direct naar inhoud van Artikel 18 Wonen - 2
Plan: Leerdam Centrum
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0545.BPCENTRUMLEERDAM-VS01

Artikel 18 Wonen - 2

18.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het wonen met niet-publiekgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten;
  • b. horeca, categorie 1, uitsluitend op de begane grond;
  • c. publiekgerichte dienstverlening, uitsluitend op de begane grond;
  • d. galeries, uitsluitend op de begane grond;
  • e. maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend op de begane grond, met dien verstande dat het bruto vloeroppervlak van een maatschappelijke voorziening maximaal 200 m2 mag bedragen;
  • f. horeca van categorie 1 ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1' op de verdieping(en);
  • g. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en tuinen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • h. in aanvulling op het gestelde in 18.1 lid d, geldt dat de in dit lid genoemde functie, ter plaatse van de percelen Zuidwal 1, 3 en 5, ook op de verdiepingen is toegestaan.
18.2 Bouwregels
18.2.1

Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. hoofdgebouwen;
  • b. bijbehorende bouwwerken;
  • c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

18.2.2 Algemeen

Het bebouwingspercentage van het bouwperceel bedraagt maximaal 80%.

18.2.3 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd.
  • b. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd.
  • c. De voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd in de voorste bouwgrens;
  • d. De goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is aangegeven;
  • e. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is aangegeven;
  • f. De dakhelling van het hoofdgebouw is 0° (plat dak) of mag variëren tussen 35° en 60°, met dien verstande dat de dakhelling van een naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd dakvlak en/of vandaar uit duidelijk zichtbaar, uitsluitend mag variëren tussen 35° en 60°;
  • g. In afwijking van het bepaalde in artikel 18.2.2 sub f, is een dakhelling tussen 60° ten en 70° toegestaan om een mansardekap te realiseren;
  • h. Er moet worden voldaan aan de parkeernorm uit de gemeentelijke nota parkeernormen, zoals die geldt ten tijde van ontvangst van de aanvraag.
18.2.4 Bijbehorende bouwwerken
  • a. De bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd.
  • b. Bijbehorende bouwwerken mogen worden gebouwd op ten minste 1 meter achter de voorgevelrooilijn.
  • c. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 meter.
  • d. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 meter.
18.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel of het verlengde daarvan niet meer mag bedragen dan 1 meter.
  • b. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 meter.
18.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag is door middel van een omgevingsvergunning bevoegd af te wijken van het bepaalde in:

  • a. 18.2.3 sub a voor het bouwen van hoofdgebouwen buiten het bouwvlak in verband met het vergroten van de horizontale bouwdiepte van het hoofdgebouw mits:
    • 1. dit uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is;
    • 2. de afstand tussen het hoofdgebouw en de achterste perceelsgrens minimaal 1 meter bedraagt (onder andere vanwege mogelijke vluchtwegen of brandveiligheid).
  • b. 18.2.3 sub f voor het toestaan van een plat dak, mits:
    • 1. het aantal bouwlagen van het hoofdgebouw minimaal 4 bedraagt;
    • 2. dit uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is.
  • c. 18.2.3 sub f voor het toestaan van een dakhelling tussen 20° en 35° en 60° en 80° mits dit uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is.
18.4 Specifieke gebruiksregels
18.4.1 niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit

De vloeroppervlakte ten behoeve van niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit bedraagt ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 35 m2, met dien verstande dat:

  • a. er wordt voldaan aan de parkeernorm uit de gemeentelijke nota parkeernormen zoals die geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag';
  • b. geen afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de omgeving;
  • c. horeca of detailhandel niet zijn toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit;
  • d. de activiteiten door de bewoner worden uitgeoefend.
18.4.2 Sekswinkels

Sekswinkels mogen zich niet bevinden in een straal van 150 meter rond gebouwen met gevoelige functies zoals religieuze functies, scholen of andere gebouwen waar regelmatig kinderen komen.

18.4.3 Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:

  • a. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het een vrijstaande bijbehorend bouwwerk betreft;
  • b. bewoning als afhankelijke woonruimte;
  • c. zorgwonen;
  • d. kamerbewoning;
  • e. seksinrichtingen;
  • f. dakterrassen zijn niet toegestaan;
  • g. bed en breakfast;
  • h. publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit;
  • i. het gebruik van gronden voor de in 18.1 onder b genoemde functie is niet langer toegestaan in het geval deze gronden gedurende minimaal 3 aaneengesloten jaren niet als zodanig gebruikt zijn.
18.5 Afwijken van de gebruiksregels
18.5.1 Mantelzorg

Het bevoegd gezag is door middel van een omgevingsvergunning bevoegd af te wijken van het bepaalde in 18.4.3 sub a en b voor het gebruik van een deel van het hoofdgebouw of bijbehorende bouwwerken bij een woning als afhankelijke woonruimte (inwoning), met dien verstande dat:

  • a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg;
  • b. op het perceel al een woning aanwezig is;
  • c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven;
  • d. per woning maximaal één omgevingsvergunning ten behoeve van inwoning voor mantelzorg mag worden verleend;
  • e. maximaal 75 m2 van hoofdgebouw en/of bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van de inwoning;
  • f. bij beëindiging van de zorgbehoefte het gebruik wordt terug gebracht naar de bestaande situatie.
18.5.2 Zorgwonen

Het bevoegd gezag is door middel van een omgevingsvergunning bevoegd af te wijken van het bepaalde in 18.4.3 sub c voor het toestaan van het gebruik van een deel van een woning of bijbehorende bouwwerken bij een woning als zorgwonen, met dien verstande dat:

  • a. een zorgindicatie is gesteld waaruit de noodzaak van zorgwonen blijkt;
  • b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de brandweer;
  • c. op het perceel al een woning aanwezig is;
  • d. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven;
  • e. kan worden voorzien in de eigen parkeerbehoefte;
  • f. per woning maximaal één omgevingsvergunning ten behoeve van zorgwonen mag worden verleend.
18.5.3 Seksinrichting

Het bevoegd gezag is door middel van een omgevingsvergunning bevoegd af te wijken van het bepaalde in 18.4.3 sub e ten behoeve van de vestiging van maximaal 1 seksinrichting, niet zijnde een escortbedrijf met dien verstande dat:

  • a. er mag maximaal 1 seksinrichting in de gemeente aanwezig zijn;
  • b. er is aangetoond dat het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten veroorzaakt die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van d normale afwikkeling van het verkeer;
  • c. er is geen sprake van detailhandel;
  • d. er bevinden zich in een straal van 150 meter geen gebouwen met gevoelige functies (zoals religieuze functies, scholen of andere gebouwen waar regelmatig kinderen komen);
  • e. er is aangetoond dat er geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat zal ontstaan.
18.5.4 Dakterrassen

Het bevoegd gezag is bevoegd door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 18.4.3 sub f voor het toestaan van dakterrassen, mits:

  • a. de hoogte van de vloerafscheiding / balustrade niet meer dan 1.20 bedraagt, gemeten vanaf de bovenkant van het platte dak;
  • b. geen bouwwerken, anders dan onder a. bedoeld, op het dakterras worden opgericht;
  • c. het stedenbouwkundig beeld ter plaatse niet wordt verstoord;
  • d. geen enkel deel van het dakterras op een kortere afstand dan 2 meter van de perceelsgrenzen wordt geplaatst;
  • e. op een andere wijze geen andere buitenruimte gecreëerd kan worden.
18.5.5 Bed en breakfast

Het bevoegd gezag is bevoegd door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 18.4.3 sub g voor het toestaan van een Bed en breakfast, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. de Bed en breakfast mag niet als zelfstandige wooneenheid functioneren. Dit betekent dat realisatie van een aparte kookgelegenheid niet is toegestaan;
  • b. het maximaal aantal personen bedraagt 6;
  • c. de woonfunctie dient in overwegende mate te worden gehandhaafd;
  • d. de vloeroppervlakte die voor de Bed en breakfast -voorziening wordt benut, mag niet meer dan 30% van de vloeroppervlakte van alle vloeren van de woning bedragen, zulks tot een maximum van 75 m²;
  • e. de Bed en Breakfast wordt gerund door de (mede)bewoner van de betreffende woning;
  • f. behoudens in- en uitladen, zijn bedrijfsmatige activiteiten en buitenopslag in de (openbare) ruimte rond de woning niet toegestaan;
  • g. de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad en er mag geen onevenredige hinder voor het woon- en leefmilieu ontstaan;
  • h. er wordt voldaan aan de parkeernorm uit de gemeentelijke nota parkeernormen zoals die geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag;
  • i. er is geen horeca, horeca-activiteiten en seksinrichting toegestaan.
18.5.6 Publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit

Het bevoegd gezag is bevoegd door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 18.4.3 sub h voor het toestaan van een Publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit, mits:

  • a. de vloeroppervlakte ten behoeve van de publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning bedraagt met een maximum van 35 m2;
  • b. er wordt voldaan aan de parkeernorm uit de gemeentelijke nota parkeernormen zoals die geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag;
  • c. geen onevenredige verkeersaantrekkende werking plaatsvindt;
  • d. geen afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de omgeving;
  • e. de activiteit geen betrekking heeft op horeca of detailhandel, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit;
  • f. de activiteiten door de bewoner worden uitgeoefend;
  • g. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad en er geen onevenredige hinder voor het woon- en leefmilieu ontstaat.