direct naar inhoud van 5.7 Geur
Plan: Buitengebied Alphen Noord
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0484.B084buitengebalpnd-VA02

5.7 Geur

5.7.1 Wettelijk kader

Bij het uitwerken van een ruimtelijk plan moet er voor worden gezorgd dat er een goed woon- en verblijfsklimaat heerst op de plaatsen waar de vestiging van een geurgevoelig object mogelijk is of wordt gemaakt. Daarnaast moet worden voorkomen dat bestaande bedrijven in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Als het gaat om veehouderijen is de Wet geurhinder en veehouderij het toetsingskader. Voor het bepalen van geurcontouren in de ruimtelijke ordening wordt 'de omgekeerde werking' van de milieuregelgeving toegepast. In de bestemmingsplantoets wordt getoetst of ter plaatse van de te bestemmen geurgevoelige objecten voldaan kan worden aan de eisen die de milieuregelgeving stelt. De geplande geurgevoelige objecten moeten buiten de geurcontouren en vaste afstandscontouren van de aanwezige veehouderijen liggen.

Voor de bepaling van de geurcontour wordt uitgegaan van de verleende vergunning of ingediende melding. Daarnaast blijkt uit jurisprudentie dat, voor de aan te houden afstanden en geurcontouren in principe moet worden uitgegaan van de randen van het (vastgestelde) bouwvlak van een veehouderij. Een veehouderij heeft immers het recht om overal binnen dit bouwvlak te bouwen. In sommige gevallen kan, door de aanwezigheid van bestaande woningen, het bouwblok niet volledig worden benut. In deze gevallen is het reëel te benutten bouwvlak het uitgangspunt.

Wet geurhinder en veehouderij

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor milieuvergunningen. Ruimtelijke plannen worden getoetst aan deze wet volgens 'de omgekeerde werking'. In de Wet geurhinder en veehouderij staan afstandseisen en geurnormen waaraan de ligging van en geurbelasting door dierenverblijven moeten worden getoetst. De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten. De geurbelasting wordt berekend met het verspreidingsmodel V-stacks. Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij, zoals varkens en pluimvee. Voor dieren zonder geuremissiefactor, zoals melkkoeien en paarden, gelden minimaal aan te houden afstanden.

De meeste veehouderijen in de gemeente Alphen aan den Rijn vallen onder algemene regels. Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten opgenomen in het Activiteitenbesluit. In het Activiteitenbesluit is voor geurhinder van veehouderijen hetzelfde beoordelingskader opgenomen als in de Wet geurhinder en veehouderij het Besluit landbouw. Dit geldt ook ten aanzien van de toetsing aan een geurverordening.

Geurverordening

In de Wet geurhinder en veehouderij wordt aan een gemeente de mogelijkheid geboden om afwijkende normen voor haar grondgebied vast te stellen. Gemeente Alphen aan den Rijn maakt van deze mogelijkheid gebruik. De keuze en motivatie voor de afwijkende normering zijn vastgelegd in de 'Geurgebiedsvisie buitengebied gemeente Alphen aan den Rijn'. De geurgebiedsvisie is opgesteld als onderdeel van de pilot Multifunctionele Landbouw. De visie bevat een overzicht van alle agrarische bedrijven per polder. Bij de uitwerking van de geurgebiedsvisie wordt aangesloten op de ontwikkelingsplanologie. De economie van het platteland moet een nieuwe impuls krijgen om het open weidekarakter van het gebied te kunnen behouden. Met het geurbeleid wil Alphen aan den Rijn de rundveesector kansen voor versterking bieden, door de ontwikkeling van nevenactiviteiten buiten de traditionele agrarische activiteiten mogelijk te maken.

In verband hiermee worden voor de polders Vierambacht en Oudshoorn afwijkende afstandsnormen voor melkrundvee en paardenhouderij vastgelegd in een geurverordening. In het buitengebied bedraagt de afstandsnorm hier 25 meter en binnen de bebouwde kom 50 meter. De normen voor de intensieve veehouderij zijn niet aangepast. Voor deze sector blijven de geurnormen uit de Wet geurhinder en veehouderij van kracht.

5.7.2 Onderzoek

In polder Vierambacht staat agrarisch gebruik van de grond centraal. De Ridderbuurt bestaat uit oude agrarische lintbebouwing. De meeste veehouderijen in dit gebied liggen aan de Ridderbuurt. Polder Oudshoorn is klein van omvang. Deze polder is aangewezen voor dagrecreatie.

afbeelding "i_NL.IMRO.0484.B084buitengebalpnd-VA02_0021.jpg"

Figuur: bedrijfstypering bedrijven binnen plangebied.

Bedrijven

In polder Vierambacht bevinden zich elf veehouderijen. Ook hier gaat het hier in hoofdzaak om traditionele melkrundveehouderijen. Daarnaast zijn er twee bedrijven die melkrundvee gecombineerd met een beperkt aantal varkens houden. Deze bedrijven beschikken over een milieuvergunning. Aan de Ridderbuurt is ook een bedrijf gevestigd dat uitsluitend melkgeiten houdt. Voor dit bedrijf geldt een milieuvergunningplicht. Aan de Woubrugseweg is ook een bedrijf met een gemengd veebestand gevestigd. Dit bedrijf beschikt over een milieuvergunning voor het houden van rundvee, schapen, paarden, varkens en kippen. Het bedrijf is beperkt van omvang. In de polder Oudshoorn is alleen een grote manege met 85 paarden gevestigd. Deze manege beschikt over een milieuvergunning.

Keuze geurnormering

Aan de intensieve veehouderij in de polders Vierambacht en Oudshoorn worden geen groeimogelijkheden ten aanzien van geurnormering geboden. Daarom wordt voor deze bedrijfstak de landelijk geldende standaardnormering gehandhaafd. Door de vaststelling van de geurverordening en daarmee de halvering van de afstandsnormen voor de rundvee – en paardenhouderijen worden ontwikkelingen in de lintbebouwing langs de Ridderbuurt mogelijk gemaakt.