direct naar inhoud van 8.7 Hoe is de praktijk
Plan: Leiden Schuttersveld e.o.
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00003-0301

8.7 Hoe is de praktijk

De gemeente krijgt jaarlijks enkele honderden aanvragen voor bijgebouwen, dakkapellen, uitbouwen, duivenhokken, kasjes, dakopbouwen etc. In de praktijk blijkt er bij eengezinswoningen vooral behoefte te zijn aan:

In de achtertuin

  • een aanbouw of serre van 2,5 tot 4 meter diep, gemiddeld 15 m²;
  • een behoorlijke schuur in de tuin (2 bij 3 meter), 6 m²;
  • een garage;
  • dierenhokken.

In de voor- en zijtuin

  • carports;
  • schuurtjes;
  • garages;
  • fietsenbergingen;
  • grotere entrees;
  • schuttingen hoger dan 1 meter.

Aan de woning:

  • dakkapellen
  • grote dakkapellen voor en achter;
  • dakopbouwen, vergroten dakopbouwen;
  • optrekken achtergevel;
  • dichtbouwen balkons;
  • extra kamer bovenop garage;
  • schotelantennes;
  • zendinstallaties op het dak;
  • duivenhokken op het balkon of op het dak.

Bij flats

  • schotelantennes aan de gevel of op het dak;
  • liften en trappenhuizen;
  • fietsenstallingen;
  • extra ruimte voor containers en postkasten.

Situering erfbebouwing

Uitgangspunt is vrijheid voor de burger voor de situering van erfbebouwing, mits die achter de voorgevelrooilijn wordt geplaatst. Uit een oogpunt van beeldkwaliteit is het onwenselijk dat aan- en uitbouwen en bijgebouwen voor de voorgevelrooilijn geplaatst worden.

Aan- en uitbouwen en bijgebouwen

Voor de zij- en achtertuin bestaat er vooral behoefte aan woninguitbreiding in de vorm van een aanbouw en daarnaast aan het plaatsen van een losstaande berging. In Leiden is een onderverdeling gemaakt in aanbouwen en bijgebouwen.

Aan- en uitbouwen maken functioneel onderdeel uit van de woning en zijn daarmee bouwkundig en inwendig verbonden. Voorbeelden: serres, uitgebouwde keukens, bijkeukens en hobbykamers.

Bijgebouwen zijn onafhankelijk van de woning.

Aan- en uitbouwen van minder dan 2 meter diepte leveren nauwelijks praktisch voordeel op voor de eigenaar, zeker in relatie tot de kosten. Anderzijds kan een uitbouw van meer dan 2,5 meter behoorlijk wat daglicht wegnemen bij buren. Daarom is deze maat aangehouden als standaard.

Om de percelen grotendeels open te houden mogen deze voor maximaal 50% bebouwd worden, met daarnaast een maximum van 35 m². Om te voorkomen dat de hoogte van aan- uitbouwen en bijgebouwen als storend wordt ervaren, is deze aan een maximum gebonden. De maten hiervan sluiten aan bij de Wabo.

Erfafscheidingen

Als er beperkingen worden gesteld aan de hoogte van bijgebouwen en aanbouwen is het logisch om dat ook te doen bij schuttingen en dergelijke. Hoge schuttingen kunnen de leefbaarheid verminderen en zonlicht en daglicht wegnemen. Voor een goede privacy is een hoogte van 1,8 meter voor schuttingen in de achtertuin voldoende. Omdat de Wabo een hoogte tot 2 meter vergunningvrij laat, en 2 meter dus de bovengrens vormt, is die gekozen als grens.

In de voortuin is het uit een oogpunt van beeldkwaliteit en sociale controle wenselijk het open karakter van de straat en het straatbeeld te beschermen en hoge bouwwerken te weren. De Wabo bepaalt dat erfafscheidingen in de voortuin tot 1 meter hoogte vergunningvrij zijn. Ten overvloede wordt hier gemeld dat deze vergunningsvrije bouwwerken niet ter toetsing voor welstand worden aangeboden.

De Bouwverordening bepaalt in artikel 2.5.18 lid 1 dat hogere erfafscheidingen dan de vergunningvrije niet zijn toegestaan. Omdat dit onderwerp in de Bouwverordening adequaat geregeld wordt, is afgezien van regeling in het bestemmingsplan.

Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Bij een woning kunnen ook andere bouwwerken dan gebouwen of schuttingen behoren, bijvoorbeeld carports en tuinmeubilair (zoals pergola's of speeltoestellen). Om dezelfde redenen als hiervoor genoemd, is het wenselijk beperkingen aan de bouwhoogte van deze bouwwerken te stellen. Tot een maximum hoogte van 2,7 meter zijn overkappingen met open constructies (carports) volgens de Wabo vergunningvrij ongeacht de situering, mits het aansluitende erf voor 50% onbebouwd blijft. Dat is jammer, want daardoor kan een lelijk bouwsel in de voortuin verschijnen. Dat is qua beeldkwaliteit en leefbaarheid onwenselijk. In ieder geval is het wenselijk dat niet meer van deze bouwsels kunnen worden opgericht. De vergunningvrije bouwhoogte voor tuinmeubilair is bepaald op 2 meter ongeacht de situering.

Bij deze bepaling moet rekening gehouden worden met de regeling voor de vergunningvrije bouwwerken in de Wabo omdat bijvoorbeeld antennes vergunningvrij 5 meter en carports 2,7 meter hoog mogen zijn. De Bouwverordening regelt het onderwerp bouwwerken, geen gebouwen zijnde, adequaat. Een uitzondering is de maximale hoogte van 2 meter voor tuinmeubilair in de zij- en achtertuin, hetgeen te laag is. Daarom wordt in het bestemmingsplan bepaald dat die hoogte 3 meter mag bedragen in aansluiting bij de hoogte voor bijgebouwen. Dat is ruim voldoende voor pergola's en in de tuin passende speeltoestellen. Voor bebouwingregels voor andere bouwwerken geldt aanvullend de Bouwverordening, met uitzondering van de hoogte voor tuinmeubilair.