direct naar inhoud van Artikel 5 Maatschappelijk
Plan: Ypenburg De Bras
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0518.BP0224HDeBras-50VA

Artikel 5 Maatschappelijk

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. gezondheidszorg;
  • b. jeugd-/kinder-/buitenschoolse opvang;
  • c. peuterspeelzalen
  • d. onderwijs;
  • e. religie;
  • f. verenigingsleven;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'w': wonen

één en ander met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouw zijnde, wegen, groen, parkeerplaatsen, water en overige voorzieningen.

5.2 Bouwregels
5.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. de gebouwen moeten zich bevinden binnen het op de plankaart aangegeven bebouwingsvlak.
  • b. de goot- en bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan op de plankaart staat aangegeven.
5.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 m.
  • b. het gestelde onder a is niet van toepassing op het plaatsen van masten en soortgelijke bouwwerken.
  • c. in uitzondering op het gestelde onder a mag de hoogte van erf- en/of terreinafscheidingen niet meer bedragen dan:
    • 1. 1 meter, voorzover deze zich voor de voorgevel en het verlengde daarvan bevinden, en;
    • 2. 2 meter voorzover deze zich achter de voorgevel en het verlengde daarvan bevinden.
5.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag is bevoegd een afwijking te verlenen van:

  • a. lid 5.2.1 onder a ten behoeve van het bouwen van een bijgebouw buiten het aangegeven bouwvlak, met dien verstande dat:
    • 1. de maximum oppervlakte aan bijgebouwen niet meer dan 20 m2 mag bedragen;
    • 2. de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen;
    • 3. het gezamenlijke oppervlak aan bijgebouwen niet meer bedraagt dan 50% van het gedeelte van het bouwperceel dat achter het bebouwingsvlak ter plaatse van de achtergevel gelegen is;
    • 4. in afwijking van het vorenstaande kan worden toegestaan dat een bijgebouw dat ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan aanwezig was en waarvan de oppervlakte en/of hoogte respectievelijk meer dan 20 m2 en/of 3 m bedraagt, wordt vervangen door een bijgebouw, welke qua maximum oppervlakte en hoogte overeenkomt met het ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan bestaande bijgebouw;
    • 5. bijgebouwen zich niet voor de voorgevelrooilijn mogen bevinden.
  • b. lid 5.2.1 onder b ten behoeve van borstweringen en andersoortige uit architectonische of esthetische overwegingen voorgestane dakelementen, waaronder kroonlijsten en dergelijke. tot een maximum hoogte van 1,5 m;
5.4 Specifieke gebruiksregels
  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'w' is tevens de functie 'wonen' toegestaan.