direct naar inhoud van Artikel 19 Wonen - 11
Plan: Zuidhoek
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0569.bpNKPzuidhoek-va01

Artikel 19 Wonen - 11

19.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 11' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen, inclusief bedrijfs- of beroepsuitoefening aan huis;
  • b. het bevorderen en behouden van een hoge beeldkwaliteit, zoals vastgelegd in het Beeldkwaliteitplan Architectuur (BKP AR), zoals opgenomen in Bijlage 2 behorende bij deze regels;

met de daarbij behorende:

  • c. gebouwen;
  • d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • e. tuinen en erven;
  • f. water.
19.2 Bouwregels

Op en in de gronden mag gebouwd worden, mits de bebouwing voldoet aan de beeldkwaliteitseisen uit de hoofdstukken 1-3, onderdeel Beeldkwaliteit Architectuur (BKP AR), zoals vastgelegd in Bijlage 2 en met inachtneming van de volgende voorwaarden:

19.2.1 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. toegestaan zijn uitsluitend aaneengebouwde woningen;
  • b. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • c. de oppervlakte mag niet meer dan 79 m2 per woning bedragen;
  • d. de goothoogte mag niet meer dan 4,2 meter bedragen;
  • e. de bouwhoogte mag niet meer dan 12,0 meter bedragen;
  • f. de kaprichting van het hoofdvolume dient dwars aan de straatrichting te zijn;
  • g. het gebouw moet worden voorzien van een zadeldak, lessenaarsdak, mansardedak, doorzalend dak of doorgestoken kap, danwel samengestelde kap, bestaande uit een van de vorige typen, waarbij de aangegeven hoofdrichting zichtbaar blijft door een verschil in bouwhoogte;
  • h. de dakhelling van het hoofdgebouw en een eventuele dakkapel mag niet meer en niet minder dan 25 danwel 57 graden bedragen.

19.2.2 Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. bijbehorende bouwwerken mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. toegestaan zijn uitsluitend aangebouwde bijbehorende bouwwerken;
  • c. bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan aan de zijde, grenzend aan de bestemming Verkeer, zoals bepaald in Artikel 7, mits:
    • 1. het dak over de gehele lengte van de voorgevel gemaakt wordt;
    • 2. een deel onbebouwd blijft ter realisatie van een veranda en/of overdekte entree;
  • d. de goothoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen;
  • e. het bouwwerk moet worden voorzien van een lessenaarsdak;
  • f. de dakhelling mag niet minder en niet meer dan 25° bedragen.

19.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte voor de voorgevelrooilijn mag niet meer dan 1 meter bedragen;
  • b. de bouwhoogte achter de voorgevelrooilijn mag niet meer dan 2 meter bedragen.

19.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een verantwoorde en evenwichtige stedenbouwkundige inpassing en ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit;
  • b. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • c. de woonsituatie;
  • d. de verkeersveiligheid;
  • e. de sociale veiligheid;
  • f. de brandveiligheid;
  • g. de milieusituatie;
  • h. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken.