Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Middelblok
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0644.BP1022MI002-VG01

Artikel 6 Bedrijventerrein (BT)

6.1 Bestemmingsomschrijving

6.1.1 De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. bedrijven genoemd in categorie 1, 2, 3.1,3.2 en 4.1 van de bij deze regels gevoegde Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage) dan wel bedrijven niet genoemd in categorie 1, 2, 3.1, 3.2 en 4.1 van de bij deze regels gevoegde Staat van bedrijfsactiviteiten, doch welke naar de aard hiermee zijn gelijk te stellen, met de daarbij behorende bedrijfsgebouwen en andere bouwwerken;
  2. bedrijfsgebonden kantoren;
  3. bedrijfsgebonden detailhandel;
  4. verhardingen, parkeervoorzieningen, water, groenvoorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming, waaronder begrepen nutsvoorzieningen;
met dien verstande dat:
  1. indien ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp een bedrijf aanwezig is in een hogere categorie, dit bedrijf als zodanig is toegestaan;
  2. per bedrijfsperceel het kantooroppervlak ten hoogste 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak mag bedragen, tot ten hoogste 2000 m2;
  3. vuurwerkbedrijven niet zijn toegestaan;
  4. bedrijven die zijn opgenomen in de lijst van inrichtingen als bedoeld in artikel 41 Wet Geluidhinder niet zijn toegestaan;
  5. detailhandel niet is toegestaan, behoudens indien het detailhandel betreft die reeds bestond op het moment van ter inzage legging van het ontwerp van het plan en als zodanig is aangeduid;
alsmede voor:
  1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': een bedrijfswoning;
  2. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel': zelfstandige detailhandel;
  3. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': een nutsvoorziening;
  4. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - geluidwerende gevel': een wand met een geluidwerende functie. 
6.1.2 Op de gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in artikel 6, lid 1.1 genoemde doeleinden worden gebouwd:
  1. hoofdgebouwen;
  2. aan- en uitbouwen, en bijgebouwen;
  3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  4. overkappingen.

6.2 Bouwregels

De gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:
  1. hoofdgebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van een bouwvlak worden opgericht; 
  2. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen zowel binnen als buiten het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht, met dien verstande dat deze achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning of de bedrijfsgebouwen moeten zijn gelegen;
  3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht, met dien verstande dat buiten het bouwvlak geen overkappingen mogen worden opgericht;
  4. voor zover op de verbeelding binnen het bouwvlak de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' is gegeven mag de bebouwde oppervlakte van de gebouwen, gemeten ten opzichte van het bouwperceel, niet meer bedragen dan door die aanduiding is bepaald;
  5. voor zover binnen het bouwvlak de aanduiding 'maximum vloeroppervlakte is gegeven mag de vloeroppervlakte ten behoeve van detailhandel niet meer bedragen dan door die aanduiding is bepaald;
  6. de inhoud van een woning, inclusief aan- en uitbouwen en exclusief bijgebouwen en ondergrondse kelders (met uitzondering van ruimten aanwezig tussen de begane grondvloer en het aansluitend afgewerkt terrein) bedraagt ten hoogste 650 m3 tenzij een ander volume ter plaatse van de aanduiding ‘maximum volume’ is aangegeven, of niet meer dan de inhoud ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan, indien deze meer dan 650 m3 bedraagt;
  7. in afwijking van het bepaalde onder e mag de inhoud van een gebouw niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'volume m3' is aangegeven;
  8. de gezamenlijke oppervlakte van bij eenzelfde bedrijfswoning behorende aan- en uitbouwen, en bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 50 m2;
  9. de goothoogte en/of bouwhoogte van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedragen, tenzij anders op de verbeelding is aangeduid, ten hoogste:
bouwwerken
max. goothoogte
max. bouwhoogte
bedrijfsgebouw
n.v.t.
10 m
bedrijfswoning
6 m
10 m
aan- en uitbouwen en bijgebouwen
3 m
6 m
nutsvoorzieningen
n.v.t.
4 m
erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning of de bedrijfsgebouwen
n.v.t.
3 m
overige erfafscheidingen
n.v.t.
1 m
technische installaties en gelijksoortige bouwwerken
n.v.t.
10 m
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde (inclusief overkappingen)
n.v.t.
3 m
  1. het bepaalde in artikel 22 Algemene bouwregels.

6.3 Specifieke gebruiksregels

6.3.1 Het is verboden de gronden buiten het bouwvlak voor zover gelegen voor de naar de openbare weg gekeerde bouwgrenzen of op minder dan 3 meter afstand gemeten vanuit de bestemming Water – 1 of Natuur te gebruiken:
  1. voor het opslaan van goederen voor bedrijfsdoeleinden;
  2. als opslagplaats van hout- en aannemersmaterialen;
  3. als opslagplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen.

6.4 Afwijken van de gebruiksregels

6.4.1 Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6, lid 1.1, onder a ten behoeve van de vestiging van bedrijven in categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat
  1. deze bedrijven naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn aan bedrijven, die genoemd zijn in categorie 1 tot en met 4.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  2. Bevi-inrichtingen niet zijn toegestaan;
  3. vuurwerkbedrijven niet zijn toegestaan;
  4. bedrijven die zijn opgenomen in de lijst van inrichtingen als bedoeld in artikel 41 Wet Geluidhinder niet zijn toegestaan.
 
6.4.2 Procedureregels
  1. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6, lid 4.1 kan schriftelijk advies ingewonnen worden bij een milieudeskundige, met betrekking tot de vraag of aan de in het desbetreffende artikel genoemde criterium voor het afwijken van de gebruiksregels is voldaan.
 

6.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

6.5.1 Het is verboden om op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - geluidwerende gevel' de daar gelegen gevel te geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk van burgemeester en wethouders.  
  
6.5.2 Uitzonderingsbepaling
Het in artikel 6, lid 5.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van:
  1. sloopwerkzaamheden welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerking treden van dit bestemmingsplan
  2. sloopwerkzaamheden waarvoor ten tijde van het inwerking treden van dit bestemmingsplan reeds omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk is verleend;
  3. sloopwerkzaamheden welke voortvloeien uit bouwactiviteiten waarvoor omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend.
6.5.3 Toelaatbaarheid
Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 6, lid 5.1, zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden of functies van de in die artikelen bedoelde gronden welke het plan beoogt te beschermen niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
 
6.5.4 Procedureregel
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk verkrijgen burgemeester en wethouders een akoestisch advies over de effecten daarvan op omliggende woningen.