direct naar inhoud van 20.1 Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro)
Plan: Bestemmingsplan Eenhoorn II
Plannummer: M1208BPSTD
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0363.M1208BPSTD-OH01

20.1 Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro)

In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening is het concept ontwerp bestemmingsplan verzonden aan:

  • 1. Inspectie Leefomgeving en Transport;
  • 2. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed;
  • 3. Provincie Noord-Holland;
  • 4. Waternet;
  • 5. Brandweer Amsterdam-Amstelland;
  • 6. Bureau Monumenten & Archeologie van de gemeente Amsterdam;
  • 7. Dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente Amsterdam;
  • 8. Kamer van Koophandel Amsterdam.

Hieronder is aangegeven welke instanties hebben gereageerd en een inhoudelijke reactie hebben gegeven. De instanties die geen bericht gestuurd hebben, worden niet genoemd.

Brandweer Amsterdam-Amstelland
Samengevat vraagt de brandweer aandacht voor de volgende punten:

1. Externe veiligheid
Het plangebied ligt nabij de spoorlijn Amsterdam - Duivendrecht. In verband hiermee zijn de externe veiligheidsrisico's onderzocht. Hoewel het risico laag is, kan een zogenaamd warme BLEVE scenario zich wel voordoen. De bovenwettelijke ambitie van de brandweer is om het bestuur inzicht te geven in de effecten die kunnen optreden bij een mogelijk incident en welke mogelijkheden er zijn om deze effecten te beperken. Deze effectenbeschrijving ontbreekt in het hoofdstuk externe veiligheid en de brandweer adviseert deze op te nemen in de Toelichting van dit bestemmingsplan.
2. Fysieke veiligheid
In het kader van de structurele aandacht voor fysieke veiligheid in ruimtelijke plannen wordt geadviseerd een integraal veiligheidsbeeld te beschrijven van het plangebied. In dit beeld wordt toegelicht op welke wijze in het plan rekening is gehouden met de veiligheidsaspecten in het plangebied. Een integraal veiligheidsbeeld ontbreekt in dit bestemmingsplan. De brandweer stelt voor een veiligheidsparagraaf op te nemen in de Toelichting van dit bestemmingsplan.

Reactie:

1. Externe veiligheid
In het kader van het bestemmingsplan is een risicoanalyse verricht naar de externe veiligheid. Aan de hand van deze risicoanalyse is geconcludeerd dat de risico's binnen aanvaardbare grenzen zijn en dat de externe veiligheid voldoet aan de gestelde normen. De genoemde aandachtspunten van de brandweer, met verwijzing naar de structuurvisie, zijn terecht. Een effectbeschrijving is daarom toegevoegd aan het hoofdstuk Externe Veiligheid in de Toelichting.
2. Fysieke veiligheid 
In zijn algemeenheid dient in een bestemmingsplan voldoende rekening te worden gehouden met de bereikbaarheid voor de nood- en hulpdiensten en bluswatervoorziening. Het bestemmingsplan heeft hierin een faciliterende rol. De stedenbouwkundige opzet van het plan en de structuur van de wegen moeten voldoende waarborgen bieden voor een goede bereikbaarheid. Daarbij biedt dit bestemmingsplan de mogelijkheid om voldoende bluswatervoorzieningen te realiseren.


Bureau Monumenten & Archeologie (BMA)
BMA merkt in haar reactie het volgende op:

3. Onderschrift Archeologische kaarten
De onderschriften zijn foutief weergegeven. Het verzoek is dit te corrigeren.
4. Bureauonderzoek van BMA 
Per 1 januari 2102 dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van een bestemmingsplan. Een analyse van de (bovengrondse) cultuurhistorische waarden in het plangebied is hierbij noodzakelijk. Hieraan kunnen conclusies worden verbonden die in het bestemmingsplan worden verankerd. Dit is slechts ten dele gebeurd, vooral naar aanleiding van archeologisch bureauonderzoek.
5. Historische toelichting
BMA verzoekt in de historische toelichting te wijzen op de totstandkoming van de huidige situatie.
6. Monumenten
BMA verzoekt de monumenten in het plangebied te voorzien van de precieze nok- en goothoogten, dan wel, en bij voorkeur, een specifieke bouwaanduiding 'monument'.
7. Nota monumenten/welstandsbeleid
Voor een korte beschrijving van de voornaamste bebouwing zou verwezen kunnen worden naar de nota monumenten/welstandsbeleid van het voormalige stadsdeel Oost/Watergraafsmeer.
8. Inrichting openbare ruimte
BMA wil benadrukken dat het talud, de bestrating en de (groen)inrichting langs de Ringvaart een belangrijk doorgaand structuurelement is die geen verbijzondering ter hoogte van het plangebied 'verdraagt'.

Reactie:

3. Onderschrift Archeologische kaarten
Naar aanleiding van de reactie van BMA merken wij op dat de juiste onderschriften bij de juiste kaarten zijn aangegeven.
4. Bureauonderzoek van BMA
Het is juist dat per 1 januari 2012, conform artikel 3.1.6. van het Bro, cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk moeten worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Voor het plangebied van Eenhoorn II is gekeken naar de aanwezige cultuurhistorische waarden. Hieruit blijkt dat de cultuurhistorische waarden in het plangebied reeds de status van monument bezitten. Deze cultuurhistorische waarden worden beschermd door middel van het regime van de Monumentenwet. Bescherming van de cultuurhistorische waarden door middel van een regeling in het bestemmingsplan zou zorgen voor een dubbel beschermingsregime. Een dubbel beschermingsregime is overbodig en daardoor niet wenselijk. In de toelichting van het bestemmingsplan is deze analyse niet op correcte wijze vermeld. Hierin wordt gerefereerd aan een bureauonderzoek van het BMA dat is uitgevoerd. Dit bureauonderzoek ziet uitsluitend toe op de archeologische waarden in het plangebied. De toelichting zal hierop worden aangepast.
5. Historische toelichting
We hebben met instemming kennis genomen van dit punt. Het tekstvoorstel van BMA is overgenomen.
6. Monumenten
In de toelichting wordt aandacht besteed aan de monumentale status van boerderij De Vergulden Eenhoorn en 't Scheepje. Een functie- of bouwaanduiding 'monument' komt in de SVBP niet voor. De monumenten worden beschermd door middel van het regime van de Monumentenwet. Voor wijzigingen aan de gebouwen is een omgevingsvergunning noodzakelijk. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien het belang van monumentenzorg zich daartegen niet verzet (artikel 2.15 Wabo).
7. Nota monumenten/welstandsbeleid
We hebben met instemming kennis genomen van dit punt.
8. Inrichting openbare ruimte
De openbare ruimte binnen het plangebied wordt heringericht. De Ringvaart valt buiten deze herinrichting en behoudt zijn huidige groene inrichting.


Dienst Ruimtelijke Ordening, namens Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam merkt na aanleiding van het voorontwerp bestemmingsplan het volgende op.

9. Structuurvisie
Het plan past in algemene zin binnen de ambities en uitgangspunten van de geldende structuurvisie. Ook toetsing aan de vastgestelde Kantorenstrategie (juli 2011), waarin het plangebied onder de categorie 'beperkt groeigebied' valt, geeft geen aanleiding tot opmerkingen. Het college adviseert de Kantorenstrategie in de toelichting op het plan onder hoofdstuk 3 beleidskader te vermelden.

Reactie:

9. Structuurvisie
Wij hebben met instemming kennisgenomen van dit punt. Het plan voldoet aan de uitgangspunten van de Structuurvisie 'Amsterdam 2040, Economisch sterk en duurzaam'. De Kantorenstrategie is aan het beleidskader in hoofdstuk 3 toegevoegd.

Waternet
Naar aanleiding van het toegestuurde voorontwerp merkt Waternet het volgende op.

10. Beleid, wet- en regelgeving
In de waterparagraaf wordt verwezen naar een oude versie van de Keur. De Keur 2009 is vervangen door de Keur AGV 2011. Niet alleen is de artikelnummering in de Keur 2011 gewijzigd ook inhoudelijk is een aantal aanpassingen doorgevoerd. Namens het Hoogheemraadschap AGV verzoekt Waternet de waterparagraaf van het bestemmingsplan op deze punten te wijzigen.
De beleidsnota Inrichting, Gebruik en Onderhoud is komen te vervallen en kan uit de waterparagraaf worden verwijderd.
11. Watertoets
In de waterparagraaf wordt verwezen naar het Wateradvies Eenhoorn van IBA. Waternet verzoekt dit advies toe te voegen aan de lijst van bijlagen bij de Toelichting.
In het wateradvies is verwoord welke ambities van toepassing zijn op het lokale watersysteem en welke mogelijkheden er zijn die ambities te bereiken. In het bestemmingsplan wordt hier niet of nauwelijks invulling aan gegeven. Waternet verzoekt expliciet te benoemen welke maatregelen in het kader van het bestemmingsplan per onderdeel worden genomen om invulling te geven aan de ambities.
12. Grondwaterzorg
In de waterparagraaf wordt geconcludeerd dat op basis van het grondwatermodel geen representatief beeld van de grondwatersituatie kan worden benaderd. Als aanname worden in het model fictieve drainages opgenomen. Waternet stelt, namens de gemeente Amsterdam, vast dat de conclusies van het model onbetrouwbaar zijn, omdat bij Waternet geen drainages bekend zijn in het gebied. Bovendien is de suggestie, dat eventuele toekomstige grondwaterproblemen de oorzaak zijn van handelingen van Waternet, voorbarig. Evenals het advies, Waternet metingen te laten uitvoeren. Waternet adviseert, namens de gemeente Amsterdam, de tekst over grondwater aan te passen rekening houdend met de onzekerheden in het model. Voor het toestaan van ondergrondse ontwikkelingen adviseert Waternet eerst de voor het model resterende onzekerheden in te vullen.
13. Ondergrondse ontwikkelingen
Binnen de regels voor de meeste bestemmingen is ondergronds bouwen tot een diepte van 4,0 meter toegestaan. Dit geldt ook voor locaties waarmee in het grondwatermodel geen rekening is gehouden. Ook voor de bestemmingen 'Wonen - 1', 'Wonen - 2' en 'Wonen - Uit te werken' wordt een maximaal toegestane bouwdiepte van 4,0 meter gehanteerd. Dit is niet conform de conclusie uit het wateradvies dat in het gebied kruipruimteloos gebouwd moet worden. Waternet adviseert alleen ondergrondse bebouwing toe te staan op locaties waarmee in het model rekening is gehouden, dan wel het model aan te passen.
Als binnen het bestemmingsplan de mogelijkheid tot ondergronds bouwen gehandhaafd wordt, adviseert Waternet grondverbetering in de bestemmingsregels als voorwaarde op te nemen waarbij rekening moet worden gehouden dat geen opbarsting mag optreden. Tot slot verzoekt Waternet nader onderzoek te eisen bij de aanvraag van een omgevingsvergunning.
14. Conclusies waterparagraaf
Aanvullende (tekstuele) opmerkingen op detailniveau en plaatsing van de conclusies in de tekst.


Reactie:

10. Beleid, wet- en regelgeving
De waterparagraaf is aangepast conform de meest recente regelgeving.
11. Watertoets
De ambities met betrekking tot het lokale watersysteem worden in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt binnen de bestemming 'Groen'. Hoe de ambities in het ruimtelijke ontwerp worden ingepast, is op het moment van opstelling van dit bestemmingsplan nog niet bekend. De waterparagraaf in de Toelichting is op dit punt aangepast.
12. Grondwaterzorg
Op basis van het model is geconcludeerd dat de ontwikkelingen de grondwatersituatie (die zonder de gerealiseerde ontwikkelingen ook al niet voldoet aan de grondwaternorm) verslechteren. Verder is in de Toelichting aangegeven dat in de omgevingsvergunning als voorwaarde grondverbetering kan worden opgelegd waarbij rekening moet worden gehouden dat geen opbarsting optreedt.
In de bestemmingsregels is opgenomen dat ondergronds bouwen is toegestaan mits er maatregelen worden getroffen, zodat er geen verslechtering van de grondwatersituatie optreedt. In de bouwregels is de verticale bouwdiepte aangepast.
13. Ondergrondse ontwikkelingen
De opmerking van Waternet berust op een misverstand. In het wateradvies is rekening gehouden met ondergrondse parkeergarages onder alle nieuw te ontwikkelen kavels. De verticale bouwdiepte is in de bouwregels aangepast.
14. Conclusies waterparagraaf
De opmerkingen zijn, onder dankzegging, overgenomen.