direct naar inhoud van 9.2 Bestemmingsregeling
Plan: Buitengebied West Maas en Waal
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0668.BUIWestMenW-BOH1

9.2 Bestemmingsregeling

Doelstellingen en uitgangspunten

Het uitgangspunt bij het opstellen van het nieuwe bestemmingsplan is dat de regelingen die van kracht zijn op basis van het nu geldende bestemmingsplan voor het buitengebied worden geactualiseerd op basis van de huidige beleidsinzichten en gebruikerswensen. De nieuwe regels moeten aan de volgende eisen voldoen.

  • De regels bieden rechtszekerheid en zijn afgestemd op de actuele behoeften van de burger.
  • De regels zijn makkelijke toepasbaar en hanteerbaar voor de gemeentelijke diensten. Bouwaanvragen moeten gemakkelijk kunnen worden getoetst aan het plan met als resultaat een minimale bestuurslast.
  • Duidelijkheid en inzichtelijkheid van hetgeen is toegestaan. Dit houdt in dat de bestemmingen met de bijbehorende bouw- en gebruiksmogelijkheden zoveel mogelijk op de verbeelding zichtbaar worden gemaakt.


Opzet regels

De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2008. De opbouw is als volgt:

  • Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende regels);
  • De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels);
  • Algemene regels (Hoofdstuk 3 Algemene regels);
  • Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels).


Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd:

  • Bestemmingsomschrijving;
  • Bouwregels;
  • Nadere eisen;
  • Afwijken van de bouwregels
  • Specifieke gebruiksregels;
  • Afwijken van de gebruiksregels;
  • Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;
  • Wijzigingsbevoegdheid.


De specifieke nadere eisen, afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden en mogelijk een omgevingsvergunningstelsel voor werken en werkzaamheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen.

Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en wordt onnodig verwijzen naar andere artikelen voorkomen. Deze werkwijze bevordert de toegankelijkheid van het bestemmingsplan.


Flexibiliteitsregels
Het regels van bestemmingsplan zijn voorzien van flexibiliteitsregels in de vorm van afwijkingsmogelijkheden (afwijken van de bouw- of de gebruiksregels), de mogelijkheden bij verschillende bestemmingen om nadere eisen te stellen en een aantal wijzigingsbevoegdheden.
Voor het opnemen van flexibiliteitsregels is de volgende benadering gehanteerd.

  • Flexibiliteitregels worden alleen gebruikt als van een wezenlijke belangenafweging sprake kan zijn;
  • Bij het besluit tot het opnemen van flexibiliteitsregel is het planschaderisico meegewogen.

De belangrijkste afwegingsregels en wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen in de bijlage 'Tabel van afwijkingen en wijzigingen' die als bijlage aan de plantoelichting is toegevoegd.


Functieveranderingen en overige ontwikkelingen die niet in deze tabel worden genoemd zullen onder andere op grond van overwegingen die in deze toelichting zijn opgenomen, in een buitenplanse procedure (bijvoorbeeld een apart bestemmingsplan) moeten worden afgewogen. Een buitenplanse procedure is op zijn plaats indien de consequenties van een functieverandering of andere ontwikkeling in grote mate afhankelijk zijn van de (specifieke) omstandigheden van het geval (denk aan aard, omvang en plaats van de ontwikkeling). In dergelijke gevallen is het niet goed mogelijk om alle randvoorwaarden en toetsingskaders in een binnenplanse flexibiliteitsbepaling te noemen.