| Plan: | Camping Linda |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0678.campinglinda-VAST |
| aspect/kader | beoordelingsaspect | afweging | |
| Bodemkwaliteit | |||
| Besluit Bodemkwaliteit | Bodemkwaliteit dient voldoende te zijn voor de beoogde functie. Functie mag geen bedreiging vormen voor de bodemkwaliteit | Voor de projectlocatie is door Sagro Milieu Advies Zeeland verkennend bodemonderzoek verricht. - Eindrapport verkennend bodemonderzoek Koude Polderweg 5 (2380127). - Eindrapport verkennend bodemonderzoek Koude Polderweg R 592 (23110057). De onderzoeksrapporten zijn toegevoegd in bijlage 4 en 5. Conclusie Op basis van de toetsingsresultaten is geconcludeerd dat er geen gebruiksbeperkingen gelden voor de locatie en dat verdere onderzoeksinspanningen niet noodzakelijk zijn. |
|
| Archeologie | |||
| Gemeentelijk archeologiebeleid vastgesteld 20-12-2011 | Is er sprake van een verwachtingswaarde op de gronden? |
Analyse
Het plangebied is op basis van de maatregelenkaart in kaartlaag 1 (Walcheren) gelegen. De bijbehorende maatregelencategorie is 4. Binnen deze maatregelencategorie zijn bouwwerken en werkzaamheden tot 250 m² en regulier tot 40 cm diepte vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Toetsing Loods Uit hoogtemeting blijkt dat de bouw van de loods geen bodemverstoring geeft. Leidingen en wegen camping Ten aanzien van het aanleggen van leidingen (t.b.v. riolerings- en nutsvoorzieningen) en wegen (ontsluiting van de standplaatsen) valt nog bezien op welke diepte de leidingen en de (cunetten van de) wegen aangelegd worden. Archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk indien er geen verstoringen dieper dan 40 cm en groter dan 250 m2 plaatsvinden. Als dat wel het geval is, dan zal er een inventariserend onderzoek worden gevraagd in het kader van de vereiste omgevingsvergunning. Conclusie Op basis van de maatregelencategorie 4 is een dubbelbestemming Waarde- Archeologie - 2 toegekend aan het gebied. |
|
| Kabels en leidingen | Zijn er planologisch relevante leidingen en hoogspanningslijnen in de directe omgeving aanwezig? |
Analyse
In het gebied bevinden zich geen planologisch relevante leidingen. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. |
|
| Ecologie | |||
| Natuurbescherm- ingswet 1998 |
Is er sprake van significant negatieve effecten? |
Analyse De locatie vormt geen onderdeel van een beschermd natuurgebied, zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet 1998. Ook ontbreken provinciale ecologische verbindingszones en andere onderdelen van de provinciale ecologische hoofdstructuur op de locatie. De locatie grenst aan de Oosterschelde (natura 2000 gebied). Het strandje in de Oosterschelde wordt intensief bezocht door recreanten van de camping. Het strand wordt ook onderhouden door de camping. Een geringe toename van het aantal recreanten zal niet leiden tot verstoring van beschermde waarden in de Oosterschelde. Conclusie De aanvraag van een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet is niet aan de orde. |
|
| Flora- en faunawet |
Is er sprake van aantasting,veront- rusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voort- plantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen? |
Analyse Het plangebied is nu in gebruik als tuin en boomgaard. Op grond van een veldbezoek op 21 juni 2011 door ir. J.J. van den Berg, wordt het volgende geconcludeerd. Er zijn geen beschermde planten aanwezig, wel broedvogels, kleine zoogdieren en in de tuin algemene soorten amfibieën. De voorgenomen grondwerkzaamheden, rooien van beplanting en de realisering van de camping leidt mogelijk tot verstoring en / of aantasting van beschermde soorten zoals de kleine zoogdieren, amfibieën en broedvogels. De zoogdieren en amfibieën die in het plangebied voorkomen zijn algemene soorten, die staan vermeld op tabel 1 van de Flora- en faunawet. Voor deze soorten geldt een vrijstelling. Broedvogels mogen niet worden verstoord. Dit kan door de werkzaamheden buiten het broedseizoen (broedseizoen is van 15 maart t / m 15 juli) op te starten of door minimaal 20 meter rond een nest geen werkzaamheden uit te voeren. Conclusie Voor de ontwikkeling is geen ontheffing in het kader van de Flora- en Faunwet vereist. |
|
| Water | |||
| Watertoets | Wateroverlast: Voldoende ruimte voor vasthouden/bergen/afvoeren van water. Per m2 verharding 75 mm berging |
De bestemmingen Groen en Recreatie - Verblijfsrecreatie bieden voldoende ruimte voor het realiseren van de benodigde waterberging. Deze wordt uitgewerkt in combinatie met de bluswatervoorziening. | |
| Riolering: Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken i.v.m. reductie hydraulische belasting RWZI en transportsysteem met beperken overstorten. Rekening houden met (eventuele benodigde filter)ruimte daarvoor. |
Schone verharde oppervlakken worden afgekoppeld. Er wordt gebruik gemaakt van halfopen verharding van paden en wegen. |
||
| Volksgezondheid: - Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. - Geen gebruik uitlogende materialen. |
(eventueel) te realiseren diep water zal niet vrij toegankelijk zijn. Er wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen. |
||
| Bodemdaling: Voorkómen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen met name in zettingsgevoelige gebieden kunnen veroorzaken. |
Er is geen aanpassing waterpeil of drainage nodig. | ||
| Oppervlakte- waterkwaliteit: Behoud/Realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit voor mens en natuur. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. |
Lozing regenwaterafvoer vindt plaats via vegetatie. | ||
| Onderhoud waterlopen: Onderhoudsmogelijk heden waterlopen niet belemmeren. |
De waterlopen worden niet aangepast. | ||
| Wateradvies | Het wateradvies wordt toegevoegd in Bijlage 3. Conclusie Water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. |
||
| Relatie met omliggende (bedrijfs)functies | |||
| Bedrijfs- milieuzonering VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' |
Is er sprake van/voor hinder van (bedrijfs) functies in de omgeving van de ontwikkeling? En zo ja, wordt voldaan aan de richtafstanden? |
Analyse De uitbreiding van het aantal standplaatsen vindt plaats aansluitend aan de bestaande camping. Ter plaatse geldt het volgende. Dicht bij de camping, circa 40 meter, is een woning gesitueerd. Er is sprake van een gemengd gebied met verblijfsrecreatieve functies (verschillende recreatieve en horecafuncties). Een kampeerterrein een categorie 3-inrichting met een bijbehorende richtafstand van 50 meter. Nu sprake is van gemengd gebied mag met één afstandsstap worden afgeweken en geldt een richtafstand van 30 meter. De afstand van de camping tot de woning is 40 meter. Voldaan wordt aan deze afstand. Conclusie Er zijn vice versa geen milieubelemmeringen. |
|
| Parkeren | Is er voldoende parkeergelegenheid? |
Analyse Bij de realisering van de nieuwe standplaatsen wordt rekening gehouden met één parkeergelegenheid per standplaats. Geparkeerd wordt bij de standplaatsen, die hiervoor voldoende groot zijn. Er zijn voldoende parkeerplaatsen aanwezig om in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien. Conclusie Er is voldoende parkeerruimte beschikbaar om te voldoen aan de vraag. |
|
| Externe veiligheid | |||
| Bevi-inrichtingen Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, spoor, buisleiding en en water. |
Zijn er Bevi-inrichtingen in de directe omgeving, wordt voldaan aan normen plaatsgebonden risico en groepsrisico en liggen er relevante leidingstroken in het plangebied? |
Analyse Er zijn geen Bevi-inrichting en buisleidingen voor transport van risicovolle stoffen nabij de ontwikkeling. Over het kanaal door Zuid-Beveland worden gevaarlijke stoffen vervoerd. De PR-contour ligt op de oever. Er wordt dan ook voldaan aan de norm voor het plaatsgebonden risico. Het invloedsgebied voor het groepsrisico ligt eveneens buiten het plangebied. Het geven van inzicht in het groepsrisico is in het kader van een goede ruimtelijke ordening toch inzichtelijk gemaakt. Hierbij zijn de volgende zaken van belang. - Aantal personen blijft gelijk, want het aantal planologisch reeds toegestane aantal standplaatsen neemt niet toe. - Door de grote afstanden tussen kampeerplaatsen wordt brand veiligheidssituatie verbeterd. - Er is een goede dekking door middel van het WAS-systeem (maandagmorgen sirenes). - De risico's rondom de risicobron (Kanaal door Zuid-Beveland) wordt in de circulaire RnVGS sterk overschat, omdat het kanaal op dezelfde wijze als Schelde-Rijnkanaal wordt beoordeeld. Dat is niet reëel, want het Kanaal door Zuid-Beveland is slechts de back-up en niet de hoofdroute, dat is immers het Schelde-Rijnkanaal. Tellingen uit 2005 (de laatst beschikbare tellingen, telpunt 28) laten zien dat de intensiteit op het Kanaal door Zuid-Beveland regulier circa 1/3 van het aantal scheepvaartbewegingen van het Schelde-Rijnkanaal bedragen. De locatie is hiermee ten aanzien van externe veiligheid voldoende beschouwd. Conclusie Externe veiligheid is geen belemmering. |
|
|
Wegverkeers- lawaai- |
|||
| Wet geluidhinder | Bedraagt de geluidsbelasting op de gevels minder dan 48 dB? Wordt bij een eventuele overschrijding de uiterste grenswaarde van 63 dB overschreden, |
Analyse
Een camping wordt door de Wet geluidhinder niet als geluidsgevoelige functie aangemerkt. Daarom is geen akoestisch onderzoek uitgevoerd. Conclusie De Wgh staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. |
|
| Luchtkwaliteit | |||
| Wet Luchtkwaliteit |
Wordt voldaan aan de genoemde grenswaarden in de Wet luchtkwaliteit? |
Analyse Voor deze ontwikkelingen kan op basis van de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland (achtergrondconcentratie geleverd door het Planbureau voor de Leefomgeving; PBL) in combinatie met de afwezigheid van substantiële lokale bronnen worden geconcludeerd dat ter plaatse de concentraties stikstofdioxide en fijn stof onder de betreffende grenswaarden liggen. Ook de prognose voor 2015 en 2020 voorspelt geen overschrijding (informatie PBL november 2009). Van een significante toename van het verkeer als gevolg van voorliggende ontwikkeling is geen sprake. De ontwikkelingsmogelijkheden in dit plan zijn beperkt en kleinschalig en op basis van het NIBM-tool van het ministerie van VROM is geconcludeerd dat het project in niet betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie Voldaan wordt aan de Wet luchtkwaliteit. |
|