direct naar inhoud van Artikel 25 Algemene aanduidingsregels
Plan: Oud Koog & Rooswijk
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0479.STED3753BP-0309

Artikel 25 Algemene aanduidingsregels

25.1 Geluidzone - industrie
25.1.1 Aanduidingsregels

Ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone - industrie' zijn de gronden, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting op nieuwe geluidgevoelige bebouwing als gevolg van industrielawaai en mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband met de nabijheid van een inrichting als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder.

25.1.2 Bouwregels

In afwijking van het bepaalde bij de andere aangewezen bestemmingen geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone - industrie' - met uitzondering van herbouw ten behoeve van een bestaande geluidgevoelige functie - het niet is toegestaan om gebouwen ten behoeve van geluidgevoelige functies als bedoeld in de Wet geluidhinder te bouwen dan wel het gebruik van gebouwen ten behoeve van niet-geluidgevoelige functies om te zetten in het gebruik van gebouwen ten behoeve van geluidgevoelige functies.

25.1.3 Afwijken van de bouwregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 25.1.2 teneinde het bouwen van nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige bebouwing overeenkomstig de andere bestemmingen toe te staan, mits de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van deze woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde.

25.2 Veiligheidszone - LPG
25.2.1 Aanduidingsregels

Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - LPG' zijn de gronden, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met een LPG-installatie.

25.2.2 Bouwregels

In afwijking van het bepaalde bij de andere aangewezen bestemmingen zijn op de in artikel 25.2.1 bedoelde gronden geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan.

25.2.3 Afwijken van de bouwregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 25.2.2 en worden toegestaan dat ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - LPG' de in de onderliggende bestemming genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits het woon- en leefklimaat daardoor niet verslechterd.

25.2.4 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening de bestemming te wijzigen in die zin dat:

  • a. het verplaatsen of verkleinen van het aanduidingsvlak 'Veiligheidszone - LPG' in verband met het verplaatsen van het LPG-vulpunt c.q. het verkleinen van de LPG-doorzet, mits het woon- en leefmilieu van de aangrenzende gronden niet verslechtert;
  • b. het verwijderen van het aanduidingsvlak 'Veiligheidszone - LPG', mits het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van de LPG-installatie wordt beĆ«indigd.
25.3 Veiligheidszone - bevi
25.3.1 Aanduidingsregels

Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - bevi' zijn de gronden, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met bevi-inrichtingen.

25.3.2 Bouwregels

In afwijking van het bepaalde bij de andere aangewezen bestemmingen zijn op de in artikel 25.3.1 bedoelde gronden geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan.

25.3.3 Afwijken van de bouwregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 25.3.2 en worden toegestaan dat ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - bevi' de in de onderliggende bestemming genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits het woon- en leefklimaat daardoor niet verslechterd.

25.4 Vrijwaringszone - molenbiotoop
25.4.1 Aanduidingsregels

Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' zijn de gronden, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor het beschermen van de functie van de in het aanliggende gebied gesitueerde molen als werktuig en van zijn waarde als landschapsbepalend element.

25.4.2 Bouwregels

Binnen de in lid 25.4.1 bedoelde zone gelden in afwijking van de onderliggende bepalingen de volgende maximale hoogtematen, welke worden berekend met behulp van de volgende formule: H(x) = x/n+c*z , waarin:


H(x) = maximale toelaatbare hoogte van een obstakel op afstand x (in meters)
x = afstand van een obstakel tot de molen (in meters)
n = een constante van 50 in meters;
c = een constante met de waarde 0,2;
z = askophoogte (helft van lengte gevlucht + eventueel de hoogte van de belt, berg of stelling).

25.4.3 Afwijken van de bouwregels
  • a. Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de in artikel 25.4.2 bedoelde afstands- en/of hoogtematen indien de belangen in verband met nieuw op te richten bebouwing onevenredig worden geschaad waarbij - ter beoordeling van een deskundige - de vrije windvang of het zicht op de molen al zijn beperkt vanwege aanwezige bebouwing en/ of beplanting en de windvang of het zicht op de molen niet verder worden beperkt vanwege de bebouwing en/ of beplanting;
  • b. alvorens omtrent het verlenen van een vergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder van de molen.
25.4.4 Strijdig gebruik

a. Binnen de in lid 25.4.1 bedoelde zone is het niet toegestaan bomen, heesters en andere opgaande beplanting aanwezig te hebben met een hoogte die hoger is dan de hoogte die in 25.4.2 als maximum is aangegeven.

b. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bestaande beplanting met een grotere hoogte op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan.