direct naar inhoud van 3.8 groenbeleid
Plan: Plaswijck
Status: onherroepelijk
Plantype: ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
IMRO-idn: NL.IMRO.0513.0100BPPlaswijck-DF02

3.8 groenbeleid

Groenstructuurplan 2007-2015
Het beleid van de gemeente Gouda is om de openbare ruimte in de stad schoon, heel en bruikbaar te houden. Het openbaar groen is één van de factoren die de kwaliteit van de openbare ruimte bepalen. In het Groenstructuurplan 2007-2015 zijn keuzes gemaakt en prioriteiten gesteld ten aanzien van het openbaar groen.

In het groenstructuurplan is onderscheid gemaakt in profieltypen en gebiedstypen. Binnen de wijk Plaswijck komt het profieltype 'veenlinten' en de gebiedstypen 'woonwijken' en 'parken' voor.

Veenlinten:
Veenlinten zijn smalle wegen met aan weerszijden sloten, waar dwarssloten op aantakken. De bomen in de bermen bestaan uit rijen (knot)wilgen of zwarte elzen langs de sloten. In de bermen komt verder geen beplanting voor. Bij de Bloemendaalseweg is het oorspronkelijke veenweidelandschap nog goed herkenbaar. Door verstedelijking wordt het veenlandschapkarakter aangetast, zoals bij de Ridder van Catsweg. Doelstelling van beleid voor de veenlinten is deze herkenbare structuren van het oorspronkelijke veenweidelandschap in de stad te laten zijn en onderdeel uit te laten maken van het droog en nat ecologisch netwerk. De herkenbaarheid en het karakter van de oude verkavelingsstructuur worden behouden door de bermen beplantingsvrij te houden en extensief te beheren.

Woonwijken:
In de woonwijken komt een grote variatie voor aan groentypen. Beleid voor het groen in de woonwijken is een mix van groen als gebruiksfunctie en als esthetische functie, herkenbaarheid van de wijk, trapveldjes en speelplaatsen. De ecologische functie van groen in woonwijken is beperkt. Groen met een natuurlijk karakter komt vooral voor aan de buitenranden van wijken of in bredere groenzones.

Parken:
In het plangebied zijn parken aanwezig die liggen aan de rand van Gouda: Noorderhout en Omloopkade. Deze stadsparken zijn robuuste groene overgangsgebieden tussen de stad en het buitengebied. Het is de bedoeling dat de parken een duidelijke gebruiksfunctie hebben, waarbij het natuurlijke karakter de boventoon voert. Het natuurlijke karakter wordt verbeterd door tijdens het reguliere dunningsbeheer de gebiedsvreemde soorten gericht te benadelen ten opzichte van gebiedseigen soorten. Voor nieuwe aanplant worden altijd gebiedseigen soorten gebruikt. Waar voldoende ruimte is, worden natuurlijke overgangen gevormd (mantel, zoom, natuurvriendelijke oevers).

afbeelding "i_NL.IMRO.0513.0100BPPlaswijck-DF02_0009.jpg"

Afbeelding: groenstructuur Gouda (bron: Groenstructuurplan 2007-2015)

Kwaliteitsplan Openbare ruimte
Een schonere en veiligere stad, daar moet het kwaliteitsplan openbare ruimte voor gaan zorgen. In dit plan staan de eisen waaraan plantsoenen, pleinen, speeltuinen en openbaar groen moeten voldoen. Het kwaliteitsplan bestaat uit drie delen:

  • Stedelijk kader:
    in het Stedelijke kader staat uitgelegd hoe bepaald wordt wat 'kwaliteit' is, en welke uitgangspunten daarbij gebruikt worden. Ook staat samengevat aan welke kwaliteit de openbare ruimte moet voldoen, zowel de inrichting als het beheer.
  • Leidraad inrichting openbare ruimte:
    hierin staan regels en richtlijnen voor de inrichting van de openbare ruimte. Daarbij gaat het om vragen als hoe breed het trottoir moet zijn en welke boomsoorten moeten worden toegepast. De leidraad wordt vanaf nu gebruikt bij alle nieuwe plannen en projecten.
  • Beheerkwaliteitplan:
    in dit deel wordt met foto's geïllustreerd wat de kwaliteit van het onderhoud in de stad kan zijn. Van bijvoorbeeld banken, prullenbakken, bloemperken en andere onderdelen van bestrating en groen per onderdeel zijn vijf situaties te zien: van een minimum onderhoudsniveau tot de hoogste kwaliteitsklasse.