direct naar inhoud van Artikel 24 Leiding - Water
Plan: Bosdrift 2013
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0402.14bp00bosdrift-va01

Artikel 24 Leiding - Water

24.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:

  • a. de aanleg, de instandhouding en bescherming van (hoofd)transportleidingen.
24.2 Bouwregels

Op de in artikel 24.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met dien verstande dat:

24.2.1 ten aanzien van bouwwerken geen gebouwen zijnde
  • a. deze wel mogen worden gebouwd indien die noodzakelijk zijn in verband met de bestemming (Leiding - Water).
24.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • a. Het is verboden op de in artikel 24.1 bedoelde gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning (Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren, die de veiligheid kunnen schaden of de continu├»teit van de leiding in gevaar kunnen brengen:
      • het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
      • het uitvoeren van graafwerkzaamheden;
      • het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen;
      • het aanbrengen van diepgewortelde beplanting en of bomen;
      • het vellen of rooien van houtgewas.
    • 1. Het in artikel 24.3 onder a. bedoelde verbod geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden:
      • welke het normale onderhoud en beheer van de hoofdtransportleiding betreffen;
      • die op het tijdstip waarop het plan rechtskracht heeft verkregen in uitvoering zijn.
    • 2. De werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 24.3 onder a. zijn slechts toelaatbaar indien door die werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de hoofdtransportleidingen ontstaat of kan ontstaan.
    • 3. Alvorens te beslissen omtrent de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 24.3 onder a. wordt advies ingewonnen van de leidingbeheerder.