direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Buitengebied, Heistraat 4 en omgeving, Koewacht
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0715.BPBG61-VG01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Algemeen

De initiatiefnemer heeft de wens om de woning op de locatie Heistraat 4 in Koewacht te slopen. Het voornemen is om de woning weg te bestemmen en het perceel samen te voegen met het perceel Heistraat 6. De woning op Heistraat 6 zal vervolgens worden uitgebreid op de gronden van (nu) Heistraat 4. De vrijkomende bouwtitel wordt ingezet op een nader te bepalen locatie in de gemeente Hulst.

In dit bestemmingsplan wordt uitsluitend het wegbestemmen van de woning geregeld. Omdat het aantal wooneenheden voor het betreffende gebied vastgelegd is op 11 woningen dient het hele gebied in het plan te worden betrokken. Het plangebied is daarom groter dan enkel Heistraat 4 en Heistraat 6. In dit bestemmingsplan wordt deze ontwikkeling planologisch mogelijk gemaakt.

1.2 Plangebied

Het plangebied ligt aan de noordoostkant van de kern Koewacht. Het plangebied is ingesloten tussen de Heistraat en de Emmabaan. Het plangebied bestaat uit de volgende kadastrale percelen (zie afbeelding 1):

AELOO, sectie N, nummers 910, 911, 1160, 1159, 914 op de adressen Emmabaan 74-82 even

AELOO, sectie N, nummers 1281, 1282, 1283, 1284, 917, 918, 919 op de adressen Heistraat 2-12 even

Het plangebied heeft daarmee een totale oppervlakte van 19.840 m². Aan de noordzijde is het bedrijf Linex-pro-grass gevestigd. Aan de oostzijde ligt een historische boerderij met aangrenzende akkers. Aan de zuidzijde liggen agrarische gronden en aan de westzijde agrarische gronden met daarachter woonbestemmingen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0715.BPBG61-VG01_0001.png"

Afbeelding 1 | Luchtfoto met plangrens (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerking Juust B.V.)

1.3 Doel

Het doel van dit bestemmingsplan is het wegbestemmen van een woning, zodat de bouwtitel die vrijkomt elders kan worden ingezet en er geen andere woning toegevoegd kan worden. Tevens wordt het maximaal aantal woningen van 10 vastgelegd.

1.4 Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit deze toelichting, regels en een verbeelding. Deze toelichting bestaat naast dit inleidende hoofdstuk uit 4 hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt het initiatief toegelicht en de daarbij horende juridische regeling. Hoofdstuk 3 beschrijft het geldende beleidskader. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de verschillende omgevingsaspecten beoordeeld. In hoofdstuk 5 wordt tot slot de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.

Hoofdstuk 2 Het project

2.1 Beschrijving project

2.1.1 Huidige situatie

Het plangebied bestaat uit een bebouwingslint temidden van een agrarisch landschap met akkers en bijbehorende boerderijen. De garage bij de woning op Heistraat 6 (afbeelding 2, links) is tegen de woning op het adres Heistraat 4 (afbeelding 2, rechts) gebouwd. Achterop het erf van Heistraat 4 is een berging gepositioneerd (afbeelding 3).

afbeelding "i_NL.IMRO.0715.BPBG61-VG01_0002.jpg"

Afbeelding 2 | Huidige situatie plangebied (bron: Google Street View)

afbeelding "i_NL.IMRO.0715.BPBG61-VG01_0003.png"

Afbeelding 3 | Huidige situatie plangebied (Bron: VG Architecten)

2.1.2 Toekomstige situatie

In de nieuwe situatie wordt de woning op locatie Heistraat 4 gesloopt en de woning op Heistraat 6 uitgebreid (afbeelding 4). De woonkwaliteit op het adres Heistraat 6 wordt daarmee aanzienlijk vergroot. De berging blijft in de toekomstige situatie behouden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0715.BPBG61-VG01_0004.png"

Afbeelding 4 | Toekomstige situatie plangebied (bron: VG Architecten )

2.2 Juridische regeling

2.2.1 Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied' van de gemeente Terneuzen. Dit bestemmingsplan is op 25 juni 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. De gronden zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor 'Wonen'. Op de locatie geldt een maximum goothoogte van 4 meter en een maximum bouwhoogte van 8 meter. Over het hele plangebied is een maximum aantal wooneenheden van 11 woningen bepaald.

Daarnaast is er de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1' opgenomen. Deze gronden zijn tevens bedoeld voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden in de grond. Voor activiteiten waarbij de te verstoren oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m2 en de graafwerkzaamheden niet dieper gaan dan 50 cm is geen archeologisch onderzoek nodig. Ook is er de gebiedsaanduiding 'wro-zone-wijzingsgebied' opgenomen. Dit betekent dat het college van B&W de gronden kunnen omzetten naar een landgoed.

afbeelding "i_NL.IMRO.0715.BPBG61-VG01_0005.png"

Afbeelding 5 | Uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerking: Juust)

2.2.2 Planuitwerking

Het perceel behoudt bestemming 'Wonen'. Alle bouw- en gebruiksregels blijven van toepassing met dien verstande dat het aantal woningen binnen het plangebied met één woning wordt verminderd. Dit betekent dat de woning op de locatie Heistraat 6 niet meer bouwmogelijkheden krijgt, maar uitsluitend een groter perceel.De bouwmogelijkheden kunnen op andere wijze worden benut. De planregels zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan buitengebied.

2.2.3 Juridische planbeschrijving

In de Wet ruimtelijke ordening met bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van de gemeente, provincies en het rijk,. In de ministeriële 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening' hierna (Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP 2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen, die tot doel heeft om te komen tot een geüniformeerde en gestandaardiseerde opzet van bestemmingsplannen in Nederland. Deze methodiek is onverkort gevolgd. Het bestemmingsplan is daarbij tevens digitaal vervaardigd en is daarom ook digitaal raadpleegbaar via internet.

Naast het feit dat de bestemmingen, aanduidingen en weergave van de verbeelding gestandaardiseerd zijn, vloeit de redactie van de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti dubbeltelbepaling rechtstreeks voort uit het Besluit ruimtelijke ordening. De beleidsmatige inhoud van het bestemmingsplan is niet gestandaardiseerd. De gemeente behoudt haar vrijheid ten aanzien van de inhoud en vormgeving aangaande de toelichting.

Verbeelding

De verbeelding geeft de bestemmingen weer. Binnen de bestemmingsvlakken kunnen bouwvlakken, bouw-, gebieds-, functie-, en maatvoeringsaanduidingen aangegeven worden, waarbinnen een aantal specifieke bouwregels en functies kunnen worden aangegeven. Deze hebben juridische betekenis, omdat daar in de regels naar wordt verwezen. De topografische ondergrond die gebruikt is als basis voor de verbeelding heeft geen juridische status.

Op de verbeelding van het plangebied is enkel het maximale aantal wooneenheden aangepast van 11 wooneenheden naar 10 wooneenheden.

Regels

De regels bevatten bepalingen over het gebruik van de gronden, over de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn, conform de wettelijk verplicht gestelde SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken:

- Hoofdstuk 1 Inleidende regels

- Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

- Hoofdstuk 3 Algemene regels

- Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Inleidende regels

Begripsbepalingen en Wijze van meten

De inleidende regels omvatten de begripsbepalingen en de bepalingen omtrent de wijze van meten. De begripsbepalingen geven de definities over de in de regels gehanteerde begrippen met betrekking tot bouwen en functies. De wijze van meten geeft uitsluitsel over de wijze waarop afstanden, hoogtes, oppervlakte etc. moeten worden gemeten.

Bestemmingsregels

Wonen

De gronden zijn bestemd voor 'Wonen'. Op de locatie geldt de maximum goothoogte van 4 meter en een maximum bouwhoogte van 8 meter. Over het hele plangebied is een maximum aantal wooneenheden van 10 woningen bepaald.

Dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie-1'

De gronden welke zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie 1' zijn bedoeld voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Op deze gronden mag niet worden gebouwd wanneer de verstoring groter is dan 100 m² en waarbij de graafwerkzaamheden dieper dan de vrijstellingsdiepte van 50 cm onder het maaiveld plaatsvinden, tenzij het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

Algemene regels

Algemene parkeerregels

Deze regeling waarborgt dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. Hierop wordt getoetst bij vergunningverlening.

Anti-dubbeltelregel

Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen, dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijv. ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen.

Algemene bouwregels
Dit artikel bevat een aantal algemene bepalingen ten aanzien van het overschrijden van de bouwgrenzen van verschillende bij gebouwen horende elementen zoals galerijen, afdaken en erkers. Tevens is een regeling opgenomen die waarborgt dat er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid bij nieuwbouw.

Algemene gebruiksregels 
In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het gebruik van gronden en bouwwerken.

Algemene afwijkingsregels
In deze regels wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij omgevingsvergunning af te wijken van de maximum toegestane bouwhoogte en voor het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bouwgrenzen voor zover dit voor een praktische uitvoering van het plan noodzakelijk is.

Algemene wijzigingsregels
In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden, zoals het overschrijden van bestemmingsgrenzen. Verder is een wijzigingsbevoegdheid van toepassing om nieuwe landgoederen te kunnen toestaan.

Overgangs- en slotregels

In deze regels is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.

Hoofdstuk 3 Beleidskader

 

3.1 Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur & Ruimte

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur & Ruimte vastgesteld (SVIR). Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Hiernaar wordt gestreefd middels een krachtige aanpak die gaat voor een excellent internationaal vestigingsklimaat, ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt.

Belangrijk thema in deze structuurvisie is de ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening en luidt als volgt:

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In welke gevallen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is niet concreet vastgelegd.

De jurisprudentie geeft op het gebied van woningbouw wel een constante lijn aan. Bouwplannen met minder dan 11 woningen zijn geen stedelijke ontwikkeling. In dit geval is er sprake van de sloop van één woning en een uitbreiding van een bestaande woning. Het totaal aantal woningen in het gebied wordt daarmee verlaagd naar 10 woningen. Daarmee is deze ontwikkeling niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Een toetsing aan de ladder kan derhalve achterwege blijven.

Voor het overige zijn geen regels opgenomen die specifiek op deze situatie van toepassing zijn. Het project is lokaal en kleinschalig. Het rijksbeleid verzet zich niet tegen de ontwikkeling.

3.2 Provinciaal beleid

Omgevingsplan Zeeland 2018

Op 21 september 2018 heeft het college van Gedeputeerde Staten het Omgevingsplan 2018 vastgesteld. Het Omgevingsplan geeft de provinciale visie en provinciale belangen op Zeeland weer, waar de Provincie Zeeland een (groot) belang aan hecht. Alle hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Zowel op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling, maar ook economie, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Binnen bestaand bebouwd gebied heeft de gemeente grote vrijheid bij de regie van ruimtelijke ontwikkelingen. In de woningmarkt is er steeds meer vraag naar stedelijk wonen. Door aanvullende woningbouw te concentreren in stedelijk gebied wordt gebouwd waar de markt om vraagt en wordt draagvlak voor voorzieningen in de directe omgeving behouden. Het plan past binnen het provinciaal beleid.

Omgevingsverordening Zeeland 2018

De Omgevingsverordening Zeeland 2018 gaat net als het Omgevingsplan ook over de fysieke leefomgeving van de provincie. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen is vooral hoofdstuk 2 welke gaat over het ruimtelijk domein van belang. Zorgvuldig ruimtegebruik, bundeling en concentratie alsmede het voorkomen van een onnodige inbreuk op de kwaliteit en openheid van het buitengebied staat centraal. Er zijn in de omgevingsverordening geen specifieke regels opgenomen die dit plan raken. Provinciaal beleid staat de vaststelling van het plan niet in de weg.

3.3 Gemeentelijk beleid

Structuurvisie 2025

De 'Structuurvisie 2025' van de gemeente Terneuzen is opgesteld met als doel toekomstige plannen met een ruimtelijke component en de samenhang daartussen inzichtelijk te maken. Deze visie dient voor het gemeentebestuur als (ruimtelijk) afwegingskader bij de beoordeling van nieuw initiatieven. In hoofdlijnen is vastgelegd waar de gemeente Terneuzen op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied zou moeten staan in 2025. De structuurvisie biedt hierbij voldoende ruimte om nadere afwegingen te maken.

Het plangebied valt binnen de strategie 'behouden'. De strategie van behoud is gekozen voor de delen van de gemeente waar binnen de looptijd van de structuurvisie geen of zeer beperkte veranderingen zijn te verwachten. Het huidige ruimtelijk beeld en het functioneren van deze gebieden zijn goed. Er is geen aanleiding om hier actief nieuwe plannen of projecten te starten. Wel dient er sprake te zijn van een goed beheer en onderhoud, want kwaliteitsverlies, veroudering en verrommeling ligt namelijk op de loer. Kleinschalige aanpassingen aan de ruimtelijke structuur of ontwikkelingen die passen binnen de functionele omgeving zijn mogelijk, maar de nadruk ligt op de kwaliteit van het leefklimaat. Het wegbestemmen van de woning op Heistraat 4 en het uitbreiden van de woning op Heistraat 6 is een kleinschalige aanpassing aan de ruimtelijke structuur en past binnen de omgeving. Daarnaast zorgt het wegbestemmen van de woning op Heistraat 4 en de uitbreiding van de woning op Heistraat 6 voor een kwaliteitsverbetering van het straatbeeld. De ontwikkeling past binnen het gemeentelijk beleid.

Overig beleid

Naast de structuurvisie 2025 zijn binnen de gemeente diverse beleidsstukken van kracht die van belang zijn in het geval van herontwikkeling van locaties. Denk daarbij onder meer aan het Zeeuws Energie Akkoord van 10 februari 2017, het Activiteitenprogramma Klimaat en Duurzaamheid van 20 april 2017, de Regionale Energie Strategie (RES) Zeeland vastgesteld door de gemeenteraad op 28 mei 2020, en het gemeentelijk Groeidocument Groen!. Voor de herontwikkeling van deze locatie, te weten het slopen van een bestaande woning en het uitbreiden van een andere bestaande woning conform de regels van het geldende bestemmingsplan, zijn deze beleidsdocumenten niet relevant. In het kader van dit bestemmingsplan worden geen aanvullende regels gesteld aan de uitbreiding van de woning aangezien dit reeds mogelijk is op basis van het geldende plan. De generieke regeling wordt toegepast.

Hoofdstuk 4 Kwaliteit van de leefomgeving

4.1 Inleiding

Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien deze beleidsvelden dan ook naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling wordt dan ook onderzocht welke omgevingsaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Het is van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden.

4.2 Archeologie en cultuurhistorie

In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. De erfgoedwet voorziet in een juridische regeling waarin de belangen van archeologie en cultuurhistorie worden gewaarborgd. 

Als beleidskader geldt het interimbeleid archeologie 'De onderste steen boven?!' en de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Terneuzen.

Archeologie

Op basis van het gemeentelijk (interim) archeologiebeleid 'De onderste steen boven?' dient er een toetsing in de vorm van 6 stappen plaats te vinden. Daarbij wordt het stroomschema gevolgd zoals vastgelegd in het interimbeleid.

1. Toetsing aan de Archeologische Monumentenkaart (AMK):

Het plangebied ligt niet in een waardevol gebied op basis van de Archeologische Monumentenkaart.

afbeelding "i_NL.IMRO.0715.BPBG61-VG01_0006.png"

Afbeelding 6 | Uitsnede Archeologische Monumentenkaart (bron: Archeologie in Nederland)

2. Toetsing aan de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW):

Het plangebied ligt in een gebied met middelhoge trefkans.

afbeelding "i_NL.IMRO.0715.BPBG61-VG01_0007.png"

Afbeelding 7 | Uitsnede Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (bron: Archeologie in Nederland)

3. Toetsing aan Archis:

Uit Archis 3 is de volgende informatie verkregen:

  • Het plangebied is niet gelegen binnen of grenzend aan een terrein van hoge archeologische waarde.
  • Binnen het plangebied zijn geen onderzoeksmeldingen of vondstlocaties bekend.
  • Het plangebied maakt verder deel uit van drie grote bureauonderzoeken:
    • 1. 2439204100: Leemten in Kennis
    • 2. 2434360100: archeologisch bureauonderzoek: verruiming vrijstellingsdiepte gemeente Terneuzen
    • 3. 4568760100: archeologisch bureauonderzoek: update vrijstellingenkaart gemeente Terneuzen
  • Ten noorden van het plangebied zijn twee onderzoeksmeldingen bekend:
    • 1. 3989773100: archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd in 2016. Binnen het plangebied is een intacte bodem vastgesteld, waardoor voor het plangebied een hoge verwachting geldt op het aantreffen van vindplaatsen vanaf het laat – paleolithicum tot en met het mesolithicum en een middelhoge verwachting voor de perioden neolithicum tot en met de late middeleeuwen.
    • 2. 4844979100: betreft een recent uitgevoerd archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen. Binnen het plangebied is de top van het dekzand verstoord. Er geldt enkel een middelhoge verwachting op het aantreffen van vindplaatsen uit het laat-paleolithicum in eventueel aanwezige paleosols in het dekzand. (rapport nog in voorbereiding)
  • Verder ten noorden van het plangebied, langs de Fort Ferdinandusweg, is een vondstmelding (nr. 2909612100) bekend. Deze vondstmelding omvat de resten van de voormalige schans Sint Andries.

afbeelding "i_NL.IMRO.0715.BPBG61-VG01_0008.png"

Afbeelding 8 | vondstmeldingen Archis

4. Toetsing aan het archief van het Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD):

Er is geen aanvullende informatie bekend.

5. Toetsing aan de bodemkaart van Van Rummelen:

Het plangebied is gelegen in een zone bestaande uit pleistoceen dekzand

 afbeelding "i_NL.IMRO.0715.BPBG61-VG01_0009.png"

Afbeelding 9 | uitsnede Van Rummelen 1977

6. Toetsing aan de vrijstellingenkaart 2017 (project verruiming vrijstellingsdiepte):

De vrijstellingsdiepte in het plangebied bedraagt 0,5 meter onder het maaiveld.

afbeelding "i_NL.IMRO.0715.BPBG61-VG01_0010.png"

Afbeelding 10 | uitsnede Vrijstellingenkaart 2017 (bron: gemeente Terneuzen)

Op basis van voorgaande toetsing is het noodzakelijk om een dubbelbestemming ter bescherming van archeologische waarden op te nemen. Op de locatie is het hoogste beschermingsniveau van toepassing (Waarde- Archeologie 1). Dit is reeds in het geldende bestemmingsplan als zodanig vastgelegd. De dubbelbestemming is opgenomen op de verbeelding en in de planregels. In het kader van de vergunningverlening voor de uitbreiding van de woning dient aan de hand van het concrete bouwplan een nadere toetsing plaats te vinden.

Cultuurhistorie

De gemeente Terneuzen heeft een cultuurhistorische waardenkaart vastgesteld. Deze is gebaseerd op de handreiking Landschap van de Provincie Zeeland en de structuurvisie Terneuzen 2025. Daarin zijn ruimtelijke strategieën voor het grondgebied van Terneuzen aangegeven. In de cultuurhistorische waardenkaart wordt uitgegaan van 3 strategieën: Behoud (behoud en bescherming), Behoud door ontwikkeling (versterken, verbreden, verbinden) en Vernieuwing mogelijk (transformeren, ontwikkelen, herstructureren). De locatie ligt in een gebied aangeduid als 'Behoud' en 'Behoud door ontwikkeling'. De bestaande landschapsstructuur en mate van verdichting is richtinggevend voor mogelijke veranderingen. De veranderingen moeten passen in deze structuur. De veranderingen zijn in dit geval zeer beperkt van aard. Deze hebben ook geen invloed op de historische boerderijwoning op het adres Heistraat 1. De woning dateert uit 1767, maar heeft een modern uiterlijk dankzij de diverse vernieuwingen aan de gevel. De boerenschuur dateert uit het begin van de 19e eeuw. De afstand tussen de historische boerderijwoning en het plangebied bedraagt ruim 60 meter. Met het plan worden geen belangrijke cultuurhistorische elementen geschaad.

afbeelding "i_NL.IMRO.0715.BPBG61-VG01_0011.png"

Afbeelding 11 | uitsneden cultuurhistorische waardenkaart links: 'behoud', 'behoud door (bron: gemeente Terneuzen)

4.3 Bedrijven en milieuzonering

Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Sommige activiteiten die planologisch mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere (gevoelige) functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving.

De bestemming van de percelen wijzigt niet, dit blijft 'Wonen'. Er wordt uitsluitend een woning minder toegestaan. Er wordt geen milieubelastende activiteit en/of gevoelig gebouw toegevoegd. Er is alleen sprake van de sloop van een gevoelig object.

4.4 Bodem

Om het risico uit te sluiten, dat mensen gezondheidsproblemen krijgen als gevolg van een langdurig verblijf op verontreinigde grond, dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie.

Er is in het kader van dit bestemmingsplan geen aanleiding voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek omdat de functie van het perceel niet wijzigt. De ondergrond van de bodem ter plaatse van het plangebied betreft klasse 'achtergrondwaarde', de bovengrond 'wonen'. Er is ter plaatse geen sprake van historische boomgaarden. Er zijn geen bodemonderzoeken bekend van het plangebied. Het aspect bodem belemmert de ontwikkeling van het voorgenomen plan niet.

4.5 Externe veiligheid

De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving.

Volgens de risicokaart liggen er geen risicobronnen of routes uit het Basisnet Weg in de omgeving. Een nadere beoordeling is derhalve niet aan de orde. Het aspect externe veiligheid is geen belemmering voor het voorgenomen plan.

4.6 Geluid

Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai.

Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt.

Omdat de functie hetzelfde blijft, is er geen toets nodig aan de Wet geluidhinder (Wgh). Door de bestemmingswijziging verandert de kwaliteit van het woon- en leefklimaat niet.

4.7 Kabels en leidingen

In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt.

In of in de nabijheid van het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en/of leidingen.

4.8 Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht.

Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening.

Door het slopen van één woning is er een afname in verkeersbewegingen. De ontwikkelingen dragen dan ook niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit aspect vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan.

4.9 Natuur

De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven.

De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen invloed op beschermde dieren- en plantensoorten of op beschermde (natuur)gebieden. In het kader van de vergunningverlening dient beoordeeld te worden of een nadere beoordeling in verband met vleermuizen of stikstofuitstoot nodig is. Gelet op de beperkte werkzaamheden en de grote afstand tot beschermde gebieden (min 11 km) ligt het niet in de rede dat er stikstofeffecten optreden op een Natura-2000 gebied.

4.10 Verkeer en parkeren

Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd.

De voorgenomen ontwikkeling zorgt niet voor extra verkeersgeneratie of parkeerbehoefte. Door het slopen van één woning komen de verkeersbewegingen van die woning, te vervallen. Dit aspect vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan.

4.11 Water

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. In onderstaande tabel zijn de waterthema's beoordeeld.

Thema en water(beheer)doelstelling   Uitwerking  
Veiligheid waterkeringen
Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.  
De locatie ligt niet in de nabijheid van waterkeringen.  
Voorkomen overlast door oppervlaktewater
Het plan biedt voldoende ruimte voor het
vasthouden, bergen en afvoeren van water.
Waarborgen van voldoende bouwpeil om
overstroming vanuit oppervlaktewater in
maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.  

De bestaande woning wordt gesloopt, de bouwmogelijkheden van 1 woning komen te vervallen. De bouwmogelijkheden nemen dan ook fors af. In feitelijk zin zal het dakoppervlak en verhard oppervlak naar verwachting gelijk blijven. Compensatie is niet aan de orde.

 
Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater
Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen.
Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.  
Het hemelwater van de uitbreiding van de woning wordt aangesloten op de hemelwaterafvoer van de bestaande woning. De hemelwaterafvoer van de te slopen woning komt te vervallen.  
Grondwaterkwantiteit en verdroging
Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast
en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen
van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.  
Er is geen sprake van onttrekking van grondwater.  
Grondwaterkwaliteit
Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.  
De locatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Er worden geen uitlogende materialen gebruikt. Het plan heeft geen gevolgen voor de grondwaterkwaliteit.  
Oppervlaktewaterkwaliteit
Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.  
In of in de nabijheid van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig waarop het plan invloed heeft.  
Volksgezondheid
Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.  
Er zijn geen gevolgen voor de volksgezondheid.  
Bodemdaling
Voorkomen van maatregelen die (extra)
maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.  
Er is geen sprake van bodemdalingen.  
Natte natuur
Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.  
Er is geen natte natuur aanwezig in of om het plangebied.  
Onderhoud oppervlaktewater
Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden
worden. Rekening houden met obstakelvrije
onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.  
Niet van toepassing.  
Andere belangen waterbeheer  
Relatie met eigendom waterbeheerder
Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de
werking van objecten (terreinen, milieuzonering)
van de waterbeheerder niet belemmeren.  
Er zijn geen terreinen of objecten van de waterbeheerder in het plangebied of nabij het plangebied aanwezig.  
Scheepvaart en/of wegbeheer
Goede bereikbaarheid en in stand houden van veilige vaarwegen en wegen in beheer en onderhoud bij Rijkswaterstaat, de provincie en/of het waterschap.  
Door het samenvoegen van de percelen zal er in de toekomstige situatie sprake zijn van 1 uitrit in plaats van 2. Het plan draagt daarom positief bij aan de verkeersveiligheid op de Heistraat.  

4.12 Milieu Effect Rapportage

In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt.  Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht.

Het bestemmingsplan maakt geen activiteit mogelijk die genoemd is in onderdeel D van het Besluit m.e.r.. Een beoordeling van de (mogelijke) nadelige milieugevolgen of een aanmeldnotitie MER is dan ook niet benodigd.

4.13 Conclusie

De omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid

5.1 Financiële uitvoerbaarheid

Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs.

Met dit bestemmingsplan worden geen ontwikkelingen of bouwplannen mogelijk gemaakt zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het plan voorziet enkel het wegbestemmen van de woning. Kostenverhaal is daarom niet aan de orde.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg 

Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie en het waterschap.

Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan

Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.