Plan: | Kadijkselaan-West |
---|---|
Status: | vastgesteld |
Plantype: | wijzigingsplan |
IMRO-idn: | NL.IMRO.0491.1231KDW01-va01 |
Beleid en normstelling
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:
Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009).
Voor agrarische bedrijven wordt gebruikgemaakt van de minimale afstanden die volgen uit het hieronder genoemde Besluit landbouw milieubeheer en de Wet geurhinder en veehouderij.
Besluit landbouw milieubeheer
Het Besluit landbouw milieubeheer (Blm) is van toepassing op melkrundveehouderijen, akkerbouw- en tuinbouwbedrijven met open grondteelt, gemechaniseerde loonbedrijven, paardenhouderijen, kinderboerderijen, kleinschalige veehouderijen, witloftrekkerijen, teeltbedrijven met eetbare paddenstoelen, spoelbassins en opslagen van vaste mest.
Het Blm bevat voorwaarden die bepalen of een inrichting wel of niet onder het Blm valt. Deze voorwaarden hebben onder andere betrekking op het aantal dieren, de afstand tot een kwetsbaar gebied, de afstand tot gevoelige objecten en de aard en capaciteit van stoffen die worden op- en overgeslagen. Indien niet aan de minimale afstanden wordt voldaan, is het bedrijf Wm-vergunningplichtig. De minimale afstanden zijn weergegeven in de onderstaande tabel 4.2. Naast de in de tabel genoemde afstanden, gelden minimale afstanden tot opslagen van mest, afgedragen gewassen en dergelijke.
Tabel 4.2 Minimale afstanden landbouwbedrijven
inrichting waar landbouwhuisdieren worden gehouden | inrichting waar geen landbouwhuisdieren worden gehouden | |
min. afstand tot objecten cat. I en II | 100 m | 50 m |
min. afstand tot objecten cat. III, IV en V | 50 m | 25 m |
De indeling van objecten is in tabel 4.3 weergegeven.
Tabel 4.3 Indeling van objecten
object categorie |
omschrijving |
I | 1. bebouwde kom met stedelijk karakter 2. ziekenhuis, sanatorium, en internaat 3. objecten voor verblijfsrecreatie |
II | 1. bebouwde kom of aaneengesloten woonbebouwing van beperkte omvang in een overigens agrarische omgeving 2. objecten voor dagrecreatie |
III | 1. verspreid liggende niet-agrarische bebouwing die aan het betreffende buitengebied een overwegende woon- of recreatiefunctie verleent |
IV | 1. woning behorend bij een agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij waar 50 of meer mestvarkeneenheden op grond van een vergunning aanwezig mogen zijn 2. verspreid liggende niet-agrarische bebouwing |
V | 1. woning, behorend bij een veehouderij waar 50 of meer mestvarkeneenheden op grond van een vergunning aanwezig mogen zijn |
Overigens zullen de afstanden tot gevoelige objecten in de toekomst nog worden afgestemd op de Wet geurhinder en veehouderij.
Het Blm is op 1 januari 2013 geïntegreerd in het Activititeitenbesluit. Inhoudelijk zijn er echter geen wijzigingen ten opzichte van het Blm.
Wet geurhinder en veehouderij
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat een beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader luidt als volgt (zie ook tabel 4.4):
Tabel 4.4 Geldende waarden/afstanden veehouderijen
concentratiegebied | niet-concentratiegebied | afstand buitenzijde dierenverblijf tot buitenzijde geurgevoelig object | ||
binnen bebouwde kom | diercategorieën Rgv | max. 3 ouE/m³ | max. 2 ouE/m³ | min. 50 m |
andere diercategorieën | min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object | min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object | ||
buiten bebouwde kom | diercategorieën Rgv | max. 14 ouE/m³ | max. 8 ouE/m³ | min. 25 m |
Onderzoek en conclusies
In de omgeving van het plangebied zijn voornamelijk woningen en agrarische bedrijven gelegen. Woningen zijn geen hinder veroorzakende functies. De agrarische bedrijven ten noorden van de Kadijk liggen op ruim 50 m afstand van de planlocatie. De ontwikkeling valt in categorie III van het Besluit landbouw, namelijk de realisatie van verspreid liggende niet-agrarische bebouwing die aan het betreffende buitengebied een overwegende woonfunctie verleent. Voor deze bedrijven wordt dus voldaan aan de minimale afstand van 50 m.
Aan de Kadijkselaan 57 is echter ook een agrarisch bedrijf gelegen waar landbouwhuisdieren (schapen) worden gehouden. De schuur van dit bedrijf ligt op circa 30 m van de planlocatie. In de huidige situatie zijn al woningen dichterbij dit bedrijf gelegen (Kadijkselaan 46). Het bedrijf moet in zijn huidige bedrijfsvoering dus reeds rekening houden met deze woningen waardoor het bedrijf door de beoogde ontwikkeling niet verder in zijn bedrijfsvoering zal worden beperkt.
Ten westen van het plangebied is daarnaast het bedrijf Van Erk BV gelegen. Dit is een timmerwerkplaats (SBI-code 1993: 2030). Voor timmerwerkplaatsen geldt op basis van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2009) een richtafstand van 100 m tot een rustige woonwijk in verband met het aspect geluid (en 50 m in een gemengd gebied). De planlocatie ligt op circa 30 m afstand van deze inrichting. Aan de richtafstanden kan dan ook niet worden voldaan. Door Nieman Raadgevende Ingenieurs bv is op 19 maart 2014 onderzoek gedaan naar de geluiduitstraling van van Erk BV. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in Bijlage 2. Uit dit rapport blijkt dat er ter plaatse van het plangebied overal op alle onderzochte hoogten aan de normen die gesteld worden voor een rustige woonwijk uit de VNG-brochure voldaan kan worden. Er gelden geen belemmeringen, en ter plaatse van de woningen is er sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.
Door de beoogde ontwikkeling van de bouw van zes woningen ter plaatse van het plangebied, wordt het nabijgelegen bedrijf dus niet in zijn bedrijfsvoering belemmerd en ter plaatse van het plangebied zal sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat.
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat ter plaaste van de beoogde woningen, gelet op de aard van de omgeving, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Geconcludeerd wordt dat het aspect bedrijven en milieuhinder geen belemmering oplevert voor de uitvoering van het bestemmingsplan.