| Plan: | I Mensfort-Rapenland 1996 (Voltastraat-Galvanistraat) |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0772.80076-0501 |
Door de beoogde realisatie van de bouwplannen zullen er wijzigingen plaatsvinden aan de verharde oppervlakten. De waterhuishoudkundige situatie ter plaatse zal derhalve veranderen. Een aspect binnen het plangebied Volta & Galvani is de afkoppeling en eventuele infiltratie van hemelwater in de bodem. Infiltratie van hemelwater biedt namelijk voordelen tegenover de gebruikelijke afvoermethoden via het oppervlaktewater of via rioleringssystemen.
Deze voordelen zijn onder andere:
Infiltratie van regenwater is in Nederland een relatief nieuwe ontwikkeling. In Duitsland is hiermee al meer ervaring opgedaan en is vastgelegd dat minimaal een infiltratiesnelheid (k-waarde) van 1-5*10-6 m/s (circa 0,09-0,43 meter/dag, 3,6 - 18 mm/h) vereist is voor het succesvol toepassen van regenwaterinfiltratie.
De reden die hiervoor wordt opgegeven is dat er bij lagere doorlatendheden reducerende omstandigheden kunnen optreden in de onverzadigde zone, die een ongunstige invloed kunnen hebben op het retentie- en omzettingsvermogen ervan. Daarnaast is bij lagere doorlatendheden ook een groot ruimtebeslag nodig voor het aanleggen van infiltratievoorzieningen. Bovendien moet er rekening mee worden gehouden dat deze langer (dagen achtereen) water blijven voeren, hetgeen onwenselijk kan zijn in een (woon)omgeving.
Waterschap De Dommel hanteert de volgende indeling van infiltratiesnelheden:
De doorlatendheid van een bodem is afhankelijk van vele factoren, onder meer poriëngrootte, de continuïteit van de poriën, de poriënvorm, het poriënaantal, de geometrie van de poriënkanalen en de diepte tot de grondwaterstand. De poriëngrootte en de verdeling ervan hangen in de eerste plaats van de bodemsoort en de bodemstructuur af. Bovendien is de doorlatendheid afhankelijk van de verzadigingsgraad en kan ze beïnvloed worden door micro-organismen. Hieruit kan worden afgeleid dat de infiltratiesnelheid van de ondergrond geen constante waarde heeft, maar van plaats tot plaats varieert, waarbij zelfs op vrij kleine schaal belangrijke verschillen kunnen optreden.
Volgens de geologische kaart van Nederland is de locatie gelegen op Pleistocene afzettingen van de Formatie van Kedichem en Tegelen (Nuenen groep), bedekt met jongere Pleistocene afzettingen. De Formatie van Kedichem en Tegelen (Nuenen groep) is hoofdzakelijk afgezet gedurende en na de laatste ijstijden en is opgebouwd uit zandige leem en kleilagen.
Uit de beschikbare boorgegevens verzameld tijdens het verkennend en nader bodemonderzoek (Inpijn Blokpoel ingenieursbureau, d.d. 15-9-2009), kan worden opgemaakt dat de vaste bodem op de locatie tot circa 2,50 m-mv bestaat uit zeer fijn tot matig fijn, siltig zand. Lokaal in de bovengrond is dit zandpakket puinhoudend. Hieronder is in de meeste boringen sprake van een ruim één meter dikke leemlaag, waaronder tot de verkende diepte van 4,7 meter weer sprake is van (matig fijn) zand. Voor de snelheid van wateropname in een dergelijk pakket is vooralsnog de minimaal benodigde k-waarde van circa 0,4 meter per dag aangehouden. Deze aangenomen k-waarde dient indien nodig middels een infiltratieonderzoek te worden bevestigd.
Van het bouwplan zijn verder de volgende gegevens bekend:
| Gebruik oppervlak | Oude situatie | Nieuwe situatie |
| Dakoppervlak | Plat dak: 5.590 m2
Hellend dak: 4.085 m2 |
Plat dak: 6.853 m2
Hellend dak: n.v.t. |
| Terreinverharding | Bestrating: 3.960 m2
Parkeerplaatsen: 998 m2 |
Bestrating: 8.427 m2
Parkeerplaatsen: 2.282 m2 |
| Totaal verhard oppervlak | 14.633 m2 | 17.562 m2 |
| Onverhard | 3.312 m2 | 1.228 m2 |
| Totaal oppervlak | 17.945 m2 | 18.790 m2 |
Tabel 1: Verhard oppervlak in de oude en nieuwe situatie
Uit bovenstaande tabel kan worden afgeleid dat er bij de vergelijking van de oude situatie met de nieuwe situatie sprake is van een toename van het verhard oppervlak in het plangebied. Gezien deze toename van het verhard oppervlak met circa 3.000 m2 is het noodzakelijk om voorzieningen met betrekking tot de afvoer van hemelwater te treffen.
De locatie wordt in het noord oosten omsloten door de openbare weg Boschdijk, ten zuidwesten door de Edisonstraat en ten noordwesten door de Wattstraat. Verder grenst het plangebied ten zuidoosten aan het Baekelandplein. De omgeving kenmerkt zich als stedelijke bebouwing in de vorm van kantoren, appartementen en woningen met bijbehorende tuinen en parkeergelegenheid. Het gebied kent verder weinig hoogteverschillen en ligt op ongeveer 18,3 meter + NAP. Het projectgebied zal worden bebouwd met circa 100 nieuwe woningen, inclusief circa 30 werkruimten. In bijlage 1 is een luchtfoto van de oude situatie en een schets van de toekomstige situatie opgenomen.
De watersystemen zoals die in de locatie en omgeving voorkomen worden onderverdeeld in grondwater, oppervlaktewater, regenwater en afvalwater.
Grondwater
Tijdens het door Inpijn-Blokpoel uitgevoerde bodemonderzoek lag het grondwaterpeil op ongeveer 2,70 à 3,10 meter beneden maaiveld. De stroming van het freatisch grondwater is volgens de Grondwaterkaart van de Centrale Slenk (Dienst Grondwaterverkenning TNO) overwegend in noordelijke richting.
Uit informatie van de Wateratlas van de Provincie Noord-Brabant blijkt dat de omgeving van de locatie gelegen is nabij een gebied met een grondwaterdynamiek "grondwatertrap VIII" met een gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) van meer dan 1,40 m-mv en een gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) van meer dan 1,20 m-mv. In bijlage 2 zijn de relevante kaartuitsneden van de Wateratlas weergegeven.
Voor zover bekend vinden in de directe omgeving van de locatie geen grootschalige grondwateronttrekkingen plaats die een directe invloed hebben op de grondwaterstand en grondwaterstroming in het plangebied.
Oppervlaktewateren
Binnen de locatie is geen oppervlaktewater aanwezig. Op een afstand van circa 1500 meter ten zuidoosten van de locatie stroomt in noordelijke richting de Dommel.
Ecosystemen
De locatie ligt op circa 1500 meter afstand van de rand van het habitatgebied rond de Dommel. Op circa 1000 meter afstand ten westen van het plangebied bevindt zich een bosrijke omgeving bestaande uit het park Philips de Jongh en landgoed de Wielewaal. Het plangebied zelf ligt in stedelijk gebied.
Bodem
De bodemlaag (tot 4,70 m-mv) is opgebouwd uit zeer fijn tot matig fijn zand. Uit analyseresultaten van het in september 2009 gerapporteerd verkennend en nader bodemonderzoek (uitgevoerd door Inpijn-Blokpoel ingenieursbureau te Son), blijkt dat er in de vaste bodem matige verhogingen aan zware metalen (met name zink) en PCB's zijn aangetroffen. Bovendien komen in de bovengrond lichte verhogingen aan PAK, cadmium, koper, kwik en lood voor. Verder blijkt dat het grondwater licht verontreinigd is met barium, nikkel, zink en naftaleen. De lichte verhogingen aan zware metalen in het grondwater worden toegeschreven aan een verhoogd achtergrondniveau, in combinatie met een tijds- en ruimtelijke variabiliteit. De lichte overschrijding aan naftaleen is op basis van de beschikbare gegevens niet eenduidig te verklaren. Het gaat echter om een marginale, waarschijnlijk niet reproduceerbare, verhoging. Nader onderzoek naar het grondwater is derhalve niet aan de orde.
Neerslaggegevens
Voor de dimensionering van de eventuele infiltratie- of bergingsvoorzieningen zijn de volgende parameters van belang:
Voor de afvoer van hemelwater geldt het uitgangspunt 'hydrologisch neutraal ontwikkelen'. Dit houdt in dat het hemelwater dat op daken en verhardingen valt, niet versneld mag worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Voor behandeling van dit water geldt de waterkwantiteitstrits, waarbij optie 1 het meest wenselijk en optie 4 het minst wenselijk is:
1. hergebruiken;
2. vasthouden;
3. bergen;
4. afvoeren naar oppervlaktewater.
Deze trits dient te worden doorlopen en er dient beargumenteerd te worden voor welke optie wordt gekozen. 'Vasthouden' betekent infiltratie in de bodem. Als hergebruik en (volledige) infiltratie niet mogelijk zijn, is het noodzakelijk om water te bergen of af te voeren naar oppervlaktewater.
Bij 'bergen' kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een oplossing door hemelwater te bergen in watershells, op platte daken of door het toepassen van groene daken.
In de onderhavige situatie wordt er voor de optie bergen gekozen. Infiltreren in de bodem is namelijk niet wenselijk vanwege de geconstateerde verontreinigingen in de bodem en het grondwater. De te bergen hoeveelheid hemelwater dient te worden berekend met een neerslagreeks van T = 10 + 10%. De te compenseren wateropgave bedraagt circa 132 m3 (3.000 m2 maal 44 mm).
De berekende hoeveelheid hemelwater zal in de vorm van waterbergende bestrating (bijvoorbeeld van Aquaflow) worden geborgen ter plaatse van het nog aan te leggen parkeerplaatsen. Aquaflow wegfundatie heeft een grove en open structuur met bijna 40% holle ruimte. Hierin kan circa 140 liter hemelwater per m2 worden gebufferd. Voor elke m3 te bergen hemelwater is derhalve 7 m2 Aquaflow bestrating nodig. Het hemelwater wat op de verharde dakvlakken en terreinverharding valt zal via een regenwaterriolering, of over het maaiveld, worden afgevoerd naar de parkeerplaatsen met de Aquaflow bestrating waar het vervolgens vertraagd wordt afgevoerd naar het gescheiden hemelwaterriool.
In totaal zal er derhalve minimaal 924 m2 aan Aquaflow bestrating worden aangelegd. In het uitzonderlijke geval dat de infiltratievoorziening vol zou lopen, zal het water niet direct voor problemen zorgen aangezien het dan tussen de trottoirbanden wordt geborgen of in de omliggende groenvoorzieningen (tuinen) zal overlopen. Dit zal tevens het geval zijn bij een T=100-bui. De Aquaflow bestrating wordt aangelegd op toekomstig privéterrein, namelijk de parkeerhoven die gelegen zijn tussen de verschillende bouwblokken.
Aquaflow bestrating
Hemelwater passeert de straatstenen van de parkeerplaatsen door kleine inkepingen. Deze inkepingen zijn niet zichtbaar. Voor de werking van Aquaflow is het uiteraard noodzakelijk dat de stenen goed vastliggen en niet gaan "klapperen". Het is dan ook van belang om strak te bestraten en grondig in te vegen of in te wateren. Een goede voegvulling is hierbij de basis van goed straatwerk. Een Aquaflow systeem zorgt er bovendien voor dat gezuiverd hemelwater voor 100% via het hemelwaterriool wordt teruggebracht in de natuur. In de vlijlaag 4 cm onder de straatstenen worden zware metalen afgevangen. De vlijlaag vormt met het filterdoek een beheersbare, kunstmatige bodempassage.
Materiaalgebruik
Afkoppeling van het hemelwater van het afvalwater maakt dat er in de bebouwing geen materialen gebruikt mogen worden die de hemelwaterkwaliteit negatief kunnen beïnvloeden. Het betreft uitlogende materialen zoals zink en lood. Dat betekent dat slechts duurzame, niet-uitloogbare materialen gebruikt worden. Het zuiveringsrendement van het Aquaflow systeem ligt namelijk tussen de 90%-98%, afhankelijk van het type zwaar metaal.
Overige aandachtspunten
In het afwateringssysteem van de daken moeten tevens voorzieningen worden aangebracht om vaste bestanddelen als bladeren, zand, ander sediment en dergelijke achter te houden zodat het systeem niet verstopt raakt of dicht gaat slibben in de tijd. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven, om ze regelmatig te kunnen onderhouden en reinigen. Het is bovendien niet toegestaan chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de af te koppelen verharde oppervlakken.
Omdat de Aquaflow bestrating een open structuur heeft, is onderhoud noodzakelijk. Per jaar valt er gemiddeld zo'n 33 gram per m2 vuil op een straatvlak. Samen met onkruidgroei, algengroei en aanwas van mos zorgt dit voor verstopping van het systeem. Om de werking van het systeem te garanderen zal de eigenaar van het terrein dit moeten (laten) schoonmaken.
In mei 2010 is met Waterschap de Dommel gestart met overleg over dit plan. Naar aanleiding van dit overleg is afgesproken het vuil- en hemelwater van de nieuwbouw gescheiden aan te leveren. Om de toename verhard oppervlak (3200m2) te compenseren wordt binnen het plangebied minimaal 924m2 aan waterdoorlatende aquaflow verharding toegepast. Om de benodigde vertraging te realiseren worden omliggende daken van de nieuwbouw hierop aangesloten. De Aquaflow bestrating wordt op privéterrein binnen het plangebied aangelegd. Om de werking van de voorziening in de toekomst te garanderen pleegt de grondeigenaar regelmatig noodzakelijk onderhoud. Voorafgaand aan de uitvoering overlegt de ontwikkelaar een gedetailleerd technische ontwerp ter goedkeuring aan de gemeente.
Samenvattend: Het vuilwater loost direct op het vuilwater stelsel, het hemelwater wordt middels aquaflow verharding vertraagd afgevoerd. Op 21 september 2010 heeft Waterschap de Dommel ingestemd met de maatregel en is het wateradvies afgedaan.