direct naar inhoud van 11.3 Resultaten onderzoeken
Plan: Bestemmingsplan Eenhoorn II
Plannummer: M1208BPSTD
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0363.M1208BPSTD-OH01

11.3 Resultaten onderzoeken

Een deel van het Eenhoorn II gebied zal worden herontwikkeld. In dit kader zijn in de afgelopen vijf jaar twee milieuhygiënische bodemonderzoeken uitgevoerd voor het gehele Eenhoorngebied (zie bijlage 19 en 20: Milieuhygiënisch bodem- en verhardingsonderzoek plangebied 'De Eenhoorn' te Amsterdam. Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs BV, 27 maart 2006; Milieuhygiënisch bodemonderzoek plangebied 'De Eenhoorn' te Amsterdam. Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs BV, 21 februari 2011). De aanleiding voor het tweede onderzoek (2011) zijn de resultaten van het onderzoek dat in 2006 is uitgevoerd en de gewijzigde plannen in het gebied.

De doelstelling van het onderzoek is:

  • Het vaststellen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en het verkrijgen van een indicatie over de hergebruikmogelijkheden ter plaatse van te graven waterpartijen in de Rudolf Dieselbuurt (deels in dit plangebied).
  • Verkrijgen van een beter beeld over de aanwezigheid van asbest in grond in de James Wattstraat ter hoogte van het politiebureau. Deze locatie valt buiten dit bestemmingsplan.
  • Het vaststellen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op een niet eerder onderzocht terreindeel ter plaatse van het noodgebouw van een school (niet in dit plangebied).

Het onderzoek onderscheidt een aantal deellocaties (zie onderstaand figuur) waarvan deellocatie I binnen dit bestemmingsplan ligt.

afbeelding "i_NL.IMRO.0363.M1208BPSTD-OH01_0018.png"

Figuur 1. Deellocaties plangebieden Eenhoorn I en Eenhoorn II

In het onderzoek uit 2006 zijn de wegen onderzocht. In de grond onder de wegconstructie is bij een boring ter plaatse van het oostelijk deel van de Ringvaart sterke verontreinigingen aangetoond. Gezien het immobiele karakter van de verontreinigende componenten en de diepte waarop de verontreinigingen zijn aangetroffen, wordt aanvullend onderzoek niet direct noodzakelijk geacht.

Op basis van het onderzoek dat in 2011 is uitgevoerd, kan het volgende worden geconcludeerd:

Deellocatie I:
De grond ter plaatse van de onderzoekslocatie Deellocatie I is ten hoogste licht verontreinigd met de parameters waarop is geanalyseerd. In de bovengrond is geen asbest in een gehalte boven de detectielimiet aangetoond. Vooruitlopend op de werkzaamheden in de grond zijn indicatief de hergebruiksmogelijkheden van de grond bepaald in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit. De onderzochte grond komt indicatief in aanmerking voor toepassing ter plaatse van de bodemfunctieklassen industrie, wonen of natuur (schone grond, multifunctioneel toepasbaar).

Het onderzochte grondwater is ten hoogste licht verontreinigd met de onderzochte parameters. Het grondwater is aanvullend geanalyseerd op de 'lozingsparameters'. Op basis van de gemeten gehalten aan ammonium, chloride en zwevend stof blijkt dat het grondwater niet in aanmerking komt voor rechtstreekse lozing op het oppervlaktewater/hemelwaterriool. Voor het lozen van het grondwater op het vuilwaterriool gelden er met betrekking tot de onderzochte lozingsparameters geen beperkingen. Indien het grondwater geloosd wordt op het oppervlaktewater/hemelwaterriool dienen zuiveringstechnische voorzieningen genomen te worden.