Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Ter Aar, Oostkanaalweg 49b
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0569.bpTARoostkaweg49b-va01

Artikel 4 Verkeer

4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.       wegen en straten;
b.       voet- en fietspaden;
c.       parkeervoorzieningen;
d.       ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - garageboxen’ (sba-gb) voor garages ten behoeve van de stalling van (motor)voertuigen, alsook niet-bedrijfsmatige opslag van andere goederen;
e.       groenvoorzieningen;
f.       speelvoorzieningen;
g.      waterhuishoudkundige voorzieningen;
h.      verkeersvoorzieningen;
i.       bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor zover het geen erf- en terreinafscheidingen betreft;
j.       gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen.
 
4.2 Bouwregels
4.2.1 Gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut
Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut gelden de volgende regels:
a.       de maximale bouwhoogte per gebouw bedraagt 3 meter;
b.       de maximale oppervlakte per gebouw bedraagt 15 m2.
 
4.2.2 Gebouwen ten behoeve van garages ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - garageboxen' (sba-gb)
Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van garages ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding garageboxen (sba-gb) gelden de volgende regels:
a. garages worden binnen het bouwvlak gebouwd;
b. het maximale bebouwingspercentage bedraagt ten hoogste de met de maatvoeringaanduiding aangegeven bebouwingspercentage;
c. de bouwhoogte van de garages bedraagt ten hoogste de met de maatvoeringaanduiding aangegeven bouwhoogte.
 
4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
a. de maximale bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt 2 meter;
b. de maximale bouwhoogte van lichtmasten bedraagt 8 meter;
c. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 meter.
 
4.3 Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing:
a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
c. ter waarborging van de verkeersveiligheid en de parkeergelegenheid;
d. ter waarborging van de sociale veiligheid;
e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.

4.4 Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:
a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
c. seksinrichting;
d. prostitutie.