgestald.
1.89 intensieve veehouderij:
agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, konijnen-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, niet zijnde een slakkenkwekerij, viskwekerij of een insectenkwekerij (zoals een wormenkwekerij).
1.90 invloedsgebied:
gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico.
1.91 kamerverhuur:
het bedrijfsmatig verhuren of het aanbieden van kamers voor bewoning.
1.92 kantoor:
een gebouw of deel van een gebouw dat door aard en indeling kennelijk is bestemd om uitsluitend of in hoofdzaak dienstig te zijn tot het verrichten van administratieve en/of ontwerptechnische arbeid, met de daarbij behorende voorzieningen.
1.93 kap:
de volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw met een dakhelling van minimaal 15º en maximaal 75º.
1.94 kas:
agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden, waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter.
1.95 kegelschip:
een schip dat gevaarlijke stoffen vervoert en conform wettelijk voorschrift één of meerdere blauwe kegels dient te voeren.
1.96 kinderdagverblijf:
een bedrijf of stichting gericht op de opvang van kinderen, niet zijnde gastouderschap.
1.97 kunstobject:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde dat wordt aangemerkt als uiting van beeldende kunst.
1.98 kunstwerk:
bouwwerken, geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijken.
1.99 kwetsbaar object:
een object als gedefinieerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
1.100 landschappelijke waarde:
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur.
1.101 lawaaisport:
een sportactiviteit waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het achtergrondniveau wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, motorsport, (model)vliegsport; de jachtsport wordt hier niet onder begrepen.
1.102 leisure voorziening:
veelal grootschalige en publieksaantrekkende stedelijke voorziening ten behoeve van enternainment (o.a. bioscoop), cultuur (o.a. poppodia), recreatie (indoorspeeltuin) of sport.
1.103 maatschappelijke voorzieningen:
voorzieningen inzake welzijn, openbare dienstverlening, volksgezondheid (medisch en paramedisch), zorginstellingen, cultuur, religie, verenigingsleven, onderwijs, openbare orde en veiligheid, kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang en peuterspeelzalen en daarmee gelijk te stellen bedrijven of instellingen, al dan niet met ondergeschikte horeca en detailhandel.
1.104 maatvoeringsvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor de toegestane bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt.
1.105 manege:
een dagrecreatief bedrijf dat hoofdzakelijk op eigen terrein binnen of buiten een gebouw gelegenheid geeft tot het beoefenen van de paardensport en al dan niet mogelijkheden biedt voor het verblijf en de verzorging van paarden.
1.106 mantelzorg:
intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.
1.107 minder zelfredzame personen:
bijzonder kwetsbare personen, zoals zieken, ouderen, gehandicapten en minderjarigen, als bedoeld in het kader van de evacuatie van personen vanwege externe veiligheid.
1.108 nachtperiode:
de periode van 24.00 uur tot 09.00 uur.bijzonder kwetsbare personen, zoals zieken, ouderen, gehandicapten en minderjarigen, als bedoeld in het kader van de evacuatie van personen vanwege externe veiligheid.
1.109 natuurwaarde:
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang.
1.110 normaal onderhoud, gebruik en beheer:
een gebruik, gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten, dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt.
1.111 nutsvoorzieningen:
gebouwde voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van water, elektriciteit, gas e.d., zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor (tele)communicatie.
1.112 omgevingsvergunning:
vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
1.113 onderbouw:
een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,2 meter boven het peil is gelegen.
1.114 ondergeschikte detailhandel:
detailhandelsactiviteiten die qua uitstraling passend bij en ondergeschikt aan de hoofdfunctie, ter ondersteuning dienen van de hoofdfunctie en niet zelfstandig worden uitgeoefend en/of toegankelijk zijn los van de hoofdfunctie.
1.115 ondergeschikte horeca:
horeca, welke (qua omvang en ruimtelijke uitstraling) ondergeschikt en gelieerd is aan de functie die ingevolge de geldende bestemming ter plaatse is toegestaan.
1.116 ondergeschikte voorzieningen voor verkeer en verblijf:
voorzieningen voor verkeer en verblijf die ondergeschikt en gelieerd zijn aan de functies die ingevolge de geldende bestemming ter plaatse zijn toegestaan, zoals in- en uitritten, langzaam verkeerspaden, onverharde paden, trottoirs en brandgangen. Hieronder worden in ieder geval geen wegen en parkeervoorzieningen voor gemotoriseerd verkeer begrepen.
1.117 onderkomens:
voor verblijf geschikte – al dan niet aan de bestemming onttrokken – voer- en vaartuigen, arken, caravans en stacaravans voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken, als ook tenten.
1.118 ontspannende voorzieningen:
voorzieningen ter ontspanning en vermaak van mensen, zoals een bioscoop, theater, sauna, dansschool, wellnesscentrum, e.d.
1.119 overig niet-grondgebonden bedrijf:
agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt, niet zijnde een intensief veehouderijbedrijf of een glastuinbouwbedrijf, zoals champignonteeltbedrijven, witlofkwekerijen, maar ook slakkenkwekerijen, viskwekerijen en insectenkwekerijen (zoals een wormenkwekerij).
1.120 overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bestaande uit een vrijstaande dakconstructie met
maximaal één wand.
1.121 paardenbak:
een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, met een bodem van zand, hout boomschors of ander natuurlijk materiaal en al dan niet voorzien van een omheining.
1.122 patiowoning:
een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnenhof gevormd door de zijmuren van naburige dan wel op het eigen (bouw)perceel aanwezige gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
1.123 parkeergarage:
al dan niet ondergrondse, gebouwde parkeervoorziening voor het parkeren van meerdere voertuigen.
1.124 peil:
voor een op een perceel aanwezig bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
voor een op een perceel aanwezig bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het aansluitende terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerk terrein.
1.125 pickuppoint:
een locatie waar de consument via internet bestelde goederen kan afhalen of retourneren, waar uitsluitend logistiek en opslag van bestelde goederen gedurende een korte periode plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ten verkoop en/of overige activiteiten.
1.126 plaatsgebonden risico:
risico op een plaats buiten een risicovolle inrichting of in de nabijheid van een buisleiding voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of een transportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting of ter plaatse van de buisleiding of transportroute, waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is.
1.127 productiegebonden detailhandel:
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie qua omvang en uitstraling ondergeschikt is aan de productiefunctie.
1.128 prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het tegen betaling verrichten van seksuele diensten aan anderen.
1.129 raamprostitutie:
een seksinrichting bestemd voor of in gebruik voor het zich vanaf het openbaar toegankelijke gebied zichtbaar ter beschikking stellen tot het tegen betaling verrichten van seksuele diensten aan anderen.
1.130 recreatief medegebruik:
een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan.
1.131 risicovolle inrichting:
een inrichting waarbij ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. risicoafstand moet worden aangehouden bij het in een bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten.
1.132 ruimtelijke kwaliteit:
waardering van een gebied die bepaald wordt door de mate waarin sprake is van gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde.
1.133 scheidingslijn:
lijn die de grens dan wel scheiding tussen verschillende aanduidingen vormt.
1.134 seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch /pornografische aard plaatsvinden, waaronder in elk geval worden verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet gecombineerd met elkaar.
1.135 schooldag:
lesdagen, toetsdagen en (proef)examendagen.
1.136 speelvoorziening:
openbaar toegankelijke voorziening in de open lucht bestemd voor sport, spel, vermaak of ontspanning, niet zijnde een sportvoorziening waar georganiseerde sportbeoefening plaatsvindt, waaronder in ieder geval speeltuinen en trapveldjes worden verstaan.
1.137 sportvoorziening:
voorziening ten behoeve van de uitoefening van binnen- en/of buitensport (met uitzondering van maneges).
1.138 standplaats:
gronden bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeente kunnen worden aangesloten.
1.139 stedenbouwkundig beeld:
het beeld dat wordt bepaald door de situering, de bouwmassa's, de dakvormen en de dakrichtingen van de bebouwing in relatie tot de omgeving.
1.140 straatprostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het tegen betaling verrichten van seksuele diensten aan anderen, één en ander door passanten hiertoe te bewegen of uit te nodigen door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze.
1.141 supermarkt:
detailhandel gericht op de dagelijkse artikelensector (levensmiddelen) met een verkoopvloeroppervlak van minimaal 600 m2.
1.142 teeltondersteunende kassen:
een agrarisch bedrijfsgebouw, waarvan de wanden en het dak voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden, ter ondersteuning van grondgebonden teelten. Schuurkassen en permanente tunnel- of boogkassen, welke gelijk of hoger zijn dan 1,5 meter, worden beschouwd als een kas.
1.143 teeltondersteunende voorziening:
een ondersteunende voorziening in, op of boven de grond die een onderdeel is van een overwegend grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, gericht op het telen van (sier)gewassen (zoals tuinbouw, boomteelt of sierteelt) en die wordt gebruikt om de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden te laten plaatsvinden en/of de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Teeltondersteunende voorzieningen kunnen zowel een gebouw als een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zijn. Te onderscheiden zijn de volgende categorieën:
laag / tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen met een bouwhoogte lager dan of gelijk aan 1,5 m, welke niet langer dan 6 maanden per jaar aanwezig zijn, hierbij inbegrepen de constructie die een dergelijke voorziening mogelijk maakt (bijvoorbeeld palen in de grond);
hoog / tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen met een bouwhoogte hoger dan 1,5 m, welke niet langer dan 6 maanden per jaar aanwezig zijn, hierbij inbegrepen de constructie die een dergelijke voorziening mogelijk maakt (bijvoorbeeld palen in de grond);
permanent: teeltondersteunende voorzieningen welke 6 maanden per jaar of langer aanwezig zijn, hierbij inbegrepen de constructie die een dergelijke voorziening mogelijk maakt (bijvoorbeeld palen in de grond);
Vraathekken (zoals boomteelthekken) en veekeringen worden niet gezien als teeltondersteunende voorzieningen.
1.144 tuincentrum:
detailhandel met een al dan niet geheel overdekt verkoopvloeroppervlak waarop artikelen voor de aanleg, inrichting en het onderhoud van en het verblijf in particuliere tuinen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen en diensten worden aangeboden, zoals tuinplanten en bomen, bloemen en planten, dieren, bloembollen en zaden, gereedschap, decoratiemateriaal buitenhuis en binnenhuis, materiaal ten behoeve van klein en groot tuinonderhoud, dierbenodigdheden, diervoeding, seizoensartikelen in geval van kerstmarkt, paasmarkt, kleinmeubelen, tuinzwembaden en tuinsauna's, tuin gerelateerd speelgoed, tuinartikelen(tuinmeubilair), koffiecorner, eventueel in combinatie met kweek.
1.145 tunnel- of boog(kas):
een werk of bouwwerk voorzien van een bedekking van lichtdoorlatend materiaal en dienend tot het kweken, trekken, vermeerderen, opkweken of verzorgen van vruchten, bloemen, groenten, planten of bomen, alsmede in voorkomende gevallen tot bescherming van de omgeving tegen milieubelastende stoffen.
1.146 twee-aaneengebouwde woning:
een woning, die deel uitmaakt van een blok van twee woningen, waarvan het hoofdgebouw aan één zijde aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd.
1.147 uitvoeren:
uitvoeren, het doen uitvoeren, het laten uitvoeren of in uitvoering geven.
1.148 veehouderij:
agrarisch bedrijf, gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en/of pelsdieren.
1.149 verblijfsrecreatie:
recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief dag- en nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, groepsaccommodatie, logeergebouw, pension, bed & breakfast, kampeermiddel of trekkershut.
1.150 verkooppunt motorbrandstoffen:
een verkoopplaats voor het uitoefenen van detailhandel in motorbrandstoffen en voor serviceverlening aan motorvoertuigen, waarbij detailhandel in andere goederen als nevenactiviteit van ondergeschikt belang en ondergeschikte horeca in de categorie 1 en/of 2 is toegestaan.
1.151 verkoopvloeroppervlak:
de totale vloeroppervlakte van de voor het publiek zichtbare en toegankelijke winkelruimte ten behoeve van de detailhandel.
1.152 vloeroppervlak(te):
de totale oppervlakte van alle ruimten die voor een functie wordt gebruikt.
1.153 voorgevel:
de naar de weg of naar het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft van meer dan één naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel, de gevel die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.
1.154 voorgevelrooilijn:
de grens van het bouwvlak die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd.
1.155 voorkeursgrenswaarde:
de standaard grenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel van een geluidgevoelig object of terrein bepaald bij of krachtens de Wet geluidhinder.
1.156 voorzieningen voor verkeer en verblijf:
voorzieningen die verband houden met de afwikkeling van het verkeer en/of met het verblijfskarakter van de openbare ruimte, zoals wegen, straten, pleinen, langzaam verkeerspaden, inclusief daarbij behorende inrichtingselementen.
1.157 vraathek:
een hek, bedoeld om wildvraat aan gewassen te voorkomen, in de regel gebruikt in de boom- en sierteelt.
1.158 vrijstaande woning:
een woning waarvan het hoofdgebouw losstaat van de zijdelingse bouwperceelgrenzen.
1.159 waterhuishoudkundige voorzieningen:
voorzieningen die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang, alsmede voorzieningen voor waterafvoer, waterinfiltratie en waterberging, inclusief bijbehorende voorzieningen zoals bermen, paden en beschoeiingen.
1.160 waterwingebied:
gebied waar waterwinning plaatsvindt ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening door onttrekking van grondwater.
1.161 windturbine:
bouwwerk, bestaande uit een mast met bijbehorende fundering en de rotor, bedoeld voor het opwekken van electriciteit door middel van windenergie.
1.162 winkel:
een gebouw, dat een ruimte omvat, welke door zijn indeling kennelijk bedoeld is te worden gebruikt voor detailhandel en/of showroom.
1.163 wonen:
het bewonen van een woning.
1.164 woning:
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.
1.165 woningsplitsing:
het opdelen van een woning in meerdere wooneenheden;
1.166 woonunit:
een te verplaatsen / verwijderen bouwwerk bestaande uit één bouwlaag, alsmede een stacaravan die gelet op de feitelijke omstandigheden als bouwwerk wordt aangemerkt, geschikt en ingericht ten dienste van woon-, dag- of nachtverblijf en ingericht ten behoeve van tijdelijke bewoning.
1.167 woonwagen:
voor bewoning bestemd gebouw, dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst.
1.168 zelfstandige woonruimte:
een woning met een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, waarbij de wasgelegenheid, kookgelegenheid en het toilet niet worden gedeeld met andere bewoners.
1.169 zijdelingse perceelsgrens:
de grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt.
1.170 zijstrook:
de strook grond gelegen tussen de zijdelingse perceelsgrens en de denkbeeldige lijn op 3 meter afstand vanaf de zijdelingse perceelsgrens, over de volledige diepte van het bouwperceel.
1.171 zorgwonen:
het bewonen van zorgwoningen, al dan niet in combinatie met gemeenschappelijke (zorg)voorzieningen.
1.172 zorgwoning:
een woning of wooneenheid bestemd voor verzorgd wonen, waarvan de bewoner(s) vanwege hun beperkte zelfredzaamheid vanaf aanvang van bewoning op basis van een ter zake van overheidswege gehanteerd systeem zijn geïndiceerd voor zorg, die beschikbaar is in (de directe nabijheid van) de woning of wooneenheid.
Artikel 2 Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1 afstanden
van bouwwerken tot andere bouwwerken, bebouwingsgrenzen en perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.
2.2 bebouwingspercentage:
het oppervlak dat met bouwwerken mag worden bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming.
2.3 bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
2.4 bovenkant spoorstaaf
de hoogte van de bovenkant van de hoogst gesitueerde spoorstaaf.
2.5 dakhelling:
de hoek gemeten langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
2.6 diepte van een gebouw:
horizontale diepte: de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel;
verticale diepte: de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de bovenzijde van de (afgewerkte) begane grondvloer.
2.7 goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.8 hoogte van een molen:
vanaf het peil tot aan de tiphoogte van de molen.
2.9 hoogte van een windturbine:
vanaf het peil tot aan de tiphoogte van de windturbine.
2.10 inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken. Ondergronds bouwdelen en dakkapellen worden niet meegerekend voor het bepalen van de inhoud van een bouwwerk.
2.11 oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
2.12 langtijdgemiddelde:
het gemiddelde van de afwisselende niveau's van het ter plaatse optredende geluid, gemeten over een aaneengesloten periode van tenminste 10 minuten en vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai, met dien verstande dat de bedrijfsduurcorrectie niet worden toegepast.
2.13 Ondergeschikte bouwonderdelen
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, luchtkokers, wolfseinden, dakkapellen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken, ook indien gelegen buiten het aangegeven bestemmingsvlak, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt, en deze niet binnen de bestemming 'Natuur' en de aanduidingen "Overige zone - landschappelijke inpassing" en 'Overige zone - ecologische 'verbindingszone' is gelegen.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Agrarisch
3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
agrarisch gebruik, zowel bedrijfsmatig als hobbymatig;
mestbewerking van enkel op het eigen bedrijf geproduceerde mest;
behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurwaarden;
extensief dagrecreatief medegebruik;
landschappelijke inpassing van bouwwerken en voorzieningen;
groenvoorzieningen;
nutsvoorzieningen (met uitzondering van risicovolle inrichtingen);
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
alsmede voor:
het behoud van de landschappelijke waardevolle openheid ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - omgevingsvergunning openheid';
het behoud van het waardevolle relië ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - omgevingsvergunning waardevol reliëf'.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen
Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming.
3.2.2 Teeltondersteunende voorzieningen
Teeltondersteunende voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van tijdelijke lage teeltondersteunende voorzieningen, met een maximale bouwhoogte van 1,5 m.
3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geen teeltondersteunende voorzieningen zijnde, mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan 2,5 m.
3.3 Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest of enige andere vorm van buitenopslag;
detailhandel;
horeca;
buitenopslag ten behoeve van nevenactiviteiten;
de opslag van gevaarlijke stoffen, zoals kunstmeststoffen en propaan, die een 10-6 risicocontour hebben;
het bewerken, verwerken of vergisten van mest van derden.
3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.4.1 Omgevingsvergunningsplicht
Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de in het schema onder 3.4.4 opgenomen omgevingsvergunningsplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren.
3.4.2 Uitzonderingen vergunningplicht
Het onder 3.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
het betreffen werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden met een diepte van minder dan 0,50 m;
waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend;
welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren;
welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer.
3.4.3 Toetsing aanwezige waarden
De in 3.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend, indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 3.1 De in het kader van de belangenafweging te hanteren toetsingscriteria zijn in het schema onder 3.4.4 weergegeven.
3.4.4 Schema omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden
|
Omgevingsvergunningsplichtige werken/werkzaamheden |
Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden |
|
het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 200 m²
|
er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de landschappelijke waarden;
|
|
het diepwoelen, diepploegen, afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem met meer dan 50 cm, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone – omgevingsvergunning waardevol reliëf' |
er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van het waardevolle reliëf
|
|
het beplanten van gronden met houtgewas hoger dan 1 meter, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone – omgevingsvergunning openheid'
|
er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de landschappelijke openheid
|
Artikel 4 Bedrijf
4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bedrijven die zijn genoemd in bijlage X (Staat van bedrijfsactiviteiten) onder:
de milieucategorie 1 en 2 ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 2' (b=2);
de milieucategorieën 3.1 en 3.2 ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2' (b≤3.2);
de milieucategorieën 3.1, 3.2, 4.1 en 4.2 ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.2' (b≤4.2);
met uitzondering van:
risicovolle inrichtingen;
geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
zelfstandige kantoren, met dien verstande dat zelfstandige kantoren ter plaatse van de aanduiding ‘kantoor’ zijn toegestaan;
detailhandelsbedrijven;
autodemontagebedrijven;
verkooppunt motorbrandstoffen;
pickuppoints;
sportscholen;
dienstverlening;
leisure voorzieningen;
opslag van materialen ten behoeve van de bedrijfsuitoefening;
reclamevoorzieningen;
wonen, voor zover een bedrijfswoning is toegestaan en dit in de bedrijfswoning plaatsvindt.
een bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning' (bw);
aan de woonfunctie ondergeschikte activiteiten in de vorm van:
aan huis verbonden beroepen of bedrijven;
gastouderschap;
tuinen, erven en verhardingen;
groenvoorzieningen;
nutsvoorzieningen (met uitzondering van risicovolle inrichtingen);
voorzieningen voor verkeer en verblijf;
ondergeschikte voorzieningen voor verkeer en verblijf;
parkeervoorzieningen;
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
4.2 Bouwregels
4.2.1 Algemeen
Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd.
4.2.2 Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en overkappingen ten dienste van de bedrijfsvoering geldt de volgende bepaling:
De goothoogte respectievelijk bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven.
Voor zover er een aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' is opgenomen, mag de bebouwing ter plaatse van die aanduiding niet meer bedragen dan het genoemde percentage. Indien geen aanduiding is opgenomen, mag het bouwvlak volledig worden bebouwd.
4.2.3 Bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen
Voor bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen:
Bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning'.
Het aantal bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van het aanduidingsvlak 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven. Indien geen aanduiding is opgenomen, is ter plaatse slechts één bedrijfswoning toegestaan.
De inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer dan 750 m³ bedragen. De ondergrondse bebouwing wordt niet meegerekend voor het bepalen van de inhoud.
Voor niet-inpandige bedrijfswoningen geldt dat de goot- en bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan 6 m respectievelijk 10 m.
Indien er sprake is van een plat dak, dan geldt dat de goothoogte niet meer mag bedragen dan 6,5 m.
Bij een bedrijfswoning behorende bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' worden gebouwd.
Voor de bouw van de onder f bedoelde bouwwerken gelden de volgende voorwaarden:
de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 70 m2;
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m;
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m;
de bouwwerken mogen uitsluitend vanaf 1 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan worden opgericht;
ingeval er sprake is van een overkapping, zijnde een bij de bedrijfswoning behorend bouwwerk, dan is een goot- en bouwhoogte van toepassing van 3,5 m.
4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat overkappingen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd;
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van het bedrijfsproces mogen, indien gesitueerd binnen het aangegeven bouwvlak, niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven.
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m.
De bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van het opwekken van energie mag niet meer bedragen dan 5 m.
De bouwhoogte van windturbines, ter plaatse van de aanduiding ‘windturbine' mag niet meer bedragen dan 100 m. (indien van toepassing)
De bouwhoogte van silo’s, kranen, voorzieningen ten behoeve van een laad- en loskade en daarmee gelijk te stellen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 30 m.
De bouwhoogte van reclamemasten, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – reclamemast' (sba-rec), mag niet meer bedragen dan 40 m.
De bouwhoogte van vlaggenmasten en antennes mag niet meer dan bedragen dan 6 m.
De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m.
4.2.5 Parkeergarage
Ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage’ mogen (ondergrondse) parkeervoorzieningen worden gebouwd tot een verticale diepte van niet meer dan 4 m.
4.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van:
het bepaalde in lid 4.2.3, sub d voor het toestaan van een hogere goothoogte voor de niet-inpandige bedrijfswoning, mits:
de maximaal toegestane bouwhoogte niet wordt overschreden;
dit passend is binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en het plaatselijk straatbeeld;
het bepaalde in lid 4.2.4, sub i voor het bouwen van reclamemasten en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming tot een bouwhoogte van maximaal 30 m, mits:
dit passend is binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en het plaatselijk straatbeeld.
4.4 Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
het gebruik van platte daken als dakterras;
het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning als zelfstandige woning, of ten behoeve van mantelzorg;
het gebruik van de bedrijfswoning of de vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning als bed & breakfast;
geluidzoneringsplichtige inrichtingen conform de Wet geluidhinder;
activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage 1994 in de gevallen, zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage;
een inrichting als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), behoudens de bevi-inrichtingen welke in de regels uitdrukkelijk zijn toegestaan;
opslag van consumentenvuurwerk;
wonen, met uitzondering ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', en voor zover het wonen de huisvesting betreft van (het huishouden van) een persoon die op dat bedrijf of die instelling werkzaam is, al dan niet toezicht houdt.
4.4.2 Niet-zelfstandige kantoren
Bij bedrijven zijn uitsluitend niet-zelfstandige kantoren toegestaan;
De vloeroppervlakte van niet-zelfstandige kantoren mag per bedrijf niet meer bedragen dan 1.500 m2. Indien de bestaande vloeroppervlakte meer bedraagt dan 1.500 m2, geldt deze oppervlakte als maximale oppervlakte.
4.4.3 Aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijf
Voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of een aan huis verbonden bedrijf zijn de volgende bepalingen van toepassing:
er moet sprake zijn van de aanduiding 'bedrijfswoning';
de activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend door een bewoner van de bedrijfswoning;
de activiteit bedraagt niet meer dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning en de bij deze woning behorende bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 50 m2;
buitenactiviteiten, waaronder opslag, ten dienste van het aan huis verbonden beroep of bedrijf zijn niet toegestaan;
machinale productie en machinale reparatie- en herstelwerkzaamheden alsmede het verrichten van herstelwerkzaamheden aan gemotoriseerde voertuigen zijn niet toegestaan;
horeca en detailhandel (w.o. showroom en/of afhaalpunt c.q. logistieke functie, al dan niet t.b.v. internethandel) zijn niet toegestaan;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 42.2.
4.5 Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1 Andere bedrijfsactiviteiten
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 4.1;
voor bedrijven die niet voorkomen op de Staat van bedrijfsactiviteiten, maar die naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in de Staat van bedrijfsactiviteiten onder de categorieën zoals toegestaan op grond van het bepaalde onder 4.1;
voor bedrijven in één milieucategorie hoger dan is toegestaan op grond van het bepaalde onder 4.1, mits deze bedrijven naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de ter plaatse toegestane bedrijven, met uitzondering van:
geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
risicovolle inrichtingen;
Voor het uitoefenen van detailhandel in:
ter plaatse vervaardigde, bewerkte en herstelde goederen, als ondergeschikte en niet-zelfstandig onderdeel van de bedrijfsvoering;
in goederen, die een eerstegraads verwantschap hebben c.q. in rechtstreeks verband staan met de hiervoor onder 1 bedoelde goederen, mits deze detailhandel als een ondergeschikt en niet-zelfstandig onderdeel van de onder 1 omschreven bedrijfsvoering plaatsvindt;
Ten behoeve van een pickuppoint;
Ten behoeve van dienstverlening;
De omgevingsvergunning beoeld onder lid a tot en met e kan worden verleend, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 42.2;
er zijn hiertegen geen bezwaren vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid.
4.5.2 Omgevingsvergunning huisvesting in verband met mantelzorg
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of een deel van de bedrijfswoning gebruikt wordt ten behoeve van huisvesting in verband met mantelzorg, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
ingeval van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk is de woonruimte gelegen op een maximale afstand van 15 m van de bedrijfswoning;
de totale toegestane oppervlakte, welke ten behoeve van de huisvesting mag worden ingezet, bedraagt maximaal 100 m2;
de huisvesting moet ten dienste staan van het verlenen van mantelzorg aan een zorgbehoevende, waarvan de noodzaak via een indicatiestelling is aangetoond;
ten behoeve van de huisvesting van een zorgbehoevende / zorg-verlenende mogen die voorzieningen worden aangebracht, die zelfstandige bewoning mogelijk maken;
er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
de situering van de woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
de omgevingsvergunning wordt ingetrokken, indien de noodzaak uit een oogpunt van mantelzorg vervalt. Daarbij dienen de voorzieningen, die zelfstandige bewoning mogelijk maakten, dusdanig verwijderd te worden, dat zelfstandige bewoning niet meer mogelijk is.
4.5.3 Omgevingsvergunning bed & breakfast
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een bedrijfswoning gebruikt wordt ten behoeve van een bed & breakfast, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de activiteit bedraagt niet meer dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bedrijfswoning tot een maximum van 100 m2;
het aantal bedden mag niet meer bedragen dan 6;
een bed & breakfast is alleen toegestaan in niet-zelfstandige woonruimte(n);
de activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend door een bewoner van de woning;
er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
de situering van de woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 42.2.
4.5.4 Omgevingsvergunning meerdere huishoudens
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1 en toestaan dat één bedrijfswoning wordt gebruikt ten behoeve van meerdere huishoudens, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
huisvesting vindt plaats in de bedrijfswoning;
het aantal personen waaraan woonruimte wordt geboden mag niet meer bedragen dan 6;
de extra huishoudens mogen uitsluitend worden gehuisvest in niet-zelfstandige woonruimte(n);
per bewoner dient minimaal 12 m2 gebruiksoppervlakte, zoals gedefinieerd in de bouwverordening en het bouwbesluit, aan gezamenlijke woonruimten en eigen woonruimten aanwezig te zijn;
er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
de situering van de woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 42.2.
4.5.5 Omgevingsvergunning toevoegen woning
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde binnen deze bestemming teneinde een woning toe te voegen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de toevoeging van de woning is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden:
de extra woning komt in een pand met een monumentenstatus of in een langgevelboerderij. Over het aspect, of sprake is van een langgevelboerderij wordt onafhankelijk deskundig advies ingewonnen;
de extra woning is uitsluitend toegestaan, indien dit mede is gericht op het behoud of herstel van deze cultuurhistorische waardevolle bebouwing als bedoeld onder sub 1; hieromtrent wordt deskundig advies ingewonnen;
het pand mag niet worden uitgebreid;
de toevoeging van de woning is stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig (w.o. woon- en leefmilieu) aanvaardbaar;
de toevoeging van de woning leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 42.2.
4.5.6 Omgevingsvergunning dakterras (t.b.v. de woonfunctie)
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een plat dak wordt gebruikt als dakterras, mits aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
het dakterras wordt uitsluitend gebruikt t.b.v. de woonfunctie;
het dakterras niet binnen een afstand van 2 meter is gelegen van de grenslijn van het naburige erf, tenzij er voorzieningen worden aangebracht die er toe leiden dat er vanaf het dakterras geen uitzicht is op het naburige erf;
er toestemming is gegeven door de eigenaar van het naburige erf.
Artikel 5 Bedrijf – Nutsvoorziening
5.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Bedrijf – Nutsvoorziening’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
nutsvoorzieningen (met uitzondering van risicovolle inrichtingen);
erven en verhardingen;
groenvoorzieningen;
ondergeschikte voorzieningen voor verkeer en verblijf;
parkeervoorzieningen;
water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Gebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen:
Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd.
De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'.
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)';
ingeval er sprake is van een overkapping, dan is een goot- en bouwhoogte van toepassing van 3,5 m.
5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd.
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m.
De bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van het opwekken van energie mag niet meer bedragen dan 5 m.
De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m.
Artikel 6 Centrum
6.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Centrum’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
detailhandel, uitsluitend op de begane grond;
dienstverlening, uitsluitend op de begane grond;
horeca in de horecacategorieën 1, 2 en 3, uitsluitend op de begane grond,
maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend op de begane grond;
een supermarkt, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt';
wonen;
aan de woonfunctie ondergeschikte activiteiten in de vorm van:
aan huis verbonden beroepen of bedrijven;
gastouderschap;
een onderdoorgang, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang';
tuinen, erven en verhardingen;
groenvoorzieningen;
nutsvoorzieningen (met uitzondering van risicovolle inrichtingen);
ondergeschikte voorzieningen voor verkeer en verblijf;
parkeervoorzieningen;
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
evenementen - I;
6.2 Bouwregels
6.2.1 Algemeen
Voor het bouwen in het algemeen geldt de volgende bepaling:
Per bouwvlak mag het aantal woningen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximaal aantal wooneenheden' is aangegeven. Indien geen aanduiding is opgenomen, is ter plaatse slechts één woning toegestaan.
Voor zover er een aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' is opgenomen, mag de bebouwing ter plaatse van die aanduiding niet meer bedragen dan het genoemde percentage. Indien geen aanduiding is opgenomen, mag het bouwvlak volledig worden bebouwd.
6.2.2 Gebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen:
Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd.
De goothoogte respectievelijk bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven;
ingeval er sprake is van een overkapping, dan is de ter plaatse aangegeven maximum goothoogte tevens de maximum bouwhoogte.
Ter plaatse van de aanduiding ‘bouwaanduiding – onderdoorgang' dient een onderdoorgang behouden te blijven, waarbij tot minimaal de hoogte van de eerste bouwlaag geen bebouwing is toegestaan;
6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde gelden de volgende bepalingen:
Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd.
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw niet meer mag bedragen dan 1 m.
De bouwhoogte van vlaggenmasten en antennes mag niet meer bedragen dan 6 m.
De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m.
6.3 Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bebouwing op het bouwperceel.
De onder a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld voor het behoud van en ter voorkoming van de aantasting van de ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - rijksmonument’/‘specifieke bouwaanduiding - gemeentelijk monument’ aangegeven bebouwing.
6.4 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in:
lid 7.2.4 onder b voor het toestaan van hogere erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw, mits:
de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2,5 m;
dit uit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering;
dit passend is binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en het plaatselijk straatbeeld;
hiertegen geen bezwaren zijn uit oogpunt van verkeersveiligheid.
6.5 Specifieke gebruiksregels
6.5.1 Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
het gebruik van platte daken als dakterras;
het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woning, of ten behoeve van mantelzorg;
het gebruik van de woning of de vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als bed & breakfast.
6.5.2 Aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijf
Voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of een aan huis verbonden bedrijf zijn de volgende bepalingen van toepassing:
de activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend door een bewoner van de woning;
de activiteit bedraagt niet meer dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning en de bij deze woning behorende bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 50 m2;
buitenactiviteiten, waaronder opslag, ten dienste van het aan huis verbonden beroep of bedrijf zijn niet toegestaan;
machinale productie en machinale reparatie- en herstelwerkzaamheden alsmede het verrichten van herstelwerkzaamheden aan gemotoriseerde voertuigen zijn niet toegestaan;
horeca en detailhandel (w.o. showroom en/of afhaalpunt c.q. logistieke functie, al dan niet t.b.v. internethandel) zijn niet toegestaan;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 42.2.
6.5.3 Evenementen
Voor het houden van evenementen – I zijn de volgende bepalingen van toepassing:
het aantal evenementen bedraagt maximaal 6 per jaar per locatie;
de duur per evenement mag (inclusief op- en afbouwdagen) maximaal 2 dagen bedragen;
het evenement mag alleen plaatsvinden in de dag- en avondperiode;
op- en afbouwactiviteiten mogen plaatsvinden direct voorafgaand of volgend op het evenement;
het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) vanwege het evenement mag gemeten op de gevel van een geluidgevoelig object niet meer bedragen dan 60 dB(A) en 75 dB(C) (etmaalwaarde).
6.6 Afwijken van de gebruiksregels
6.6.1 Omgevingsvergunning andere functies
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1 en (één van) de voor de begane grond toegelaten functies ook op de verdieping(en) toestaan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
het volkshuisvestingsbelang wordt niet onevenredig geschaad;
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken worden niet onevenredig aangetast;
er is geen onevenredige hinder voor de (woon)omgeving te verwachten;
er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 42.2.
6.6.2 Omgevingsvergunning huisvesting in verband met mantelzorg
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of een deel van de woning gebruikt wordt ten behoeve van huisvesting in verband met mantelzorg, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
ingeval van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk is de woonruimte gelegen op een maximale afstand van 15 m van de woning;
de totale toegestane oppervlakte, welke ten behoeve van de huisvesting mag worden ingezet, bedraagt maximaal 100 m2;
de huisvesting moet ten dienste staan van het verlenen van mantelzorg aan een zorgbehoevende, waarvan de noodzaak via een indicatiestelling is aangetoond;
ten behoeve van de huisvesting van een zorgbehoevende / zorg-verlenende mogen die voorzieningen worden aangebracht, die zelfstandige bewoning mogelijk maken;
er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
de situering van de woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
de omgevingsvergunning wordt ingetrokken, indien de noodzaak uit een oogpunt van mantelzorg vervalt. Daarbij dienen de voorzieningen, die zelfstandige bewoning mogelijk maakten, dusdanig verwijderd te worden, dat zelfstandige bewoning niet meer mogelijk is.
6.6.3 Omgevingsvergunning bed & breakfast
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een woning gebruikt wordt ten behoeve van een bed & breakfast, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de activiteit bedraagt niet meer dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning tot een maximum van 100 m2;
het aantal bedden mag niet meer bedragen dan 6;
een bed & breakfast is alleen toegestaan in niet-zelfstandige woonruimte(n);
de activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend door een bewoner van de woning;
er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
de situering van de woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 42.2.
6.6.4 Omgevingsvergunning meerdere huishoudens
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.1 en toestaan dat één woning wordt gebruikt ten behoeve van meerdere huishoudens, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
huisvesting vindt plaats in de woning;
het aantal personen waaraan woonruimte wordt geboden mag niet meer bedragen dan 6;
de extra huishoudens mogen uitsluitend worden gehuisvest in niet-zelfstandige woonruimte(n);
per bewoner dient minimaal 12 m2 gebruiksoppervlakte, zoals gedefinieerd in de bouwverordening en het bouwbesluit, aan gezamenlijke woonruimten en eigen woonruimten aanwezig te zijn;
er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
de situering van de woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 42.2.
6.6.5 Omgevingsvergunning toevoegen woning
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde binnen deze bestemming teneinde een woning toe te voegen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de toevoeging van de woning is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden:
de extra woning komt in een pand met een monumentenstatus of in een langgevelboerderij. Over het aspect, of sprake is van een langgevelboerderij wordt onafhankelijk deskundig advies ingewonnen;
de extra woning is uitsluitend toegestaan, indien dit mede is gericht op het behoud of herstel van deze cultuurhistorische waardevolle bebouwing als bedoeld onder sub 1; hieromtrent wordt deskundig advies ingewonnen;
het pand mag (ten behoeve van de extra woning) niet worden uitgebreid;
de toevoeging van de woning is stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig (w.o. woon- en leefmilieu) aanvaardbaar;
de toevoeging van de woning leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 42.2.
6.6.6 Omgevingsvergunning dakterras (t.b.v. de woonfunctie)
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een plat dak wordt gebruikt als dakterras, mits aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
het dakterras wordt uitsluitend gebruikt t.b.v. de woonfunctie;
het dakterras niet binnen een afstand van 2 meter is gelegen van de grenslijn van het naburige erf, tenzij er voorzieningen worden aangebracht die er toe leiden dat er vanaf het dakterras geen uitzicht is op het naburige erf;
er toestemming is gegeven door de eigenaar van het naburige erf.
Artikel 7 Gemengd
7.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Gemengd’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
wonen;
aan de woonfunctie ondergeschikte activiteiten in de vorm van:
aan huis verbonden beroepen of bedrijven;
gastouderschap;
dienstverlening, uitsluitend op de begane grond;
culturele en ontspannende voorzieningen, uitsluitend op de begane grond;
maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend op de begane grond;
detailhandel (m.u.v. supermarkten), uitsluitend op de begane grond ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'(dh);
horeca in de horecacategorieën 1, 2 en 3, uitsluitend op de begane grond ter plaatse van de aanduiding 'horeca' (h);
kantoor, uitsluitend op de begane grond ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' (k);
tuinen, erven en verhardingen;
groenvoorzieningen;
nutsvoorzieningen (met uitzondering van risicovolle inrichtingen);
ondergeschikte voorzieningen voor verkeer en verblijf;
parkeervoorzieningen;
een parkeergarage, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage' (pg);
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
7.2 Bouwregels
7.2.1 Algemeen
Voor het bouwen in het algemeen gelden de volgende bepalingen:
Ter plaatse van het aanduidingsvlak 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan ter plaatse is aangegeven. Indien geen aanduiding is opgenomen, is ter plaatse slechts één woning toegestaan;
Voor zover er een aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' is opgenomen, mag de bebouwing ter plaatse van die aanduiding niet meer bedragen dan het genoemde percentage. Indien geen aanduiding is opgenomen, mag het bouwvlak volledig worden bebouwd.
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - blinde gevel' dient de gevel aan de zijde van de aanduiding 'gevellijn' te worden gebouwd als blinde gevel. De blinde gevel dient in stand te worden gehouden.
7.2.2 Gebouwen en overkappingen binnen het bouwvlak
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen binnen het bouwvlak geldt de volgende bepaling:
De goothoogte respectievelijk bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven;
Ingeval er sprake is van een overkapping, dan is de ter plaatse aangegeven maximum goothoogte tevens de maximum bouwhoogte.
De volgende bebouwingstypologie is van toepassing:
ter plaatse van de aanduiding ‘gestapeld’ (gs) mogen uitsluitend gestapelde woningen worden gebouwd;
7.2.3 Gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:
Gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van de de op het betreffende bouwperceel toegestane functies.
Gebouwen en overkappingen dienen op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn te worden gebouwd.
De goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 m.
De gronden gelegen achter de achtergevelrooilijn en het verlengde daarvan mogen voor maximaal 80% worden bebouwd.
7.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde gelden de volgende bepalingen:
Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak gebouwd worden.
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw niet meer mag bedragen dan 1 m.
De bouwhoogte van vlaggenmasten en antennes mag niet meer bedragen dan 6 m.
De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m.
7.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in:
Lid 10.2.5 onder b voor het toestaan van hogere erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw, mits:
de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2,5 m;
dit uit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering;
dit passend is binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en het plaatselijk straatbeeld;
hiertegen geen bezwaren zijn uit oogpunt van verkeersveiligheid.
7.4 Specifieke gebruiksregels
7.4.1 Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
het gebruik van platte daken als dakterras;
het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woning, of ten behoeve van mantelzorg;
het gebruik van de woning of de vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als bed & breakfast.
7.4.2 Aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijf
Voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of een aan huis verbonden bedrijf zijn de volgende bepalingen van toepassing:
de activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend door een bewoner van de woning;
de activiteit bedraagt niet meer dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning en de bij deze woning behorende bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 50 m2;
buitenactiviteiten, waaronder opslag, ten dienste van het aan huis verbonden beroep of bedrijf zijn niet toegestaan;
machinale productie en machinale reparatie- en herstelwerkzaamheden alsmede het verrichten van herstelwerkzaamheden aan gemotoriseerde voertuigen zijn niet toegestaan;
horeca en detailhandel (w.o. showroom en/of afhaalpunt c.q. logistieke functie, al dan niet t.b.v. internethandel) zijn niet toegestaan;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 42.2.
7.5 Afwijken van de gebruiksregels
7.5.1 Omgevingsvergunning andere functies
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 10.1 om (één van) de voor de begane grond toegelaten functies ook op de verdieping(en) toe te staan, mits:
realisering c.q. handhaving van de woonfunctie op de verdieping(en) redelijkerwijs van de belanghebbende niet kan worden gevergd;
het volkshuisvestingsbelang niet onevenredig wordt geschaad;
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast;
geen onevenredige hinder voor de (woon)omgeving te verwachten is;
voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient voldaan te worden aan he bepaalde in artikel 42.2.
7.5.2 Omgevingsvergunning huisvesting in verband met mantelzorg
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of een deel van de woning gebruikt wordt ten behoeve van huisvesting in verband met mantelzorg, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
ingeval van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk is de woonruimte gelegen op een maximale afstand van 15 m van de woning;
de totale toegestane oppervlakte, welke ten behoeve van de huisvesting mag worden ingezet, bedraagt maximaal 100 m2;
de huisvesting moet ten dienste staan van het verlenen van mantelzorg aan een zorgbehoevende, waarvan de noodzaak via een indicatiestelling is aangetoond;
ten behoeve van de huisvesting van een zorgbehoevende / zorg-verlenende mogen die voorzieningen worden aangebracht, die zelfstandige bewoning mogelijk maken;
er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
de situering van de woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
de omgevingsvergunning wordt ingetrokken, indien de noodzaak uit een oogpunt van mantelzorg vervalt. Daarbij dienen de voorzieningen, die zelfstandige bewoning mogelijk maakten, dusdanig verwijderd te worden, dat zelfstandige bewoning niet meer mogelijk is.
7.5.3 Omgevingsvergunning bed & breakfast
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een woning gebruikt wordt ten behoeve van een bed & breakfast, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de activiteit bedraagt niet meer dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning tot een maximum van 100 m2;
het aantal bedden mag niet meer bedragen dan 6;
een bed & breakfast is alleen toegestaan in niet-zelfstandige woonruimte(n);
de activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend door een bewoner van de woning;
er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
de situering van de woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 42.2.
7.5.4 Omgevingsvergunning meerdere huishoudens
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.1 en toestaan dat één woning wordt gebruikt ten behoeve van meerdere huishoudens, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
huisvesting vindt plaats in de woning;
het aantal personen waaraan woonruimte wordt geboden mag niet meer bedragen dan 6;
de extra huishoudens mogen uitsluitend worden gehuisvest in niet-zelfstandige woonruimte(n);
per bewoner dient minimaal 12 m2 gebruiksoppervlakte, zoals gedefinieerd in de bouwverordening en het bouwbesluit, aan gezamenlijke woonruimten en eigen woonruimten aanwezig te zijn;
er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
de situering van de woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 42.2.
7.5.5 Omgevingsvergunning toevoegen woning
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde binnen deze bestemming teneinde een woning toe te voegen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de toevoeging van de woning is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden:
de extra woning komt in een pand met een monumentenstatus of in een langgevelboerderij. Over het aspect, of sprake is van een langgevelboerderij wordt onafhankelijk deskundig advies ingewonnen;
de extra woning is uitsluitend toegestaan, indien dit mede is gericht op het behoud of herstel van deze cultuurhistorische waardevolle bebouwing als bedoeld onder sub 1; hieromtrent wordt deskundig advies ingewonnen;
het pand mag (ten behoeve van de extra woning) niet worden uitgebreid;
de toevoeging van de woning is stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig (w.o. woon- en leefmilieu) aanvaardbaar;
de toevoeging van de woning leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 42.2.
7.5.6 Omgevingsvergunning dakterras (t.b.v. de woonfunctie)
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een plat dak wordt gebruikt als dakterras, mits aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
het dakterras wordt uitsluitend gebruikt t.b.v. de woonfunctie;
het dakterras niet binnen een afstand van 2 meter is gelegen van de grenslijn van het naburige erf, tenzij er voorzieningen worden aangebracht die er toe leiden dat er vanaf het dakterras geen uitzicht is op het naburige erf;
er toestemming is gegeven door de eigenaar van het naburige erf.
7.6 Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de onder 10.1 genoemde aanduidingen worden verwijderd dan wel worden vervangen door een andere toegestane functies, mits:
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast;
geen onevenredige hinder voor de (woon)omgeving te verwachten is;
de bestaande voorzieningenstructuur niet onevenredig wordt verstoord;
voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient voldaan te worden aan he bepaalde in artikel 42.2.
Artikel 8 Groen
8.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
groenvoorzieningen;
bermen en beplantingen;
inritten;
voorzieningen voor langzaam verkeer;
speelvoorzieningen;
geluidwerende voorzieningen;
straatmeubilair;
kunstobjecten;
kunstwerken;
vlonders, steigers en (voetgangers)bruggen;
evenementen - I;
nutsvoorzieningen (met uitzondering van risicovolle inrichtingen);
een ontsluiting voor aangrenzende woonpercelen ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting';
een calamiteiten ontsluiting, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkeer';
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - 1': tevens voor:
volkstuin;
dierenweide;
sport- en spelvoorziening, geen skatevoorziening of daarmee vergelijkbare voorziening;
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
alsmede voor:
de instandhouding en bescherming van een waterberging ter plaatse van de aanduiding ‘waterberging' (wb);
de verbinding tussen de op de naastgelegen gronden voorkomende landschappelijke waarden en natuurwaarden, ter plaatse van de aanduiding ‘natuur'.
8.2 Bouwregels
8.2.1 Gebouwen en overkappingen
Op deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
De bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 4 m.
De bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleidingen, beveiliging en regeling voor verkeer mag niet meer bedragen dan 15 m.
De bouwhoogte van kunstobjecten mag niet meer bedragen dan 4 m.
De bouwhoogte van kunstwerken mag niet meer bedragen dan 15 m.
De bouwhoogte van vlaggenmasten en antennes mag niet meer bedragen dan 6 m.
De bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m.
8.3 Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bebouwing.
De onder a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld voor het behoud van en ter voorkoming van de aantasting van de ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - rijksmonument’/‘specifieke bouwaanduiding - gemeentelijk monument’ aangegeven bebouwing en ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen - historische groenstructuur’ aangegeven waardevolle groenvoorzieningen.
8.4 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 12.2.2 voor het bouwen van kunstobjecten met een bouwhoogte van maximaal 8 m, mits
dit passend is binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en het plaatselijk straatbeeld;
hiertegen geen bezwaren zijn vanuit oogpunt van verkeersveiligheid.
8.5 Specifieke gebruiksregels
8.5.1 Evenementen
Voor het houden van evenementen – I zijn de volgende bepalingen van toepassing:
het aantal evenementen bedraagt maximaal 3 per jaar per locatie;
de duur per evenement mag (inclusief op- en afbouwdagen) maximaal 2 dagen bedragen;
het evenement mag alleen plaatsvinden in de dag- en avondperiode;
op- en afbouwactiviteiten mogen plaatsvinden direct voorafgaand of volgend op het evenement;
het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) vanwege het evenement mag gemeten op de gevel van een geluidgevoelig object niet meer bedragen dan 60 dB(A) en 75 dB(C) (etmaalwaarde).
8.6 Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 12.1 voor het aanleggen van parkeervoorzieningen en overige voorzieningen voor verkeer en verblijf, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
het stedenbouwkundig beeld wordt niet in onevenredige mate geschaad;
het aanleggen van parkeervoorzieningen is noodzakelijk is vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid en bereikbaarheid;
de aanleg van de parkeervoorzieningen heeft geen zodanige invloed op de aanwezige groenvoorziening, dat deze groenstructuur daardoor onevenredige schade wordt toegebracht en de gebruiksmogelijkheden ervan in overwegende mate wordtbeperkt;
er wordt rekening gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit).
8.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
8.7.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen - historische groenstructuur’ en de aanduiding 'ecologische verbindingszone' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en / of werkzaamheden uit te voeren:
het aanbrengen van gesloten verhardingen;
het aanbrengen, vellen en / of rooien van beplantingen en / of bomen;
het uitvoeren van afgravings- en ontgrondingswerkzaamheden anders dan normaal spitwerk, dieper dan 0,50 m;
het ophogen, egaliseren, bodemverlagen en / of afgraven van gronden;
het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of waterbassins.
Het is verboden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘waterberging’ de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en / of werkzaamheden uit te voeren:
het wijzigen van de waterberging en van watergangen;
het aanbrengen van gesloten verhardingen;
het uitvoeren van afgravings- en ontgrondingswerkzaamheden anders dan normaal spitwerk, dieper dan 0,50 m;
het ophogen, egaliseren, bodemverlagen en / of afgraven van gronden;
8.7.2 Toelaatbaarheid
De in sub 12.7.1 bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien noodzakelijk voor de in lid 12.1 genoemde doeleinden en indien een deskundige heeft geadviseerd, dat door de werkzaamheden geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waardevolle groenvoorziening of van de functie van de waterberging.
8.7.3 Uitzonderingen
Het bepaalde in lid 12.7.1 is niet van toepassing op:
werken en werkzaamheden die het normaal onderhoud betreffen overeenkomstig de doeleinden van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en / of voortvloeien uit het normale gebruik;
werken en werkzaamheden die op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkreeg, in uitvoering zijn.
Artikel 9 Maatschappelijk
9.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
maatschappelijke voorzieningen;
een kinderdagverblijf, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'kinderdagverblijf';
tuinen, erven en verhardingen;
groenvoorzieningen;
nutsvoorzieningen (met uitzondering van risicovolle inrichtingen);
ondergeschikte voorzieningen voor verkeer en verblijf;
parkeervoorzieningen;
een parkeergarage, ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage' (pg);
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
alsmede voor:
de bescherming en instandhouding van de ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - rijksmonument’ (sba-rm) / ‘specifieke bouwaanduiding - gemeentelijk monument’ (sba-gm) aangegeven gebouwen.
9.2 Bouwregels
9.2.1 Algemeen
Voor zover er een aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' is opgenomen, mag de bebouwing ter plaatse van die aanduiding niet meer bedragen dan het genoemde percentage. Indien geen aanduiding is opgenomen, mag het bouwvlak volledig worden bebouwd.
9.2.2 Gebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen:
Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd.
De goothoogte respectievelijk bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven;
Ingeval er sprake is van een overkapping, niet zijnde een bij de bedrijfswoning behorend bouwwerk, dan is de ter plaatse aangegeven maximum goothoogte tevens de maximum bouwhoogte.
9.2.3 Bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken
Voor bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
Bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ (bw).
Ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ (bw) is maximaal één bedrijfswoning toegestaan.
De inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer dan 750 m³ bedragen. De ondergrondse bebouwing wordt niet meegerekend voor het bepalen van de inhoud.
Voor niet-inpandige bedrijfswoningen geldt dat de goot- en bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 m respectievelijk 10 m.
Indien er sprake is van een plat dak, dan geldt dat de goothoogte niet meer mag bedragen dan 6,5 m.;
Bij een bedrijfswoning behorende bouwwerken mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' (bw) danwel direct aansluitend aan de aanduiding 'bedrijfswoning' worden gebouwd.
Voor de bouw van de onder e bedoelde bouwwerken gelden de volgende voorwaarden:
de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 70 m2;
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m;
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m.;
de bouwwerken mogen uitsluitend vanaf 1 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning worden opgericht;
ingeval er sprake is van een overkapping, zijnde een bij de bedrijfswoning behorend bouwwerk, dan is een goot- en bouwhoogte van toepassing van 3,5 m.
9.2.4 Parkeergarage
Ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage’ mogen (ondergrondse) parkeervoorzieningen worden gebouwd tot een verticale diepte van niet meer dan {...} p.m. m.
9.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde gelden de volgende bepalingen:
Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd.
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw niet meer mag bedragen dan 1 m.
De bouwhoogte van vlaggenmasten en antennes mag niet meer bedragen dan 6 m.
De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m.
9.3 Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bebouwing op het bouwperceel.
De onder a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld voor het behoud van en ter voorkoming van de aantasting van de ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - rijksmonument’/‘specifieke bouwaanduiding - gemeentelijk monument’ aangegeven bebouwing.
9.3.1 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in:
Lid 15.2.5 onder b voor het toestaan van hogere erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw, mits:
de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2,5 m;
dit uit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering;
dit passend is binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en het plaatselijk straatbeeld;
hiertegen geen bezwaren zijn uit oogpunt van verkeersveiligheid.
9.4 Specifieke gebruiksregels
9.4.1 Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
het gebruik van platte daken als dakterras;
het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning als zelfstandige woning, of ten behoeve van mantelzorg;
het gebruik van de bedrijfswoning of de vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning als bed & breakfast;
wonen, met uitzondering ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', en voor zover het wonen de huisvesting betreft van (het huishouden van) een persoon die op dat bedrijf of die instelling werkzaam is, al dan niet toezicht houdt.
9.4.2 Aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijf
Voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of een aan huis verbonden bedrijf zijn de volgende bepalingen van toepassing:
de activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend door een bewoner van de bedrijfswoning;
de activiteit bedraagt niet meer dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning en de bij deze woning behorende bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 50 m2;
buitenactiviteiten, waaronder opslag, ten dienste van het aan huis verbonden beroep of bedrijf zijn niet toegestaan;
machinale productie en machinale reparatie- en herstelwerkzaamheden alsmede het verrichten van herstelwerkzaamheden aan gemotoriseerde voertuigen zijn niet toegestaan;
horeca en detailhandel (w.o. showroom en/of afhaalpunt c.q. logistieke functie, al dan niet t.b.v. internethandel) zijn niet toegestaan;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 42.2.
9.5 Afwijken van de gebruiksregels
9.5.1 Omgevingsvergunning huisvesting in verband met mantelzorg
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of een deel van de bedrijfswoning gebruikt wordt ten behoeve van huisvesting in verband met mantelzorg, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
ingeval van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk is de woonruimte gelegen op een maximale afstand van 15 m van de bedrijfswoning;
de totale toegestane oppervlakte, welke ten behoeve van de huisvesting mag worden ingezet, bedraagt maximaal 100 m2;
de huisvesting moet ten dienste staan van het verlenen van mantelzorg aan een zorgbehoevende, waarvan de noodzaak via een indicatiestelling is aangetoond;
ten behoeve van de huisvesting van een zorgbehoevende / zorg-verlenende mogen die voorzieningen worden aangebracht, die zelfstandige bewoning mogelijk maken;
er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
de situering van de woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
de omgevingsvergunning wordt ingetrokken, indien de noodzaak uit een oogpunt van mantelzorg vervalt. Daarbij dienen de voorzieningen, die zelfstandige bewoning mogelijk maakten, dusdanig verwijderd te worden, dat zelfstandige bewoning niet meer mogelijk is.
9.5.2 Omgevingsvergunning bed & breakfast
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een bedrijfswoning gebruikt wordt ten behoeve van een bed & breakfast, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de activiteit bedraagt niet meer dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bedrijfswoning tot een maximum van 100 m2;
het aantal bedden mag niet meer bedragen dan 6;
een bed & breakfast is alleen toegestaan in niet-zelfstandige woonruimte(n);
de activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend door een bewoner van de woning;
er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
de situering van de woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 42.2
9.5.3 Omgevingsvergunning meerdere huishoudens
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregelsen toestaan dat één bedrijfswoning wordt gebruikt ten behoeve van meerdere huishoudens, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
huisvesting vindt plaats in de bedrijfswoning;
het aantal personen waaraan woonruimte wordt geboden mag niet meer bedragen dan 6;
de extra huishoudens mogen uitsluitend worden gehuisvest in niet-zelfstandige woonruimte(n);
per bewoner dient minimaal 12 m2 gebruiksoppervlakte, zoals gedefinieerd in de bouwverordening en het bouwbesluit, aan gezamenlijke woonruimten en eigen woonruimten aanwezig te zijn;
er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
de situering van de woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 42.2.
9.5.4 Omgevingsvergunning toevoegen woning
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde binnen deze bestemming teneinde een woning toe te voegen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de toevoeging van de woning is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden:
de extra woning komt in een pand met een monumentenstatus of in een langgevelboerderij. Over het aspect, of sprake is van een langgevelboerderij wordt onafhankelijk deskundig advies ingewonnen;
de extra woning is uitsluitend toegestaan, indien dit mede is gericht op het behoud of herstel van deze cultuurhistorische waardevolle bebouwing als bedoeld onder sub 1; hieromtrent wordt deskundig advies ingewonnen;
het pand mag (ten behoeve van de extra woning) niet worden uitgebreid;
de toevoeging van de woning is stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig (w.o. woon- en leefmilieu) aanvaardbaar;
de toevoeging van de woning leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 42.2.
9.5.5 Omgevingsvergunning dakterras (t.b.v. de woonfunctie)
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een plat dak wordt gebruikt als dakterras, mits aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
het dakterras wordt uitsluitend gebruikt t.b.v. de woonfunctie;
het dakterras niet binnen een afstand van 2 meter is gelegen van de grenslijn van het naburige erf, tenzij er voorzieningen worden aangebracht die er toe leiden dat er vanaf het dakterras geen uitzicht is op het naburige erf;
er toestemming is gegeven door de eigenaar van het naburige erf.
Artikel 10 Natuur
10.1 Bestemmingsomschrijving
De voor Natuur aangewezen gronden zijn bestemd voor:
aanleg, instandhouding, herstel en/of ontwikkeling van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en abiotische waarden met een zo sterk mogelijk ecologische en ruimtelijk-structurele samenhang;
houtproductie, mits ondergeschikt aan het behoud van landschappelijke en natuurwaarden;
extensief recreatief medegebruik;
agrarisch gebruik gericht op natuurbeheer;
onverharde paden ten behoeve van extensieve dagrecreatie;
een langzaamverkeersverbinding ter plaatse van de aanduiding ‘langzaam verkeer’;
een route voor landbouwverkeer en langzaam verkeer, aangelegd op verharde paden ter plaatse van de aanduiding ‘verkeer’;
een brug ter plaatse van de aanduiding ‘brug’;
agrarisch gebruik gericht op natuurbeheer;
ondergeschikte voorzieningen voor verkeer, parkeren en inritten;
nutsvoorzieningen (met uitzondering van risicovolle inrichtingen);
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
alsmede voor:
de instandhouding en bescherming van de ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding 'ecologische verbindingszone' (evz).
een en ander met bijbehorende voorzieningen.
10.2 Bouwregels
10.2.1 Algemeen
Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming en uitsluitend in de vorm van erfafscheidingen.
10.2.2 Maatvoering
De bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m.
10.3 Specifieke gebruiksregels
10.3.1 Strijdig gebruik
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden en opstallen:
voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
voor lawaaisporten;
voor verblijfsrecreatie;
voor het aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen;
het omzetten van grasland in bouwland / het scheuren van grasland;
het aanleggen van drainage;
het verlagen van de (grond)waterstand door de aanleg van beregeningsinstallaties;
het plaatsen van een mestzak.
10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
10.4.1 Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de in het schema onder 16.4.4 opgenomen omgevingsvergunningsplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren.
10.4.2 Uitzonderingen vergunningplicht
Het onder 16.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend;
welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren;
welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer.
10.4.3 Toetsing aanwezige waarden
De in 16.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend, indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 16.1. De in het kader van de belangenafweging te hanteren toetsingscriteria zijn in het schema onder 16.4.4 weergegeven.
10.4.4 Schema omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden
|
Omgevingsvergunningsplichtige werken/werkzaamheden |
Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden |
|
het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m2 |
het aanbrengen van verhardingen dient noodzakelijk te zijn in het kader van de agrarische bedrijfsvoering, het extensief recreatief medegebruik dan wel het ecologisch, landschaps- en waterhuishoudkundig beheer; de werkzaamheden mogen geen onevenredige aantasting tot gevolg hebben van de natuurwaarden; de waterhuishoudkundige situatie mag niet onevenredig worden aangetast; |
|
het aanbrengen van (infrastructurele) ondergrondse leidingen |
er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de natuur- en landschappelijke waarden; |
|
het diepwoelen, diepploegen, afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem met meer dan 50 cm |
er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de natuur- en landschappelijke waarden; |
|
het dempen van poelen, sloten en greppels, het aanleggen van drainage of het verlagen van de grondwaterstand door de aanleg van beregeningsinstallaties |
er mag geen onevenredige aantasting zijn van de grondwaterafhankelijke natuur; er mag geen onevenredige aantasting zijn van het belang van waterberging |
|
vellen of rooien van houtgewas |
er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de landschaps- en natuurwaarden; |
|
het wijzigen van de perceelsindeling, zoals door sloten, greppels en beplantingselementen is aangegeven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding: 'wetgevingszone – omgevingsvergunning historische verkaveling'; |
er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de karakteristieke historische verkavelingsstructuur; |
Artikel 11 Recreatie
11.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Recreatie’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
verblijfsrecreatie met bijbehorende voorzieningen;
aan verblijfsrecreatie ondergeschikte horeca;
aan verblijfsrecreatie ondergeschikte detailhandel;
een jachthaven ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven' (jh);
dagrecreatief medegebruik;
speelvoorzieningen;
terrassen;
erven en verhardingen;
groenvoorzieningen;
nutsvoorzieningen (met uitzondering van risicovolle inrichtingen);
ondergeschikte voorzieningen voor verkeer en verblijf;
parkeervoorzieningen;
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
evenementen - I;
11.2 Bouwregels
11.2.1 Algemeen
Voor zover er een aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' is opgenomen, mag de bebouwing ter plaatse van die aanduiding niet meer bedragen dan het genoemde percentage. Indien geen aanduiding is opgenomen, mag het bouwvlak volledig worden bebouwd.
11.2.2 Gebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen:
Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd.
De goothoogte respectievelijk bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven;
Ingeval er sprake is van een overkapping, dan is de ter plaatse aangegeven maximum goothoogte tevens de maximum bouwhoogte.
11.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde gelden de volgende bepalingen:
Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd.
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m.
De bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 10 m.
De bouwhoogte van vlaggenmasten en antennes mag niet meer bedragen dan 6 m.
De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde mag niet meer bedragen dan 3,5 m.
11.3 Specifieke gebruiksregels
11.3.1 Strijdig gebruik
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, wordt in ieder geval begrepen het gebruik van platte daken als dakterras.
11.3.2 Vloeroppervlakte horeca en detailhandel
De netto vloeroppervlakte aan horecavoorzieningen per recreatievoorziening mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)'.
De netto vloeroppervlakte aan detailhandelsvoorzieningen per recreatievoorziening mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)'.
11.3.3 Evenementen
Voor het houden van evenementen – I zijn de volgende bepalingen van toepassing:
het aantal evenementen bedraagt maximaal 3 per jaar per locatie;
de duur per evenement mag (inclusief op- en afbouwdagen) maximaal 2 dagen bedragen;
het evenement mag alleen plaatsvinden in de dag- en avondperiode;
op- en afbouwactiviteiten mogen plaatsvinden direct voorafgaand of volgend op het evenement;
het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) vanwege het evenement mag gemeten op de gevel van een geluidgevoelig object niet meer bedragen dan 60 dB(A) en 75 dB(C) (etmaalwaarde).
11.4 Afwijken van de gebruiksregels
11.4.1 Omgevingsvergunning dakterras (t.b.v. de woonfunctie)
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een plat dak wordt gebruikt als dakterras, mits aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
het dakterras wordt uitsluitend gebruikt t.b.v. de woonfunctie;
het dakterras niet binnen een afstand van 2 meter is gelegen van de grenslijn van het naburige erf, tenzij er voorzieningen worden aangebracht die er toe leiden dat er vanaf het dakterras geen uitzicht is op het naburige erf;
er toestemming is gegeven door de eigenaar van het naburige erf.
Artikel 12 Sport
12.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Sport’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
sportvoorzieningen;
aan sportvoorzieningen ondergeschikte horeca;
extensief recreatief medegebruik;
wonen, voor zover een bedrijfswoning is toegestaan en dit in de bedrijfswoning plaatsvindt;
geluidwerende voorzieningen;
erven en verhardingen;
groenvoorzieningen;
nutsvoorzieningen (met uitzondering van risicovolle inrichtingen);
ondergeschikte voorzieningen voor verkeer en verblijf;
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
evenementen - I;
12.2 Bouwregels
12.2.1 Algemeen
Voor zover er een aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' is opgenomen, mag de bebouwing ter plaatse van die aanduiding niet meer bedragen dan het genoemde percentage. Indien geen aanduiding is opgenomen, mag het bouwvlak volledig worden bebouwd.
12.2.2 Gebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen:
Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd.
De goothoogte respectievelijk bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven;
Ingeval er sprake is van een overkapping, dan is de ter plaatse aangegeven maximum goothoogte tevens de maximum bouwhoogte.
12.2.3 Bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning
Voor bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen:
Bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning'.
Ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ is maximaal één bedrijfswoning toegestaan.
De inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer dan 750 m³ bedragen. De ondergrondse bebouwing wordt niet meegerekend voor het bepalen van de inhoud.
Voor niet-inpandige bedrijfswoningen geldt dat de goot- en bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan 6 m respectievelijk 10 m.
Indien er sprake is van een plat dak, dan geldt dat de goothoogte niet meer mag bedragen dan 6,5 m.
Bij een bedrijfswoning behorende bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' danwel direct aansluitend aan de aanduiding 'bedrijfswoning' worden gebouwd.
Voor de bouw van de onder f bedoelde bouwwerken gelden de volgende voorwaarden:
de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 70 m2;
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m;
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m;
de bouwwerken mogen uitsluitend vanaf 1 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan worden opgericht;
ingeval er sprake is van een overkapping, zijnde een bij de bedrijfswoning behorend bouwwerk, dan is een goot- en bouwhoogte van toepassing van 3,5 m.
12.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde gelden de volgende bepalingen:
Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd, behoudens ter plaatse van de aanduiding "landschappelijke inpassing" (il).
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m.
De bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 15 m.
De bouwhoogte van ballenvangers mag niet meer bedragen dan 10 m.
De bouwhoogte van tribunes (geen gebouwen zijnde) mag niet meer bedragen dan 10 m.
De bouwhoogte van vlaggenmasten en antennes mag niet meer bedragen dan 6 m.
De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde mag niet meer bedragen dan 3,5 m.
12.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 19.2.4 onder c tot en met g voor het bouwen van lichtmasten, ballenvangers, tribunes of overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van niet meer dan 20 m, mits:
de mogelijkheden van belendende bouwpercelen niet onevenredig worden aangetast en er geen onevenredige hinder van wordt ondervonden;
hiertegen geen bezwaren zijn uit oogpunt van verkeersveiligheid.
12.4 Specifieke gebruiksregels
12.4.1 Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
het gebruik van platte daken als dakterras;
wonen, met uitzondering ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', en voor zover het wonen de huisvesting betreft van (één huishouden van) één persoon die op dat bedrijf of die instelling werkzaam is, al dan niet toezicht houdt;
het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning als zelfstandige woning, of ten behoeve van mantelzorg;
het gebruik van de bedrijfswoning of de vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning als bed & breakfast.
12.4.2 Aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijf
Voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of een aan huis verbonden bedrijf zijn de volgende bepalingen van toepassing:
de activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend door een bewoner van de bedrijfswoning;
de activiteit bedraagt niet meer dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning en de bij deze woning behorende bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 50 m2;
buitenactiviteiten, waaronder opslag, ten dienste van het aan huis verbonden beroep of bedrijf zijn niet toegestaan;
machinale productie en machinale reparatie- en herstelwerkzaamheden alsmede het verrichten van herstelwerkzaamheden aan gemotoriseerde voertuigen zijn niet toegestaan;
horeca en detailhandel (w.o. showroom en/of afhaalpunt c.q. logistieke functie, al dan niet t.b.v. internethandel) zijn niet toegestaan;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 42.2.
12.4.3 Evenementen
Voor het houden van evenementen – I zijn de volgende bepalingen van toepassing:
het aantal evenementen bedraagt maximaal 3 per jaar per locatie;
de duur per evenement mag (inclusief op- en afbouwdagen) maximaal 2 dagen bedragen;
het evenement mag alleen plaatsvinden in de dag- en avondperiode;
op- en afbouwactiviteiten mogen plaatsvinden direct voorafgaand of volgend op het evenement;
het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) vanwege het evenement mag gemeten op de gevel van een geluidgevoelig object niet meer bedragen dan 60 dB(A) en 75 dB(C) (etmaalwaarde).
12.5 Afwijken van de gebruiksregels
12.5.1 Omgevingsvergunning huisvesting in verband met mantelzorg
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of een deel van de bedrijfswoning gebruikt wordt ten behoeve van huisvesting in verband met mantelzorg, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
ingeval van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk is de woonruimte gelegen op een maximale afstand van 15 m van de bedrijfswoning;
de totale toegestane oppervlakte, welke ten behoeve van de huisvesting mag worden ingezet, bedraagt maximaal 100 m2;
de huisvesting moet ten dienste staan van het verlenen van mantelzorg aan een zorgbehoevende, waarvan de noodzaak via een indicatiestelling is aangetoond;
ten behoeve van de huisvesting van een zorgbehoevende / zorg-verlenende mogen die voorzieningen worden aangebracht, die zelfstandige bewoning mogelijk maken;
er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
de situering van de woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
de omgevingsvergunning wordt ingetrokken, indien de noodzaak uit een oogpunt van mantelzorg vervalt. Daarbij dienen de voorzieningen, die zelfstandige bewoning mogelijk maakten, dusdanig verwijderd te worden, dat zelfstandige bewoning niet meer mogelijk is.
12.5.2 Omgevingsvergunning bed & breakfast
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een bedrijfswoning gebruikt wordt ten behoeve van een bed & breakfast, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de activiteit bedraagt niet meer dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bedrijfswoning tot een maximum van 100 m2;
het aantal bedden mag niet meer bedragen dan 6;
een bed & breakfast is alleen toegestaan in niet-zelfstandige woonruimte(n);
de activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend door een bewoner van de woning;
er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
de situering van de woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 42.2.
12.5.3 Omgevingsvergunning meerdere huishoudens
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat één bedrijfswoning wordt gebruikt ten behoeve van meerdere huishoudens, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
huisvesting vindt plaats in de bedrijfswoning;
het aantal personen waaraan woonruimte wordt geboden mag niet meer bedragen dan 6;
de extra huishoudens mogen uitsluitend worden gehuisvest in niet-zelfstandige woonruimte(n);
per bewoner dient minimaal 12 m2 gebruiksoppervlakte, zoals gedefinieerd in de bouwverordening en het bouwbesluit, aan gezamenlijke woonruimten en eigen woonruimten aanwezig te zijn;
er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
de situering van de woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 42.2.
12.5.4 Omgevingsvergunning toevoegen woning
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde binnen deze bestemming teneinde een woning toe te voegen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de toevoeging van de woning is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden:
de extra woning komt in een pand met een monumentenstatus of in een langgevelboerderij. Over het aspect, of sprake is van een langgevelboerderij wordt onafhankelijk deskundig advies ingewonnen;
de extra woning is uitsluitend toegestaan, indien dit mede is gericht op het behoud of herstel van deze cultuurhistorische waardevolle bebouwing als bedoeld onder sub 1; hieromtrent wordt deskundig advies ingewonnen;
het pand mag niet worden uitgebreid;
de toevoeging van de woning is stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig (w.o. woon- en leefmilieu) aanvaardbaar;
de toevoeging van de woning leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 42.2.
12.5.5 Omgevingsvergunning dakterras (t.b.v. de woonfunctie)
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een plat dak wordt gebruikt als dakterras, mits aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
het dakterras wordt uitsluitend gebruikt t.b.v. de woonfunctie;
het dakterras niet binnen een afstand van 2 meter is gelegen van de grenslijn van het naburige erf, tenzij er voorzieningen worden aangebracht die er toe leiden dat er vanaf het dakterras geen uitzicht is op het naburige erf;
er toestemming is gegeven door de eigenaar van het naburige erf.
Artikel 13 Tuin
13.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
tuinen en groenvoorzieningen bij woningen;
inritten;
parkeren.
13.2 Bouwregels
13.2.1 Gebouwen en overkappingen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd, met uitzondering van het bepaalde onder 20.2.2.
13.2.2 Uitbreiding van een woning
Voor het bouwen van uitbreidingen aan een woning op de aangrenzende bestemming 'Wonen' gelden de volgende bepalingen:
De diepte van de uitbreiding mag niet meer bedragen dan 1,5 m;
De uitbreiding mag niet meer bedragen dan 1 bouwlaag;
De breedte van de uitbreiding mag niet meer bedragen dan tweederde van de voorgevelbreedte van de woning;
indien de uitbreiding wordt uitgevoerd in combinatie met een luifel, dan dient deze luifel een open constructie te zijn met een breedte van niet meer dan eenderde van de voorgevelbreedte en mag de uitbreiding inclusief luifel over de gehele breedte van de voorgevel worden gebouwd in verhouding tweederde - eenderde;
indien sprake is meer dan één naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel, dan dient de uitbreiding - al dan niet met luifel - van de woning plaats te vinden aan de gevelzijde die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt;
uitbreidingen van de woningen en luifels, die sinds < datum ter visie legging vorig plan (bij meerdere plannen?)> aanwezig zijn, mogen in de huidige omvang en situering worden gehandhaafd.
13.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen en overkapingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
Ter plaatse mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde in de vorm van erf- en terreinafscheidingen, tuinmeubilair, vlaggenmasten en antennes worden gebouwd.
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m.
De bouwhoogte van tuinmeubilair, zoals pergola's, mag niet meer bedragen dan 2,5 m.
De bouwhoogte van vlaggenmasten en antennes mag niet meer bedragen dan 5 m.
13.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 20.2.2, sub e, mits dit passend is binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en het plaatselijk straatbeeld.
13.4 Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik ten behoeve van het parkeren van motorvoertuigen op de gronden gelegen vóór de voorgevel van het deel van een woning, dat gezien de bouwhoogte, als belangrijkste onderdeel van de woning kan worden aangemerkt.
13.5 Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 20.4 voor het parkeren van motorvoertuigen voor de voorgevel van een woning, mits:
het stedenbouwkundig beeld niet wordt geschaad;
geen onevenredige schade wordt toegebracht aan het woonmilieu en aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken;
het aantal parkeerplaatsen op de openbare weg niet wordt verminderd.
Artikel 14 Verkeer
14.1 Bestemmingsomschrijving
De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor:
voorzieningen voor verkeer en verblijf;
parkeervoorzieningen;
garageboxen ter plaatse van de aanduiding ‘garagebox' (gab);
een parkeergarage, ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage' (pg);
een ondergrondse waterberging ter plaatse van de aanduiding 'waterberging' (wb);
kunstobjecten;
kunstwerken;
speelvoorzieningen;
geluidwerende voorzieningen;
straatmeubilair;
(horeca)terrassen;
(voorzieningen voor) ambulante detailhandel;
tijdelijke bouwplaatsinrichting;
groenvoorzieningen;
nutsvoorzieningen (met uitzondering van risicovolle inrichtingen);
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
evenementen - I;
alsmede voor:
de bescherming en instandhouding van de ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - rijksmonument’ (sba-rm) /‘specifieke bouwaanduiding - gemeentelijk monument’ (sba-gm) aangegeven gebouwen.
de verbinding tussen de op de naastgelegen gronden voorkomende landschappelijke waarden en natuurwaarden, ter plaatse van de aanduiding ‘natuur'.
14.2 Bouwregels
14.2.1 Gebouwen en overkappingen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd, met uitzondering van het bepaalde onder 20.2.2 en 20.2.3.
14.2.2 Parkeergarage
Ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage’ mogen (ondergrondse) parkeervoorzieningen worden gebouwd tot een verticale diepte van niet meer dan 4 m.
14.2.3 Garageboxen
Voor het bouwen van garageboxen gelden de volgende bepalingen:
Garageboxen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding ‘garagebox’.
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,50 m.
De oppervlakte per garagebox mag niet meer bedragen dan 30 m².
14.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:
De bouwhoogte van kunstwerken, kunstobjecten, palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 15 m.
De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3,5 m.
14.3 Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bebouwing op het bouwperceel.
De onder a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld voor het behoud van en ter voorkoming van de aantasting van de ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - rijksmonument’/‘specifieke bouwaanduiding - gemeentelijk monument’ aangegeven bebouwing.
14.4 Specifieke gebruiksregels
14.4.1 Evenementen
Voor het houden van evenementen – I zijn de volgende bepalingen van toepassing:
het aantal evenementen bedraagt maximaal 3 per jaar per locatie;
de duur per evenement mag (inclusief op- en afbouwdagen) maximaal 2 dagen bedragen;
het evenement mag alleen plaatsvinden in de dag- en avondperiode;
op- en afbouwactiviteiten mogen plaatsvinden direct voorafgaand of volgend op het evenement;
het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) vanwege het evenement mag gemeten op de gevel van een geluidgevoelig object niet meer bedragen dan 60 dB(A) en 75 dB(C) (etmaalwaarde).
Artikel 15 Water
15.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder voorzieningen voor waterberging, -aanvoer en -afvoer, zoals watergangen, waterlopen en waterpartijen;
een natte ecologische verbindingszone;
oevervoorzieningen;
steigers, aanlegplaatsen en gelijksoortige voorzieningen;
laad- en losfaciliteiten;
nutsvoorzieningen (met uitzondering van risicovolle inrichtingen);
voorzieningen voor verkeer en verblijf, waaronder bruggen, duikers, gelijksoortige voorzieningen en andere kunstwerke n;
een permanente ligplaats voor de waterscouting ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water – waterscouting (swa-ws)
kegelschepen
15.2 Bouwregels
15.2.1 Gebouwen en overkappingen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
15.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
Ter plaatse van een aanwezige laad- en loskade mogen kranen en masten en andere bouwwerken ten behoeve van de laad- en loskade, een bouwhoogte hebben van niet meer dan 30 meter.
De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m.
Artikel 16 Wonen
16.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
wonen;
aan de woonfunctie ondergeschikte activiteiten in de vorm van:
aan huis verbonden beroepen of bedrijven;
gastouderschap;
zorgwonen; uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'zorgwonen';
woonwagenstandplaatsen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' (wp);
tuinen, erven en verhardingen;
groenvoorzieningen;
nutsvoorzieningen (met uitzondering van risicovolle inrichtingen);
ondergeschikte voorzieningen voor verkeer en verblijf;
een parkeergarage, ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage' (pg);
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
alsmede voor:
de bescherming en instandhouding van de ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - rijksmonument’ (sba-rm) / ‘specifieke bouwaanduiding - gemeentelijk monument’ (sba-gm) aangegeven gebouwen.
16.2 Bouwregels
16.2.1 Algemeen
Voor het bouwen in het algemeen gelden de volgende bepalingen:
ter plaatse van het aanduidingsvlak 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan ter plaatse is aangegeven. Indien geen aanduiding is opgenomen, is ter plaatse slechts één woning toegestaan.
16.2.2 Gebouwen en overkappingen binnen het bouwvlak
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen binnen het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:
De volgende bebouwingstypologie is van toepassing:
ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' (vrij) mogen uitsluitend vrijstaande woningen worden gebouwd;
ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' (tae) mogen uitsluitend twee-aaneengebouwde en geschakelde woningen worden gebouwd;
ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' (aeg) mogen uitsluitend aaneengebouwde woningen worden gebouwd;
ter plaatse van de aanduiding ‘gestapeld’ (gs) mogen uitsluitend gestapelde woningen worden gebouwd;
ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding ‘patiowoning’ (pw) mag de oppervlakte van de onbebouwde ruimte binnen het bouwvlak niet minder dan 15 m² bedragen;
De voorgevel van een woning moet worden gesitueerd in de voorgevelrooilijn dan wel op een afstand van niet meer dan 2 m daarachter;
De goothoogte respectievelijk bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven;
Indien er sprake is van een woning die wordt uitgevoerd met een plat dak, dan mag voornoemde maximum goothoogte (m) worden verhoogd met 0,5 m.;
Ingeval er sprake is van een overkapping, dan is de ter plaatse aangegeven maximum goothoogte tevens de maximum bouwhoogte;
In afwijking van het bepaalde onder b t/m e gelden bij 'vrijstaande' woningen binnen 3 meter van de zijdelingse perceelsgrenzen de volgende bepalingen:
tenminste één zijde van de zijstroken dient vrij van gebouwen en overkappingen te blijven;
gebouwen en overkappingen dienen op een afstand van tenminste 1 m achter de voorgevelrooilijn te worden gebouwd;
de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,50 m.
In afwijking van het bepaalde onder b t/m e gelden bij 'twee-aaneengebouwde' en 'geschakelde' woningen binnen 3 meter van één van beide zijdelingse perceelsgrenzen de volgende bepalingen:
gebouwen en overkappingen dienen op een afstand van tenminste 1 m achter de voorgevelrooilijn te worden gebouwd;
de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,50 m.
Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – onderdoorgang' (sba-odd) dient een onderdoorgang behouden te blijven, waarbij tot minimaal de hoogte van de eerste bouwlaag geen bebouwing is toegestaan;
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' (sba-dg) dient de gevel aan de zijde van de aanduiding 'gevellijn' te worden gebouwd als dove gevel. De dove gevel dient in stand te worden gehouden.
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - blinde gevel' (sba-bg) dient de gevel aan de zijde van de aanduiding 'gevellijn' te worden gebouwd als blinde gevel. De blinde gevel dient in stand te worden gehouden.
Indien in afwijking van het bepaalde onder c, f en g ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp van het plan legaal een grotere goot- of bouwhoogte of oppervlakte aanwezig was, mag die bestaande goot- of bouwhoogte respectievelijk oppervlakte worden gehandhaafd c.q. bij uitbreiding worden aangehouden.
16.2.3 Gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:
Gebouwen en overkappingen dienen op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn te worden gebouwd.
De goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,50 m.
Bij vrijstaande woningen dient een der zijstroken vrij van gebouwen en overkappingen te blijven.
De gezamenlijke oppervlakte voor gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak mag, met inachtneming van het bepaalde onder e:
voor bouwpercelen met een oppervlakte van maximaal 500 m² niet meer bedragen dan 100 m², met dien verstande dat maximaal 50 m² als vrijstaand(e) gebouw(en) buiten het bouwvlak mag / mogen worden gebouwd;
voor bouwpercelen met een oppervlakte van maximaal 2.000 m² niet meer bedragen dan 150 m², met dien verstande dat maximaal 100 m² als vrijstaand(e) gebouw(en) buiten het bouwvlak mag / mogen worden gebouwd;
voor bouwpercelen met een oppervlakte groter dan 2.000 m² niet meer bedragen dan 200 m², met dien verstande dat maximaal 150 m² als vrijstaand(e) gebouw(en) buiten het bouwvlak mag / mogen worden gebouwd.
De gronden gelegen achter de achtergevelrooilijn en het verlengde daarvan mogen voor maximaal 50% worden bebouwd, met dien verstande dat in ieder geval 25 m² aan gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak mag worden gebouwd.
Indien in afwijking van het bepaalde onder a en c ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp van het plan legaal een kleinere afstand aanwezig was dan wel de betreffende zijstrook niet (geheel) vrij van gebouwen en overkappingen was, mag die afstand respectievelijk situatie worden gehandhaafd.
Indien in afwijking van het bepaalde onder b en d ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp van het plan legaal een grotere goot- of bouwhoogte of oppervlakte aanwezig was, mag die bestaande goot- of bouwhoogte respectievelijk oppervlakte worden gehandhaafd c.q. bij uitbreiding worden aangehouden.
16.2.4 Parkeergarage
Ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage’ mogen (ondergrondse) parkeervoorzieningen worden gebouwd tot een verticale diepte van niet meer dan 4 m.
16.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde gelden de volgende bepalingen:
Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd.
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de lijn waarin de naar de weg gekeerde gevel van de woning staat niet meer mag bedragen dan 1 m.
De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m.
16.2.6 Woonwagens
Woonwagens zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' (wp), waarbij de volgende voorwaarden van toepassing zijn:
Het aantal standplaatsen per aanduidingsvlak mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal'.
De oppervlakte van een woonwagen mag niet meer bedragen dan is aangeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)'.
De bouwhoogte van een woonwagen mag niet meer bedragen dan 4,5 m.
De afstand tussen woonwagens onderling mag niet minder bedragen dan 2 m.
Per woonwagen is maximaal één bijgebouw toegestaan onder de volgende voorwaarden:
De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 15 m2.
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m.
16.3 Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bebouwing op het bouwperceel.
De onder a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld voor het behoud van en ter voorkoming van de aantasting van de ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - rijksmonument’ / ‘specifieke bouwaanduiding - gemeentelijk monument’ aangegeven bebouwing.
16.4 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 23.2.2 onder a voor het afwijken van de toegestane bebouwingstypologie en ter plaatse van de aanduiding:
‘patiowoning' ook aaneengebouwd, twee-aaneengebouwde, geschakelde of vrijstaande woningen toestaan;
‘aaneengebouwd’ ook twee-aaneengebouwde, geschakelde of vrijstaande woningen toestaan;
‘twee-aaneen’ ook vrijstaande woningen toestaan;
‘gestapeld’ ook grondgebonden woningen toestaan;
mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de afwijking past binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en het plaatselijk straatbeeld;
er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 42.2.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 23.2.2 onder c voor het bouwen van een dakopbouw, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de afwijking past binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en het plaatselijk straatbeeld;
een dakopbouw is uitsluitend toegestaan op een gebouw binnen het bouwvlak;
een dakopbouw is uitsluitend toegestaan op een kapconstructie;
de maximaal toegestane bouwhoogte wordt niet overschreden;
de breedte van de dakopbouw bedraagt niet meer dan 2/3 van de breedte van het dakvlak.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 23.2.3 onder b voor een grotere bouwhoogte van gebouwen buiten het bouwvlak ten behoeve van het oprichten van een kapconstructie, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m;
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m;
de afwijking past binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en het plaatselijk straatbeeld;
de mogelijkheden van belendende bouwpercelen worden niet onevenredig aangetast en er wordt geen onevenredige hinder ondervonden.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 23.2.3 onder c voor het bouwen van een vrijstaand gebouw of een vrijstaande overkapping in de vrij van gebouwen en overkappingen te blijven zijstrook, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de bebouwing wordt gerealiseerd op een afstand van 1 m of meer achter de achtergevelrooilijn;
de afwijking past binnen het stedenbouwkundige beeld van de omgeving en het plaatselijk straatbeeld;
de mogelijkheden van belendende bouwpercelen worden niet onevenredig aangetast en er wordt geen onevenredige hinder ondervonden.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 23.2.5 onder b voor het toestaan van hogere erf- en terreinafscheidingen vóór de lijn waarin de naar de weg gekeerde gevel van een woning staat, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 2,5 m;
de afwijking past binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en het plaatselijk straatbeeld;
er zijn geen bezwaren vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid.
16.5 Specifieke gebruiksregels
16.5.1 Strijdig gebruik
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, wordt in ieder geval begrepen:
het gebruik van platte daken als dakterras;
het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woning, of ten behoeve van mantelzorg;
het gebruik van de woning of de vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als bed & breakfast.
16.5.2 Aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijf
Voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of een aan huis verbonden bedrijf zijn de volgende bepalingen van toepassing:
de activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend door een bewoner van de woning;
de activiteit bedraagt niet meer dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning en de bij deze woning behorende bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 50 m2;
buitenactiviteiten, waaronder opslag, ten dienste van het aan huis verbonden beroep of bedrijf zijn niet toegestaan;
machinale productie en machinale reparatie- en herstelwerkzaamheden alsmede het verrichten van herstelwerkzaamheden aan gemotoriseerde voertuigen zijn niet toegestaan;
horeca en detailhandel (w.o. showroom en/of afhaalpunt c.q. logistieke functie, al dan niet t.b.v. internethandel) zijn niet toegestaan;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 42.2.
16.6 Afwijken van de gebruiksregels
16.6.1 Omgevingsvergunning huisvesting in verband met mantelzorg
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of een deel van de woning gebruikt wordt ten behoeve van huisvesting in verband met mantelzorg, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
ingeval van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk is de woonruimte gelegen op een maximale afstand van 15 m van de woning;
de totale toegestane oppervlakte, welke ten behoeve van de huisvesting mag worden ingezet, bedraagt maximaal 100 m2;
de huisvesting moet ten dienste staan van het verlenen van mantelzorg aan een zorgbehoevende, waarvan de noodzaak via een indicatiestelling is aangetoond;
ten behoeve van de huisvesting van een zorgbehoevende / zorg-verlenende mogen die voorzieningen worden aangebracht, die zelfstandige bewoning mogelijk maken;
er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
de situering van de woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
de omgevingsvergunning wordt ingetrokken, indien de noodzaak uit een oogpunt van mantelzorg vervalt. Daarbij dienen de voorzieningen, die zelfstandige bewoning mogelijk maakten, dusdanig verwijderd te worden, dat zelfstandige bewoning niet meer mogelijk is.
16.6.2 Omgevingsvergunning bed & breakfast
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een woning gebruikt wordt ten behoeve van een bed & breakfast, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de activiteit bedraagt niet meer dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning tot een maximum van 100 m2;
het aantal bedden mag niet meer bedragen dan 6;
een bed & breakfast is alleen toegestaan in niet-zelfstandige woonruimte(n);
de activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend door een bewoner van de woning;
er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
de situering van de woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 42.2.
16.6.3 Omgevingsvergunning meerdere huishoudens
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 23.1 en toestaan dat één woning wordt gebruikt ten behoeve van meerdere huishoudens, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
huisvesting vindt plaats in de woning;
het aantal personen waaraan woonruimte wordt geboden mag niet meer bedragen dan 6;
de extra huishoudens mogen uitsluitend worden gehuisvest in niet-zelfstandige woonruimte(n);
per bewoner dient minimaal 12 m2 gebruiksoppervlakte, zoals gedefinieerd in de bouwverordening en het bouwbesluit, aan gezamenlijke woonruimten en eigen woonruimten aanwezig te zijn;
er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
de situering van de woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 42.2.
16.6.4 Omgevingsvergunning toevoegen woningen
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde binnen deze bestemming teneinde woningen toe te voegen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de toevoeging van de woningen is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden:
de extra woningen komen in een pand met een monumentenstatus of in een langgevelboerderij. Over het aspect, of sprake is van een langgevelboerderij wordt onafhankelijk deskundig advies ingewonnen;
de extra woningen zijn uitsluitend toegestaan, indien dit mede is gericht op het behoud of herstel van deze cultuurhistorische waardevolle bebouwing als bedoeld onder 1; hieromtrent wordt deskundig advies ingewonnen;
het pand mag (ten behoeve van de extra woningen) niet worden uitgebreid.
de toevoeging van de woningen is stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig (w.o. woon- en leefmilieu) aanvaardbaar;
de toevoeging van de woningen leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 42.2.
16.6.5 Omgevingsvergunning dakterras (t.b.v. de woonfunctie)
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een plat dak wordt gebruikt als dakterras, mits aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
het dakterras wordt uitsluitend gebruikt t.b.v. de woonfunctie;
het dakterras niet binnen een afstand van 2 meter is gelegen van de grenslijn van het naburige erf, tenzij er voorzieningen worden aangebracht die er toe leiden dat er vanaf het dakterras geen uitzicht is op het naburige erf;
er toestemming is gegeven door de eigenaar van het naburige erf.
Artikel 17 Woongebied
[Type hier uw tekst]
17.1 Bestemmingsomschrijving
[Type hier uw tekst]
Artikel 18 Leiding - Belemmeringenstrook
[Type hier uw tekst]
18.1 Bestemmingsomschrijving
[Type hier uw tekst]
Artikel 19 Waarde - Archeologie
19.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waarde – Archeologie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.
19.2 Bouwregels
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van:
vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw in generlei opzicht wordt vergroot en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;
de bouw van een gebouw of de uitbreiding van een bestaand gebouw met een oppervlakte tot ten hoogste 100 m²;
de bouw van een bouwwerk, dat kan worden gebouwd met graafwerkzaamheden die niet dieper reiken dan 0,50 m en zonder heiwerkzaamheden.
19.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 25.2 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en).
De omgevingsvergunning wordt niet verleend, dan nadat de aanvrager aan de hand van een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport heeft aangetoond, dat door de oprichting van het gebouw het archeologische bodemarchief niet wordt verstoord;
Voor zover het oprichten van het in lid 31.2 bedoelde gebouw kan leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één van de volgende voorwaarden verbinden:
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of
de verplichting tot het doen van opgravingen, of
de verplichting de oprichting van het gebouw te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
19.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
19.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden;
het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen;
het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
het verlagen van het waterpeil.
19.4.2 Uitzonderingen
Het verbod, zoals bedoeld in lid 25.4.1 is niet van toepassing, indien:
het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen, waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte;
het betreft werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden met een diepte van minder dan 0,50 m of, bij een grotere diepte, met een oppervlakte kleiner dan 100 m²;
op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;
de werken en werkzaamheden:
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning;
de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht.
19.4.3 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
Het is verboden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, de aanwezige bouwwerken te slopen. Uitgezonderd van dit verbod zijn sloopwerkzaamheden van bouwwerken, waarbij de oppervlakte minder bedraagt dan 100 m² en/ of niet dieper wordt gewerkt dan 0,50 m onder maaiveld;
aan de sloopvergunning kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld, dat de sloop wordt begeleid door een gekwalificeerde deskundige (zijnde een archeologisch bedrijf met een opgravingsvergunning). Hiervoor is een door de door het bevoegd gezag schriftelijk goedgekeurd Programma van Eisen vereist, dat is opgesteld conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA);
indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag, die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de sloopvergunning;
de vergunning kan niet worden verleend, indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft.
19.4.4 Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 25.4.1 en 25.4.3 wordt slechts verleend indien:
op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of
op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of
de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord:
een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of
een verplichting tot het doen van opgravingen; of
een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA.
19.5 Wijzigingsbevoegdheid
19.5.1 Wijziging op basis van archeologisch onderzoek
Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin, dat de dubbelbestemming 'Waarde -Archeologie' voor een nader aangegeven gebied vervalt, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
19.5.2 Advies
Alvorens de in lid 31.5.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, wordt deskundig advies gevraagd aan een door burgemeester en wethouders in te schakelen deskundige op het gebied van de archeologische Monumentenzorg conform de vigerende KNA.
Artikel 20 Waarde - Monumentale bomen
20.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waarde - Monumentale bomen‘ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor monumentale bomen.
20.2 Bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij andere bestemmingen mogen geen bouwwerken worden opgericht binnen de bestemming ‘Waarde - Monumentale bomen'.
20.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 27.2, mits uit een bomeneffectrapportage blijkt, dat de bouwactiviteiten geen onevenredige nadelige effecten hebben voor de levensverwachting en de ruimtelijke, monumentale of ecologische betekenis van de ter plaatse aanwezige boom
20.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
20.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning binnen deze bestemming de volgende werkzaamheden te verrichten:
kappen van bomen of houtopstanden;
aanleggen en verharden van wegen, paden en aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
verlagen van de bodem en afgraven, verlagen, ophogen en egaliseren van gronden;
het slopen van bouwwerken;
aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van deze bomen tot gevolg hebben of kunnen hebben.
20.4.2 Toelaatbaarheid
De in sub 27.4.1 bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien wordt aangetoond dat door het gebruik van de gronden als hiervoor aangegeven de conditie, levensverwachting, groeiplaats en (beeld)-kwaliteit van de ter plaatse aanwezige boom of bomen niet onevenredig worden aangetast.
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in sub 27.4.1 kan het bevoegd gezag een rapportage verlangen, waaruit blijkt dat de werken en/of werkzaamheden geen onevenredige gevolgen hebben voor de levensvatbaarheid en de ruimtelijke, monumentale of ecologische betekenis van de ter plaatse aanwezige boom of bomen.
Het bevoegd gezag is tevens bevoegd bij het verlenen van de omgevingsgvergunning nadere eisen te stellen ter bescherming van de levensvatbaarheid en de ruimtelijke, monumentale of ecologische betekenis van de ter plaatse aanwezige boom of bomen.
20.4.3 Uitzonderingen
Het bepaalde in sub 27.4.1 is niet van toepassing op:
werken en werkzaamheden die het normale onderhoud betreffen overeenkomstig de bestemming van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming;
werken en werkzaamheden, die op het tijdstip, waarop het plan rechtskracht verkrijgt, legaal in uitvoering zijn.
Artikel 21 Waterstaat - Waterkering
21.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waterstaat - Waterkering’ aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor:
hoofdwaterkering en de daarbij behorende voorzieningen voor de kering van het water;
aanleg, instandhouding en/of bescherming van de hoofdwaterkering;
waterhuishouding en voorzieningen ten behoeve van het scheepvaartverkeer;
verhardingen ten behoeve van de waterkering;
21.2 Bouwregels
Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de waterkering.
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de waterkering mag niet meer bedragen dan 4 m.
21.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 28.2 sub a, voor het oprichten van een bouwwerk overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemmingen, mits:
de werking van de waterkering niet wordt geschaad;
vooraf schriftelijk toestemming is verleend door de beheerder van de waterkering.
Artikel 22 Waterstaat - Waterhuishoudkundige en/of waterstaatkundige functie
22.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waterstaat - Waterhuishoudkundige en/of waterstaatkundige functie’ aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor:
water, waterhuishoudkundige en waterstaatkundige voorzieningen;
waterwegen;
voorzieningen ten behoeve van het scheepvaartverkeer;
verhardingen ten behoeve van de waterhuishoudkundige en/of waterstaatkundige voorziening;
ligplaatsen voor schepen, steigers en vlonders.
22.2 Bouwregels
Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van het scheepvaartverkeer.
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van het scheepvaartverkeer mag niet meer bedragen dan 4 m.
22.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 29.2 sub a, voor het oprichten van een bouwwerk overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemmingen, mits:
de belangen van de waterweg niet worden geschaad;
vooraf schriftelijk toestemming is verleend bij de beheerder van de waterweg.
Artikel 23 Waterstaat - Waterstaatkundige functie
[Type hier uw tekst]
Hoofdstuk 3 Algemene regels_Activiteiten
Artikel 24 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 25 Algemene bouwregels
25.1 Algemeen
Indien de bestaande maatvoering afwijkt van hetgeen in deze planregels is bepaald, mag deze afwijkende maatvoering worden gehandhaafd, mits het desbetreffende gebouw, bouwwerk, voorziening of werk op het moment van ter visielegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan aanwezig was.
25.2 Ondergronds bouwen
25.2.1 Algemeen
Voor ondergronds bouwen gelden de volgende bepalingen:
Op plaatsen waar bestaande bovengrondse gebouwen zijn of nieuwe bovengrondse gebouwen worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden; eveneens en direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd.
De verticale diepte mag bij ondergronds bouwen niet meer bedragen dan 4 m.
25.2.2 Niet-overdekte zwembaden
Voor het bouwen/aanleggen van niet-overdekte zwembaden gelden de volgende bepalingen:
Zwembaden mogen uitsluitend worden gebouwd/aangelegd bij woningen.
Zwembaden dienen op minimaal 3 m achter de voorgevellijn van een woning te worden gebouwd/aangelegd.
25.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder 31.2.1 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder een gebouw, al dan niet op een grotere diepte dan bepaald onder 31.2.1 mits:
de oorspronkelijk functie op maaiveldniveau gehandhaafd blijft;
er geen bezwaren zijn uit milieutechnisch oogpunt;
er geen bezwaren zijn uit oogpunt van waterhuishouding.
Artikel 26 Algemene gebruiksregels
26.1 Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
het gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gericht gebruik en onderhoud;
het gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer- vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud;
het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie;
het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens voor de exploitatie van een smart-, grow- en headshop, alsmede voor de groothandel in smart-, grow- en/of headproducten;
het gebruik van gronden en gebouwen voor een belwinkel;
het gebruik van gronden en gebouwen als risicovolle inrichting, voor de opslag van propaan of een ander ontvlambaar gas in een ondergrondse of bovengrondse tank of voor het opslaan of bewerken van gevaarlijke stoffen, in die gevallen dat het plaatsgebonden risico op een perceel van derden 10-6/jaar of meer bedraagt, tenzij dit gebruik ingevolge de regels in hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan expliciet is toegestaan.
Artikel 27 Algemene aanduidingsregels
27.1 geluidzone - industrie bedrijventerrein Weststad-Statendam
27.1.1 Aanduiding geluidzone
Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede aangewezen voor de geluidzone van een industrieterrein.
Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' mogen, in aanvulling op het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen nieuwe geluidgevoelige objecten worden gebouwd, worden uitgebreid of in gebruik worden genomen.
27.1.2 Afwijken
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 33.1.1 sub b voor het bouwen of in gebruik nemen van een nieuw geluidgevoelig object, mits:
dit is toegestaan op grond van de geldende bestemming;
een hogere waarde is vastgesteld.
27.2 Geluidzone - 55 dB(A) contour
[Type hier uw tekst]
27.2.1 aanduiding
[Type hier uw tekst]
27.3 Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied
27.3.1 Aanduiding milieuzone
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied' zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede aangewezen voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening .
27.3.2 Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het bestemmingsplan te wijzigen en de ligging van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' te wijzigen of de aanduiding te verwijderen, teneinde de begrenzing van de aanduiding in overeenstemming te brengen met de gewijzigde begrenzing, zoals die volgt uit een provinciaal besluit.
OP DIT MOMENT IS DE REGELING NOG LEEG. REGELING KAN N.A.V. NIEUWE INZICHTEN WORDEN AANGEVULT.
27.4 Veiligheidszone - bevi
27.4.1 Aanduiding veiligheidszone
Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - leiding' zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede aangewezen voor de beperking van het externe veiligheidsrisico vanwege de aanwezigheid van een buisleiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd.
Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - leiding' gelden, in aanvulling op het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, de volgende regels:
Er mogen geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd.
Bestaande kwetsbare objecten en bestaande beperkt kwetsbare objecten mogen niet worden uitgebreid.
Het gebruik van een beperkt kwetsbaar object mag niet zodanig wijzigen dat het object als kwetsbaar object moet worden aangemerkt.
27.4.2 Afwijken
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 33.7.1 sub a, onder 1 of 2 voor het bouwen van een nieuw beperkt kwetsbaar object of de uitbreiding van een bestaand beperkt kwetsbaar object, mits:
dit is toegestaan op grond van de geldende bestemming;
dit uit oogpunt van externe veiligheid (plaatsgebonden risicio en groepsrisico) acceptabel is.
27.4.3 Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het bestemmingsplan te wijzigen en de ligging van de aanduiding 'veiligheidszone - leiding' te wijzigen of de aanduiding te verwijderen, indien de plaatsgebonden risicocontour 10-6/jaar vanwege de buisleiding is gewijzigd door een aanpassing van het vervoer van gevaarlijke stoffen door de buisleiding, of door veranderde wet- of regelgeving.
27.5 Vrijwaringszone - vaarweg
27.5.1 Algemeen
Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - vaarweg' gelden ter bescherming en instandhouding van de belangen van de vaarweg de hierna volgende bepalingen.
27.5.2 Bouwen
Op de in 33.12.1 bedoelde gronden is het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet toegestaan.
27.5.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 23.12.2, teneinde het oprichten van gebouwen ten behoeve van de op deze gronden liggende bestemmingen toe te staan, mits dit niet in strijd is met het vaarwegbelang en het belang vann de gebruiker van diezelfde vaarweg. Hiertoe wordt een verklaring van geen bezwaar verkregen van de vaarwegbeheerder.
27.6 Overige zone - bufferzone natuur
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting parkeren' mogen bouwwerken pas in gebruik genomen worden ten behoeve van wonen, nadat per woning op eigen terrein is voorzien in 2 parkeerplaatsen.
De parkeerplaatsen als bedoeld onder a dienen in stand te worden gehouden.
27.6.1 aanduiding
[Type hier uw tekst]
27.7 Overige zone - ecologische verbindingszone
27.7.1 Aanduiding ecologische verbindingszone
De gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' zijn mede bestemd voor verwezenlijking, behoud en beheer van een ecologische verbindingszone.
27.7.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
Het is verboden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding 'ecologische verbindingszone' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:
kappen van bomen of houtopstanden;
aanleggen en verharden van wegen en paden en aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
verlagen van de bodem en afgraven, verlagen, ophogen en egaliseren van gronden.
Het onder a vervatte verbod is niet van toepassing op:
werken en werkzaamheden die het normale onderhoud betreffen overeenkomstig de bestemming van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming;
werken en werkzaamheden, die op het tijdstip, waarop het plan rechtskracht verkrijgt, in uitvoering zijn.
De onder a bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien door de werken of werkzaamheden de mogelijkheden voor verwezenlijking, behoud en beheer van de ecologische verbindingszone niet onvenredig worden geschaad.
27.8 Overige zone - landschapsbuffer
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - landschapsbuffer' zijn geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan, tenzij het bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor natuur of infrastructuur zijn.
27.8.1 aanduiding
[Type hier uw tekst]
Artikel 28 Algemene afwijkingsregels
28.1 Algemene afwijkingen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken:
van de in de planregels gegeven maten inzake afstanden en percentages voor oppervlakten tot niet meer dan 10% van die afmetingen respectievelijk percentages;
van de planregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen in geringe mate wordt aangepast indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft;
van de planregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding van maximaal 3 m is toegestaan, mits deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of bebouwing;
van de planregels en toestaan dat de binnen de diverse bestemmingen aangegeven begrenzing van de maatvoeringsaanduidingen voor maximale goot- en bouwhoogte wordt overschreden, waarbij een overschrijding van deze begrenzing van maximaal 5 m is toegestaan, mits deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of bebouwing;
van de planregels en toestaan dat nutsvoorzieningen en openbare voorzieningen worden gebouwd, met dien verstande dat:
de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 m;
de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
van de planregels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van deze bouwwerken wordt vergroot:
ten behoeve van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling voor verkeer tot niet meer dan 35 m;
ten behoeve van kunstwerken tot niet meer dan 40 m;
ten behoeve van signalerings- en telecommunicatiemasten tot minder dan 40 m.
ten behoeve van kunstobjecten tot niet meer dan 35 m;
ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot niet meer dan 10 m;
van de planregels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van een overschrijding van deze maximaal toegestane bouwhoogte voor plaatselijke verhogingen, zoals lichtkappen en technische ruimten, met dien verstande dat:
de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer mag bedragen dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak;
de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,25 maal de maximaal toegestane bouwhoogte van het betreffende gebouw;
van de planregels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van een overschrijding van deze maximaal toegestane bouwhoogte door zonnepanelen, met dien verstande dat de overschrijding niet meer mag bedragen dan 2 m.
van de planregels en toestaan dat de achtergevelrooilijn wordt overschreden, waarbij een overschrijding van maximaal 5 m is toegestaan, mits:
er een tuindiepte van minimaal 10 m resteert;
de gronden gelegen achter de achtergevelrooilijn of het verlengde daarvan voor maximaal 50% mogen zijn bebouwd.
28.2 Voorwaarden afwijking
De omgevingsvergunning voor het afwijken, als bedoeld in lid 34.1 kan slechts worden verleend, indien:
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 29 Algemene wijzigingsregels
29.1 Wetgevingszone - omgevingsvergunning openheid
Ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied’ kunnen burgemeester en wethouders de bestemming wijzigen in de bestemming ‘p.m.', onder de volgende voorwaarden:
p.m.
29.2 Wetgevingzone - omgevingsvergunning waardevol reliëf
[Type hier uw tekst]
29.3 Wetgevingszone – wijzigingsgebied
[Type hier uw tekst]
Artikel 30 Overige regels
30.1 Verwijzing naar andere wettelijke regelingen
Indien en voor zover in deze planregels wordt verwezen naar wetten, verordeningen of enige andere algemeen verbindende regeling, dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan.
30.2 Parkeren
Een omgevingsvergunning voor het bouwen en een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels kan uitsluitend worden verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor laden en lossen; indien niet in voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor laden en lossen wordt voorzien, wordt de omgevingsvergunning geweigerd;
Het bevoegd gezag toetst bij het verlenen van een omgevingsvergunning of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor laden en lossen . Hiervoor gelden de volgende regels:
In het geval van de oprichting of uitbreiding van een gebouw en in het geval van de functiewijziging van een gebouw en/of van gronden dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid;
Indien het gebruik van een gebouw en/of gronden daar aanleiding toe geeft, dient te worden voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen;
Bij een omgevingsvergunning wordt aan de hand van het geldende door de gemeenteraad op 22 mei 2019 vastgestelde gemeentelijke parkeerbeleid, als neergelegd in de 'Nota Parkeernormen 2019’, bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid en/of de ruimte voor laden en lossen. Indien dit parkeerbeleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging;
De parkeervoorzieningen als bedoeld onder 1 en de ruimte voor laad- en losvoorzieningen als bedoeld onder 2 dienen in stand te worden gehouden.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 31 Overgangsrecht
31.1 Overgangsrecht bouwen
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouw- of omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
Het bevoegd gezag kan eenmalig met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%.
Het bepaalde onder a en b is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
31.2 Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan één jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
31.3 Persoonsgebonden overgangsrecht
De natuurlijke personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan de recreatiewoningen zoals opgenomen in onderstaande tabel, permanent bewonen mogen de permanente bewoning van deze recreatiewoningen voortzetten. Artikel 37.2 onder a is op dit gebruik niet van toepassing.
Het gebruik van recreatiewoningen ten behoeve van permanente bewoning zoals bedoeld onder a mag niet mag worden vergroot.
Op het moment dat de permanente bewoning van de desbetreffende recreatiewoningen zoals bedoeld onder a eindigt, is hierna permanente bewoning niet langer toegestaan.
Artikel 32 Slotregel
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan Bestemmingsplan Oosterhout-West 2024.