Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Middelblok
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0644.BP1022MI002-VG01

Artikel 20 Waterstaat - Waterstaatkundige functie (dubbelbestemming)

20.1 Bestemmingsomschrijving

20.1.1 De voor 'Waterstaat – Waterstaatkundige functie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:
  1. het behoud van bergend vermogen en veilige afvoer van water;
  2. water, waterhuishouding en voorzieningen ten behoeve van de scheepvaart;
  3. waterberging.
20.1.2 Voor zover op de verbeelding dubbelbestemmingen samenvallen, geldt de volgende volgorde:
  1. primair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterstaatkundige functie';
  2. secundair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering';
  3. tertiair geldt het bepaalde in de dubbelbestemmingen 'Leiding – Brandstof' en 'Leiding – Water';
  4. quartair geldt het bepaalde in de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie' en 'Waarde – Natuur en landschap';
  5. quintair geldt het bepaalde in de onderliggende bestemming.
20.1.3 Op de gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in artikel 20, lid 1.1 genoemde doeleinden worden gebouwd:
  1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

20.2 Bouwregels

De bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:
  1. ten behoeve van deze bestemming mogen uitsluiten bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd tot een bouwhoogte van maximaal 3 m;
  2. ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag niet worden gebouwd.

20.3 Afwijken van de bouwregels

20.3.1 Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 20, lid 2, onder b indien de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waterstaatsbelangen.
 
20.3.2 Procedureregel
  1. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 20, lid 3.1 zullen burgemeester en wethouders schriftelijk advies inwinnen bij Rijkswaterstaat.

20.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

20.4.1 Omgevingsvergunningvereiste
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren:
  1. het afgraven of ophogen van gronden met meer dan 0,3 m;
  2. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen;
  3. het indrijven van voorwerpen dieper dan 0,5 m;
  4. het aanleggen van oppervlakteverhardingen;
  5. het aanleggen van een vooroeverconstructie.
20.4.2 Uitzonderingsbepaling
Het in artikel 20, lid 4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van:
  1. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming;
  2. werken en/of werkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan in uitvoering zijn;
  3. werken en/of werkzaamheden die reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
20.4.3 Toelaatbaarheid
Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 20, lid 4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, danwel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden of functies van de in die artikelen bedoelde gronden welke het plan beoogt te beschermen niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, danwel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
 
20.4.4 Procedureregel
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden verkrijgen burgemeester en wethouders een advies van Rijkswaterstaat.