regels
HOOFDSTUK 1 inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 Plan Het bestemmingsplan Bedrijvenpark Posthoren met identificatienummer NL.IMRO.0758.BP2017208002-0301 van de gemeente Breda. 1.2 Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 Aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 Archeologische waarden Waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning of grondgebruik daarin, en die als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen. 1.6 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.7 Bedrijf Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.8 Bedrijfsgebouw Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.9 Belwinkel Elke ruimte voor het bedrijfsmatig aan het publiek gelegenheid bieden tot het voeren van telefoongesprekken, al dan niet in daarvoor bestemde belcabines, waaronder mede begrepen het verzenden van faxen en het toegang bieden tot het internet al dan niet in combinatie met de verkoop van telefoons of accessoires voor telefoons. 1.10 Bestaand Met betrekking tot bebouwing: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip verleende vergunning. Met betrekking tot gebruik: het legale gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.11 Bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.12 Bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.13 Bevoegd gezag Bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.14 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.15 Bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.16 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.17 Bouwperceelsgrens De grens van een bouwperceel. 1.18 Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.19 Bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.20 Calamiteitenroute Een weg, uitsluitend toegankelijk voor fietsverkeer en voetgangers, alsmede voor hulpdiensten in geval van calamiteiten. 1.21 Dak Iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.22 Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten behoeve van verkoop, verkopen, en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.23 Dienstverlening Bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. 1.24 Extensief recreatief medegebruik Recreatief medegebruik van gronden, zoals wandelen, fietsen, varen en daarmee gelijk te stellen activiteiten (met uitzondering van rust- en picknickplaatsen met bijbehorend meubilair), dat geen specifiek beslag legt op de ruimte, behoudens ruimtebeslag door voet-, fiets- en ruiterpaden en die in hoofdzaak gericht zijn op natuur- en landschapsbeleving. 1.25 Facilitypoint Een complex van voorzieningen waarin/waarop aan de bedrijven gerelateerde dienstverlenende functies zijn ondergebracht zoals een kinderdagverblijf, vergaderfaciliteiten, bedrijfsrestaurant, fitnessruimte, pakketservice en parkmanagement. 1.26 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.27 Groen Bermen, bomen, beplanting, parken en plantsoenen en ander daarmee vergelijkbaar groen. 1.28 Groothandel in smart- grow- en/of headproducten Elke ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van synthetische of organische psychotrope stoffen of planten die psychotrope stoffen bevatten, of kweekbenodigdheden (zoals potgrond, meststoffen, bestrijdingsmiddelen, lampen, ventilatiesystemen, waterpompen etc.) ten behoeve van het kweken van planten die psychotrope stoffen bevatten, of benodigdheden ten behoeve van het gebruiken van psychotrope stoffen, of voor het gebruiken of bewerken van planten die psychotrope stoffen bevatten, aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending in de uitoefening van eigen beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inbegrip van het uitstallen ten behoeve van verkoop en levering van deze stoffen. 1.29 Growshop Elke ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van kweekbenodigdheden (zoals potgrond, meststoffen, bestrijdingsmiddelen, lampen, ventilatiesystemen, waterpompen etc.) ten behoeve van het kweken van planten die psychotrope stoffen bevatten, aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inbegrip van het uitstallen ten behoeve van verkoop en/of levering van deze kweekbenodigdheden. 1.30 Headshop Elke ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van benodigdheden ten behoeve van het gebruiken van psychotrope stoffen, of voor het gebruiken of bewerken van planten die psychotrope stoffen bevatten, aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inbegrip van het uitstallen ten behoeve van verkoop en/of levering van deze benodigdheden. 1.31 Kantoor Een gebouw ten behoeve van een bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.32 Mast voor naamsbekendheid Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met als doel het vergroten van de naamsbekendheid van de op het bedrijventerrein gevestigde bedrijven en/of het bedrijventerrein zijn. Reclameboodschappen van bedrijven, die niet in het plangebied gevestigd zijn, zijn niet toegestaan. 1.33 Niet-zelfstandige kantoren Bij een bedrijf behorende, niet als zelfstandig bedrijf functionerende, kantoorruimten, waarbij per bedrijfsperceel maximaal 30% van de totale bruto vloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van niet-zelfstandige kantoren. 1.34 Nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, openbare sanitaire voorzieningen, collectieve energievoorzieningen (o.a. warmtepompen) en apparatuur voor telecommunicatie. 1.35 Openbare weg Alle voor het openbaar verkeer opstaande wegen of paden, met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. Hiertoe behoren ook trottoirs, voetpaden, voetgangersgebieden, rijwielpaden en parkeerplaatsen/-terreinen. 1.36 Opslag Een plaats waar goederen worden opgeslagen, opgeborgen of gestald om te bewaren. 1.37 Prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.38 Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar op overlijden van een onbeschermd individu op een bepaalde locatie naar aanleiding van een incident met gevaarlijke stoffen. Voor het PR zijn getalsnormen vastgesteld. Voor nieuwe situaties is de maximale toelaatbare overlijdenskans van een persoon 10-6/jaar (één op een miljoen). Dit betekent dat bij nieuwe situaties de grenswaarde wordt overschreden als zich woningen of andere kwetsbare objecten, zoals opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), tussen de 10-6 risicocontour en de inrichting of transportroute bevinden. 1.39 Risicovolle inrichting een inrichting, als bedoeld in artikel 2, lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), waarvoor een grenswaarde of richtwaarde voor het plaatsgebonden risico of een risicoafstand moet worden aangehouden dan wel andere inrichtingen, waarvan het plaatsgebonden risico, berekend volgens de op grond van het Bevi vastgestelde regels, hoger is of kan zijn dan 10-6 per jaar; of een inrichting waarvoor regels gelden krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer 1.40 Seksinrichting Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch/ pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.41 Smartshop Elke ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van synthetische of organische psychotrope stoffen of planten die psychotrope stoffen bevatten, aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inbegrip van het uitstallen ten behoeve van verkoop en/of levering van deze stoffen. 1.42 Water Al het oppervlaktewater zoals, sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. 1.43 Waterberging Gebieden die integraal onderdeel uitmaken van het watersysteem en die periodiek vanuit het oppervlaktewatersysteem kunnen overstromen. 1.44 Waterhuishoudkundige voorzieningen Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. 1.45 Webshop Verkoop via internet aan particulieren, zonder showroom en waarvan de bestelling en betaling voornamelijk via internet verloopt en bezorging per post, alsmede opslag zonder dat producten ter plaatse worden afgehaald, bekeken of betaald. 1.46 Zelfstandig kantoor Een gebouw of een deel van een gebouw in de vorm van een ruimtelijk en bouwkundig zelfstandige eenheid dat geheel of grotendeels in gebruik is of te gebruiken is voor bureaugebonden werkzaamheden of daaraan ondersteunende activiteiten, met uitzondering van een ondergeschikt c.q. niet-zelfstandig kantoor. Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 Afstand tot de bouwperceelgrens De kortste afstand van enig punt van een gebouw tot de bouwperceelgrens van het bouwperceel. 2.2 Bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, en met uitzondering van windturbines tot een hoogte van maximaal 5 meter, ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 Dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4 Diepte van een gebouw De lengte van een gebouw gemeten loodrecht vanaf de voorgevel, dan wel vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd. 2.5 Goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken en dergelijke buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouwregels niet meer dan 1 meter bedraagt. 2.7 Oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.8 Peil Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang. Indien het perceel niet direct grenst aan de hoofdtoegang: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld. Indien in of op het water wordt gebouwd: het ter plaatse geldende peil ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil (NAP). HOOFDSTUK 2 bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijventerrein 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: bedrijven die zijn vermeld in Bijlage 1 bij deze regels, uitgezonderd bedrijven die zijn vermeld in Bijlage 2 bij deze regels, en met dien verstande dat: ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2', uitsluitend bedrijven behorende tot de milieucategorieën 1 en 2 zijn toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1', uitsluitend bedrijven behorende tot de categorieën 1 tot en met 3.1 zijn toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2', uitsluitend bedrijven behorende tot de categorieën 1 tot en met 3.2 zijn toegestaan; niet-zelfstandige kantoren; maximaal één facilitypoint, al dan niet met zelfstandige kantoren zonder publieksaantrekkende werking c.q. baliefunctie, met dien verstande dat de bedrijfsvloeroppervlakte van deze functies binnen het plangebied gezamenlijk maximaal 2.500 m² bedraagt; een ontsluitingsweg ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'; nutsvoorzieningen; parkeren; verkeer; groen; water. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op deze gronden zijn (bedrijfs)gebouwen, nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan ten dienste van de bestemming. 3.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, met dien verstande dat dient te worden voldaan aan het bepaalde in lid 12.1 inzake parkeren op eigen terrein; De minimum afstand van gebouwen tot een (openbare) weg bedraagt 5 meter; De bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' op de verbeelding is aangegeven; In afwijking van het bepaalde onder lid d, mag de maximale bouwhoogte worden overschreden ten behoeve van kantoren, met dien verstande dat: deze afwijking uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwhoogte'; de bouwhoogte met maximaal 4 meter mag worden verhoogd; de bouwhoogte over maximaal 50% van de breedte van de betreffende gevel(s) per perceel mag worden verhoogd. Niet-zelfstandige kantoorgebouwen dienen, indien het bouwperceel (mede) is georiënteerd op de Nieuwe Kadijk, op deze weg te worden georiënteerd. 3.2.3 Nutsvoorzieningen Voor het bouwen van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: Mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 meter; De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 200 m². 3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 4 meter; De bouwhoogte van lichtmasten, masten voor de naamsbekendheid en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 11 meter; De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 8 meter. 3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Masten voor naamsbekendheid Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.4 onder b voor het bouwen van een hogere mast voor de naamsbekendheid, met dien verstande dat: de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 25 meter; deze bevoegdheid uitsluitend op bouwpercelen van meer dan 2 ha ten behoeve van maximaal 1 mast mag worden gebruikt; dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken voor: risicovolle inrichtingen; geluidzoneringsplichtige bedrijven, zoals vermeld in 2.1, lid 3, van het Besluit omgevingsrecht; bedrijven die zijn vermeld in Bijlage 2; detailhandel, met uitzondering van het bepaalde in lid 3.1 onder c.; zelfstandige kantoren, met uitzondering van het bepaalde in lid 3.1 onder c.; horecabedrijven. 3.4.2 Laden en lossen Laden en lossen dient op eigen terrein, binnen deze bestemming, plaats te vinden. 3.4.3 Buitenopslag Buitenopslag is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - buitenopslag uitgesloten'. 3.4.4 Voorwaardelijke verplichting behoud bomen Het gebruik van de gronden en gebouwen overeenkomstig het bepaalde in lid 3.1 onder a. tot en met d., is uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat de ecologisch waardevolle bomen ter plaatse van de bestemming 'Waarde - Ecologie' behouden en in stand blijven. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Afwijken van Lijst van bedrijfsactiviteiten Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 onder a. voor een bedrijf of bedrijfsactiviteit die niet is opgenomen in Bijlage 1, met dien verstande dat: aangetoond is dat het bedrijf naar aard vergelijkbaar is en qua invloed op de omgeving minder invloed heeft op danwel vergelijkbaar is met de in Bijlage 1 opgenomen bedrijven; bedrijven zoals opgenomen in Bijlage 2 niet zijn toegestaan. Artikel 4 Groen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: groen; geluidwerende voorzieningen; nutsvoorzieningen; verhardingen in de vorm van fiets- en voetpaden; een calamiteitenroute ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - calamiteitenroute'; water. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen De gronden mogen niet worden bebouwd, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: De bouwhoogte van lichtmasten en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 11 meter; De bouwhoogte van geluidbeperkende voorzieningen mag niet meer dan 5 meter bedragen; De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter. Artikel 5 Verkeer 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: wegen, straten en paden; parkeren; groen; nutsvoorzieningen; water. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen De gronden mogen niet worden bebouwd met uitzondering van bouwwerken ten dienste van de bestemming. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: De bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 11 meter. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 meter. Artikel 6 Water 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: doeleinden ten dienste van de waterhuishouding in brede zin, waaronder water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; groen; met daaraan ondergeschikt: verhardingen in de vorm van fiets- en voetpaden. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen De gronden mogen niet worden bebouwd, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming, zoals waterkeringen, duikers, tunnels, steigers, aquaducten, bruggen. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 meter. Artikel 7 Waarde - Archeologie 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden. 7.2 Bouwregels Binnen de tot Waarde-archeologie bestemde gronden is het niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van: gebouwen ter vervanging van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of veranderd en ook de situering gelijk blijft; voorzover het betreft het oprichten van gebouwen of een uitbreiding van gebouwen met een oppervlakte van maximaal 100 m²; het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; de gebieden die zijn vrijgegeven middels een door of namens burgemeester en wethouders afgegeven selectiebesluit. 7.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels indien op basis van een ingesteld archeologisch onderzoek kan worden aangetoond dat ter plaatse waar gebouwd gaat worden geen archeologische waarden als zodanig aanwezig zijn met dien verstande dat daarnaast ook voldaan moet worden aan het bepaalde in de basisbestemming. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren mits deze betreffen: een oppervlakte van meer dan 100 m²: het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen waarbij de stobben worden verwijderd; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen mits dieper dan 0,30 meter wordt ontgraven; het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; het aanbrengen van constructies die verband houden met bovengrondse leidingen; het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en andere werken die een verandering van de waterhuishouding of het grondwaterpeil tot gevolg hebben, zoals drainage en (onder)bemaling; alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden in het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik van het terrein; Aan een vergunning als onder lid a bedoeld, kunnen voorwaarden worden verbonden indien uit voorafgaand archeologisch onderzoek de aanwezigheid van archeologische waarden is vastgesteld en het om zwaarwichtige redenen niet mogelijk is de archeologische waarden geheel te behouden; Geen omgevingsvergunning is vereist indien uit voorafgaand archeologisch onderzoek is gebleken dat geen archeologische waarden aanwezig zijn en geen archeologische waarden worden aangetast. Artikel 8 Waarde - Ecologie 8.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en beheer van de aanwezige ecologisch waardevolle bomen en beplanting. 8.2 bouwregels 8.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 8.3 afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2 voor het oprichten van bouwwerken ten behoeve van en overeenkomstig de op deze gronden liggende hoofdbestemmingen, mits daarmee geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de ecologisch waardevolle bomen en beplanting. 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden) op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Ecologie' de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten, anders dan een bouwwerk; het ophogen van gronden. 8.4.2 Uitzonderingen Het in lid 8.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: het normale onderhoud betreffen; noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan op basis van een verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden mogen worden uitgevoerd. 8.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 8.4.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend, indien blijkt dat de werken en werkzaamheden plaatsvinden in het kader van het beheer van de gronden en daarmee geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de ecologisch waardevolle bomen en beplanting. HOOFDSTUK 3 algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 10 Algemene gebruiksregels 10.1 Strijdig gebruik Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de bestemming. Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden en opstallen voor de exploitatie van een smart-, grow- en headshop, alsmede een groothandel in smart-, grow- en/of headproducten, een belwinkel of een combinatie hiervan, als ook het gebruik van de opstallen voor een seksinrichting; Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, met een omgevingsvergunning afwijken van: de bij recht in de planregels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages indien dit om technische redenen noodzakelijk is; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; het bepaalde ten aanzien van de maximum (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, mits: de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 20 m² bedraagt; de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximum (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt. Artikel 12 Overige regels 12.1 Parkeren Bij het bouwen en het uitbreiden of veranderen van functies op grond van deze planregels dient, overeenkomstig de parkeernormering uit het door de gemeente Breda vastgestelde parkeer- en stallingsbeleid en zoals in Bijlage 3 bij de regels opgenomen, voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein aanwezig te zijn of te worden gerealiseerd. De onder a. bedoelde parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a., met dien verstande dat aan de omgevingsvergunning (financiële) voorwaarden verbonden kunnen worden. Indien het onder a. bedoelde parkeer- en stallingsbeleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, moet rekening worden gehouden met deze wijziging. HOOFDSTUK 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouw- of omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder lid a met maximaal 10%. Het bepaalde onder a en b is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdig gebruik, bedoeld in lid a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in lid a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde in lid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Artikel 14 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Posthoren'.
overige waterpartijen;