Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Asperen, Buiten de Poort
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0733.bpAspBuitendePoort-VA01

Regels

1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
  
1.1 Plan:
het bestemmingsplan "Asperen, Buiten de Poort" met identificatienummer NL.IMRO.0733.bpAspBuitendePoort-VA01 van de gemeente Lingewaal.
 
1.2 Bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels.
 
1.3 Verbeelding:
de digitale plankaart.
 
Verdere begrippen in alfabetische volgorde:
 
1.4 Aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
 
1.5 Aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
 
1.6 Aan- en uitbouw:
een gebouw dat is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
 
1.7 Aaneengebouwde woning:
een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde een gestapelde woning.
 
1.8 Bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
 
1.9 Bedrijf aan huis:
het door de bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten en / of. het uitoefe-nen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerkengebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behou-dens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten.
  
1.10 Beroep aan huis:
het door de bewoner van de woning beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk stellen gebieden, waaronder kappers, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij be-horende bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoe-fend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband hou-dende met de activiteiten.
 
1.11 Bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak.
 
1.12 Bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming.
 
1.13 Bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. Hieronder worden verstaan aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen.
 
1.14 Bijgebouw:
een met het hoofdgebouw verbonden of daarvan vrijstaand gebouw, dat door zijn ligging, constructie of afmeting ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw.
 
1.15 Bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
 
1.16 Bouwgrens:
de grens van een bouwvlak.
 
1.17 Bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
 
1.18 Bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
 
1.19 Bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
   
1.20 Detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
 
1.21 Evenement:
een één of meerdaagse voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak.
 
1.22 Gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
 
1.23 Gestapelde woningen:
boven, onder en/of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is.
 
1.24 Hoofdgebouw:
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op de bestemming het belangrijkst is.
 
1.25 Overig bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
 
1.26 Overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak.
 
1.27 Pand:
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.
 
1.28 Peil:
a.
voor een gebouwen, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst:
 
de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
b.
in andere gevallen:
 
de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld.
 
1.29 Seksinrichting:
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of op een kennelijk bedrijfsmatige wijze seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
  
1.30 Voorgevel:
de gevel(s) van een woning die naar aard, functie, constructie dan wel gelet op de uitstraling en oriëntatie als belangrijkste beeldbepalende gevel(s) kan worden aangemerkt.
 
1.31 Voorgevellijn:
de denkbeeldige lijn, die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de
perceelsgrenzen.
 
1.32 Voorzieningen van openbaar nut:
voorzieningen ten behoeve van een op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer.
 
1.33 Woning:
een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van maximaal twee afzonderlijke huishoudens.
 

Artikel 2 Wijze van meten
 
2.1
Meten
 
Bij de toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten:
  
a.
de dakhelling:
 
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
 
b.
de goothoogte van een bouwwerk:
 
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
 
c.
de inhoud van een bouwwerk:
 
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels ( en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
 
d.
de bouwhoogte van een bouwwerk:
 
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
 
e.
de oppervlakte van een bouwwerk:
 
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van een bouwwerk. Dakoverstekken, luifels, balkons en dergelijke worden hierbij niet meegeteld, mits zij niet verder uitsteken dan 0,5 meter.
 
f.
de breedte van een gebouw:
 
van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande, dat wanneer de zijgevels verspringen of niet evenwijdig lopen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte.
 
g.
de afstand:
 
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinst is.
 
2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Verkeer - Verblijfsgebied
 
3.1
Bestemmingsomschrijving
 
De voor "Verkeer - Verblijfsgebied" aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie;
b.
voet- en rijwielpaden;
c.
parkeervoorzieningen;
d.
bermen en beplanting;
e.
straatmeubilair;
f.
oeververbindingen (bruggen);
g.
voorzieningen voor openbaar nut;
h.
geluidswerende voorzieningen;
i.
groen;
j.
evenementen;
k.
waterhuishoudkundige voorzieningen;
l.
een loopbrug ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - loopbrug'.
 
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
 
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
a.
uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut mogen worden gebouwd, met dien verstande dat:
 
1.
de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen;
 
2.
het grondoppervlak niet meer dan 15 m2 mag bedragen;
b.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - luchtbrug' mag één loopbrug worden gebouwd, met dien verstande dat:
 
1.
de afstand tussen loopbrug en het maaiveld niet minder dan 2,5 meter mag bedragen;
 
2
de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de bouwhoogte van de gebouwen waartussen de loopbrug wordt geplaatst.
  
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
 
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen;
b.
In afwijking van het bepaalde onder 3.2.2 a mag de bouwhoogte van verkeersregelende voorzieningen, lichtmasten en geluidswerende voorzieningen niet meer dan 12 meter bedragen.
 
3.3
Specifieke gebruiksregels
 
Strijdig gebruik
 
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:
a.
het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
b.
het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
 
Artikel 4 Wonen
 
4.1
Bestemmingsomschrijving
 
De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
wonen;
b.
aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven;
c.
waterhuishoudkundige voorzieningen;
  
 
met de daarbij behorende:
d.
tuinen en erven;
e.
parkeervoorzieningen;
f.
voetpaden.
 
4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
 
Op of in de tot "Wonen" bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
a.
aaneengebouwde en/of gestapelde woningen;
b.
bijbehorende bouwwerken;
c.
voorzieningen ten behoeve van gestapelde woningen, zoals technische ruimten, trappenhuizen, inpandige bergingen en dergelijke;
d.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erf- en terreinafscheidingen, palen en masten.
  
4.2.2
Hoofdgebouwen
 
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
a.
hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak;
b.
per bouwperceel mag slechts één hoofdgebouw worden gebouwd;
c.
het aantal te bouwen wooneenheden in het gehele plangebied mag niet meer dan 40 woningen bedragen, met dien verstande dat:
 
1.
het aantal gestapelde woningen niet meer dan 28 mag bedragen;
 
2.
het aantal aaneengebouwde woningen niet meer dan 12 mag bedragen;
d.
gestapelde woningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld';
e.
ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan de aangegeven bouwhoogte;
f.
ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ mogen de goot- en bouwhoogte niet meer bedragen dan de aangegeven goot- en bouwhoogte;
g.
aaneengebouwde woningen mogen alleen met een kap worden afgedekt, waarbij geldt dat de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen;
h.
gestapelde woningen mogen alleen plat afgedekt worden.
  
4.2.3
Bijbehorende bouwwerken
 
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:
a.
bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen';
b.
voorzieningen ten behoeve van gestapelde woningen, zoals bedoeld in 4.2.1 onder c, zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld';
c.
het gezamenlijk oppervlak aan bijbehorende bouwwerken mag
per bouwperceel
niet meer dan 50 m2 bedragen;
d.
de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 meter bedragen;
e.
de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 5 meter bedragen.
  
4.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen 
 
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
a.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd;
b.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen voor de voorgevellijn niet meer dan 1 meter mag bedragen;
c.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,5 meter bedragen.
 
4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Bouwhoogte erf- en terreinafscheiding
 
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 4.2.3 onder b en toestaan dat voor de voorgevellijn erf- en terreinafscheidingen met een grotere hoogte dan 1 meter worden gebouwd, met dien verstande dat:
a.
de bouwhoogte van de erf- en terreinafscheiding ter plaatse van een deur c.q. poort dat toegang verleent tot het bouwperceel niet meer dan 2 meter bedraagt;
b.
de bouwhoogte van het overige deel van de erf- of terreinafscheiding niet meer dan 1,5 meter bedraagt, waarbij geldt dat het deel van de erf- of terreinafscheiding dat hoger is dan 1 meter transparant dient te zijn;
c.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving. Hiertoe wordt de welstandscommissie om advies gevraagd.
  
4.3.2
Bijbehorende bouwwerken
 
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 4.2.3 onder a en toestaan dat bijbehorende bouwwerken buiten het op de verbeelding aangegeven aanduidingsvlak 'bijgebouwen' kunnen worden opgericht, met dien verstande dat:
a.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving. Hiertoe wordt de welstandscommissie om advies gevraagd;
b.
toepassing wordt gegeven aan de regels in 4.2.3 onder c tot en met e;
c.
voor de voorgevellijn zijn alleen aangebouwde bijbehorende bouwwerken toegestaan, met dien verstande dat:
 
1.
de breedte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk niet meer dan 60% van de breedte van de voorgevel en niet meer dan 40% van de breedte van de zijgevel van het hoofdgebouw mag bedragen;
 
2.
de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan het vloerpeil van de eerste verdieping van het hoofdgebouw;
 
3.
de diepte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk niet meer mag bedragen dan 25% van de diepte van de gronden op het bouwperceel die voor de voorgevel zijn gelegen, dit tot een maximum van 1,5 meter;
 
4.
op een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is een transparante afscheiding toegestaan, dat wil zeggen dat de afscheiding voor minimaal 80% open dient te zijn, met een hoogte van 1 meter gemeten vanaf de bovenkant van het aangebouwde bouwwerk.
 
4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Aan-huis-verbonden beroep / bedrijf
 
Binnen deze bestemming is de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep/bedrijf toegestaan, als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn:
a.
de activiteit moet uitgevoerd worden door een bewoner;
b.
de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken, dit tot een maximum van 50 m2;
c.
het aan-huis-verbonden beroep/bedrijf moet behoren tot milieucategorie 1 van de bij dit plan opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten.
  
4.4.2
Strijdig gebruik
 
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:
a.
het wonen in vrijstaande bijbehorende bouwwerken;
b.
bewoning als afhankelijke woonruimte;
c.
kamerbewoning;
d.
seksinrichtingen.
 

3 Algemene regels
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel
 
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
 
Artikel 6 Algemene bouwregels
 
6.1
Ondergrondse bouwwerken
 
Het bouwen van ondergrondse ruimten zoals kelders, is toegestaan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a.
ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan daar waar bovengronds een hoofdgebouw aanwezig is;
b.
de verticale bouwdiepte bedraagt ten hoogste 4 meter onder peil.
 
Artikel 7 Algemene afwijkingsregels
 
7.1
Algemene afwijkingsregels
 
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit bestemmingsplan ten aanzien van:
a.
de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen en/of percentages tot maximaal 10% van die maten, afmetingen en/of percentages.
b.
de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloof of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft;
c.
de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daar aanleiding toe geeft;
d.
de bestemmingsbepalingen en toestaan dat nutsvoorzieningen, wachthuizen ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwen ten behoeve van bediening van kunstwerken, toiletgebouwen en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat de inhoud per gebouw niet meer dan 50 m3 mag bedragen;
e.
de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat deze bouwhoogte wordt vergroot tot niet meer dan 10 meter;
f.
de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat deze hoogte wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, liftopbouwen, luchtkokers en dergelijk, met dien verstande dat:
 
1.
de vergroting van het oppervlak niet meer dan 10% van het betreffende bouwvlak mag bedragen;
 
2.
de vergroting van de hoogte niet meer dan 1,25 maal de betreffende hoogte mag bedragen.
 
Artikel 8 Algemene wijzigingsregels
 
8.1
Wijzigen ten behoeve van overschrijding bestemmingsgrenzen
 
Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van:
a.
de overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken, dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein;
b.
de overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft;
 
De onder a en b genoemde overschrijdingen mogen niet meer dan 3 meter bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.
 
Artikel 9 Overige regels
 
9.1
Werking wettelijke regelingen
 
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van dit plan.
 
4 Overgangs- en slotregels
Artikel 10 Overgangsrecht
 
10.1
Overgangsrecht bouwwerken
10.1.1
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
a.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
b.
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  
10.1.2
Burgemeester en wethouders kunnen éénmalig afwijken van het bepaalde in 10.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  
10.1.3
Het bepaalde in 10.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
  
10.2
Overgangsrecht gebruik
10.2.1
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  
10.2.2
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 10.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  
10.2.3
Indien het gebruik, bedoeld in 10.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  
10.2.4
Het bepaalde 10.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
 
Artikel 11 Slotregel
 
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Asperen, Buiten de Poort", gemeente Lingewaal.