direct naar inhoud van Artikel 17 Waarde - Monumentale bomen
Plan: ELSPEET DORP 2011
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0302.BP01067-vg02

Artikel 17 Waarde - Monumentale bomen

17.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Monumentale bomen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:

  • de instandhouding en bescherming van monumentale bomen.
17.2 Bouwregels

Op de voor 'Waarde - Monumentale bomen' aangewezen gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd.

17.3 Afwijken van de bouwregels
17.3.1 Afwijking

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in:

  • a. lid 17.2 ten behoeve van bebouwing als toegestaan ingevolge de ter plaatse aangewezen andere bestemmingen, indien wordt aangetoond dat door het bouwen en/of gebruik van de gronden de conditie, levensverwachting, groeiplaats en (beeld)kwaliteit van de boom niet worden aangetast;
  • b. indien geoordeeld is dat de boom of bomen niet maar als monumentaal is/zijn aan te merken.
17.3.2 Bomeneffectenrapportage

Ten behoeve van de verlening van een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag een bomeneffectenrapportage verlangen waaruit blijkt dat de bouw geen onevenredige gevolgen heeft voor de levensvatbaarheid en de ruimtelijke of ecologische betekenis van de boom.

17.3.3 voorwaarden aan de vergunning

Aan de omgevingsvergunning kunnen voorwaarden worden verbonden ten aanzien van:

  • a. de situering van bouwwerken;
  • b. de afmeting van bouwwerken;
  • c. de aard van de verhardingen;
  • d. de fundering van bouwwerken;
  • e. de bescherming van de boom of bomen tijdens de uitvoering van de bouw;
  • f. het onderhoud van de boom of bomen na de uitvoering van de bouw.
17.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
17.4.1 Vergunningsplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanbrengen van boven- en communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
  • b. het leggen van drainagebuizen;
  • c. het aanleggen en verharden van wegen, paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • d. het verlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van de bodem en/of gronden;
  • e. het wijzigen van de grondwaterstand door bevloeiing, (bron)bemaling, drainage of andere wijze;
  • f. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond.
17.4.2 Uitzondering

Het bepaalde in 17.4.1 is niet van toepassing op de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden :

  • a. andere werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud;
  • b. andere werken en werkzaamheden waarmee is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van het plan;
  • c. andere werken en werkzaamheden als bedoeld in sublid 17.4.1 onder c, voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is vereist.
17.4.3 Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk en werkzaamheden kan slechts worden verleend, indien door die werken en werkzaamheden of de direct of indirect hieruit voortvloeiende gevolgen geen onevenredige aantasting van de conditie, levensverwachting, groeiplaats, en (beeld)kwaliteit van de boom of bomen plaatsvindt dan wel dat er ter plaatse of elders voldoende maatregelen worden getroffen, bijvoorbeeld herplant, om de genoemde aantasting(en) te compenseren.

17.4.4 voorwaarden aan de vergunning

Aan de omgevingsvergunning kunnen voorwaarden worden verbonden ten aanzien van:

  • a. de aard van de verhardingen;
  • b. de bescherming van de boom of bomen tijdens de uitvoering van het werk en/of werkzaamheid;
  • c. het onderhoud van de boom of bomen na de uitvoering van het werk en/of werkzaamheid.
17.4.5 wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin dat de bestemming 'Waarde - Monumentale bomen' gedeeltelijk of geheel wordt verwijdert, mits is aangetoond dat de boom of bomen vanwege conditie, groeiplaats, (beeld)kwaliteit niet meer monumentaal zijn dan wel dat er elders voldoende maatregelen, bijvoorbeeld herplant, worden getroffen om het verlies aan monumentale bomen te compenseren.