direct naar inhoud van Artikel 10 Groen
Plan: Leerdam West
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0545.BPLEERDAMWEST-VS01

Artikel 10 Groen

10.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. beplanting, plantsoenen, bermen, natuurvriendelijke oevers, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden;
  • b. recreatief gebruik;
  • c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin', voor volkstuinen;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'water', tevens voor het aanleggen en instandhouden van een wateras;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'garage' voor garageboxen ten behoeve van woningen;
  • f. (ondergrondse) afvalcontainers;
  • g. bij deze bestemming behorende voorzieningen;
  • h. bouwwerken ten behoeve van de verbinding van oevers ter plaatse van openbaar groen.

10.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

10.2.1 Volkstuin
  • a. Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin'.
  • b. Als gebouwen zijn uitsluiten hobbykassen en bergingen toegestaan met een gezamenlijk oppervlak van ten hoogste 14 m² per volkstuin.
  • c. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter.

10.2.2 Garages
  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'garage' zijn garages toegestaan.
  • b. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 meter.
  • c. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 meter.

10.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 1 meter bedragen.
  • b. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag maximaal 5 meter bedragen.

10.3 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van de gronden geldt dat er niet geparkeerd mag worden.

10.4 Afwijken van de gebruiksregels
10.4.1 Afwijken m.b.t. parkeren

Burgemeester en wethouders zijn door middel van een omgevingsvergunning bevoegd af te wijken van het bepaalde in 10.3 voor het toestaan van parkeren, met dien verstande dat:

  • a. aangetoond wordt dat er op eigen terrein en directe omgeving onvoldoende ruimte aanwezig is om in de parkeerbehoefte te voorzien;
  • b. aangetoond wordt dat geen onevenredige aantasting van groen en ecologische waarden plaatsvindt;
  • c. rekening gehouden wordt met de waterhuishouding;
  • d. de verkeersveiligheid niet in het geding komt;
  • e. de parkeervoorziening moet grenzen aan de bestemming 'Verkeer' en/of 'Verkeer - Verblijfsgebied'.

10.4.2 Afwijken voor het gebruik als tuin

Burgemeester en wethouders zijn door middel van een omgevingsvergunning bevoegd af te wijken van het bepaalde in 10.1 voor het gebruik van de gronden als tuin, met dien verstande dat:

  • a. aangetoond wordt dat geen onevenredige aantasting van groen en ecologische waarden plaatsvindt;
  • b. rekening gehouden wordt met de waterhuishouding;
  • c. aangetoond wordt dat geen onevenredige aantasting van stedebouwkundige en beeldkwaliteit plaatsvindt;
  • d. de tuin moet grenzen aan de bestemming 'Tuin' en/of 'Wonen'.