1.1 plan:
het bestemmingsplan 'Kernen Esbeek en Hilvarenbeek' met identificatienummer NL.IMRO.0798.BPKernenEH-ON01 van de gemeente Hilvarenbeek;
1.2 bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0798.BPKernenEH-ON01 van met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen);
1.3 aanbouw:
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte aan het hoofdgebouw is gebouwd, in directe verbinding staat met het hoofdgebouw, door zijn vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
1.4 aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.5 aan huis verbonden bedrijf:
een bedrijf, gericht op het beroepsmatig verlenen van diensten en zorg of het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid door middel van handwerk, die door zijn beperkte omvang, door de gebruiker van een woning in die woning of bij die woning kan worden uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie overeenkomt;
1.6 aan huis verbonden beroep:
een beroep, gericht op het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, (para)medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, ontwerptechnisch of kunstzinnig of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie overeenkomt;
1.7 achtererf:
gedeelte van het erf tussen de achtergevellijn en de aan de achterkant van die lijn gelegen perceelgrens;
1.8 achtergevel:
de gevel aan de achterzijde van het hoofdgebouw;
1.9 achtergevellijn:
denkbeeldige lijn die strak langs de achtergevel van een gebouw loopt tot aan de perceelsgrenzen;
1.10 afhankelijke woonruimte:
een bijbehorend bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is;
1.11 agrarisch bedrijf:
een bedrijf gericht op het voortbrengen van agrarische producten door middel van:
- het telen of veredelen van gewassen, waaronder begrepen houtteelt en fruitteelt;
- het houden of fokken van vee, pluimvee of pelsdieren;
nader te onderscheiden in:
grondgebonden bedrijf
een bedrijf dat (nagenoeg) geheel afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel en waar (nagenoeg) geheel gebruik wordt gemaakt van open grond of glas met een hoogte van niet meer dan 1.00 meter;
kassenbedrijf
een bedrijf, gericht op de teelt of veredeling van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen;
niet-grondgebonden bedrijf
een bedrijf dat (nagenoeg) niet afhankelijk is van agrarische grond als productiemiddel, waaronder begrepen intensieve veehouderij, zijnde een niet aan de grond gebonden agrarisch bedrijf als hiervoor bedoeld, gericht op de teelt van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en (nagenoeg) zonder weidegang;
1.12 archeologisch onderzoek:
diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse archeologie;
1.13 archeologisch rapport:
in rapportvorm vervat verslag van een volgens de in de archeologische beroepsgroep gebruikelijke normen verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden;
1.14 archeologische deskundige:
professioneel archeoloog die op basis van de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie bevoegd is om archeologisch onderzoek uit te voeren en/of Programma's van Eisen op te stellen en te toetsen;
1.15 archeologische waarden:
cultuurhistorische waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigd;
1.16 bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.17 bebouwingspercentage:
de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwvlak in procenten van de oppervlakte van dat bouwvlak;
1.18 bedrijf:
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen;
1.19 bedrijfsgebouwen:
één of meer gebouwen ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf;
1.20 bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die kennelijk slechts is bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van de grond, noodzakelijk moet worden geacht;
1.21 begane grond:
de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau danwel waarvan de bovenkant van de vloer maximaal 1 m boven peil is gelegen;
1.22 beperkt kwetsbaar object:
- verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare, en dienst- en bedrijfswoningen van derden;
- kantoorgebouwen, voorzover zij niet onder kwetsbaar object vallen;
- hotels en restaurants, voorzover zij niet onder kwetsbaar object vallen;
- winkels, voorzover zij niet onder kwetsbaar object vallen;
- sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen;
- kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voorzover zij niet onder kwetsbaar object vallen;
- bedrijfsgebouwen, voorzover zij niet onder kwetsbaar object vallen;
- objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn, en
- objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval;
Objecten die deel uitmaken van een Bevi-inrichting maken hiervan geen onderdeel uit.
1.23 Besluit externe veiligheid inrichtingen:
Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer, zoals dit luidt op het moment van terinzagelegging van het ontwerpplan;
1.24 bestaand:
- bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat en is gebouwd overeenkomstig een verleende vergunning of kan worden gebouwd krachtens een vergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald;
- bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald;
1.25 bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak;
1.26 bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.27 bevoegd gezag:
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
1.28 bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw en met de aarde verbonden bouwwerk, met een dak.
1.29 bijzondere centrumdoeleinden:
bij een dorpscentrum passend gebruik van de onbebouwde ruimte voor onder andere: warenmarkt, terrassen, rommelmarkt en evenementen;
1.30 boomkwekerij:
een agrarisch bedrijf dat uitsluitend of hoofdzakelijk is gericht op het produceren van houtachtige gewassen;
1.31 bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
1.32 bouwlaag:
een boven het peil gelegen een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
1.33 (bouw)perceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan;
1.34 (bouw)perceelgrens:
een grens van een (bouw)perceel;
1.35 bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
1.36 bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.37 bouwwerk, geen gebouw zijnde:
een bouwwerk voorzien van maximaal één gesloten wand.
1.38 bruto vloeroppervlakte:
de totale vloeroppervlakte ten dienste van kantoren, winkels, bedrijven of maatschappelijke functies, met inbegrip van de daarbij behorende magazijnen (ruimten voor opslag) en overige dienstruimten.
1.39 buitenopslag:
het opslaan van goederen en materialen buiten bebouwing;
1.40 dakterras:
niet-overdekte bouwlaag, welke aan ten hoogste drie zijden door wanden is omsloten;
1.41 dienstverlenend bedrijf/(zakelijke) dienstverlening:
een kantoor of een bedrijf met een publieksgerichte functie dat in hoofdzaak is gericht op het ter plaatse bedrijfsmatig verlenen van diensten aan of ten gerieve van bedrijven/personen, zoals een voorlichtings-, advies- en uitzendbureau, een makelaars- en of verzekeringskantoor of bank;
1.42 detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of (af)leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik en/of verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteiten;
1.43 eerste bouwlaag:
de bouwlaag op de begane grond;
1.44 eindwoning:
een woning die grenst aan een aanliggende woning en aan het begin of einde ligt van een reeks woningen;
1.45 evenement:
een publieke gebeurtenis op het gebied van cultuur en sport of daarmee gelijk te stellen activiteit;
1.46 gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.47 geluidszoneringsplichtige inrichting:
een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld;
1.48 Gemeentelijke parkeernota:
de beleidsregels parkeren van de gemeente Hilvarenbeek, zoals opgenomen in het, door de gemeenteraad op 16 juli 2015 vastgestelde, Parkeerbeleidsplan 2015-2020 van de gemeente Hilvarenbeek, dan wel in het beleidsplan dat is vastgesteld ter vervanging van dit parkeerbeleidsplan.
1.49 gevellijn:
de geometrisch bepaalde lijn en het verlengde daarvan, die bij het bouwen niet mag worden overschreden;
1.50 hoofdgebouw:
een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn constructie, bouwmassa, ruimtelijke uitstraling en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;
1.51 horeca:
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf.
1.52 horecabedrijf:
een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies, dranken, maaltijden en/of geringe etenswaren voor het al dan niet gebruik ter plaatse en/of het exploiteren van zaalaccommodatie, nader te onderscheiden in:
horecabedrijf categorie 1
een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden voor de consumptie ter plaatse en het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken), zoals een hotel of pension;
horecabedrijf categorie 2
een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken), en dat overdag en in de avonduren geopend kan zijn, zoals een restaurant;
horecabedrijf categorie 3
een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van (al dan niet voor consumptie ter plaatse) bereide geringe etenswaren (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van veelal alcoholvrije dranken) en dat zowel overdag als in de avonduren geopend kan zijn, zoals een lunchroom, cafetaria, shoarmazaak;
horecabedrijf categorie 4
een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van geringe etenswaren) en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet incidenteel met levende muziek gecombineerd en dat in de avond en het begin van de nacht geopend kan zijn, zoals een (eet)café, feestzaal;
horecabedrijf categorie 5
een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet incidenteel met levende muziek gecombineerd en dat aan het eind van de avond en een groot gedeelte van de nacht geopend kan zijn, zoals een discotheek;
1.53 huishouden:
een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen. Vaak is een huishouden gebaseerd op bloedverwantschap en huwelijksbinding of een met een huwelijksverbinding gelijk te stellen samenlevingsverband;
1.54 kantoor:
een gebouw, dat dient voor het verlenen van diensten met een administratief karakter en/ of het verrichten van handelingen met een overwegend administratief karakter door bedrijven en (semi)overheidsinstellingen, zonder een publieksgerichte baliefunctie;
1.55 kwetsbaar object:
- woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde beperkt kwetsbare objecten;
- gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals:
- ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen;
- scholen, of
- gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen;
- gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren:
- kantoorgebouwen waaronder begrepen onzelfstandige kantoren (bedrijfskantoren) en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m² per object, o
- complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m² bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m² per winkel, voorzover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd, en
- kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen;
Objecten die deel uitmaken van een Bevi-inrichting maken hiervan geen onderdeel uit.
1.56 maatschappelijke voorzieningen:
voorzieningen, bestemd voor medische en verzorgende, sociaal-culturele, religieuze, militaire, educatieve (waaronder kinderopvang) en openbare dienstverlenende instellingen (alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen);
1.57 mantelzorg:
het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband;
1.58 niet permanent te bewonen woning:
een woning die slechts gedurende een beperkte periode van het jaar wordt bewoond en die geen dienst doet als hoofdverblijf;
1.59 nutsvoorziening:
voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, milieuvoorzieningen, e.d.
1.60 onderbouw:
een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven het peil is gelegen;
1.61 ondersteunende horeca:
een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren, ten dienste aan de hoofdfunctie binnen de bestemming;
1.62 onverhard:
een toplaag bestaande uit hoofdzakelijk zand, klei, veen en andere natuurlijke bodemmaterialen;
1.63 overig bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
1.64 overkapping:
een bouwwerk op het erf van een gebouw, dat strekt tot vergroting van het woongenot van het gebouw en dat maximaal drie wanden heeft waarvan maximaal twee tot de constructie behoren;
1.65 peil:
- voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst, de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
- voor andere bouwwerken de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwperceel;
1.66 plat dak:
een dakvlak met een dakhelling van 5° of minder;
1.67 praktijkruimte:
een ruimte die door haar aard, indeling en inrichting uitsluitend of in hoofdzaak is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van (para) medische en therapeutische arbeid zoals een huisartsenpraktijk, een fysiotherapeut, een tandarts of een osthepaat;
1.68 productiegebonden detailhandel:
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan het productieproces;
1.69 prostitutiebedrijf:
een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortservice;
1.70 puinbreker:
een installatie ten behoeve van het breken van puin;
1.71 seks- en /of pornobedrijf:
een inrichting of instelling gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische en/of pornografische aard dan wel door detailhandel in seks en/ of pornoartikelen, zoals een seksbioscoop, seksclub, seksautomaat of sekswinkel;
1.72 silo:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de opslag van (afval)stoffen;
1.73 Staat van bedrijfsactiviteiten:
een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen;
1.74 straalcabine:
een installatie ten behoeve van de reiniging van metalen producten;
1.75 terreinen:
Door een type landgebruik gekarakteriseerd zichtbaar begrensd stuk grond.
1.76 uitbouw:
een gebouw dat is gebouwd aan het hoofdgebouw, als vergroting van een bestaande ruimte, door zijn vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
1.77 veehouderij:
agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren;
1.78 verdiepingen:
de bouwlagen van een gebouw gelegen boven de begane grondlaag;
1.79 verhard:
een verharding, bestaande uit baksteen, tegels, beton en/of asfalt, alsmede daarmee vergelijkbare vaste/gesloten materialen;
1.80 volumineuze detailhandel:
detailhandel in volumineuze goederen die vanwege de omvang en aard van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling en uit dien hoofde niet binnen de aangewezen winkelconcentratiegebieden gevestigd kunnen worden;
1.81 volumineuze goederen:
goederen die vanwege hun omvang een groot oppervlak nodig hebben voor de uitstalling, zoals goederen in bouw- en doe-het-zelf producten, automobielen, motorfietsen, boten, caravans, e.d.
1.82 voorgevel:
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel aan de weg waaraan het gebouw op basis van de gemeentelijke basisadministratie (huisnummer) is gesitueerd;
1.83 water:
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen;
1.84 waterhuishoudkundige voorzieningen:
voorzieningen, die het waterhuishoudkundige belang dienen, waaronder voorzieningen voor waterberging, -aanvoer en -afvoer, zoals watergangen, waterlopen en waterpartijen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop;
1.85 wijziging:
een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening;
1.86 winkelvloeroppervlakte:
de oppervlakte van een ruimte, die uitsluitend gebruikt wordt voor het verkopen van producten, niet zijnde de ruimte voor opslag of het vervaardigen/ bewerken van producten;
1.87 woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van:
- één afzonderlijk huishouden of;
- één huishouden plus maximaal twee individuele personen of:
- vier individuele personen;
1.88 zaalaccommodatie:
een bedrijf dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van gelegenheid tot het houden van bruiloften, feesten en partijen, alsmede tot het houden van congressen, conferenties en andere vergaderingen en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is;
1.89 zadeldak:
een dak bestaande uit twee schuine vlakken die elkaar in het hoogste punt snijden, de nok, en vandaar beide naar beneden lopen tot de goot.
1.90 zijerf:
gedeelte van het erf tussen een zijgevellijn en de aan de zijkant van de lijn gelegen perceelsgrens;
1.91 zijgevellijn:
denkbeeldige lijn die strak langs de zijgevel van een bouwwerk loopt tot aan de perceelsgrenzen.
1.92 in deze regels wordt mede verstaan onder:
gebruiken:
het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven
uitvoeren:
het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering brengen
Artikel 2 Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1 de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.3 afstand tot de zijdelingse (bouw)perceelsgrens:
tussen de zijdelingse grens van een bouwperceel en dat punt van een op het bouwperceel voorkomend gebouw, waar die afstand, gemeten op het peil, het kortst is;
2.4 de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
2.5 de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de buitenste verticale projecties van bouwdelen en/of de harten van gemeenschappelijke scheidsmuren, boven het peil;
2.6 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de buitenste verticale projecties van bouwdelen en/of de harten van gemeenschappelijke scheidsmuren, boven het peil.
3.1 Bestemmingsomschrijving
3.1.1 Algemeen
De voor '
Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - boomkwekerij': een boomkwekerij met aan de agrarische productie verbonden detailhandel;
- ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij': uitsluitend een paardenhouderij;
- ondergeschikte nevenactiviteiten;
- het hobbymatig houden van dieren;
alsmede voor:
- bedrijfswoningen, met aan huis verbonden beroepen;
- tuinen en erven;
- erfverharding;
- paden, groen en water(lopen);
- waterhuishoudkundige voorzieningen;
- overige bijbehorende voorzieningen;
met de daarbij behorende:
- hoofdgebouwen;
- bijbehorende bouwwerken;
- overkappingen;
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in
artikel 3 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen:
- bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
- het gebruik van gronden en gebouwen voor niet grondgebonden agrarische bedrijven (zoals glastuinbouwbedrijven en intensieve veehouderijen) is niet toegestaan.
3.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in
artikel 3 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
3.2.1 Algemeen
- gebouwen alsmede (sleuf)silo's en mestopslagplaatsen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat buiten het bouwvlak bestaande gebouwen binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bestaand' zijn toegestaan;
- het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding “maximum bebouwingspercentage” aangegeven maximale bebouwingspercentage;
- per aanduiding ‘bedrijfswoning’ mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd;
3.2.2 Bedrijfsgebouwen
- de goot- en/of bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte” aangegeven maten;
- aan- en uitbouwen mogen niet aan bedrijfsgebouwen worden gebouwd;
3.2.3 Bedrijfswoningen
- de inhoud van een bedrijfswoning mag ten hoogste 750 m³ bedragen, dan wel de ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaande grotere inhoud;
- op het bouwen van tot de bedrijfswoning ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 36 lid 4
van toepassing;
- de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 6 m;
- de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 9 m;
- bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd;
- de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m;
- de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m.
3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd;
- de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
| | bouwhoogte |
- overkappingen
| 3 m; |
- silo's
| 12 m; |
- erfafscheidingen
| 2 m; |
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 6 m. |
4.1 Bestemmingsomschrijving
4.1.1 Algemeen
De voor '
Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- bedrijven als vermeld in de staat van bedrijfsactiviteiten behorende tot ten hoogste milieucategorie 2;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - veevoederhandel': een veevoederhandel;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf inclusief de verkoop van motorbrandstoffen': een garagebedrijf met verkoop van motorbrandstoffen inclusief de verkoop van lpg;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - galerij': een galerij;
- ter plaatse van de combinatie van de aanduidingen 'opslag' en 'specifieke vorm van bedrijf - galerij': uitsluitend opslag en een galerij;
- ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': uitsluitend openbare nutsvoorzieningen, waaronder inbegrepen een bergbezinkbassin;
alsmede voor:
- bedrijfswoningen, met aan huis verbonden beroepen;
- productiegebonden detailhandel;
- erven en terreinen;
- nutsvoorzieningen;
- paden, parkeervoorzieningen, groen en water;
- waterhuishoudkundige voorzieningen;
- overige bijbehorende voorzieningen;
met de daarbij behorende:
- hoofdgebouwen;
- bijbehorende bouwwerken;
- overkappingen;
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in
artikel 4 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen:
- zelfstandige kantoren en detailhandel zijn niet toegestaan, met uitzondering van productiegebonden detailhandel;
- geluidszoneringsplichtige inrichtingen zijn niet toegestaan;
- bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning".
4.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in
artikel 4 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
4.2.1 Algemeen
- gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
- het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ aangegeven maximale bebouwingspercentage;
- per aanduiding ‘bedrijfswoning’ mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd;
4.2.2 Bedrijfsgebouwen
- de goot- en/of bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte” aangegeven maten;
- aan- en uitbouwen mogen niet aan bedrijfsgebouwen worden gebouwd;
4.2.3 Bedrijfswoningen
- de inhoud van een bedrijfswoning mag ten hoogste 500 m3 bedragen, dan wel de ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaande grotere inhoud;
- in afwijking van het bepaalde onder a mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf inclusief verkoop van motorbrandstoffen', de inhoud van de bedrijfswoning niet meer bedragen dan 750 m3;
- de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 6 m;
- de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 9 m;
- op het bouwen van tot de bedrijfswoning ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 36 lid 4 van toepassing;
- bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning worden gebouwd;
- de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m;
- de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m.
4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd;
- de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
| | bouwhoogte |
- overkappingen
| 3 m; |
- bedrijfsinstallaties
| 6 m; |
- erfafscheidingen
| 2 m; |
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 3 m. |
4.2.5 Aanduiding nutsvoorziening
In afwijking van
artikel 4 lid 2.1 is bouwen ter plaatse van de aanduiding “nutsvoorziening” uitsluitend toegestaan ten dienste van een openbare nutsvoorziening en met inachtneming van de volgende regels:
- gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - maatvoering' mag de goot- en bouwhoogte van bestaande gebouwen niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte ten tijde van de inwerktreding van dit bestemmingsplan
- de goot- en/of bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet ten hoogste bedragen voor:
| | goothoogte | bouwhoogte |
- gebouwen
| 3 m | 5,5 m; |
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| - | 2m. |
|
|
4.3 Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Bebouwingspercentage
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in
artikel 4 lid 2.1 sub b, voor het verhogen van het bebouwingspercentage, mits:
- het aantal bedrijven niet wordt vergroot;
- is aangetoond dat uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is;
- door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- het straat- en bebouwingsbeeld;
- het woon- en leefklimaat in de omgeving;
- de verkeersveiligheid;
- de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
- voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd.
4.4 Afwijken van de gebruiksregels
4.4.1 Staat van bedrijfsactiviteiten
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 4 lid 1.1 voor de vestiging van een bedrijf dat niet vermeld is in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, mits:
- het bedrijf, voor wat betreft de aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten), geacht wordt te kunnen behoren tot ten hoogste milieucategorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
- de aard en de activiteiten van het bedrijf geen onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat in de omgeving.
4.4.2 Toegestane milieucategorie
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 4 lid 1.1 voor de vestiging van een bedrijf dat voorkomt in één categorie hoger dan toelaatbaar gesteld, mits:
- het bedrijf, voor wat betreft de aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten), geacht wordt te kunnen behoren tot milieucategorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten;
- de aard en de activiteiten van het bedrijf geen onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat in de omgeving.
4.4.3 Bewoning bedrijfswoning
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 4 lid 1 voor het toestaan van bewoning van de bedrijfswoning door derden, mits:
- ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is;
- de belangen van de rechthebbenden op de omliggende gronden niet worden beperkt.
Artikel 5 Bedrijventerrein
5.1 Bestemmingsomschrijving
5.1.1 Algemeen
de voor '
Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven als vermeld in de staat van bedrijfsactiviteiten met inachtneming van de volgende daarin opgenomen categorie-indeling:
- ter plaatse van de aanduiding "bedrijf van categorie 2": bedrijven in milieucategorie 2;
- ter plaatse van de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 2": bedrijven in milieucategorie 1 en 2;
- ter plaatse van de aanduiding “bedrijf tot en met categorie 3.1”: bedrijven in milieucategorie 2 en 3.1;
- ter plaatse van de aanduiding “bedrijf tot en met categorie 3.2”: bedrijven in milieucategorie 2, 3.1 en 3.2;
met dien verstande dat:
- uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bouwmarkt': volumineuze detailhandel is toegestaan;
- uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' een kantoor is toegestaan;
- uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - verkooppunt motorbrandstoffen' een verkooppunt voor motorbrandstoffen (met uitzondering van de verkoop van lpg) is toegestaan;
- uitsluitend voor al gevestigde bedrijven die op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt, reeds tot een lagere milieucategorie behoren dan blijkens de categorie-aanduiding is toegestaan, die lagere milieucategorie eveneens als toelaatbaar geldt;
- uitsluitend voor al gevestigde bedrijven die op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt reeds tot een hogere milieucategorie behoren dan blijkens de categorie-aanduiding is toegestaan, het reeds aanwezige bedrijfstypen eveneens als toelaatbaar geldt;
alsmede voor:
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - stalling auto's': het parkeren en stallen van auto's;
- ter plaatse van de aanduiding 'antennemast': een zendmast met antenne voor mobiele telecommunicatie en/of radio-/televisieontvangst met bijbehorende voorzieningen;
- ter plaatse van de aanduiding 'brandweerkazerne': een brandweerkazerne;
- ter plaatse van de aanduiding 'museum': een museum;
- ter plaatse van de aanduiding 'sport': een tennishal en/of een tennisbaan, en een sportschool met zwembad;
- ter plaatse van de aanduiding 'opslag' en 'specifieke vorm van bedrijventerrein - opslag': een buitenopslag;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - straalcabine': een straalcabine;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - puinbrekerij': een puinbrekerij;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - rolkraan': een rolkraan;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - silo': een silo;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - stucadoorsbedrijf': een stucadoorsbedrijf;
- ter plaatse van de aanduiding 'transportbedrijf': een transportbedrijf;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - langzaam verkeer': een langzaamverkeersroute;
- ter plaatse van de aanduiding 'waterberging': de instandhouding van waterberging;
- bedrijfswoningen;
- productiegebonden detailhandel;
- erven en terreinen;
- nutsvoorzieningen;
- paden, parkeervoorzieningen, groen en water;
- waterhuishoudkundige voorzieningen;
- overige bijbehorende voorzieningen;
met de daarbij behorende:
- hoofdgebouwen;
- bijbehorende bouwwerken;
- overkappingen;
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
5.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in
artikel 5 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen:
- zelfstandige kantoren en detailhandel zijn niet toegestaan, met uitzondering van productiegebonden detailhandel en zelfstandige kantoren ter plaatse van de aanduiding 'kantoor';
- geluidszoneringsplichtige inrichtingen zijn niet toegestaan;
- bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning".
5.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in
artikel 5 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
5.2.1 Algemeen
- gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
- het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ aangegeven maximale bebouwingspercentage;
- per aanduiding ‘bedrijfswoning’ mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd;
5.2.2 Bedrijfsgebouwen
- de goot- en/of bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte” aangegeven maten;
- aan- en uitbouwen mogen niet aan bedrijfsgebouwen worden gebouwd;
5.2.3 Bedrijfswoningen
- de inhoud van een bedrijfswoning mag ten hoogste 500 m3 bedragen, dan wel de bestaande inhoud indien deze hoger is;
- de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 6 m;
- de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 9 m;
- op het bouwen van tot de bedrijfswoning ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 36 lid 4 van toepassing;
- bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning worden gebouwd;
- de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m;
- de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m.
5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd;
- de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
| | bouwhoogte |
- overkappingen
| 3 m; |
- een overkapping in de vorm van een luifel ter
plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - verkooppunt motorbrandstoffen'
| 6 m; |
- bedrijfsinstallaties
| 6 m; |
- erfafscheidingen
| 2 m; |
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 3 m. |
5.2.5 Antennemast
Ter plaatse van de aanduiding “antennemast” mag een zendmast met antenne met een maximale bouwhoogte van 44 m worden gebouwd alsmede voorzieningen in de vorm van apparatuurkasten en terreinafscheidingen met een maximale oppervlakte en bouwhoogte van 10m2 respectievelijk 2 m.
5.3 Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Bebouwingspercentage
Het bevoegd gezag is bevoegd door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 5 lid 2.1 sub b, voor het verhogen van het bebouwingspercentage, mits:
- het aantal bedrijven niet wordt vergroot;
- is aangetoond dat uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is;
- door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- het straat- en bebouwingsbeeld;
- het woon- en leefklimaat in de omgeving;
- de verkeersveiligheid;
- de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
- voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd;
5.3.2 Bouwhoogte gebouwen
Het bevoegd gezag is bevoegd door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 5 lid 2.2 sub a voor het bouwen van gebouwen met een maximale bouwhoogte van 12 meter, onder de volgende voorwaarden:
- afwijking is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - afwijkingsgebied 1';
- dit vanuit een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is;
- bij de aanvraag van de omgevingsvergunning dienen de genoemde voorwaarden schriftelijk te worden onderbouwd/gemotiveerd door de aanvrager van de omgevingsvergunning.
5.4 Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Buitenopslag
Buitenopslag hoger dan 2 meter buiten gebouwen is niet toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'opslag' buitenopslag is toegestaan met een maximale hoogte van 10 meter en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - opslag' met een maximale hoogte van 7 meter;
5.4.2 Bufferzone
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - bufferzone' is parkeren, laden en lossen niet toegestaan.
5.4.3 Calamiteitenroute
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - langzaam verkeer' dient een langzaamverkeersroute en een calamiteitenroute aangelegd en in stand te worden gehouden.
5.5 Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1 Afwijking Staat van bedrijfsactiviteiten
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 5 lid 1.1 voor de vestiging van een bedrijf dat niet vermeld is in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, mits:
- het bedrijf, voor wat betreft de aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten), geacht wordt te kunnen behoren tot milieucategorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
- de aard en de activiteiten van het bedrijf geen onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat in de omgeving.
5.5.2 Afwijking toegestane milieucategorie
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 5 lid 1.1 voor de vestiging van een bedrijf dat voorkomt in één categorie hoger dan toelaatbaar gesteld, mits:
- het bedrijf, voor wat betreft de aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten), geacht wordt te kunnen behoren tot middels een aanduiding aangegeven toelaatbare milieucategorieën van de Staat van bedrijfsactiviteiten;
- de aard en de activiteiten van het bedrijf geen onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat in de omgeving.
5.5.3 Voorwaardelijke verplichting
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - stalling auto's' is het gebruik overeenkomstig
artikel 5 lid 1 uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in bijlage 1, is gerealiseerd en in stand wordt gehouden;
5.5.4 Verbod aantasting landschappelijke inpassing
Het is niet toegestaan om het landschappelijke inpassingsplan zoals bedoeld in
artikel 5 lid 5.3 te wijzigen of te verwijderen;
5.5.5 Buitenopslag
Het bevoegd gezag is bevoegd door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in voor buitenopslag buiten gebouwen hoger dan 2 meter, onder de volgende voorwaarden:
- de hoogte van de buitenopslag bedraagt niet meer dan 7 meter;
- de buitenopslag is niet zichtbaar vanaf de openbare weg.
6.1 Bestemmingsomschrijving
6.1.1 Algemeen
De voor '
Centrum - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- detailhandel;
- dienstverlening;
- kantoren;
- horeca;
- ondersteunende horeca;
- bedrijven;
- wonen;
en tevens voor:
- (bedrijfs)woningen, met aan huis verbonden beroepen;
- bijzondere centrumdoeleinden;
- erven en tuinen;
- nutsvoorzieningen;
- paden, speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen, groen en water;
- voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
- overige bijbehorende voorzieningen;
met bijbehorende:
- hoofdgebouwen;
- onderbouwen;
- bijbehorende bouwwerken;
- overkappingen;
- bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
6.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in
artikel 6 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen:
- Detailhandel:
per detailhandelvestiging geldt dat de winkelvloeroppervlakte niet meer dan 200 m2 mag bedragen of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze groter is;
- Dienstverlening:
dienstverlening is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening';
- Kantoor:
kantoren zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kantoor';
- Horeca:
voor horecabedrijven gelden de volgende bepalingen:
- Horecabedrijven zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'horeca';
- uitsluitend zijn horecabedrijven categorie A, B, C en D toegestaan;
- Ondersteunende horeca:
horeca is toegestaan voorzover dit ondersteund is aan de hoofdfunctie en ten dienste staat van de hoofdfunctie
- Bedrijf:
voor bedrijven geldt het volgende:
- bedrijven zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf';
- uitsluitend zijn bedrijven uit de categorieën 1 en 2 van de in de bijlage van deze regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten toegestaan;
- Begane grond:
de functies anders dan wonen, zijn uitsluitend toegestaan op de begane grond, met uitzondering van horeca met een overnachtingsmogelijkheid en bestaande functies op de verdieping.
- Wonen:
Voor wonen geldt het volgende:
- wonen is zowel op de verdieping als op de begane grond toegestaan;
- per hoofdgebouw is niet meer dan 1 woning toegestaan, met dien verstande indien het bestaande aantal woningen meer bedraagt, dit bestaande aantal woningen als maximum geldt.
6.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in
artikel 6 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
6.2.1 Hoofdgebouwen
- de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte” aangegeven maten;
- de voorgevel van hoofdgebouwen mag uitsluitend in de gevellijn worden gebouwd;
- de diepte van hoofdgebouwen mag ten hoogste 13 m bedragen;
- de afstand van vrijstaande en twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen aan de niet aaneengebouwde zijde tot de zijdelingse perceelsgrens dient ten minste 2,5 m te bedragen;
- op het bouwen van tot de bedrijfswoning ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 36 lid 4 van toepassing.
6.2.2 Bijbehorende bouwwerken
- het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen mag ten hoogste 50% van het bouwperceel bedragen tot een maximum van 100 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven;
- de diepte van aan- en uitbouwen en overkappingen aan de achtergevel van het hoofdgebouw mag ten hoogste 4 m bedragen;
- de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m;
- de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m;
6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd;
- de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
| | bouwhoogte |
- overkappingen
| 3 m; |
- erfafscheidingen voor de voorgevel
| 1 m; |
- erfafscheidingen achter de voorgevel
| 2 m; |
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 3 m; |
6.2.4 Ondergronds bouwen
- onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 36 lid 3.
6.3 Afwijken van de bouwregels
6.3.1 Afwijking diepte
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 2.1 sub c en
artikel 9 lid 2.2 sub b voor een grotere diepte, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
- de afstand van de achtergevel tot de achterste grens van het bouwperceel dient minimaal 5 m te bedragen;
- de belangen van de rechthebbenden op de aan het bouwperceel grenzende gronden mogen niet onevenredig worden geschaad;
- het geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans.
6.3.2 Afwijking zijdelingse perceelsgrens
Het bevoegd gezag is bevoegd, om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 2.1 sub d voor het bouwen van het hoofdgebouw op een kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, met inachtneming van de voorwaarde dat de afstand tot het hoofdgebouw op het naastgelegen perceel ten minste 3 m dient te bedragen.
6.4 Afwijken van de gebruiksregels
6.4.1 Afwijking functie op verdieping
Het bevoegd gezag is bevoegd, om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 1.2 sub e, voor de uitbreiding van deze voorzieningen op de verdieping, mits:
- het aantal voorzieningen niet wordt vergroot;
- is aangetoond dat de uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is;
- is aangetoond dat er geen uitbreidingsmogelijkheden op de begane grond zijn;
- door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- het straat- en bebouwingsbeeld;
- het woon- en leefklimaat in de omgeving;
- de verkeersveiligheid en de parkeerbalans;
- de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
6.4.2 Woningsplitsing
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 1.2 sub f, teneinde woningsplitsing mogelijk te maken, mits:
- de bestaande maatvoering niet wordt gewijzigd;
- het aantal wooneenheden mag niet meer dan 2 bedragen;
- de inhoud van een woning mag niet minder bedragen dan 200 m³;
- het gemeentelijke woonprogramma in acht wordt genomen;
- er wordt op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid voorzien;
- aangetoond is dat er voldaan wordt aan de Wet geluidhinder.
6.4.3 Grotere detailshandelvestiging
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 1.2 sub a, teneinde nieuwe of uitbreiding van bestaande detailhandelsvestigingen toe te staan met een winkelvloeroppervlakte van meer dan 200 m², mits:
- uit een distributieplanologisch onderzoek volgt dat de vestiging of uitbreiding niet leidt tot een duurzame ontwrichting van de voorzieningenstructuur;
- in de onmiddellijke omgeving van de detailhandelsvestiging kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
7.1 Bestemmingsomschrijving
7.1.1 Algemeen
De voor '
Centrum - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- detailhandel;
- dienstverlening;
- kantoren;
- maatschappelijke voorzieningen;
- cultuur en ontspanning
- horeca;
- ondersteunende horeca;
- wonen;
en tevens voor:
- (bedrijfs)woningen, met aan huis verbonden beroepen;
- bijzondere centrumdoeleinden;
- erven en tuinen;
- nutsvoorzieningen;
- paden, speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen, groen en water;
- voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
- overige bijbehorende voorzieningen;
met bijbehorende:
- hoofdgebouwen;
- onderbouwen;
- bijbehorende bouwwerken;
- overkappingen;
- bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
7.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in
artikel 7 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen:
voor detailhandel gelden de volgende bepalingen:
- detailhandel is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel';
- per detailhandelvestiging geldt dat de winkelvloeroppervlakte niet meer dan 200 m2 mag bedragen of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze groter is;
- Dienstverlening:
dienstverlening is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'dienstverlening', 'detailhandel', 'maatschappelijk' en 'horeca';
- Kantoor:
kantoren zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kantoor';
- Maatschappelijk:
maatschappelijke functies zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'maatschappelijk', 'detailhandel', 'dienstverlening', 'kantoor' en 'horeca';
- Horeca:
voor horecabedrijven gelden de volgende bepalingen:
- Horecabedrijven zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'horeca';
- uitsluitend zijn horecabedrijven categorie A, B, C en D toegestaan;
- Cultuur en ontspanning:
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'cultuur en ontspanning' is een casino toegestaan;
- Ondersteunende horeca:
horeca is toegestaan voorzover dit ondersteund is aan de hoofdfunctie en ten dienste staat van de hoofdfunctie
- Begane grond:
de functies anders dan wonen, zijn uitsluitend toegestaan op de begane grond, met uitzondering van horeca met een overnachtingsmogelijkheid en bestaande functies op de verdieping.
- Wonen:
Voor wonen geldt het volgende:
- wonen is zowel op de verdieping als op de begane grond toegestaan;
- per hoofdgebouw is niet meer dan 1 woning toegestaan, met dien verstande indien het bestaande aantal woningen meer bedraagt, dit bestaande aantal woningen als maximum geldt;
- in afwijking van het bepaalde onder 2 is ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' de bouw van het aantal aangegeven woningen toegestaan.
7.2.1 Hoofdgebouwen
- de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte” aangegeven maten;
- de voorgevel van hoofdgebouwen mag uitsluitend in de gevellijn worden gebouwd;
- de diepte van hoofdgebouwen mag ten hoogste 13 m bedragen;
- de afstand van vrijstaande en twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen aan de niet aaneengebouwde zijde tot de zijdelingse perceelsgrens dient ten minste 2,5 m te bedragen;
- op het bouwen van tot de bedrijfswoning ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 36 lid 4 van toepassing.
7.2.2 Bijbehorende bouwwerken
- het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen mag ten hoogste 50% van het bouwperceel bedragen tot een maximum van 100 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven;
- de diepte van aan- en uitbouwen en overkappingen aan de achtergevel van het hoofdgebouw mag ten hoogste 4 m bedragen;
- de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m;
- de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m;
7.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd;
- de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
| | bouwhoogte |
- overkappingen
| 3 m; |
- erfafscheidingen voor de voorgevel
| 1 m; |
- erfafscheidingen achter de voorgevel
| 2 m; |
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 3 m; |
7.2.4 Ondergronds bouwen
- onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 36 lid 3.
7.3 Afwijken van de bouwregels
7.3.1 Afwijking diepte
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 2.1 sub c en
artikel 9 lid 2.2 sub b voor een grotere diepte, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
- de afstand van de achtergevel tot de achterste grens van het bouwperceel dient minimaal 5 m te bedragen;
- de belangen van de rechthebbenden op de aan het bouwperceel grenzende gronden mogen niet onevenredig worden geschaad;
- het geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans.
7.3.2 Afwijking zijdelingse perceelsgrens
Het bevoegd gezag is bevoegd, om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 2.1 sub d voor het bouwen van het hoofdgebouw op een kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, met inachtneming van de voorwaarde dat de afstand tot het hoofdgebouw op het naastgelegen perceel ten minste 3 m dient te bedragen.
7.4 Specifieke gebruiksregels
7.4.1 Afwijking functie op verdieping
Het bevoegd gezag is bevoegd, om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 1.2 sub e, voor de uitbreiding van deze voorzieningen op de verdieping, mits:
- het aantal voorzieningen niet wordt vergroot;
- is aangetoond dat de uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is;
- is aangetoond dat er geen uitbreidingsmogelijkheden op de begane grond zijn;
- door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- het straat- en bebouwingsbeeld;
- het woon- en leefklimaat in de omgeving;
- de verkeersveiligheid en de parkeerbalans;
- de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
7.4.2 Woningsplitsing
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 1.2 sub f, teneinde woningsplitsing mogelijk te maken, mits:
- de bestaande maatvoering niet wordt gewijzigd;
- het aantal wooneenheden mag niet meer dan 2 bedragen;
- de inhoud van een woning mag niet minder bedragen dan 200 m³;
- het gemeentelijke woonprogramma in acht wordt genomen;
- er wordt op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid voorzien;
- aangetoond is dat er voldaan wordt aan de Wet geluidhinder.
7.4.3 Grotere detailhandelsvestiging
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 1.2 sub a, teneinde nieuwe of uitbreiding van bestaande detailhandelsvestigingen toe te staan met een winkelvloeroppervlakte van meer dan 200 m², mits:
- uit een distributieplanologisch onderzoek volgt dat de vestiging of uitbreiding niet leidt tot een duurzame ontwrichting van de voorzieningenstructuur;
- in de onmiddellijke omgeving van de detailhandelsvestiging kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
7.4.4 Bestaande woningen
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
artikel 7 lid 1.2, teneinde ter plaatse van bestaande woningen dienstverlening, een kantoor en/of een maatschappelijke voorziening toe te staan, mits:
- het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt;
- de functie mag geen onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige opbouw vormen.
- in de onmiddellijke omgeving zal moeten worden voorzien in voldoende parkeervoorzieningen.
7.4.5 Horeca
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 1.2 sub c, teneinde ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' horecabedrijven van categorie A, B, C, D toe te staan, mits:
- het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt;
- het horecabedrijf mag geen onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige opbouw vormen.
- in de onmiddellijke omgeving zal moeten worden voorzien in voldoende parkeervoorzieningen.
7.4.6 Ondergeschikte detailhandel
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 1.2 sub a, teneinde ondergeschikte detailhandel toe te staan, mits:
- het winkelvloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m²;
- in de onmiddellijke omgeving van de detailhandelsvestiging kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
8.1 Bestemmingsomschrijving
8.1.1 Algemeen
De voor '
Centrum - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- detailhandel;
- dienstverlening;
- kantoren;
- maatschappelijke voorzieningen;
- cultuur en ontspanning
- horeca;
- ondersteunende horeca;
- wonen;
en tevens voor:
- (bedrijfs)woningen, met aan huis verbonden beroepen;
- bijzondere centrumdoeleinden;
- erven en tuinen;
- nutsvoorzieningen;
- paden, speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen, groen en water;
- voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
- overige bijbehorende voorzieningen;
met bijbehorende:
- hoofdgebouwen;
- onderbouwen;
- bijbehorende bouwwerken;
- overkappingen;
- bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
8.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in
artikel 8 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen:
- Detailhandel:
per detailhandelvestiging geldt dat de winkelvloeroppervlakte niet meer dan 200 m2 mag bedragen of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze groter is;
- Dienstverlening:
de bruto vloeroppervlakte van een bedrijf mag niet meer bedragen dan 200 m2 of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze groter is.
- Kantoor:
kantoren zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kantoor'.
- Maatschappelijk:
per maatschappelijke functie geldt dat de bruto vloeroppervlakte niet meer dan 200 m2 mag bedragen of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze groter is.
- Cultuur en ontspanning:
functies ten behoeve van cultuur en ontspanning zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van kleinschalige uitoefening van culturele activiteiten, zoals filmvoorstellingen, theatervoorstellingen, lezingen, exposities en cursussen, muziekschool, dans-/ balletschool en museum.
- Horeca:
voor horecabedrijven gelden de volgende bepalingen:
- Horecabedrijven zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'horeca';
- uitsluitend zijn horecabedrijven categorie A, B, C en D toegestaan;
- in afwijking van het bepaalde onder 1 en 2 is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van centrum - 1' uitsluitend een ijssalon toegestaan.
- Ondersteunende horeca:
horeca is toegestaan voorzover dit ondersteund is aan de hoofdfunctie en ten dienste staat van de hoofdfunctie
- Begane grond:
de functies anders dan wonen, zijn uitsluitend toegestaan op de begane grond, met uitzondering van horeca met een overnachtingsmogelijkheid en bestaande functies op de verdieping.
- Wonen:
Voor wonen geldt het volgende:
- wonen is zowel op de verdieping als op de begane grond toegestaan;
- per hoofdgebouw is niet meer dan 1 woning toegestaan, met dien verstande indien het bestaande aantal woningen meer bedraagt, dit bestaande aantal woningen als maximum geldt.
8.2.1 Hoofdgebouwen
- de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte” aangegeven maten;
- de voorgevel van hoofdgebouwen mag uitsluitend in de gevellijn worden gebouwd;
- de diepte van hoofdgebouwen mag ten hoogste 13 m bedragen;
- de afstand van vrijstaande en twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen aan de niet aaneengebouwde zijde tot de zijdelingse perceelsgrens dient ten minste 2,5 m te bedragen;
- op het bouwen van tot de bedrijfswoning ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 36 lid 4 van toepassing.
8.2.2 Bijbehorende bouwwerken
- het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen mag ten hoogste 50% van het bouwperceel bedragen tot een maximum van 100 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven;
- de diepte van aan- en uitbouwen en overkappingen aan de achtergevel van het hoofdgebouw mag ten hoogste 4 m bedragen;
- de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m;
- de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m;
8.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd;
- de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
| | bouwhoogte |
- overkappingen
| 3 m; |
- erfafscheidingen voor de voorgevel
| 1 m; |
- erfafscheidingen achter de voorgevel
| 2 m; |
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 3 m; |
8.2.4 Ondergronds bouwen
- onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 36 lid 3.
8.3 Afwijken van de bouwregels
8.3.1 Afwijking diepte
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 2.1 sub c en
artikel 9 lid 2.2 sub b, voor een grotere diepte, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
- de afstand van de achtergevel tot de achterste grens van het bouwperceel dient minimaal 5 m te bedragen;
- de belangen van de rechthebbenden op de aan het bouwperceel grenzende gronden mogen niet onevenredig worden geschaad;
- het geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans.
8.3.2 Afwijking zijdelingse perceelsgrens
Het bevoegd gezag is bevoegd, om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 2.1 sub d voor het bouwen van het hoofdgebouw op een kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, met inachtneming van de voorwaarde dat de afstand tot het hoofdgebouw op het naastgelegen perceel ten minste 3 m dient te bedragen.
8.4 Afwijken van de gebruiksregels
8.4.1 Afwijking functie op verdieping
Het bevoegd gezag is bevoegd, om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 1.2 sub e, voor de uitbreiding van deze voorzieningen op de verdieping, mits:
- het aantal voorzieningen niet wordt vergroot;
- is aangetoond dat de uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is;
- is aangetoond dat er geen uitbreidingsmogelijkheden op de begane grond zijn;
- door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- het straat- en bebouwingsbeeld;
- het woon- en leefklimaat in de omgeving;
- de verkeersveiligheid en de parkeerbalans;
- de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
8.4.2 Woningsplitsing
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 1.2 sub f, teneinde woningsplitsing mogelijk te maken, mits:
- de bestaande maatvoering niet wordt gewijzigd;
- het aantal wooneenheden mag niet meer dan 2 bedragen;
- de inhoud van een woning mag niet minder bedragen dan 200 m³;
- het gemeentelijke woonprogramma in acht wordt genomen;
- er wordt op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid voorzien;
- aangetoond is dat er voldaan wordt aan de Wet geluidhinder.
8.4.3 Grotere detailhandelsvestiging
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 1.2 sub a, teneinde nieuwe of uitbreiding van bestaande detailhandelsvestigingen toe te staan met een winkelvloeroppervlakte van meer dan 200 m², mits:
- uit een distributieplanologisch onderzoek volgt dat de vestiging of uitbreiding niet leidt tot een duurzame ontwrichting van de voorzieningenstructuur;
- in de onmiddellijke omgeving van de detailhandelsvestiging kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
9.1 Bestemmingsomschrijving
9.1.1 Algemeen
De voor '
Centrum - 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- detailhandel;
- dienstverlening;
- horeca;
- ondersteunende horeca;
- wonen;
en tevens voor:
- (bedrijfs)woningen, met aan huis verbonden beroepen;
- bijzondere centrumdoeleinden;
- erven en tuinen;
- nutsvoorzieningen;
- paden, speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen, groen en water;
- voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
- overige bijbehorende voorzieningen;
met bijbehorende:
- hoofdgebouwen;
- onderbouwen;
- bijbehorende bouwwerken;
- overkappingen;
- bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
9.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in
artikel 9 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen:
- Detailhandel:
per detailhandelvestiging geldt dat de winkelvloeroppervlakte niet meer dan 200 m2 mag bedragen of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze groter is;
- Dienstverlening:
dienstverlening is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening'
- Horeca:
voor horecabedrijven gelden de volgende bepalingen:
- Horecabedrijven zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'horeca';
- uitsluitend zijn horecabedrijven categorie A, B, C en D toegestaan;
- Ondersteunende horeca:
horeca is toegestaan voorzover dit ondersteund is aan de hoofdfunctie en ten dienste staat van de hoofdfunctie
- Begane grond:
de functies anders dan wonen, zijn uitsluitend toegestaan op de begane grond, met uitzondering van horeca met een overnachtingsmogelijkheid en bestaande functies op de verdieping.
- Wonen:
Voor wonen geldt het volgende:
- wonen is zowel op de verdieping als op de begane grond toegestaan;
- per hoofdgebouw is niet meer dan 1 woning toegestaan, met dien verstande indien het bestaande aantal woningen meer bedraagt, dit bestaande aantal woningen als maximum geldt.
9.2.1 Hoofdgebouwen
- de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte” aangegeven maten;
- de voorgevel van hoofdgebouwen mag uitsluitend in de gevellijn worden gebouwd;
- de diepte van hoofdgebouwen mag ten hoogste 13 m bedragen;
- de afstand van vrijstaande en twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen aan de niet aaneengebouwde zijde tot de zijdelingse perceelsgrens dient ten minste 2,5 m te bedragen;
- op het bouwen van tot de bedrijfswoning ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 36 lid 4 van toepassing.
9.2.2 Bijbehorende bouwwerken
- het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen mag ten hoogste 50% van het bouwperceel bedragen tot een maximum van 100 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven;
- de diepte van aan- en uitbouwen en overkappingen aan de achtergevel van het hoofdgebouw mag ten hoogste 4 m bedragen;
- de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m;
- de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m;
9.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd;
- de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
| | bouwhoogte |
- overkappingen
| 3 m; |
- erfafscheidingen voor de voorgevel
| 1 m; |
- erfafscheidingen achter de voorgevel
| 2 m; |
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 3 m; |
9.2.4 Ondergronds bouwen
- onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 36 lid 3.
9.3 Afwijken van de bouwregels
9.3.1 Afwijking diepte
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 2.1 sub c en
artikel 9 lid 2.2 sub b, voor een grotere diepte, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
- de afstand van de achtergevel tot de achterste grens van het bouwperceel dient minimaal 5 m te bedragen;
- de belangen van de rechthebbenden op de aan het bouwperceel grenzende gronden mogen niet onevenredig worden geschaad;
- het geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans.
9.3.2 Afwijking zijdelingse perceelsgrens
Het bevoegd gezag is bevoegd, om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 2.1 sub d voor het bouwen van het hoofdgebouw op een kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, met inachtneming van de voorwaarde dat de afstand tot het hoofdgebouw op het naastgelegen perceel ten minste 3 m dient te bedragen.
9.4 Specifieke gebruiksregels
9.4.1 Afwijking functie op verdieping
Het bevoegd gezag is bevoegd, om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 1.2 sub e, voor de uitbreiding van deze voorzieningen op de verdieping, mits:
- het aantal voorzieningen niet wordt vergroot;
- is aangetoond dat de uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is;
- is aangetoond dat er geen uitbreidingsmogelijkheden op de begane grond zijn;
- door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- het straat- en bebouwingsbeeld;
- het woon- en leefklimaat in de omgeving;
- de verkeersveiligheid en de parkeerbalans;
- de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
9.4.2 Woningsplitsing
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 1.2 sub f, teneinde woningsplitsing mogelijk te maken, mits:
- de bestaande maatvoering niet wordt gewijzigd;
- het aantal wooneenheden mag niet meer dan 2 bedragen;
- de inhoud van een woning mag niet minder bedragen dan 200 m³;
- het gemeentelijke woonprogramma in acht wordt genomen;
- er wordt op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid voorzien;
- aangetoond is dat er voldaan wordt aan de Wet geluidhinder.
9.4.3 Grotere detailhandelsvestiging
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 1.2 sub a, teneinde nieuwe of uitbreiding van bestaande detailhandelsvestigingen toe te staan met een winkelvloeroppervlakte van meer dan 200 m², mits:
- uit een distributieplanologisch onderzoek volgt dat de vestiging of uitbreiding niet leidt tot een duurzame ontwrichting van de voorzieningenstructuur;
- in de onmiddellijke omgeving van de detailhandelsvestiging kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
9.4.4 Horeca
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
artikel 9 lid 1.2 sub c, teneinde:
- uitbreiding van bestaande horecabedrijven, waardoor waardoor de bruto vloeroppervlakte van het horecabedrijf meer dan 200 m² gaat bedragen, toe te staan; of
- de vestiging van nieuwe horecabedrijven toe te staan met een bruto vloeroppervlakte van meer dan 200 m²,
mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- de uitbreiding of vestiging heeft betrekking op een horecabedrijf in categorie 1, 2, 3 of 4;
- het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt;
- de uitbreiding of nieuwvestiging van het horecabedrijf mag geen onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige opbouw vormen.
- in de onmiddellijke omgeving zal moeten worden voorzien in voldoende parkeervoorzieningen.
10.1 Bestemmingsomschrijving
10.1.1 Algemeen
De voor '
Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- detailhandel;
alsmede voor:
- ter plaatse van de aanduiding 'kantoor': een kantoor;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - 1': een groothandel ten behoeve van agrarisch aanverwante artikelen;
en tevens voor:
- bedrijfswoningen;
- ter plaatse van de aanduiding 'wonen' is wonen toegestaan zonder dat sprake hoeft te zijn van een bedrijfswoning;
- erven, tuinen en terreinen;
- nutsvoorzieningen;
- paden, parkeervoorzieningen, groen en water;
- waterhuishoudkundige voorzieningen;
- overige bijbehorende voorzieningen;
met de daarbij behorende:
- hoofdgebouwen;
- onderbouwen;
- bijbehorende bouwwerken;
- overkappingen;
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
10.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in
artikel 10 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen:
- bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan daar waar dat met een aanduiding ‘bedrijfswoning’ op de verbeelding is aangegeven.
10.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in
artikel 10 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
10.2.1 Algemeen
- gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
- het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ aangegeven maximale bebouwingspercentage;
- per aanduiding ‘bedrijfswoning’ mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd;
10.2.2 Hoofdgebouwen
- de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte” aangegeven maten;
- op het bouwen van tot de bedrijfswoning ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 36 lid 4 van toepassing.
10.2.3 Bijbehorende bouwwerken
- bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd;
- de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m;
- de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m;
10.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd;
- de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
| | bouwhoogte |
- overkappingen
| 3 m; |
- erfafscheidingen voor de voorgevel
| 1 m; |
- erfafscheidingen achter de voorgevel
| 2 m; |
- verlichtingsarmaturen en vlaggenmasten
| 12 m; |
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 3 m; |
10.2.5 Ondergronds bouwen
- onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 36 lid 3.
10.3 Afwijken van de bouwregels
10.3.1 Bebouwingspercentage
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in
artikel 10 lid 2.1 sub b, voor het verhogen van het bebouwingspercentage, mits:
- het aantal detailhandelsvestigingen niet wordt vergroot;
- is aangetoond dat uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is;
- is aangetoond middels een distributieplanologisch onderzoek dat de uitbreiding past binnen de verzorgingsstructuur;
- door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- het straat- en bebouwingsbeeld;
- het woon- en leefklimaat in de omgeving;
- de verkeersveiligheid;
- de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
- voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd.
Artikel 11 Dienstverlening
11.1 Bestemmingsomschrijving
11.1.1 Algemeen
- dienstverlenende bedrijven
alsmede voor:
- ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk': praktijkruimten;
- bedrijfswoningen, met aan huis verbonden beroepen;
- erven, tuinen en terreinen;
- nutsvoorzieningen;
- paden, parkeervoorzieningen, groen en water;
- waterhuishoudkundige voorzieningen;
- overige bijbehorende voorzieningen;
met de daarbij behorende:
- hoofdgebouwen;
- onderbouwen;
- bijbehorende bouwwerken;
- overkappingen;
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
11.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in
artikel 11 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen:
- bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan daar waar dat met een aanduiding ‘bedrijfswoning’ op de verbeelding is aangegeven.
11.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in
artikel 11 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
11.2.1 Algemeen
- gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
- het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ aangegeven maximale bebouwingspercentage;
- per aanduiding ‘bedrijfswoning’ mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd;
11.2.2 Hoofdgebouwen
- de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte” aangegeven maten;
- op het bouwen van tot de bedrijfswoning ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 36 lid 4 van toepassing;
11.2.3 Bijbehorende bouwwerken
- bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd;
- de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m;
- de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m;
- in afwijking van het bepaalde onder b en c mag ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' zowel de goot- als bouwhoogte niet meer bedragen dan 4 meter;
11.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd;
- de goot- en/of bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
| | bouwhoogte |
- overkappingen
| 3 m; |
- erfafscheidingen voor de voorgevel
| 1 m; |
- erfafscheidingen achter de voorgevel
| 2 m; |
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 3 m. |
11.3 Afwijken van de bouwregels
11.3.1 Bebouwingspercentage
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in
artikel 11 lid 2.1 sub b, voor het verhogen van het bebouwingspercentage, mits:
- het aantal dienstverlenende bedrijven niet wordt vergroot;
- is aangetoond dat uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is;
- door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- het straat- en bebouwingsbeeld;
- het woon- en leefklimaat in de omgeving;
- de verkeersveiligheid;
- de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
- voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd.
11.4 Afwijken van de gebruiksregels
11.4.1 Detailhandel
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van dienstverlening - 1" af te wijken van het bepaalde in
artikel 11 lid 1, voor het toestaan van een gebruik ten behoeve van detailhandel, mits:
- door de omgevingsvergunning geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- het woon- en leefklimaat in de omgeving;
- de verkeersveiligheid en de parkeerbalans;
- de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
- voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein aanwezig zijn dan wel worden gerealiseerd.
12.1 Bestemmingsomschrijving
12.1.1 Algemeen
De voor '
Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- ateliers;
- bedrijven in de milieucategorie 1, zoals vermeld in de staat van bedrijfsactiviteiten;
alsmede voor:
- bedrijfswoningen, met aan huis verbonden beroepen;
- tuinen en erven;
- groenvoorzieningen;
- parkeervoorzieningen;
- nutsvoorzieningen;
- ondergeschikte kantoorruimte;
- water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
met de daarbij behorende:
- hoofdgebouwen;
- onderbouwen;
- bijbehorende bouwwerken;
- overkappingen;
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
12.2.1 Algemeen
- gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
- het aantal bedrijfswoningen mag per bouwvlak niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'.
12.2.2 Hoofdgebouwen
- een bedrijfswoning, een atelier of ondergeschikte kantoorruimte is uitsluitend op de verdieping toegestaan;
- de voorgevel van hoofdgebouwen mag uitsluitend in de gevellijn worden gebouwd;
- het aantal bouwlagen mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bouwlagen';
- op het bouwen van tot het hoofdgebouw behorende ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 36 lid 4 van toepassing;
- de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte” aangegeven maten;
12.2.3 Bijbehorende bouwwerken
- bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd;
- de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m;
- de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m;
12.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd;
- het gezamenlijk te bebouwen oppervlak aan overkappingen mag ten hoogste 20 m2 bedragen;
- de goot- en/of bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
| | bouwhoogte |
- overkappingen
| 3,5 m; |
- erfafscheidingen voor de voorgevel
| 2 m; |
|
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 3 m. |
12.2.5 Ondergronds bouwen
onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in
artikel 36 lid 3.
12.3 Specifieke gebruiksregels
12.3.1 Gebruik ten behoeve van bedrijfsactiviteiten
Minimaal 100 % van de bebouwde oppervlakte van de begane grond dient in gebruik te zijn ten behoeve van bedrijfsactiviteiten zoals toegestaan in
artikel 12 lid 1.1.
12.4 Afwijken van de gebruiksregels
12.4.1 Kantoor of dienstverlenend bedrijf
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van:
- het bepaalde in artikel 12 lid 1.1 sub h ten behoeve van de vestiging van een zelfstandig kantoor zonder baliefunctie, mits:
- wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen;
- het gebruik geen onevenredige nadelige invloed heeft op de afwikkeling van het verkeer;
- geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan of kunnen ontstaan;
- het bepaalde in artikel 12 lid 1.1 ten behoeve van de vestiging van een dienstverlenend bedrijf, mits:
- wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen;
- het gebruik geen onevenredige nadelige invloed heeft op de afwikkeling van het verkeer;
- geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan of kunnen ontstaan.
12.4.2 Toegestane milieucategorie
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 12 lid 1.1 sub b voor de vestiging van een bedrijf in milieucategorie 2 zoals genoemd in de bij deze regels behorende 'Staat van bedrijfsactiviteiten', met dien verstande dat:
- het bedrijf binnen en buiten het plangebied geen onevenredige milieubelasting mag opleveren, met name ten aanzien van de in de omgeving gelegen woningen;
- bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling dienen te worden betrokken: het al dan niet continue karakter van de bedrijfsactiviteit, geluidhinder, geurproductie, stofuitworp, externe veiligheid, visuele hinder, verontreiniging van lucht, bodem en water, verkeersaantrekking.
13.1 Bestemmingsomschrijving
13.1.1 Algemeen
De voor '
Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- parken, plantsoenen en groenstroken;
- beplantingen;
- ter plaatse van de aanduiding 'antennemast': een zendmast en antenne voor mobiele telecommunicatie en/of radio-/televisieontvangst en bijbehorende voorzieningen;
- ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': openbare nutsvoorzieningen;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - bomenrij': het behoud en herstel van de aanwezige laanbeplanting als landschaps- en natuurwaarde;
en tevens voor:
- openbare tuinen en andere voor het publiek toegankelijke groenvoorzieningen;
- bermen, bermsloten;
- speelvoorzieningen;
- recreatief medegebruik;
- voet- en fietspaden;
- parkeervoorzieningen;
- water(lopen);
- waterhuishoudkundige voorzieningen;
- overige bijbehorende voorzieningen;
- evenementen;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - bijzondere centrumdoeleinden': bijzondere centrumdoeleinden;
met de daarbij behorende:
- kunstuitingen;
- bouwwerken, geen gebouwen zijnde
13.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in
artikel 13 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
13.2.1 Gebouwen
- gebouwen mogen niet worden gebouwd.
13.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
| | bouwhoogte |
- muziekkiosk
| 6 m; |
- kunstuitingen
| 12 m; |
- verlichting en speelvoorzieningen
| 6 m; |
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 2 m. |
13.2.3 Nutsvoorziening
In afwijking van
artikel 13 lid 2.1 is ter plaatse van de aanduiding “nutsvoorziening” het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen toegestaan met inachtnemening van de volgende regels:
- de maximale hoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen;
- de oppervlakte mag niet meer dan 15 m2 bedragen.
13.2.4 Antennemast
Ter plaatse van de aanduiding “antennemast” mag een zendmast met antenne met een maximale bouwhoogte van 33 m worden gebouwd alsmede voorzieningen in de vorm van apparatuurkasten en terreinafscheidingen met een maximale oppervlakte en bouwhoogte van 10m2 respectievelijk 2 m.
Artikel 14 Groen - Landschappelijk inpassing
14.1 Bestemmingsomschrijving
14.1.1 Algemeen
- het aanleggen en in stand houden van gebiedseigen beplanting overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan, ter inpassing van gebouwen, verhardingen en andere voorzieningen in het landschap;
- onder landschappelijk inpassingsplan wordt in deze regels verstaan het landschappelijk inpassingsplan als opgenomen in bijlage 2 van deze regels;
- water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
14.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in
artikel 14 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
14.2.1 Algemeen
Het bouwen van gebouwen of overige bouwwerken is niet toegestaan.
14.3 Specifieke gebruiksregels
14.3.1 Strijdig gebruik
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval begrepen gebruik van gronden en opstallen:
- voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
- het aanbrengen van verhardingen.
15.1 Bestemmingsomschrijving
15.1.1 Algemeen
De voor '
Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- ter plaatse van de aanduiding ‘horeca tot en met categorie 3’: horecabedrijven tot ten hoogste categorie 3, zoals aangegeven in horecabedrijf;
- ter plaatse van de aanduiding ‘horeca tot en met categorie 4’: horecabedrijven tot ten hoogste categorie 4, zoals aangegeven in horecabedrijf;
en tevens voor:
- bedrijfswoningen, met aan huis verbonden beroepen;
- terrassen, erven, tuinen en terreinen;
- nutsvoorzieningen;
- paden, parkeervoorzieningen, groen en water;
- waterhuishoudkundige voorzieningen;
- overige bijbehorende voorzieningen;
- ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek': de bescherming van cultuurhistorische waarden;
met de daarbij behorende:
- hoofdgebouwen;
- onderbouwen
- bijbehorende bouwwerken;
- overkappingen;
- bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
15.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in
artikel 15 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen:
- bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan daar waar dat met een aanduiding ‘bedrijfswoning’ op de verbeelding is aangegeven.
15.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in
artikel 15 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
15.2.1 Algemeen
- gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
- het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ aangegeven maximale bebouwingspercentage;
- per aanduiding ‘bedrijfswoning’ mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd;
- in uitzondering op het bepaalde onder c mag het aantal bedrijfswoningen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' niet meer bedragen dan het aangegeven aantal;
15.2.2 Hoofdgebouwen
- de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte” aangegeven maten;
- op het bouwen van tot het hoofdgebouw ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 36 lid 4 van toepassing;
15.2.3 Bijbehorende bouwwerken
- bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd;
- de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m;
- de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m;
15.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd;
- de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
| | bouwhoogte |
- overkappingen
| 3 m; |
- erfafscheidingen voor de voorgevel
| 1 m; |
- erfafscheidingen achter de voorgevel
| 2 m; |
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 3 m. |
15.2.5 Ondergronds bouwen
- onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 36 lid 3.
15.3 Afwijken van de bouwregels
15.3.1 Bebouwingspercentage
Het bevoegd gezag kan middels het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde
artikel 15 lid 2.1 sub b, voor het verhogen van het bebouwingspercentage, mits:
- het aantal horecabedrijven niet wordt vergroot;
- is aangetoond dat uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is;
- door de uitbreiding geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- het straat- en bebouwingsbeeld;
- het woon- en leefklimaat in de omgeving;
- de verkeersveiligheid en de parkeerbalans;
- de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
- voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd.
15.4 Afwijken van de gebruiksregels
15.4.1 Verhogen categorie horecabedrijf
Het bevoegd gezag kan middels het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
artikel 15 lid 1.1, voor de vestiging van horecabedrijven één categorie hoger dan op grond van de aanduiding is toegestaan, zoals aangegeven in
horecabedrijf, mits:
- het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm, alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de middels een aanduiding op de verbeelding aangegeven toelaatbare categorieën;
- door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- het straat- en bebouwingsbeeld;
- het woon- en leefklimaat in de omgeving;
- de verkeersveiligheid;
- de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
- voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd.
16.1 Bestemmingsomschrijving
16.1.1 Algemeen
De voor '
Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
alsmede voor:
- bedrijfswoningen, met aan huis verbonden beroepen;
- erven, tuinen en terreinen;
- nutsvoorzieningen;
- paden, parkeervoorzieningen, groen en water;
- waterhuishoudkundige voorzieningen;
- overige bijbehorende voorzieningen;
met de daarbij behorende:
- hoofdgebouwen;
- onderbouwen;
- bijbehorende bouwwerken;
- overkappingen;
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
16.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in
artikel 16 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen:
- bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan daar waar dat met een aanduiding ‘bedrijfswoning’ op de verbeelding is aangegeven.
16.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in
artikel 16 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
16.2.1 Algemeen
- gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
- het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ aangegeven maximale bebouwingspercentage;
- per aanduiding ‘bedrijfswoning’ mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd;
16.2.2 Hoofdgebouwen
- de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte” aangegeven maten;
- op het bouwen van tot het hoofdgebouw ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 36 lid 4 van toepassing;
16.2.3 Bijbehorende bouwwerken
- bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd;
- de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m;
- de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m;
16.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd;
- de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
| | bouwhoogte |
- overkappingen
| 3 m; |
- erfafscheidingen voor de voorgevel
| 1 m; |
- erfafscheidingen achter de voorgevel
| 2 m; |
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 3 m. |
16.2.5 Ondergronds bouwen
- onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 36 lid 3.
16.3 Afwijken van de bouwregels
16.3.1 Bebouwingspercentage
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in
artikel 16 lid 2.1 sub b, voor het verhogen van het bebouwingspercentage, mits:
- het aantal kantoren niet wordt vergroot;
- is aangetoond dat uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is;
- door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- het straat- en bebouwingsbeeld;
- het woon- en leefklimaat in de omgeving;
- de verkeersveiligheid;
- de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
- voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd
Artikel 17 Maatschappelijk
17.1 Bestemmingsomschrijving
17.1.1 Algemeen
- maatschappelijke voorzieningen;
- ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats': een begraafplaats met voorzieningen op het gebied van de teraardebestelling en de instandhouding van graven;
- ter plaatse van de aanduiding 'kinderboerderij': een kinderboerderij met ondergeschikte horeca;
- wonen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'wonen';
- kantoor, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kantoor';
- apotheek, met detailhandel in aan de apotheek verwante (drogisterij)artikelen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - apotheek';
En tevens voor:
- de bescherming en het behoud van rijksmonumenten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijks- of gemeentelijk monument;
- (bedrijfs)woningen;
- erven, tuinen en terreinen;
- nutsvoorzieningen;
- paden, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, groen en water;
- waterhuishoudkundige voorzieningen;
- overige bijbehorende voorzieningen;
alsmede voor:
- ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang': een onderdoorgang ten behoeve van het verkeer;
met de daarbij behorende:
- hoofdgebouwen;
- onderbouwen;
- bijbehorende bouwwerken;
- overkappingen;
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
17.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in
artikel 17 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen:
- bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan daar waar dat met een aanduiding ‘bedrijfswoning’ op de verbeelding is aangegeven.
17.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in
artikel 17 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
17.2.1 Algemeen
- gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
- het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ is aangegeven;
- in afwijking van het bepaalde onder a en b, zijn op de gronden met de aanduiding ‘begraafplaats’ gebouwen toegestaan met een oppervlakte van ten hoogste 25 m2 per begraafplaats;
- in het geval geen maximale goot- en bouwhoogte zijn aangegeven, is de maximum goot- en bouwhoogte gelijk aan de goot- respectievelijk bouwhoogte op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan;
- het aantal woningen/wooneenheden mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven.
17.2.2 Hoofdgebouwen
- de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte” aangegeven maten;
- op het bouwen van tot het hoofdgebouw ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 36 lid 4 van toepassing;
17.2.3 Bijbehorende bouwwerken
- bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd;
- de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m;
- de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m;
17.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd;
- de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
| | bouwhoogte |
- overkappingen
| 3 m; |
- erfafscheidingen
| 2 m; |
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 3 m. |
17.2.5 Ondergronds bouwen
- onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 36 lid 3.
17.2.6 Onderdoorgang
Ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag slechts bebouwing worden opgericht indien de begane grondlaag vrij blijft van bebouwing met een doorgangsruimte van ten minste 4,5 m.
17.3 Afwijken van de bouwregels
17.3.1 Bebouwingspercentage
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 17 lid 2.1 sub b, voor het verhogen van het bebouwingspercentage, mits:
- het aantal maatschappelijke voorzieningen niet wordt vergroot;
- is aangetoond dat uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is;
- door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- het straat- en bebouwingsbeeld;
- het woon- en leefklimaat in de omgeving;
- de verkeersveiligheid;
- de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
- voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd.
17.4 Wijzigingsbevoegdheid
17.4.1 Wonen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - 1' te wijzigen in de bestemming
Wonen, mits:
- ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is;
- de belangen van de rechthebbenden op de aan het bouwperceel grenzende gronden niet onevenredig worden geschaad;
17.4.2 Detailhandel
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - apotheek' te wijzigen in de bestemming
Detailhandel, met dien verstande dat:
- uit een distributieplanologisch onderzoek volgt dat de vestiging of uitbreiding niet leidt tot een duurzame ontwrichting van de voorzieningenstructuur;
- door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- het straat- en bebouwingsbeeld;
- het woon- en leefklimaat in de omgeving;
- de verkeersveiligheid en de parkeerbalans;
- de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
18.1 Bestemmingsomschrijving
18.1.1 Algemeen
De voor '
Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- recreatie;
- ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin': tevens volkstuinen
alsmede voor:
- erven en terreinen;
- paden, parkeervoorzieningen, groen en water;
- speelvoorzieningen;
- nutsvoorzieningen;
- waterhuishoudkundige voorzieningen;
- overige bijbehorende voorzieningen;
met de daarbij behorende:
- bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
18.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in
artikel 18 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
18.2.1 Gebouwen
- gebouwen mogen niet worden gebouwd.
18.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- op deze gronden mogen uitsluitend erf- en terreinafscheidingen worden gebouwd met een maximum bouwhoogte van 2 meter;
19.1 Bestemmingsomschrijving
19.1.1 Algemeen
De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- binnen- en buitensportbeoefening;
- overdekt zwembad;
- sportmedische voorzieningen;
en tevens voor:
- erven, tuinen en terreinen;
- paden, parkeervoorzieningen, groen en water;
- speelvoorzieningen;
- ondergeschikte horeca;
- nutsvoorzieningen;
- waterhuishoudkundige voorzieningen;
- overige bijbehorende voorzieningen;
met de daarbij behorende:
- hoofdgebouwen;
- onderbouwen;
- bijbehorende bouwwerken;
- overkappingen;
- bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
19.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in
artikel 19 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
19.2.1 Algemeen
- gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
- het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ is aangegeven;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwd oppervlak' mag het maximum bebouwd oppervlak voor een fitnessaccommodatie en sportmedische voorzieningen niet meer bedragen dan 760 m2;
19.2.2 Gebouwen
- de goot- en/of bouwhoogte van gebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte” aangegeven maten;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwd oppervlak' dienen gebouwen minimaal 2,5 meter uit de bestemmingsgrens gerealiseerd te worden;
- de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 4 m;
- op het bouwen van tot een gebouw ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 36 lid 4 van toepassing;
19.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
| | bouwhoogte |
- palen en ballenvangers
| 12 m; |
- tribunes
| 5 m; |
- lichtmasten
| 20 m; |
- overkappingen
| 3 m; |
- erfafscheidingen
| 2 m; |
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 3 m. |
19.2.4 Ondergronds bouwen
- onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 36 lid 3
19.3 Afwijken van de bouwregels
19.3.1 Bebouwingspercentage
- het aantal voorzieningen niet wordt vergroot;
- is aangetoond dat uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is;
- door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- het straat- en bebouwingsbeeld;
- het woon- en leefklimaat in de omgeving;
- de verkeersveiligheid;
- de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
- voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd.
20.1 Bestemmingsomschrijving
20.1.1 Algemeen
De voor '
Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen;
- bijbehorende voorzieningen zoals ontsluitingen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding;
20.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in
artikel 20 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
20.2.1 Algemeen
Deze gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan.
20.2.2 Gebouwen
- gebouwen mogen niet worden gebouwd.
20.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- er mogen uitsluitend erfafscheidingen worden gebouwd;
- de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m;
Artikel 21 Verkeer - Verblijfsgebied
21.1 Bestemmingsomschrijving
21.1.1 Algemeen
- wegen en voet- en fietspaden;
- pleinen;
- parkeerterreinen en andere openbare ruimten met zowel een functie voor verblijf als voor verkeer gericht op aangrenzende en nabijgelegen bestemmingen;
- ter plaatse van de aanduiding 'garage': garageboxen ten behoeve van de stalling van auto's en andere motorvoertuigen;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - onverhard': uitsluitend een halfverharde of onverharde weg;
en tevens voor:
- ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang': een onderdoorgang ten behoeve van het verkeer;
- speelvoorzieningen;
- evenementen;
- groen en water(lopen)
- nutsvoorzieningen;
- waterhuishoudkundige voorzieningen;
- overige bijbehorende voorzieningen;
- bijzondere centrumdoeleinden;
met de daarbij behorende:
- kunstwerken;
- nutsvoorzieningen;
- bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
21.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in
artikel 21 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
21.2.1 Gebouwen
Gebouwen mogen niet worden gebouwd;
21.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
| | bouwhoogte |
- verlichting
| 6 m; |
- voorzieningen voor de verkeersgeleiding
| 10 m; |
- speelvoorzieningen
| 6 m; |
- kunstuitingen
| 12 m; |
- marktkramen of andere gebruiken
| 3 m; |
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 2 m. |
21.2.3 Garage
In afwijking van het bepaalde in
artikel 21 lid 2.1 mogen ter plaatse van de aanduiding 'garage' garageboxen worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
- garageboxen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
- de goot- en/of bouwhoogte mag ten hoogste bedragen 3 m, respectievelijk 5,5 m.
21.2.4 Onderdoorgang
Ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag slechts bebouwing worden opgericht indien de begane grondlaag vrij blijft van bebouwing met een doorgangsruimte van ten minste 4,5 m.
22.1 Bestemmingsomschrijving
22.1.1 Algemeen
De voor '
Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- waterhuishoudkundige doeleinden, waterbergingen en waterlopen
met de daarbij behorende:
- bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, dammen en/of duikers.
22.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in
artikel 22 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
22.2.1 Algemeen
- gebouwen mogen niet worden gebouwd.
22.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan voor de waterwegaanduiding of geleiding, mag ten hoogste bedragen voor:
| | bouwhoogte |
- bruggen en viaducten
| 8 m; |
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 4 m; |
23.1 Bestemmingsomschrijving
23.1.1 Algemeen
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen in woningen met:
- ter plaatse van de aanduiding ‘aaneengebouwd’: minimaal 3 aaneengebouwde woningen;
- ter plaatse van de aanduiding ‘gestapeld’: gestapelde woningen;
- ter plaatse van de aanduiding ‘twee-aaneen’: twee-aaneengebouwde woningen;
- ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’: vrijstaande woningen;
- ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats': standplaatsen voor woonwagens;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woningtype 1': aaneengebouwde woningen, al dan niet gestapeld;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woningtype 2': vrijstaande en dubbele woningen;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patiowoning 1', specifieke bouwaanduiding - patiowoning 2' of 'specifieke bouwaanduiding - patiowoning 3': patiowoningen;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1': uitsluitend een niet permanent te bewonen woning;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 2': vrijstaande woningen, twee-aaneengebouwde woningen, aaneengebouwde woningen en patiowoningen;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geschakeld': geschakelde woningen, met dien verstande dat geschakelde woningen niet mogen worden geschakeld door twee bijbehorende bouwwerken, maar uitsluitend door een verbinding tussen een hoofdgebouw en een bijbehorend bouwwerk op de naburige percelen;
alsmede voor:
- ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf aan huis': tevens een aan huis verbonden bedrijf conform artikel 37 lid 3;
- ter plaatse van de aanduiding 'opslag': de opslag van goederen;
- ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek': de bescherming van cultuurhistorische waarden;
- ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang': een onderdoorgang ten behoeve van het verkeer;
en tevens voor:
- aan huis verbonden beroepen;
- erven en tuinen;
- paden;
- water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
met de daarbij behorende:
- hoofdgebouwen;
- onderbouwen;
- bijbehorende bouwwerken;
- overkappingen;
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
23.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in
artikel 23 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen:
- het aantal woningen per bouwperceel niet meer mag bedragen dan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande aantal, hieronder niet begrepen woningen die zijn gebouwd in strijd met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan;
23.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in
artikel 23 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
23.2.1 Algemeen
- nieuw te bouwen woningen uitsluitend zijn toegestaan daar waar met een aanduiding ‘maximaal aantal woningen’ op de plankaart is aangegeven, met dien verstande dat het aantal nieuw te bouwen woningen maximaal het aangegeven aantal mag bedragen;
- in afwijking van het bepaalde onder a mogen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - maximaal 84 wooneenheden Gelderakkers 2' maximaal 84 wooneenheden gerealiseerd worden;
- ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten' zijn geen gebouwen en overkappingen toegestaan;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - onbebouwd' is geen bebouwing toegestaan;
23.2.2 Hoofdgebouwen
- de voorgevel van hoofdgebouwen mag uitsluitend in de gevellijn worden gebouwd;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 2' geldt voor patiowoningen dat dat de voorgevel met minimaal 20% van de breedte van de gevellijn dient te worden gebouwd;
- de diepte van het hoofdgebouw mag ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' ten hoogste 17 m bedragen;
- de diepte van het hoofdgebouw mag ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen', 'aaneengebouwd' en 'gestapeld' ten hoogste 13 m bedragen;
- de diepte van het hoofdgebouw mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patiowoning 2' ten hoogste 18 meter bedragen;
- in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwdiepte' de diepte van het hoofdgebouw maximaal 8 m bedragen;
- in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' de diepte van het hoofdgebouw niet meer bedragen dan 9 m, met dien verstande dat de woning voorzien dient te zijn van een langskap;
- in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' de diepte van het hoofdgebouw niet meer bedragen dan 13 m, met dien verstande dat de woning voorzien dient te zijn van een dwarskap;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - plat dak 2' dient het hoofdgebouw voorzien te zijn van een plat dak, waarbij de oppervlakte van de tweede bouwlaag maximaal 60% van het bebouwd oppervlak op de begane grond mag bedragen.
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' dient de woning tweezijdig georiënteerd te zijn, met dien verstande dat de woning zowel op de gevellijn als de Bolakker georiënteerd dient te worden;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dakhelling 1' bedraagt de dakhelling van het hoofdgebouw minimaal 45 graden;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dakhelling 2' dient het hoofdgebouw te worden afgerond met een kap, waarbij de dakhelling maximaal 60 graden mag bedragen;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dakhelling 3' dient het hoofdgebouw te worden afgerond met een kap, waarbij:
- de dakhelling minimaal 30 graden en maximaal 50 graden bedraagt;
- de nokrichting van het zadeldak loodrecht is op de voorgevellijn;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dakopbouw' mag de dakopbouw een oppervlakte hebben van maximaal 70 m2;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 4' geldt dat:
- het hoofdgebouw dient te worden voorzien van een zadeldak of samengesteld hellend dakvlak, waarvan de helling niet minder dan 30 graden en niet meer dan 50 graden bedraagt, ten opzichte van het horizontale vlak;
- de nokrichting bij een hoofdgebouw met een zadeldak loodrecht op de voorgevellijn is;
- de nokrichting bij een hoofdgebouw met een samengesteld gellend dakvlak, gedeeltelijk loodrecht op de voorgevellijn en gedeeltelijk parallel aan de voorgevellijn is, waarbij het gedeelte van het hoofdgebouw met het grootste dakvlak loodrecht op de voorgevellijn moet worden gesitueerd;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - plat dak 1' dienen gebouwen voorzien te zijn van een plat dak en dient het bebouwd oppervlak van de tweede bouwlaag aaneengesloten te zijn met een maximum oppervlak van 60 m2;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - inhoud 1' bedraagt de gezamenlijke inhoud van de woningen 1570 m3, met dien verstande dat:
- de inhoud van één woning maximaal 800 m3 bedraagt;
- onderbouwen niet worden meegeteld bij deze maximaal toegestane inhoud;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - inhoud 2' bedraagt de inhoud van de woning maximaal 800 m3, met dien verstande dat onderbouwen niet worden meegeteld bij deze maximaal toegestane inhoud;
- bij vrijstaande hoofdgebouwen, twee aaneengebouwde hoofdgebouwen en bij aaneengebouwde woningen de hoofdgebouwen van eindwoningen dient de afstand aan de niet aaneengebouwde zijde tot de zijdelingse perceelgrens ten minste 2,5 m te bedragen;
- bij geschakelde woningen bedraagt de afstand van alle gebouwen (zowel hoofdgebouwen als bijbehorende bouwwerken) tot de zijdelingse perceelsgrens aan één zijde ten minste 1 m;
- op het bouwen van tot het hoofdgebouw behorende ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 36 lid 4 van toepassing;
- de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goothoogte (m), maximale bouwhoogte (m)’ is aangegeven;
- de breedte van aaneengebouwde woningen mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum beukmaat (m)' aangegeven breedte bedragen;
- in afwijking van het bepaalde onder v geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwhoogte' dat de maximum bouwhoogte voor de eerste 2 meter van de diepte vanaf de voorgevel van het hoofdgebouw niet meer mag bedragen dan 3,5 m;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patiowoning 1' geldt dat:
- de dakopbouw volledig binnen een afstand van 11 meter van de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd dient te worden;
- het platdak niet gebruikt mag worden als dakterras;
- het bebouwingspercentage niet meer mag bedragen dan 80% per bouwperceel, tenzij anders is aangegeven
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwd oppervlak 1' geldt dat:
- in afwijking van het bepaalde onder artikel 23 lid 2.3 sub b het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van gebouwen ten hoogste 50% van de gronden die gelegen zijn achter de gevellijn mag bedragen tot een maximum van 500 m2;
- het bebouwd oppervlak van de tweede bouwlaag aaneengesloten dient te zijn met een maximum oppervlak van 100 m2;
- gebouwen voorzien dienen te zijn van een plat dak, tenzij de aanduiding 'kap' aanwezig is;
23.2.3 Bijbehorende bouwwerken
- bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd;
- het gezamenlijk te bouwen oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen mag ten hoogste 50% van het bouwperceel bedragen tot een maximum van 100 m2, met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m2 van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven;
- in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwd oppervlak 3' het gezamenlijk te bouwen oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen ten hoogste 20 m2 per bouwperceel bedragen;
- in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patiowoning 3' het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, inclusief overkappingen maximaal 100 m2 bedragen, met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlak van ten minste 25 m2 van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven;
- in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk niet meer bedragen dan de ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaande grotere oppervlakte;
- in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 1' is in totaal 200 m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan;
- in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwd oppervlak 2':
- het gezamenlijk te bouwen oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' ten hoogste 50% van het bouwperceel bedragen tot een maximum van 150 m2;
- het gezamenlijk te bouwen oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' ten hoogste 20 m2 bedragen;
- de diepte van aan- en uitbouwen en overkappingen aan de achtergevel van het hoofdgebouw mag ten hoogste 4 m bedragen, met dien verstande dat de diepte van het hoofdgebouw en de aan- en uitbouwen en overkappingen gezamenlijk niet meer dan 17 m mag bedragen;
- in afwijking van het bepaalde onder h mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patiowoning 2' de diepte van aan- en uitbouwen en overkappingen aan de achtergevel van het hoofdgebouw ten hoogste 4 m bedragen, met dien verstande dat de diepte van het hoofdgebouw en de aan- en uitbouwen en overkappingen gezamenlijk niet meer dan 18 m mag bedragen;
- in afwijking van het bepaalde onder h mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwdiepte' de diepte van het hoofdgebouw en de aan- en uitbouwen en overkappingen gezamenlijk niet meer dan 12 m bedragen;
- in afwijking van het bepaalde onder h mag ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - inhoud 1' en 'specifieke bouwaanduiding - inhoud 2' mag de diepte van bijbehorende bouwwerken aan de achtergevel van het hoofdgebouw niet meer dan 3,50 m bedragen, met dien verstande dat de diepte van het hoofdgebouw op de begane grond vloer en de bijbehorende bouwwerken gezamenlijk niet meer dan 22 m mag bedragen
- overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd;
- de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m;
- de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m;
- de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 m;
- in afwijking van het bepaalde onder m en n mag ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' de goot- en bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk niet meer bedragen dan de ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaande hogere hoogtes;
- ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - 4' en 'specifieke bouwaanduiding - dakhelling 3' gelden, in afwijking van het bepaalde onder b, m en n, de volgende regels:
- de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan 50 m2;
- het bijbehorende bouwwerk dient te worden voorzien van een plat dak of een zadeldak;
- indien het bijbehorende bouwwerk wordt voorzien van een plat dak, dan mag de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m bedragen;
- indien het bijbehorende bouwwerk wordt voorzien van een zadeldak, dan:
- dient de nokrichting loodrecht op of parralel aan de voorgevel te worden gesitueerd;
- mag de dakhelling niet meer dan 45 graden bedragen, ten opzichte van het horizontale vlak;
- mag de goothoogte niet meer bedragen dan 3 meter en mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan 6 m.
23.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten' zijn:
- erfafscheidingen parallel ten opzichte van de westelijke perceelsgrens toegestaan, mits niet hoger dan 1 m;
- vergunningsvrije gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals bedoeld in artikel 2 bijlage II Bor niet toegestaan;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 4':
- mag de bouwhoogte van kunstobjecten, palen en master niet meer bedragen dan 8 m;
- mag de bouwhoogte van overige bouwwerken achter de voorgevellijn niet meer bedragen dan 5 m;
- is de bouw van zwembaden toegestaan;
- de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
| | bouwhoogte |
- erfafscheidingen voor de voorgevel
| 1 m; |
- erfafscheidingen achter de voorgevel
| 2 m; |
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 3 m. |
23.2.5 Woonwagenstandplaats
- woonwagens, aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd;
- de afstand van woonwagens tot de zijdelingse grenzen van de standplaats dient ten minste 2,5 m te bedragen;
- de breedte van een woonwagen mag niet meer bedragen dan 5 m;
- de lengte van een woonwagen mag niet meer bedragen dan 20 m;
- het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van aan- en uitbouwen mag per standplaats niet meer bedragen dan 20 m2;
- per standplaats mag ten hoogste één vrijstaand bijbehorend bouwwerk worden gebouwd met een grondoppervlakte van ten hoogste 12 m2;
- de bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan:
| | bouwhoogte |
- woonwagens
| 5 m; |
- aan- en uitbouwen
| 5 m; |
- vrijstaande bijbehorende bouwwerken
| 3 m; |
- bouwwerken, geen gebouwen zijnde
| 2 m; |
23.2.6 Onderdoorgang
Ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag slechts bebouwing worden opgericht indien de begane grondlaag vrij blijft van bebouwing met een doorgangsruimte van ten minste 3,5 m.
23.2.7 Ondergronds bouwen
- onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 36 lid 3.
23.3 Afwijken van de bouwregels
23.3.1 Afwijking diepte gebouwen
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 23 lid 2.2 sub d, voor een grotere diepte, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
- de afstand van de achtergevel tot de achterste grens van het bouwperceel dient minimaal 5 m te bedragen;
- de totale diepte van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overkappingen mag ten hoogste 17 m bedragen;
- de belangen van de rechthebbende op de aan het bouwperceel grenzende gronden mogen niet onevenredig worden geschaad.
23.3.2 Afwijking zijdelingse perceelsgrens
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 23 lid 2.2 sub s, voor het bouwen van het hoofdgebouw op een kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, met inachtneming van de voorwaarde dat de afstand tot op het naastgelegen perceel gelegen hoofdgebouw ten minste 3 m dient te bedragen.
23.3.3 Afwijking tweede bouwlaag
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwd oppervlak 1' af te wijken van het bepaalde in
artikel 23 lid 2.2 sub z onder 2, voor het vergoten van het bebouwd oppervlak van de tweede bouwlaag tot een oppervlakte van maximaal 120 m² indien dit noodzakelijk is uit architectonisch en/of constructief oogpunt en dit geen afbreuk doet aan het straatbeeld.
23.4 Specifieke gebruiksregels
23.4.1 Voorwaardelijke verplichtingen
- tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landschappelijke inpassing 1', overeenkomstig de in artikel 23 lid 1 opgenomen omschrijving, zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in bijlage 2 opgenomen landschappelijk inpassingsplan;
- ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - 2' en specifieke bouwaanduiding - 3' wordt tot een met de bestemming strijdig gebruik in elk geval gerekend het gebruik van kunstmatige buitenverlichting die straalt op de lindeboom die op de als bijlage 3 opgenomen afbeelding is aangeduid als Lindeboom beschermd tegen kunstmatige verlichting
- het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden voor wonen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landschappelijke inpassing 2' is toegestaan, indien:
- een landschappelijke inpassing is opgesteld;
- de landschappelijke inpassing voldoet aan artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of de rechtsopvolger daarvan;
- ten minste 1% van de grondopbrengsten dient te worden geïnvesteerd als landschappelijke inpassing;
- de landschappelijke inpassing is gerealiseerd en in stand wordt gehouden, waarbij naar rato de landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd rekening houdende met de voortgang van de bouw van de woning(en) waarbij binnen 5 jaar na de realisatie van de woning(en) de landschappelijke inpassing naar rato gerealiseerd moet zijn.
23.4.2 Graafwerkzaamheden
Ten behoeve van het behoud en de bescherming van de drie lindebomen zoals weergegeven in bijlage 3 moet voor graafwerkzaamheden binnen het bestemmingsvlak en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' en 'specifieke bouwaanduiding - 3', conform het 'Handboek bomen' van het Norm Instituut Bomen, de volgende afstand in acht genomen worden vanaf het hart van ieder afzonderlijke lindeboom:
- 1,75 m bij stamdiameter 60 cm > en < 80 cm;
- 2,25 m bij stamdiameter 80 cm > en < 100 cm;
- 2,50 m bij stamdiameter 100 cm > en < 150 cm.
23.5 Afwijken van de gebruiksregels
23.5.1 Afwijking beschermde lindeboom
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 23 lid 4.1 sub b, mits dit niet leidt tot overtreding van het bepaalde in de Wet natuurbescherming.
Artikel 24 Leiding - Brandstof
24.1 Bestemmingsomschrijving
24.1.1 Algemeen
De voor '
Leiding - Brandstof' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor:
- ondergrondse buisleidingen, het beheer van deze leidingen en de bescherming van het aangrenzende woon- en leefklimaat in verband met deze leidingen;
alsmede voor:
- bijbehorende bouwwerken en voorzieningen (zoals regel- en meetkasten en afsluiterputten).
24.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikel 3 tot en met artikel 23) zijn op de in
artikel 24 lid 1.1 bedoelde gronden geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan.
24.2.1 Algemeen
In afwijking van het bepaalde bij de bestemmingen in artikel 3 tot en met artikel 23 van deze regels, mag:
- binnen een afstand van 5 meter aan weerszijden van de leiding niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming;
- op de overige binnen de zone gelegen gronden geen nieuw bouwwerk ten behoeve van de in artikel 24 lid 1.2 genoemde functies worden gebouwd.
24.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
- de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m;
- de oppervlakte van bouwwerken mag niet meer bedragen dan 25 m2.
24.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de in
artikel 24 lid 1.1 bedoelde leidingen, een vergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in
artikel 24 lid 2 en toestaan dat bebouwing overeenkomstig de secundaire bestemming wordt gebouwd, mits vooraf het advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.
24.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
24.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag op de in
artikel 24 lid 1.1 bedoelde gronden op 5 meter aan weerszijden van de leiding de volgende werken uit te voeren:
- het ontginnen, ontgronden, bodem verlagen of afgraven, ophogen en egaliseren;
- het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, of parkeervoorzieningen en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
- het graven van watergangen alsmede het aanleggen van een drainage;
- het in de grond brengen van voorwerpen op een grotere diepte dan 30 cm;
- het verrichten van graaf- en grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm;
- het aanbrengen van gewassen of beplantingen die dieper wortelen of kunnen wortelen dan 30 cm.
24.4.2 Toetsing
Een omgevingsvergunning als bedoeld in
artikel 24 lid 4.1 moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van de andere werken, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, gevaar en/of nadeel voor de leiding is te duchten of blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.
24.4.3 Advies
Een vergunning als bedoeld in
artikel 24 lid 4.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag wethouders daarover een advies heeft ingewonnen van de leidingbeheerder.
24.4.4 Uitzonderingen
Een vergunning als bedoeld in
artikel 24 lid 4.1 is niet vereist voor:
- andere werken, die behoren tot het normale onderhoud en beheer;
- andere werken, die op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.
Artikel 25 Leiding - Riool
25.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘
Leiding - Riool ’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor:
- een ondergrondse rioolpersleiding;
- het beheer en onderhoud van de leiding;
- de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding;
met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde
25.2.1 Algemeen
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikel 3 tot en met artikel 23) mag alleen ten behoeve van deze bestemming worden gebouwd.
25.2.2 Gebouwen
Gebouwen mogen niet worden gebouwd.
25.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.
25.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een vergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in
artikel 25 lid 2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits vooraf het advies is ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.
25.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
25.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag op de in
artikel 25 lid 1 bedoelde gronden de volgende werken uit te voeren:
- het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden;
- het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen;
- het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen;
- het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen.
25.4.2 Toetsing
Een omgevingsvergunning als bedoeld in
artikel 25 lid 4.1 moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van de andere werken, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, gevaar en/of nadeel voor de leiding is te duchten of blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.
25.4.3 Advies
Een vergunning als bedoeld in
artikel 25 lid 4.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag wethouders daarover een advies heeft ingewonnen van de leidingbeheerder.
25.4.4 Uitzonderingen
- andere werken, die behoren tot het normale onderhoud en beheer;
- andere werken, die op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.
Artikel 26 Leiding - Water
26.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘
Leiding - Water ’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor een ondergrondse watertransportleiding.
Alsmede voor:
- het beheer van deze bedoelde leiding;
- overige bijbehorende voorzieningen;
met bijbehorende:
- bouwwerken, geen gebouwen zijnde
26.2 Bouwregels
Ongeacht het bepaalde in artikelen 3 tot en met artikel 23 van deze regels, is bouwen op deze gronden uitsluitend toegestaan ten dienste van de in
artikel 26 lid 1 omschreven doeleinden en met in achtneming van de volgende regels:
- de oppervlakte van bouwwerken bedraagt maximaal 25 m2;
- de hoogte van bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 m.
26.3 Afwijken van de bouwregels
26.3.1 Omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan een vergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in
artikel 26 lid 2, voor het bouwen in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3 tot en met artikel 23 van deze regels, mits het belang van de leidingen niet onevenredig wordt geschaad.
26.3.2 Vrijstelling
Een vrijstelling als bedoeld in
artikel 26 lid 3.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag daarover een advies heeft ingewonnen van de beheerder van de betreffende leiding.
26.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
26.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag op de in
artikel 26 lid 1 bedoelde gronden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
- het vergraven, afgraven en egaliseren van gronden;
- het aanbrengen van diepwortelende beplantingen;
- het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen.
26.4.2 Toetsing
Een omgevingsvergunning als bedoeld in
artikel 26 lid 4.1 moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van de andere werken, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, gevaar en/of nadeel voor de leiding is te duchten of blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.
26.4.3 Advies
Een vergunning als bedoeld in
artikel 26 lid 4.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag wethouders daarover een advies heeft ingewonnen van de leidingbeheerder.
26.4.4 Uitzonderingen
- andere werken, die behoren tot het normale onderhoud en beheer;
- andere werken, die op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.
Artikel 27 Waarde - Archeologie 1
27.1 Bestemmingsomschrijving
De voor '
Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de historische kernen.
27.2 Bouwregels
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
- bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 40 cm;
- bouwwerken waarbij grondwerkzaamheden plaatsvinden met een oppervlakte van minder dan 50 m² voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 40 cm.
27.3 Afwijken van de bouwregels
27.3.1 Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming tot een grotere diepte en/of oppervlakte
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de diepte van de grondbewerkingen en/of de bebouwde oppervlakte als bepaald in
artikel 27 lid 2, voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits:
- op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of
- op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of
- de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord:
- een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of
- een verplichting tot het doen van opgravingen; of
- een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid.
27.3.2 Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
27.3.3 Advies
Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek en het afwijkingsverzoek als bedoeld in
artikel 27 lid 3.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek.
27.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
27.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
- het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 50 m² en dieper dan 40 cm;
- het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen;
- het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 40 cm;
- het verlagen van het grondwaterpeil.
27.4.2 Uitzonderingen
- het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte;
- het gaat om het vervangen van bestaande drainages op dezelfde plaats en op maximaal dezelfde diepte;
- op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;
- de werken en werkzaamheden:
- reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
- mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning;
- de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht.
27.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
27.5.1 Omgevingsvergunning voor het slopen
- Het is verboden de voor de "Waarde - Archeologie 1" aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, de aanwezige bouwwerken te slopen indien de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2 en niet dieper dan 40 cm;
- Aan de omgevingsvergunning voor het slopen kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt begeleid door een gekwalificeerde deskundige (zijnde een archeologisch bedrijf met een opgravingsvergunning). Hiervoor is een door het bevoegd gezag schriftelijk goedgekeurd Programma van Eisen vereist dat is opgesteld conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
- Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning voor het slopen.
- de vergunning kan niet worden verleend indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft.
27.5.2 Toelaatbaarheid
- op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of
- op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of
- de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord:
- een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of
- een verplichting tot het doen van opgravingen; of
- een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA.
27.5.3 Advies
Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in
artikel 27 lid 5.1 sub c, wordt de deskundige van de bevoegde overheid (Regioarcheoloog) om advies gevraagd.
27.6 Wijzigingsbevoegdheid
27.6.1 Wijziging verwijdering dubbelbestemming
Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de bestemming "
Waarde - Archeologie 1" wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Alvorens de bedoelde wijziging wordt toegepast, wordt deskundig advies gevraagd aan een door Burgemeester en wethouders vastgestelde deskundige op het gebied van de archeologische Monumentenzorg conform de vigerende KNA.
Artikel 28 Waarde - Archeologie 2
28.1 Bestemmingsomschrijving
De voor '
Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische vindplaatsen.
28.2 Bouwregels
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
- bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 50 cm;
- bouwwerken waarbij grondwerkzaamheden plaatsvinden met een oppervlakte van minder dan 100 m² voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 50 cm.
28.3 Afwijken van de bouwregels
28.3.1 Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming tot een grotere diepte en/of oppervlakte
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de diepte van de grondbewerkingen en/of de bebouwde oppervlakte als bepaald in
artikel 28 lid 2, voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits:
- op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of
- op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of
- de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord:
- een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of
- een verplichting tot het doen van opgravingen; of
- een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid.
28.3.2 Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
28.3.3 Advies
Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek en het afwijkingsverzoek als bedoeld in
artikel 28 lid 3.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek.
28.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
28.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
- het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 50 cm;
- het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen;
- het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 50 cm;
- het verlagen van het grondwaterpeil.
28.4.2 Uitzonderingen
- het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte;
- het gaat om het vervangen van bestaande drainages op dezelfde plaats en op maximaal dezelfde diepte;
- op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;
- de werken en werkzaamheden:
- reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
- mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning;
- de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht.
28.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
28.5.1 Omgevingsvergunning voor het slopen
- Het is verboden de voor de "Waarde - Archeologie 2" aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, de aanwezige bouwwerken te slopen indien de oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m2 en niet dieper dan 50 cm;
- Aan de omgevingsvergunning voor het slopen kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt begeleid door een gekwalificeerde deskundige (zijnde een archeologisch bedrijf met een opgravingsvergunning). Hiervoor is een door het bevoegd gezag schriftelijk goedgekeurd Programma van Eisen vereist dat is opgesteld conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
- Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning voor het slopen.
- de vergunning kan niet worden verleend indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft.
28.5.2 Toelaatbaarheid
- op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of
- op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of
- de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord:
- een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of
- een verplichting tot het doen van opgravingen; of
- een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA.
28.5.3 Advies
Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in
artikel 28 lid 5.1 sub c, wordt de deskundige van de bevoegde overheid (Regioarcheoloog) om advies gevraagd.
28.6 Wijzigingsbevoegdheid
28.6.1 Wijziging verwijdering dubbelbestemming
Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de bestemming "
Waarde - Archeologie 2" wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Alvorens de bedoelde wijziging wordt toegepast, wordt deskundig advies gevraagd aan een door Burgemeester en wethouders vastgestelde deskundige op het gebied van de archeologische Monumentenzorg conform de vigerende KNA.
Artikel 29 Waarde - Archeologie 3
29.1 Bestemmingsomschrijving
De voor '
Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de hoge archeologische verwachtingswaarde.
29.2 Bouwregels
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
- bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 50 cm;
- bouwwerken waarbij grondwerkzaamheden plaatsvinden met een oppervlakte van minder dan 500 m² voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 50 cm.
29.3 Afwijken van de bouwregels
29.3.1 Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming tot een grotere diepte en/of oppervlakte
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de diepte van de grondbewerkingen en/of de bebouwde oppervlakte als bepaald in
artikel 29 lid 2, voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits:
- op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of
- op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of
- de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord:
- een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of
- een verplichting tot het doen van opgravingen; of
- een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid.
29.3.2 Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
29.3.3 Advies
Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek en het afwijkingsverzoek als bedoeld in
artikel 29 lid 3.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek.
29.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
29.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
- het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 50 cm;
- het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen;
- het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 50 cm;
- het verlagen van het grondwaterpeil.
29.4.2 Uitzonderingen
- het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte;
- het gaat om het vervangen van bestaande drainages op dezelfde plaats en op maximaal dezelfde diepte;
- op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;
- de werken en werkzaamheden:
- reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
- mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning;
- de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht.
29.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
29.5.1 Omgevingsvergunning voor het slopen
- Het is verboden de voor de "Waarde - Archeologie 3" aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, de aanwezige bouwwerken te slopen indien de oppervlakte niet meer bedraagt dan 500 m2 en niet dieper dan 50 cm;
- Aan de omgevingsvergunning voor het slopen kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt begeleid door een gekwalificeerde deskundige (zijnde een archeologisch bedrijf met een opgravingsvergunning). Hiervoor is een door het bevoegd gezag schriftelijk goedgekeurd Programma van Eisen vereist dat is opgesteld conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
- Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning voor het slopen.
- de vergunning kan niet worden verleend indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft.
29.5.2 Toelaatbaarheid
- op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of
- op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of
- de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord:
- een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of
- een verplichting tot het doen van opgravingen; of
- een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA.
29.5.3 Advies
Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in
artikel 29 lid 5.1 sub c, wordt de deskundige van de bevoegde overheid (Regioarcheoloog) om advies gevraagd.
29.6 Wijzigingsbevoegdheid
29.6.1 Wijziging verwijdering dubbelbestemming
Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de bestemming "
Waarde - Archeologie 3" wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Alvorens de bedoelde wijziging wordt toegepast, wordt deskundig advies gevraagd aan een door Burgemeester en wethouders vastgestelde deskundige op het gebied van de archeologische Monumentenzorg conform de vigerende KNA.
Artikel 30 Waarde - Archeologie 4
30.1 Bestemmingsomschrijving
De voor '
Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de hoge archeologische verwachtingswaarde voor uitsluitend vindplaatsen van jager-verzamelaars en middelhoge/onbekende archeologische verwachtingswaarde.
30.2 Bouwregels
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
- bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 50 cm;
- bouwwerken waarbij grondwerkzaamheden plaatsvinden met een oppervlakte van minder dan 2.500 m² voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 50 cm.
30.3 Afwijken van de bouwregels
30.3.1 Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming tot een grotere diepte en/of oppervlakte
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de diepte van de grondbewerkingen en/of de bebouwde oppervlakte als bepaald in
artikel 30 lid 2, voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits:
- op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of
- op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of
- de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord:
- een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of
- een verplichting tot het doen van opgravingen; of
- een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid.
30.3.2 Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
30.3.3 Advies
Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek en het afwijkingsverzoek als bedoeld in
artikel 30 lid 3.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek.
30.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
30.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
- het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 50 cm;
- het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen;
- het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 50 cm;
- het verlagen van het grondwaterpeil.
30.4.2 Uitzonderingen
- het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte;
- het gaat om het vervangen van bestaande drainages op dezelfde plaats en op maximaal dezelfde diepte;
- op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;
- de werken en werkzaamheden:
- reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
- mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning;
- de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht.
30.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
30.5.1 Omgevingsvergunning voor het slopen
- Het is verboden de voor de "Waarde - Archeologie 4" aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, de aanwezige bouwwerken te slopen indien de oppervlakte niet meer bedraagt dan 2.500 m2 en niet dieper dan 50 cm;
- Aan de omgevingsvergunning voor het slopen kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt begeleid door een gekwalificeerde deskundige (zijnde een archeologisch bedrijf met een opgravingsvergunning). Hiervoor is een door het bevoegd gezag schriftelijk goedgekeurd Programma van Eisen vereist dat is opgesteld conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
- Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning voor het slopen.
- de vergunning kan niet worden verleend indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft.
30.5.2 Toelaatbaarheid
- op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of
- op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of
- de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord:
- een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of
- een verplichting tot het doen van opgravingen; of
- een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA.
30.5.3 Advies
Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in
artikel 30 lid 5.1 sub c, wordt de deskundige van de bevoegde overheid (Regioarcheoloog) om advies gevraagd.
30.6 Wijzigingsbevoegdheid
30.6.1 Wijziging verwijdering dubbelbestemming
Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de bestemming "
Waarde - Archeologie 4" wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Alvorens de bedoelde wijziging wordt toegepast, wordt deskundig advies gevraagd aan een door Burgemeester en wethouders vastgestelde deskundige op het gebied van de archeologische Monumentenzorg conform de vigerende KNA.
Artikel 31 Waarde - Cultuurhistorie
31.1 Bestemmingsomschrijving
De voor '
Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden.
31.2 Bouwregels
Op of in de gronden als bedoeld in
artikel 31 lid 1 is uitsluitend de bestaande bebouwing toegestaan.
31.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
artikel 31 lid 2 ten behoeve van het aan-, ver- of nieuwbouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, met dien verstande dat geen afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke en functionele karakteristiek.
31.4 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
31.4.1 Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning) een bouwwerk te slopen.
31.4.2 Toetsing
De in
artikel 31 lid 4.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend indien en voorzover door de sloopwerkzaamheden geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de cultuurhistorische waarden van de omgeving.
31.4.3 Advies
Voorafgaande aan de verlening van de vergunning als bedoeld in
artikel 31 lid 4.1 dient het bevoegd gezag daarover een advies te hebben ingewonnen bij de welstands/gemeentelijke monumentencommissie omtrent de mogelijke aantasting van de cultuurhistorische waarden.
31.4.4 Uitzonderingen
- sloopwerkzaamheden waarvoor ten tijde van het inwerkingtreden van het bestemmingsplan vergunning is verleend;
- sloopwerkzaamheden van ondergeschikte betekenis binnen het op de bestemming gerichte normale onderhoud en beheer;
- sloopwerkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn.
Artikel 32 Waterstaat - Beschermingszone Natte Natuurparel
32.1 Bestemmingsomschrijving
De voor '
Waterstaat - Beschermingszone Natte Natuurparel' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende overige bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de waterhuishouding en het voorkomen van negatieve effecten op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant.
32.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
32.2.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in
artikel 32 lid 1 bedoelde gronden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren:
- het verzetten van grond van meer dan 100 m3 of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist in het kader van de Ontgrondingenwet;
- de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een al bestaande drainage;
- het verlagen van de waterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen;
- het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten.
32.2.2 Toetsing
Een vergunning als bedoeld in
artikel 32 lid 2.1 wordt slechts verleend, indien door de werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
32.2.3 Advies
Een vergunning als bedoeld in
artikel 32 lid 2.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag daarover een advies heeft ingewonnen van het waterschap.
32.2.4 Uitzonderingen
- de werken en werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
- de werkzaamheden behoren tot het normale beheer en onderhoud; of
- mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
Artikel 33 Waterstaat - Meanderzone
33.1 Bestemmingsomschrijving
De voor '
Waterstaat - Meanderzone' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, ook bestemd voor:
- de bescherming en het beheer van de watergang en beekherstel;
- behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurwaarden;
- behoud, herstel en ontwikkeling van de bestaande biotopen;
met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en met inachtneming van de keur van het waterschap.
33.2.2 Gebouwen
Gebouwen mogen niet worden gebouwd.
33.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.
33.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
33.3.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning op de in
artikel 33 lid 1 bedoelde gronden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren:
- het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden;
- het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen;
- het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen en het aanbrengen van drainage;
- het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.
33.3.2 Toetsing
Een vergunning moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden het door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
- de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de watergang en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen;
- natuurwetenschappelijke waarden van het gebied, en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen.
33.3.3 Advies
Een vergunning wordt niet verleend dan nadat advies is verkregen van de beheerder van de watergang.
33.3.4 Uitzonderingen
- andere werken, die behoren tot het normale onderhoud en beheer;
- andere werken, die op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.
Artikel 34 Waterstaat - Waterlopen
34.1 Bestemmingsomschrijving
De voor '
Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de aldaar voorkomende andere bestemming, tevens bestemd voor het beheer en het onderhoud van de watergang met de bijbehorende voorzieningen, zoals bermen en beschoeiing.
34.2.1 Algemeen
In afwijking van het bepaalde bij de bestemming '
Bedrijventerrein' mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze (dubbel)bestemming.
34.2.2 Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
34.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat uitsluitend erf- en terreinafscheidingen ten dienste van de bestemming met een maximale bouwhoogte van 2 meter zijn toegestaan die doorgang bieden ten behoeve van het onderhoud van de watergang, met dien verstande dat hieromtrent vooraf bij het waterschap advies wordt ingewonnen.
34.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
artikel 34 lid 2 en toestaan dat in de andere bestemming overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met dien verstande dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het beheer, het onderhoud en het doelmatig functioneren van de watergang. Hieromtrent wordt vooraf bij het waterschap advies ingewonnen.
34.4 Wijzigingsbevoegdheid
34.4.1 Wijziging bestemmingsgrenzen
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de grenzen van de (dubbel)bestemming '
Waterstaat - Waterlopen' worden verlegd, met in achtneming van de volgende voorwaarden:
- de grensverlegging bedraagt maximaal 5 m;
- voordat toepassing wordt gegeven aan de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld sub a, winnen burgemeester en wethouders advies in bij het waterschap.
34.4.2 Verwijderen dubbelbestemming
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin dat de (dubbel)bestemming '
Waterstaat - Waterlopen' wordt verwijderd, onder de voorwaarde dat door het opheffen dan wel verleggen van de watergang de beschermde functie van de gronden met de (dubbel)bestemming 'Waterstaat - Waterlopen' komt te vervallen.
Artikel 35 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 36 Algemene bouwregels
36.1 Bestaande afmetingen, afstanden en percentages
36.1.1 Minimale maat
In die gevallen dat een bestaande maatvoering, die legaal tot stand is gekomen, minder bedraagt dan de minimale maat, die in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt voor de bouwmogelijkheden die maat in afwijking daarvan als minimaal voorgeschreven.
36.1.2 Maximale maat
In die gevallen dat een bestaande maatvoering, die legaal tot stand is gekomen, meer bedraagt dan de maximale maat, die in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt voor de bouwmogelijkheden die maat in afwijking daarvan als maximaal toegestaan.
36.2 Percentageregeling
Een in dit plan opgenomen percentage geeft aan hoeveel van het bouwvlak van het desbetreffende bouwperceel ten hoogste mag worden bebouwd met gebouwen en overige bouwwerken geen gebouw zijnde.
Bij het ontbreken van een percentage mag het bouwvlak volledig worden bebouwd, tenzij in de bestemmingsregels anders is bepaald.
36.3 Ondergronds bouwen
Het bepaalde in dit bestemmingsplan omtrent de situering, de horizontale diepte en de oppervlakte van bouwwerken, alsmede het bebouwingspercentage, is op overeenkomstige wijze van toepassing op ondergronds bouwen, met dien verstande dat de verticale diepte van ondergrondse bouwwerken niet meer dan 5 m mag bedragen.
36.4 Overschrijding van bouwgrenzen en gevellijnen
Bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, en gevellijnen mogen, in afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2 van deze regels, uitsluitend worden overschreden door tot hoofdgebouwen behorende ondergeschikte bouwdelen, zoals stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, erkers, entreeportalen, veranda’s en afdaken, mits:
- de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 m, met dien verstande dat de diepte van een erker maximaal 1,1 m mag bedragen;
- de goot- en bouwhoogte van erkers, entreeportalen en veranda’s niet meer bedraagt dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het betreffende gebouw + 0,25 m, met een maximum van 3 m;
- de breedte van erkers, entreeportalen en veranda’s niet meer bedraagt dan 40% van de breedte van de betreffende gevel van het gebouw, met dien verstande dat:
- een erker voor de gevellijn niet buiten de zijgevel mag uitsteken;
- de afstand van een erker aan de zijgevel tot de zijdelingse bouwperceelsgrens minimaal 1 m dient te bedragen;
- een erker aan de zijgevel ten minste 3 m achter de gevellijn dient te liggen;
- de afstand tot de bestemmingsgrens minimaal 2 m bedraagt, daar waar het bestemmingsvlak grenst aan een bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied';
- andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m.
Artikel 37 Algemene gebruiksregels
37.1 Algemeen
Onder gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in elk geval verstaan:
- een gebruik van gronden als stort- en/of buitenopslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud;
- een gebruik van gronden als stallings- en/of buitenopslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud;
- een gebruik van gronden en bouwwerken voor inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht;
- een gebruik van gronden en bouwwerken voor inrichtingen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen en voor vuurwerkbedrijven;
- een gebruik van gronden en bouwwerken voor (detail)handel, met uitzondering van een zodanig gebruik dat uitdrukkelijk is toegestaan bij of krachtens deze regels;
- een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seks- of pornobedrijf dan wel prostitutiebedrijf;
- een gebruik van bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en/of als afhankelijke woonruimte, met uitzondering van zodanig gebruik dat uitdrukkelijk bij of krachtens deze regels is toegestaan;
een gebruik van gronden en bouwwerken voor evenementen, met uitzondering van:
- een gebruik voor evenementen in de bestemming ‘Groen’ en 'Verkeer - Verblijfsgebied';
- een gebruik voor evenementen in de overige bestemmingen, mits het aantal evenementen per locatie in totaal niet meer dan 3 per jaar bedraagt, met een maximum aantal dagen van 15 per evenement.
37.2.1 Verruimde mantelzorg
In aanvulling op de landelijke vergunningsvrije mantelzorgregeling kunnen Burgemeester en Wethouders een omgevingsvergunning verlenen voor huisvesting in een woning of bijbehorend bouwwerken van één huishouden van maximaal twee personen, mits:
- de aanvrager de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, of;
- de aanvrager de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, maar aantoont dat er een reële verwachting is dat binnen 10 jaar een zorgbehoefte gaat ontstaan.
37.2.2 Intrekken vergunning
Burgemeester en Wethouders trekken de vergunning, verleend op grond van
artikel 37 lid 2.1 in, indien de aanvrager van de vergunning en/of diens partner, geen gebruik meer maken van de vergunning.
37.3 Aan huis verbonden beroepen en bedrijven
- de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij maximaal 25% van het bebouwde oppervlak van de aanwezige bebouwing met een maximum van 60 m2 ten behoeve van aan huis gebonden beroep mag worden gebruikt;
- het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans;
- de activiteit milieuhygiënisch inpasbaar is in de woonomgeving waarbij geldt dat deze past binnen milieucategorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
- de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner;
- door de uitoefening van de activiteit het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig verandert dat de woning het karakter van de woning geheel of gedeeltelijk verliest;
- de aard en de activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving.
37.4 Toestaan seks-, porno- of prostitutiebedrijf
Burgemeester en Wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
artikel 37 lid 1 sub f voor het toestaan van een seks- of pornobedrijf dan wel prostitutiebedrijf, met dien verstande dat:
- deze vergunning uitsluitend kan worden verleend binnen de bestemming 'Bedrijventerrein';
- binnen de gemeente maximaal één seks- of pornobedrijf dan wel prostitutiebedrijf kan worden toegelaten;
- het seks- of pornobedrijf dan wel prostitutiebedrijf niet mag worden gevestigd binnen een afstand van 150 m van een woning, niet zijnde een bedrijfswoning, of een maatschappelijke of recreatieve voorziening;
- de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
- het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 38 Algemene aanduidingsregels
38.1 Vrijwaringszone - molenbiotoop
38.1.1 Aanduidingsomschrijving
De gronden ter plaatse van de aanduiding "vrijwaringszone - molenbiotoop" zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het beschermen van het zicht op de molen en de vrije windtoegang.
38.1.2 Bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikel 3 tot en met artikel 23) is bouwen op deze gronden toegestaan met inachtneming van de volgende regels:
- binnen 100 m van de molen mag geen bebouwing of beplanting, hoger dan 3,72 m worden opgericht;
- tussen de 100 m en de 400 m van de molen mag de hoogte van bebouwing en beplanting niet hoger zijn dan 3,72 m vermeerderd met 1/30 van de afstand tussen het bouwwerk dan wel de beplanting en de molen.
38.1.3 Afwijking van de bouwregels
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 38 lid 1.2, mits daardoor de windvang, het functioneren en de zichtbaarheid van de molen niet in onevenredige mate worden of kunnen worden aangetast.
38.1.4 Omgevingsvergunning
- het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag op de in artikel 38 lid 1.1 bedoelde gronden de volgende andere-werken uit te voeren:
- het ophogen van gronden hoger dan de hoogte die op grond van het bepaalde in artikel 38 lid 1.2 is toegestaan voor bouwwerken;
- het aanleggen van bovengrondse constructies, installaties en apparatuur met een hoogte die hoger is dan op grond van het bepaalde in artikel 38 lid 1.2 is toegestaan voor bouwwerken;
- het aanplanten van bomen en/of houtgewas en het aanbrengen van beplanting met een hoogte die hoger is dan op grond van het bepaalde in artikel 38 lid 1.2 is toegestaan voor bouwwerken;
- een omgevingsvergunning mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het ander-werk dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan het functioneren van de molen als werktuig door windbelemmering en/of waarde van de molen als landschapsbepalend element en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen;
- een omgevingsvergunning wordt niet verleend dan nadat advies is verkregen van de beheerder van de molen;
- geen omgevingsvergunning is nodig voor:
- andere-werken die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen;
- andere-werken die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn op uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning.
38.2.1 Aanduidingsomschrijving
De voor "veiligheidzone - LPG" aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van het woon- en leefmilieu in verband met de nabijheid van een vulpunt van een LPG-installatie.
38.2.2 Bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij andere bestemmingen (artikel 3 tot en met artikel 23) mogen op de in
artikel 38 lid 2.1 bedoelde gronden geen nieuwe gebouwen worden opgericht voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten.
38.2.3 Afwijking van de bouwregels
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in
artikel 38 lid 2.2 ten behoeve van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object voor zover in overeenstemming met de andere bestemming, mits ter plaatse een aanavardbaar woon- en werkmilieu kan worden gerealiseerd.
38.2.4 Wijziging
Het bevoegd gezag is bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het verwijderen van de aanduiding 'veiligheidszone - LPG', mits het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een LPG-installatie definitief is beëindigd.
38.3 Milieuzone - geurzone
38.3.1 Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - geurzone' mogen geen woningen of andere geurgevoelige objecten worden gebouwd die agrarische bedrijven belemmeren in hun bedrijfsvoering.
38.3.2 Wijzigingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag is bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen teneinde de gebiedsaanduiding 'milieuzone - geurzone' als bedoeld in
artikel 38 lid 3.1 te verwijderen, dan wel te wijzigen, onder de volgende voorwaarden:
- de op de verbeelding aangegeven gebiedsaanduiding 'milieuzone - geurzone' wordt verkleind dan wel verwijderd, naargelang de geurcontour van het agrarische bedrijf wordt verminderd dan wel opgeheven, krachtens wijziging of intrekking van de milieuvergunning;
- de wijziging niet leidt tot een onevenredige belemmering van de omliggende (agrarische) bedrijfsactiviteiten.
38.4 Wetgevingzone - wijzigingsgebied 1
Het bevoegd gezag is, ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 1', bevoegd de bestemming '
Agrarisch' te wijzigen in de bestemming '
Wonen', met inachtneming van de volgende regels:
- de bestemming dient overeen te komen met de in bijlage 4 opgenomen invulling;
- de regels van Wonen zijn van overeenkomstige toepassing;
- middels onderzoek dient aangetoond te worden dat er geen sprake is van milieutechnische belemmeringen;
- onderbouwd dient te worden dat het plan in overeenstemming is met de geldende regionale woningbouwafspraken ten tijde van het ontwerp-wijzigingsplan. Hierover dient van tevoren afstemming met de provincie Noord-Brabant plaats te vinden.
38.5 Wetgevingzone - wijzigingsgebied 2
Het bevoegd gezag is, ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 2', bevoegd de bestemming '
Detailhandel' te wijzigen in de bestemming '
Wonen', met inachtneming van de volgende regels:
- de regels van Wonen zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de voorste grens van het bouwvlak wordt aangemerkt als gevellijn;
- het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal woningen.
38.6 Wetgevingzone - wijzigingsgebied 3
Het bevoegd gezag is bevoegd ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 3' het bestemmingsplan te wijzigen door het aanbrengen van de aanduiding 'bedrijfswoning' met een bouwvlak, mits:
- ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is;
- de belangen van de rechthebbenden op de aan het bouwperceel grenzende gronden niet onevenredig worden geschaad.
38.7 Wetgevingzone - wijzigingsgebied 4
Het bevoegd gezag is bevoegd ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 4' de bestemming te wijzigen naar Bedrijventerrein, met de aanduiding 'bedrijfswoning' en 'bedrijf van categorie 2' met een bouwvlak, mits:
- ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is;
- de belangen van de rechthebbenden op de aan het bouwperceel grenzende gronden niet onevenredig worden geschaad.
38.8 Wetgevingzone - wijzigingsgebied 5
In
artikel 40 lid 4 is geregeld wat met de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 5' wordt bedoeld.
38.9 Wetgevingzone - wijzigingsgebied 6
Het bevoegd gezag is bevoegd ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 6' na afloop van een periode van drie jaar na het moment van inwerkingtreding van dit plan de aanduiding(en) 'bouwvlak' van de verbeelding te verwijderen, indien gedurende die periode geen woning is opgericht c.q. geen woningen zijn opgericht, dan wel op dat moment in oprichting is/zijn.
38.10 Wetgevingzone - wijzigingsgebied 7
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 7' te wijzigen in de bestemming
Verkeer - Verblijfsgebied, onder de volgende voorwaarden:
- de wijziging dient milieuhygiënisch aanvaardbaar te zijn;
- de wijziging dient hydrologisch neutraal te zijn;
- behoudens het bepaalde in dit artikel, dient aangesloten te worden bij het bepaalde in Verkeer - Verblijfsgebied;
38.11 Wetgevingzone - wijzigingsgebied horeca
Het bevoegd gezag is bevoegd ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied horeca' horecabedrijven binnen categorie A, B, C en D toe te staan, mits:
- het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt;
- het horecabedrijf mag geen onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige opbouw vormen.
- in de onmiddellijke omgeving zal moeten worden voorzien in voldoende parkeervoorzieningen;
- de wijzigingsbevoegdheid mag er niet toe leiden dat een bouwperceel met een woonfunctie aan beide zijden wordt geflankeerd door bouwpercelen met een horecafunctie.
38.12 Overige zone - waterberging 1
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - waterberging 1' is het gebruik conform de bestemmingen '
Verkeer - Verblijfsgebied' en/of '
Wonen' alleen toegestaan indien conform gemeentelijk beleid en het waterbeheerplan van het waterschap compenserende waterberging wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.
38.13 Overige zone - waterberging 2
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - waterberging 2' is het gebruiken en doen (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken uitsluitend toegestaan indien de aanleg van 78 m3 waterbergende voorziening is gerealiseerd en in stand wordt gehouden.
38.14 Overige zone - waterberging 3
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - waterberging 3' is het gebruiken en doen (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken uitsluitend toegestaan indien de aanleg van 95 m3 waterbergende voorziening is gerealiseerd en in stand wordt gehouden.
38.15 overige zone - historische dorpsstructuur
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - historische dorpsstructuur' wordt gestreefd naar behoud, beheer en herstel van de historische dorpsstructuur uit oogpunt van cultuurhistorische waarden.
38.16 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
38.16.1 Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden op en in de hierna genoemde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning:
Aanduidingen/Activiteiten | a | b | c | d | e | f | g | h | i | j |
overige zone - historische dorpsstructuur | - | - | - | - | + | - | - | - | - | + |
+ omgevingsvergunning vereist
- toegestaan (zonder omgevingsvergunning)
- het aanleggen van oppervlakteverhardingen groter dan 200 m2;
- aanbrengen van (infrastructurele) ondergrondse leidingen;
- afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem;
- diepploegen en diepwoelen van de bodem;
- dempen van poelen, sloten en greppels;
- aanleggen van drainage;
- verlagen van de waterstand door de aanleg van beregeningsinstallaties;
- beplanten van gronden met houtgewas hoger dan 1,3 meter;
- vellen of rooien van houtgewas;
- het wijzigen van de perceelsindeling, zoals door sloten, greppels en beplantingselementen is aangegeven.
38.16.2 Beoordelingscriteria
Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning als bedoeld in
artikel 38 lid 16.1 alleen indien door de in
artikel 38 lid 16.1 genoemde werken of werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.
38.16.3 Uitzonderingen vergunningplicht
- werken of werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer;
- werken of werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden;
- werken of werkzaamheden die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning;
- werken en werkzaamheden die uitgevoerd worden binnen het bouwvlak.
Artikel 39 Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het plan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, voor:
- het afwijken van de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, mits dat uit een oogpunt van architectuur en/of constructie noodzakelijk is;
- het afwijken van bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak op de plankaart, niet zijnde bestemmingsgrenzen, indien en voor zover afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de grond, mits de afwijking ten opzichte van hetgeen op de plankaart is aangegeven niet meer dan 2,5 m bedraagt.
Artikel 40 Algemene wijzigingsregels
40.1 Kleine overschrijdingen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen te wijzigen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen en bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3,0 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.
40.2 Dubbelbestemming archeologie toekennen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen door aan één of meer gronden een archeologische dubbelbestemming toe te kennen indien ter plaatse sprake is van archeologisch waardevol gebied, en/of archeologisch onderzoeksgebied, en indien uit een rapport van een ter zake deskundige blijkt dat de betreffende waarde in voldoende mate aanwezig is.
40.3 Dubbelbestemming archeologie verwijderen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen door bij één of meer gronden een archeologische dubbelbestemming te verwijderen, indien ter plaatse uit een rapport van een ter zake deskundige blijkt dat de betreffende waarde in onvoldoende mate aanwezig is.
40.4 Wijziging woningen
Het bevoegd gezag is bevoegd de ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 5' opgenomen bestemmingen '
Tuin' en '
Wonen' te wijzigen zodanig dat maximaal twee aaneengesloten wooneenheden kunnen worden gerealiseerd, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
- de twee wooneenheden worden gerealiseerd in één hoofdgebouw met een frontbreedte van maximaal 21 m, inclusief overkappingen, aan-, uit-, en bijgebouwen;
- aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de gevellijn van hoofdgebouwen worden gebouwd;
- de op de verbeelding aangegeven gevellijn op de kortste afstand van de Tilburgseweg wordt de nieuwe gevellijn;
- de goot- en bouwhoogte bedragen maximaal 3,5 m respectievelijk 8 m;
- de diepte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 13;
- de nokrichting van het hoofdgebouw moet evenwijdig zijn aan de Tilburgseweg;
- de afstand van de hoofdgebouwen, inclusief overkappingen, aan-, uit- en bijgebouwen, aan de niet aaneengebouwde zijde tot de zijdelingse perceelsgrens dient ten minste 4 m te bedragen;
- in het wijzigingsplan wordt gewaarborgd dat de ruimte tussen de hoofdgebouwen, inclusief overkappingen, aan-, uit- en bijgebouwen aan de achterzijde van de hoofdgebouwen, en de zijdelingse perceelsgrens vrij blijft van aan-, uit- en bijgebouwen. Hiervoor wordt in het wijzigingsplan een bestemming 'Tuin' opgenomen. Dit betreft een strook met een breedte van ten minste 4 m, beginnend in de gevellijn en doorlopend tot 13 m achter de gevellijn;
- de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad;
- het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 41 Algemene procedureregels
Op de voorbereiding van een besluit tot afwijking of nadere eis is de volgende procedure van toepassing:
- een ontwerp van het besluit ligt met de bijbehorende stukken gedurende 6 weken op het gemeentehuis ter inzage;
- burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging vooraf bekend in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze;
- de bekendmaking houdt de mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen;
- gedurende de onder a genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijk zienswijzen indienen omtrent het ontwerp van het besluit.
Artikel 42 Overige regels
42.1 Voorrang (dubbel)bestemmingen
Daar waar aan gronden meerdere bestemmingen zijn gegeven, prevaleren de regels bij de dubbelbestemming(en). Daar waar tevens aan gronden meerdere dubbelbestemmingen zijn gegeven, gelden de regels bij deze dubbelbestemmingen naast elkaar.
42.2.1 Algemeen
Het bevoegd gezag toetst bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels of wordt voorzien in voldoende parkeer- en stallingsgelegenheid. Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien wordt voldaan aan de volgende regels:
- In het geval van de oprichting of uitbreiding van een gebouw dient ten behoeve van het parkeren van auto's en het stallen van fietsen te worden voorzien in voldoende parkeer- en stallingsgelegenheid;
- In het geval van functiewijziging van een gebouw en/of van gronden dient ten behoeve van het parkeren van auto's en het stallen van fietsen te worden voorzien in voldoende parkeer- en stallingsgelegenheid;
- Voor het bepalen van de benodigde parkeer- en stallingsgelegenheid dient te worden voldaan aan de gemeentelijke parkeernota, zoals bedoeld in Gemeentelijke parkeernota;
- De parkeer- en stallingsvoorzieningen als bedoeld onder a en b dienen in stand te worden gehouden.
42.2.2 Laden en lossen
Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel, overeenkomstig met de gemeentelijke parkeernota.
42.2.3 Afwijken van de parkeerregels
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in
artikel 42 lid 2.1 en
artikel 42 lid 2.2 ten behoeve van een gebruiksverandering, dan wel de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen, voor zover in voldoende mate op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien, met dien verstande dat:
- Geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken;
- geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot milieu hygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid;
- geen nadelige beïnvloeding ontstaat van de normale afwikkeling van het verkeer en de feitelijke verkeerssituatie
4 Overgangs- en slotregels
Artikel 43 Overgangsrecht
43.1 Overgangsrecht bouwwerken
43.1.1 Algemeen
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
- gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
- na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
43.1.2 Afwijking
Het bevoegd gezag kan eenmalig een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in
artikel 43 lid 1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in
artikel 43 lid 1.1 met maximaal 10%.
43.1.3 Uitzondering
Het bepaalde in
artikel 43 lid 1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
43.2 Overgangsrecht gebruik
43.2.1 Algemeen
Het gebruik van grond en bouwwerken, dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
43.2.2 Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in
artikel 43 lid 2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
43.2.3 Onderbroken gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in
artikel 43 lid 2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
43.2.4 Uitzondering
Het bepaalde in
artikel 43 lid 2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 44 Slotregel
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan 'Kernen Esbeek en Hilvarenbeek'.