direct naar inhoud van 4.6 Bedrijven en milieuhinder
Plan: Kadijkselaan-West
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0491.1231KDW01-va01

4.6 Bedrijven en milieuhinder

Beleid en normstelling

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:

  • ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd;
  • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.

Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009).

Voor agrarische bedrijven wordt gebruikgemaakt van de minimale afstanden die volgen uit het hieronder genoemde Besluit landbouw milieubeheer en de Wet geurhinder en veehouderij.

Besluit landbouw milieubeheer

Het Besluit landbouw milieubeheer (Blm) is van toepassing op melkrundveehouderijen, akkerbouw- en tuinbouwbedrijven met open grondteelt, gemechaniseerde loonbedrijven, paardenhouderijen, kinderboerderijen, kleinschalige veehouderijen, witloftrekkerijen, teeltbedrijven met eetbare paddenstoelen, spoelbassins en opslagen van vaste mest.

Het Blm bevat voorwaarden die bepalen of een inrichting wel of niet onder het Blm valt. Deze voorwaarden hebben onder andere betrekking op het aantal dieren, de afstand tot een kwetsbaar gebied, de afstand tot gevoelige objecten en de aard en capaciteit van stoffen die worden op- en overgeslagen. Indien niet aan de minimale afstanden wordt voldaan, is het bedrijf Wm-vergunningplichtig. De minimale afstanden zijn weergegeven in de onderstaande tabel 4.2. Naast de in de tabel genoemde afstanden, gelden minimale afstanden tot opslagen van mest, afgedragen gewassen en dergelijke.

Tabel 4.2 Minimale afstanden landbouwbedrijven

  inrichting waar landbouwhuisdieren worden gehouden   inrichting waar geen landbouwhuisdieren worden gehouden  
min. afstand tot objecten cat. I en II   100 m   50 m  
min. afstand tot objecten cat. III, IV en V   50 m   25 m  

De indeling van objecten is in tabel 4.3 weergegeven.

Tabel 4.3 Indeling van objecten

object
categorie  
omschrijving  
I   1. bebouwde kom met stedelijk karakter
2. ziekenhuis, sanatorium, en internaat
3. objecten voor verblijfsrecreatie  
II   1. bebouwde kom of aaneengesloten woonbebouwing van beperkte omvang in een overigens agrarische omgeving
2. objecten voor dagrecreatie  
III   1. verspreid liggende niet-agrarische bebouwing die aan het betreffende buitengebied een overwegende woon- of recreatiefunctie verleent  
IV   1. woning behorend bij een agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij waar 50 of meer mestvarkeneenheden op grond van een vergunning aanwezig mogen zijn
2. verspreid liggende niet-agrarische bebouwing  
V   1. woning, behorend bij een veehouderij waar 50 of meer mestvarkeneenheden op grond van een vergunning aanwezig mogen zijn  

Overigens zullen de afstanden tot gevoelige objecten in de toekomst nog worden afgestemd op de Wet geurhinder en veehouderij.

Het Blm is op 1 januari 2013 geïntegreerd in het Activititeitenbesluit. Inhoudelijk zijn er echter geen wijzigingen ten opzichte van het Blm.

Wet geurhinder en veehouderij

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat een beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader luidt als volgt (zie ook tabel 4.4):

  • voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv)) geldt een waarde (maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object;
  • voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten;
  • daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en niet-concentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom.

Tabel 4.4 Geldende waarden/afstanden veehouderijen

    concentratiegebied   niet-concentratiegebied   afstand buitenzijde dierenverblijf tot buitenzijde geurgevoelig object  
binnen bebouwde kom   diercategorieën Rgv   max. 3 ouE/m³   max. 2 ouE/m³   min. 50 m  
  andere diercategorieën   min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object   min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object    
buiten bebouwde kom   diercategorieën Rgv   max. 14 ouE/m³   max. 8 ouE/m³   min. 25 m  

Onderzoek en conclusies

In de omgeving van het plangebied zijn voornamelijk woningen en agrarische bedrijven gelegen. Woningen zijn geen hinder veroorzakende functies. De agrarische bedrijven ten noorden van de Kadijk liggen op ruim 50 m afstand van de planlocatie. De ontwikkeling valt in categorie III van het Besluit landbouw, namelijk de realisatie van verspreid liggende niet-agrarische bebouwing die aan het betreffende buitengebied een overwegende woonfunctie verleent. Voor deze bedrijven wordt dus voldaan aan de minimale afstand van 50 m.

Aan de Kadijkselaan 57 is echter ook een agrarisch bedrijf gelegen waar landbouwhuisdieren (schapen) worden gehouden. De schuur van dit bedrijf ligt op circa 30 m van de planlocatie. In de huidige situatie zijn al woningen dichterbij dit bedrijf gelegen (Kadijkselaan 46). Het bedrijf moet in zijn huidige bedrijfsvoering dus reeds rekening houden met deze woningen waardoor het bedrijf door de beoogde ontwikkeling niet verder in zijn bedrijfsvoering zal worden beperkt.

Ten westen van het plangebied is daarnaast het bedrijf Van Erk BV gelegen. Dit is een timmerwerkplaats (SBI-code 1993: 2030). Voor timmerwerkplaatsen geldt op basis van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2009) een richtafstand van 100 m tot een rustige woonwijk in verband met het aspect geluid (en 50 m in een gemengd gebied). De planlocatie ligt op circa 30 m afstand van deze inrichting. Aan de richtafstanden kan dan ook niet worden voldaan. Door Nieman Raadgevende Ingenieurs bv is op 19 maart 2014 onderzoek gedaan naar de geluiduitstraling van van Erk BV. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in Bijlage 2. Uit dit rapport blijkt dat er ter plaatse van het plangebied overal op alle onderzochte hoogten aan de normen die gesteld worden voor een rustige woonwijk uit de VNG-brochure voldaan kan worden. Er gelden geen belemmeringen, en ter plaatse van de woningen is er sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.

Door de beoogde ontwikkeling van de bouw van zes woningen ter plaatse van het plangebied, wordt het nabijgelegen bedrijf dus niet in zijn bedrijfsvoering belemmerd en ter plaatse van het plangebied zal sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat.

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat ter plaaste van de beoogde woningen, gelet op de aard van de omgeving, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Geconcludeerd wordt dat het aspect bedrijven en milieuhinder geen belemmering oplevert voor de uitvoering van het bestemmingsplan.