Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Kernen Buren
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0214.KOMBP20130001-vg01

3.3 Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie 2009-2019

Op 27 oktober 2009 is de Structuurvisie Buren 2009-2019 vastgesteld. De structuurvisie gaat in op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente tot 2019. Het doel van de structuurvisie is enerzijds het aangeven van de kaders waarbinnen ontwikkelingen en projecten kunnen plaatsvinden, en anderzijds het communiceren van de ambities van de gemeente aan derden.
 
In de structuurvisie wordt het structuurbeeld 2019 op een plankaart weergegeven. Een nadere uitwerking gaat per kern afzonderlijk in op de specifieke functies, waarden en mogelijkheden. Met name de relatie met het buitengebied is daarbij van belang. Per kern zijn de bijzondere kwaliteiten van het omliggende buitengebied aangeduid. In relatie tot deze bijzondere kwaliteiten van de omgeving zijn contouren rondom de kernen getrokken. Er is hierbij een onderscheid gemaakt in harde en zachte contouren. De harde contouren mogen ook op de langere termijn (na 2019) niet overschreden worden. De zachte contouren mogen op de langere termijn (na 2019) overschreden worden.
 
Asch
 
 
In de kern Asch zijn de volgende kenmerken waardevol en dus behoudenswaardig:
  • karakteristieke gestrekte structuur met voor- en achterstraat;
  • ruimtelijke relaties met het buitengebied;
  • ruimtelijke relatie aan noordzijde en westzijde met oude bouwlanden;
  • open karakter van het oostelijk deel en de nauwe verweving met het buitengebied;
  • open ruimte tussen het westelijk en het oostelijk deel.
Beusichem
 
 
In de kern Beusichem zijn de volgende kenmerken waardevol en dus behoudenswaardig:
  • stedenbouwkundige structuur van voor- en achterstraat;
  • karakteristieke martkplein;
  • ruimtelijke relaties van de oude kern met buitengebied ter hoogte van de lintbebouwing;
  • ruimtelijke relatie met de oude bouwlanden aan de zuidoostzijde;
  • open ruimtes langs de gestrekte wegenstructuur (landelijk karakter);
  • kleinschalige bebouwing (langs dijk, maar ook elders rondom de kern);
  • doorbraakkolk langs de dijk;
  • open ruimte tussen de kern en de dijk;
  • afstand tussen de provinciale weg en de woongebieden en bedrijventerreinen.
 
 
Buren
 
 
In de kern Buren zijn de volgende kenmerken waardevol en dus behoudenswaardig:
  • duidelijk onderscheid tussen kern en buitengebied;
  • visuele en ruimtelijke relatie tussen kern en buitengebied;
  • waardevolle relatie met oude bouwlanden aan zuidoostzijde.
 
Eck en Wiel
 
 
In de kern Eck en Wiel zijn de volgende kenmerken waardevol en dus behoudenswaardig:
  • ruimtelijke relaties met het buitengebied;
  • duurzame dorpsranden aan west- en oostzijde.
 
Erichem
 
 
In de kern Erichem zijn de volgende kenmerken waardevol en dus behoudenswaardig:
  • karakteristieke gestrekte structuur met voor- en achterstraat;
  • ruimtelijke relaties met het buitengebied;
  • ruimtelijke relatie aan noordzijde met oude bouwlanden;
  • unieke ensemble met omliggende buitengebied en bijzondere verkavelingspatronen;
  • open karakter van het oostelijk deel.
 
Ingen
 
 
In de kern Ingen zijn de volgende kenmerken waardevol en dus behoudenswaardig:
  • kerkpaden binnen de stedenbouwkundige structuur;
  • ruimtelijke relaties met het buitengebied (met name aan de noordzijde).
 
Kerk-Avezaath
 
 
In de kern Kerk-Avezaath zijn de volgende kenmerken waardevol en dus behoudenswaardig:
  • karakteristieke structuur van voor- en achterstraat met grote kavels en weitjes, boomgaarden en moestuinen;
  • karakteristieke driesprongen zoals Dorpsstraat-Noordereind en Tielseweg-Noordereind;
  • ruimtelijke relaties met het buitengebied.
 
Lienden
 
 
In de kern Lienden zijn de volgende kenmerken waardevol en dus behoudenswaardig:
  • ruimtelijke relaties met het buitengebied;
  • kenmerkende spinnenwebstructuur;
  • nog aanwezige open ruimtes van weitjes, boomgaarden en moestuinen.
 
Maurik
 
In de kern Maurik zijn de volgende kenmerken waardevol en dus behoudenswaardig:
  • ruimtelijke relaties met het buitengebied;
  • nog aanwezige open ruimtes van weitjes, boomgaarden en moestuinen;
  • karakteristieke structuur van lintbebouwing met dwarsstraten richting de dijk;
  • losse ligging van het bedrijventerrein tussen de kernen Maurik en Eck en Wiel.
 
Ommeren
 
 
In de kern Ommeren zijn de volgende kenmerken waardevol en dus behoudenswaardig:
  • viertal grote vrijstaande boerderijen met zicht ertussen naar buitengebied aan noordoostzijde;
  • ruimtelijke relaties met het buitengebied;
  • relatie met relicten van oude rivierlopen aan noordoostzijde;
  • relatie met oude bouwlanden aan zuidoostzijde;
  • afstand tot de kernen Ingen en Lienden.
 
Ravenswaaij
 
 
In de kern Ravenswaaij zijn de volgende kenmerken waardevol en dus behoudenswaardig:
  • ruimtelijke relaties met buitengebied;
  • relatie met waardevolle uiterwaarden aan noordzijde.
 
Rijswijk
 
 
In de kern Rijswijk zijn de volgende kenmerken waardevol en dus behoudenswaardig:
  • ruimtelijke relaties met het buitengebied;
  • relatie met waardevolle uiterwaarden.
 
Zoelen
 
 
In de kern Zoelen zijn de volgende kenmerken waardevol en dus behoudenswaardig:
  • karakteristieke structuur van voor- en achterstraat met grote kavels en weitjes, boomgaarden en moestuinen;
  • ruimtelijke relaties met het buitengebied;
  • beschermd dorpsgezicht;
  • karakter landgoed Soelen en landgoed Djoerang.
Zoelmond
 
In de kern Zoelmond zijn de volgende kenmerken waardevol en dus behoudenswaardig:
  • karakteristieke gestrekte structuur met voor- en achterstraat;
  • ruimtelijke relaties met het buitengebied;
  • ruimtelijke relatie aan noordoostzijde met waardevol gebied langs de Aalsdijk, met relicten van rivier de Soel;
  • ruimtelijke relatie aan zuidwestzijde met waardevol gebied met oude bouwlanden.
 

3.3.2 Dorpsvisie Lienden

Op 27 oktober 2009 is de Dorpsvisie Lienden vastgesteld. De visie vormt een ruimtelijk en functioneel kader waarmee ontwikkelingen worden gestimuleerd en waaraan initiatieven worden getoetst. De visie is gericht op het versterken van de identiteit van Lienden als fraai Betuws dorp. Dit streven is vervat in drie hoofddoelstellingen:
  • versterken van Lienden als fraai woongebied en aantrekkelijke vestigingslocatie voor lokale bedrijvigheid;
  • behoud en verbetering van het voorzieningenniveau;
  • extra aandacht voor de uitstraling als historisch oeverwaldorp.
Met deze hoofddoelstellingen in het achterhoofd is een visie per thema opgesteld. Hoofdpunten van deze visie per thema zijn:
  • Versterken van de uitstraling van Lienden, met twee verschillende gezichten:
    • het historische oeverwaldorp ter hoogte van de oude kern;
    • de eigentijdse voorzieningenkern tussen provinciale weg en Baron van Tillweg.
  • Realiseren van aantrekkelijke woongebieden binnen huidige dorpscontour:
    • een compacte bebouwingskern met de nadruk op inbreiding en herstructurering;
    • versterken van de groene dorpsranden.
  • Concentreren van voorzieningen op een centrale voorzieningen-as in het dorp:
    • zowel winkelvoorzieningen als medische en maatschappelijke voorzieningen;
    • kleinschalige voorzieningen in de Dorpsstraat passend binnen de sfeer van het historisch Oeverwaldorp;
    • meer grootschalige voorzieningen rond de Verbrughweg passend bij een modern voorzieningendorp;
    • behoud van karakteristieke bestaande routes en aanleg van nieuwe langzaam verkeersroutes richting centrum.
  • Ruimte voor bedrijven en het sportcomplex direct grenzend aan hoofdontsluiting:
    • herstructurering en geringe uitbreiding van het bedrijventerrein De Hofstede;
    • benutten van het sportterrein als overgang naar landelijk gebied;
    • realisering van een nieuwe ontsluitingroute tussen N320 en Adelsweg;
  • Optimaal profiteren van het recreatief landschap en de bestaande toeristisch activiteiten:
    • aanleg van een fijnmazig stelsel van fiets- en wandelroutes (rondje dorp);
    • aansluiten op bestaande toeristische fietsroutes rond het dorp;
    • ontwikkelen van kleinschalige toeristische activiteiten;
    • nieuwe landgoederen als kans om ontbrekende routes, extra natuur, wonen en recreatieve voorzieningen te realiseren.

3.3.3 Dorpsvisie Maurik

Op 26 oktober 2010 is de Dorpsvisie Maurik vastgesteld. De visie beschrijft hoe Maurik zich de komende jaren zou moeten ontwikkelen. Om sturing te kunnen geven aan de diverse ruimtelijke en programmatische vragen die in Maurik aan de orde zijn, of in de toekomst worden verwacht, is het essentieel om de samenhang tussen alle vraagstukken scherp in beeld te krijgen. De Dorpsvisie is daarom opgesteld als kaderstellende visie. De gemeente kan hiermee optreden als regisseur en toetser van initiatieven om de beoogde doelstellingen en opgaven te verwezenlijken, of hiertoe zelf initiatief nemen. De visie dient daarom antwoord te geven op de vraag: 'Wat voor kern wil Maurik zijn in 2025, en hoe bereiken we dit?'.
 
De ambitie in de dorpsvisie is: 'Maurik als dé kern van Buren'. Maurik profileert zich in 2025 als hét onbetwiste centrum van de gemeente Buren, niet alleen door de aanwezigheid van het gemeentehuis maar ook door het voorzieningenniveau en het inwoneraantal. De belangrijkste hoofdpunten hierbij zijn:
  • Door het verzorgingsgebied van Maurik te vergroten en de dorpskern verder uit te breiden wordt de solide basis onder de voorzieningenstructuur versterkt.
  • Het bevolkingsaantal is door de nieuwe dorpsuitbreidingen gegroeid met een gemêleerde bevolking. De unieke woonkwaliteiten zijn aangevuld met goede voorzieningen in de zorg, vrijetijdsbesteding, onderwijs en cultuur.
  • Maurik kiest voor economische groei. De uitgaande pendel is flink gereduceerd, door de intensivering en werkgelegenheid in de dienstverlening en zorg.
  • Er is een sterke groei van de werkgelegenheid in de toeristische en recreatieve sector. De bestaande kwaliteiten worden uitgebouwd met nieuwe recreatieve en toeristische voorzieningen zodat de sector zich duurzaam kan ontwikkelen. In alles wordt de cultuur van de regio en de kern ingezet.
  • Kleinschalige detailhandel met een specifiek, kwalitatief assortiment is geconcentreerd in Oud Maurik. Daarmee heeft het dorp een compleet aanbod van de dagelijkse benodigde voorzieningen. Daarnaast zijn er ondernemers die zich specifiek richten op de recreanten met kleinschalige horeca, Bed&Breakfast, ateliers en salons voor wellness.
  • Het landschap is primair een recreatie- en verblijfslandschap met nieuwe landgoederen, boomgaarden, fiets- en wandelpaden en weidse uitzichten over de weilanden en uiterwaarden. De agrarische sector is landschapsbeheerder, gespecialiseerd in met name biologische teelt voor de regionale consument.
De gerealiseerde ambities uit de dorpsvisie worden in dit bestemmingsplan vastgelegd.
 

3.3.4 Woonvisie gemeente Buren 2010-2020

De woonvisie omschrijft de hoofdlijnen van het woonbeleid van de gemeente Buren tot 2020. Het doel van het woonbeleid is het bieden van een goed woonklimaat voor de inwoners van de gemeente Buren. Uitgangspunten voor het gemeentelijk woonbeleid zijn:
  1. in kwalitatieve zin: rekening houden met de huidige en veranderende samenstelling, leefstijlen en daarop te baseren woonbehoeften van de inwoners van de gemeente Buren;
  2. in kwantitatieve zin: rekening houden met (tenminste) de eigen natuurlijke bevolkingsontwikkeling en met een binnenlands migratiesaldo.
De gemeente wil in de periode 2010 - 2020 circa 1465 woningen bouwen. Tenminste 488 woningen worden in de goedkope sector gebouwd. Minimaal de helft daarvan is een huurwoning. Het streven is daarbij om een substantieel aantal woningen als 0-tredenwoning te realiseren. Ook de huisvesting van bijzondere doelgroepen krijgt extra aandacht. De gemeente wil tot 2020 tenminste 107 zorgplaatsen in een zorg- of verpleeghuis realiseren. Daarnaast besteedt de regiegroep wonen, zorg en welzijn ook aandacht aan andere doelgroepen die zorg nodig hebben. Daarbij worden afspraken gemaakt over de huisvesting van die doelgroepen.
 
Waar het gaat om particulier opdrachtgeverschap wil de gemeente tenminste 10% van de te bouwen woningen onder particulier opdrachtgeverschap bouwen. Daarnaast willen men vóór 2020 een pilot uitvoeren waarbij een combinatie wordt gelegd tussen particulier opdrachtgeverschap, wonen en zorg.
 
 

3.3.5 Toekomstvisie Buren 2015

Op 14 december 2010 stelde de raad van de gemeente Buren de Toekomstvisie Buren 2030 vast. De toekomstvisie hoort een wensbeeld te scheppen voor 2030. De visie vormt tevens het referentiekader voor toekomstige beleidsbeslissingen. De centrale vraagstelling bij de visieontwikkeling luidt: 'Wat is het wensbeeld van Buren anno 2030? Welke keuzes liggen voor om daar te willen komen? en wat is de rol van de gemeente daarbij?'.
 
In het visietraject staan de belevingen en behoeftes van de inwoners in de 15 kernen centraal. In het visietraject zijn de trends en scenario's in beeld gebracht. Op basis van vier scenario's (behoud het goede, het woonscenario, het economisch scenario en het natuurscenario) werd de eerste confrontatie aangegaan tussen verlangens, beleid en toekomstige oplossingsrichtingen. Uiteindelijke blijkt dat het woonscenario, met nog enkele economische plusvarianten voor de gebieden Buren, Lienden en Maurik, het meest recht doet aan het wensbeeld dat de inwoners, bestuurders en politici voor ogen hebben.
 
In het woonscenario gaat het om ingrijpen in de woningmarkt om de vergrijzing en krimp tegen te gaan. De huidig voorgenomen plannen om 1200 woningen extra te bouwen zijn te mager om substantieel een bijdrage te leveren aan het tegen gaan van de krimp en het creëren van een gevarieerder aanbod. De woningmarkt moet aantrekkelijker worden gemaakt voor diverse doelgroepen. Voor de jonge gezinnen moeten betaalbare woningen op de markt komen.
 
Het gevolg van het woonscenario op het schaalniveau van de kernen is dat het woningbouwprogramma van de woonvisie volledig is uitgevoerd. Naast het uitvoeren van het woningbouwprogramma uit de wooonvisie worden nog een kleine 700 extra woningen opgeleverd tot 2030. Het woningbouwprogramma tot 2030 betekent dat de rode contouren uit de structuurvisie volledig zijn ingekleurd.
 
 

3.3.6 Groenbeheerplan

Op 14 december 2010 is het Groenbeheerplan gemeente Buren vastgesteld. In het groenbeheerplan brengt de gemeente Buren alle belangrijke informatie met betrekking tot het groenbeheer in één document bij elkaar. Met het groenbeheerplan streeft de gemeente naar:
  • groen dat duurzaam is ingericht met behoud van cultuur- en historische waarden;
  • een leefomgeving die voldoet aan de eisen die de gebruiker stelt;
  • een schoon, heel en veilig openbaar groen;
  • het betrekken van de gebruikers bij de planvorming en totstandkoming van de groene inrichting;
  • een groenbeheer dat wordt uitgevoerd binnen de daarvoor gestelde (financiele) kaders.
Elke kern heeft zijn eigen unieke karakteristiek. De elementen waaruit deze karakteristiek is opgebouwd is echter binnen de kernen grotendeels identiek. In elke kern komen historische linten, centrumgebieden en woonwijken voor. In het groenbeheerplan is de toekomstige groenstructuur daarom ook per structuurdeel verder uitgewerkt, waarbij er onderscheid wordt gemaakt in de hoofdstructuur en de wijkstructuur. De hoofdgroenstructuur staat voor representatief groen, wat van belang is voor de uitstraling van de gehele gemeente. Dit groen is ondersteunend aan de ruimtelijke opbouw van de dorpen en draagt bij aan de routing en ontsluiting van de kern. Het groen is van wijkoverstijgend belang. De wijkstructuur heeft een andere functie dan het groen in de hoofdstructuur. In de woonwijken is het groen met name van betekenis voor de direct omwonenden. Het groen wordt hier vaak gebruikt om te spelen of een ommetje te maken. Daardoor staat bij de wijkstructuur het gebruik en benadrukken van de karakteristiek van de wijk centraal. In de kernen van de gemeente Buren is de hoofd- en wijkstructuur gewenst.
 
Zowel bij nieuwbouw als herinrichting is het van belang een goede afweging te maken over het toe te passen groen. Enerzijds is dit van belang om de gewenste, karaktervolle uitstraling te realiseren of te behouden. Anderzijds is dit van belang met het oog op de organisatie en uitvoering van het beheer. Het verzorgingsbeeld is namelijk bepalend hoe netjes en verzorgt openbaar groen wordt ervaren. De gemeente Buren heeft daarom vier kwaliteitsniveaus van onderhoud, variërend van A tot D, omschreven (gebaseerd op CROW). Kwaliteitsniveau A is het hoogste niveau en geeft het meest exclusieve beeld en een hoge onderhoudsintensiteit. Niveau B ligt iets lager maar geeft nog steeds een verzorgde uitstraling. In niveau C is het groen sober ingericht. De inrichting van het groen zorgt er in dit niveau voor dat het beheer uitvoeringsgericht en praktisch kan worden uitgevoerd. Het laagste is niveau D, dit is natuurgericht en het ontwikkelen van ecologisch interessant groen staat hierbij voorop. Dit niveau is vaak niet wenselijk binnen de bebouwde kom omdat het kan leiden tot onveilige situaties.
 
De functie en het gebruik van de openbare ruimte zijn bepalend voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. De kernen van de gemeente Buren zijn op basis van functie, gebruiksdruk en ruimtelijke opbouw ingedeeld in de volgende structuurdelen:
  • historische wegen;
  • woonwijken;
  • werkomgeving;
  • centrum;
  • begraafplaatsen;
  • sportparken;
  • buitengebied;
  • bijzondere objecten.
 
Op basis van de hiervoor beschreven kwaliteitsniveaus is het mogelijk per structuurdeel een kwaliteitsniveau toe te kennen aan de openbare ruimte. In het groenbeheerplan is ervoor gekozen om de centrumgebieden en de begraafplaatsen op een hoog niveau te onderhouden waardoor deze gebieden een hoogwaardige en representatieve uitstraling hebben. De historische ontsluiting en bijzondere objecten hebben een sterke relatie met de onstaansgeschiedenis van de kernen en zijn vaak ingericht met sobere beplanting en enkele opvallende accenten. Kwaliteitsniveau B is hier passend. Datzelfde geldt voor de woonwijken. Kwaliteitsniveau B geeft de historische ontsluiting, de bijzondere objecten en de woonwijken een verzorgde en functionele uitstraling. De werkomgeving is ingericht op een extensief beheer met kwaliteitsniveau C. Plantsoenen die nu nog niet voldoen aan het gewenste kwaliteitsniveau worden omgevormd.
 

3.3.7 Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan Buren

Op 13 december 2005 is het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan (GVVP) Buren vastgesteld. Op 26 juni 2012 besloot de gemeenteraad de looptijd van het GVVP te verlengen. Het geactualiseerde GVVP geeft een visie op verkeer en vervoer in Buren voor in ieder geval de komende vier jaar. Het geeft richting aan toekomstige (her)inrichtingen (van wegen) in de kernen en in het buitengebied. Bovendien vormt het een toetsingskaader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Doel van het GVVP is: het terugdringen van het aantal verkeerslachtoffers en verkeersongevallen zonder dat dit ten koste gaat van de bereikbaarheid en leefbaarheid.
 
Een visie op de hoofdwegenstructuur is een cruciaal onderdeel van het verkeer- en vervoerplan. Het biedt een samenhangend kader voor de maatregelen, zoals die worden voorgesteld. De beleidsuitgangspunten voor deze visie zijn:
  • bereikbaarheid: het openbaar vervoer dient minimaal hetzelfde niveau te houden als nu, aansluitend bij de plannen van het Provinciaal en Regionaal Verkeer en Vervoerplan. Bij planvorming moet rekening worden gehouden met economische en recreatieve kernpunten. Tevens dient rekening te worden gehouden met het landbouw gerelateerde verkeer. Tussen elk dorp zou een voet- en fietsverbinding moeten zijn;
  • veiligheid: ambitie tot 30% minder ziekenhuisgewonden in 2020 ten opzichte van 2002, overeenkomstig met de Nota Mobiliteit. Het accent ligt op een veiligere inrichting van het buitengebied. Het inrichten van het buitengebied dient in samenhang met het landschap te worden opgepakt, in combinatie met gedragsbeïnvloeding en handhaving. De gemeente wil dit bereiken door het snel aanpakken van de meest onveilige locaties;
  • parkeren: in principe worden parkeerplaatsen aangelegd conform de behoefte van bewoners, bezoekers, werknemers etc. Daar waar de ruimte schaars is dienen maatregelen te worden getroffen. Wel kan meer verantwoordelijkheid bij burger en ondernemer worden gelegd (parkeren op eigen terrein), waarbij de gemeente voorwaardescheppend optreedt;
  • leefomgeving: bij het kiezen van een verkeersmaatregel dient de leefomgeving centraal te staan;
  • beheer: bij maatregelen dient werk met werk te worden gemaakt. Wegen met een beperkte gebruiksfunctie kunnen uit het verkeerssysteem worden gehaald of een andere functie krijgen.
In het verkeer en vervoersplan zijn voorgaande punten nader uitgewerkt in de verkeersstructuur en aandachtsvelden. Voor dit bestemmingsplan komt het neer op het vastleggen van de bestaande verkeersstructuur.
 
 

3.3.8 Welstandsnota

In de welstandsnota worden algemene criteria aangegeven waar de welstandscommissie bouwwerken aan toetst en staat beschreven op welke wijze de procedure voor welstandsadvisering verloopt. De welstandsnota heeft een basis van uiteenlopende gebieden en typen bouwwerken, waarvoor specifieke criteria zijn vastgesteld. Per gebied is een welstandsbeleid op maat uitgewerkt.
 
Het welstandsbeleid is opgesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving dient te behartigen. Het aanzicht van gebouwen en andere bouwwerken vormt de dagelijkse leefomgeving van de mensen in de gemeente Buren. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar alleen; elke voorbijganger wordt ermee geconfronteerd, of hij nu wil of niet. Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt bovendien de waarde van het onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat.
 
Het doel van het welstandstoezicht is om een bijdrage te leveren aan de schoonheid en de aantrekkelijkheid van de gemeente. Door het opstellen van welstandsbeleid kan de gemeente in alle openheid een effectief, controleerbaar en klantvriendelijk welstandstoezicht inrichten en opdrachtgevers en ontwerpers in een vroeg stadium informeren over de criteria die bij de welstandsbeoordeling een rol spelen.
 
Bij de advisering maakt de welstandscommissie gebruik van verschillende orden van toetsingscriteria die variëren van globaal en universeel naar specifiek per gebied, gebouwtype of soort bouwwerk.
 
Algemene welstandscriteria
 
Het gehele grondgebied van de gemeente Buren is onderverdeeld in vier verschillende welstandsniveaus:
  • welstandsniveau 1, zwaar: dit niveau wordt toegekend aan structuren, gebieden en objecten die van cruciale betekenis zijn voor het totaalbeeld van de stad, de dorpen en het landschap. Dit niveau kan tevens toegekend worden aan ontwikkelingsgebieden en reconstructiegebieden. Het welstandsbeleid is gericht op het handhaven, herstellen en versterken van gewaardeerde of gewenste ruimtelijke karakteristieken en op de samenhang binnen het gebied of object.
  • welstandsniveau 2, regulier: hieronder vallen gebieden, die vanuit het perspectief van de gehele gemeente geen topprioriteit hebben, maar waar wel aanleiding is om alert te blijven op de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. De welstandsbeoordeling richt zich op het handhaven of gericht veranderen en verbeteren van de basiskwaliteit van het gebied.
  • welstandsniveau 3, soepel: de gemeente kan besluiten in bepaalde gebieden bouwplannen allen op hoofdlijnen te laten toetsen en de verantwoordelijkheid voor kleinschalige invulligen en detailleringen hoofdzakelijk bij bewoners en eigenaren te leggen. Het welstandsbeleid in deze gebieden is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit van het gebied. De basiskwaliteiten worden in de nota per type gebied benoemd en vertaald in welstandcriteria. Bij de welstandstoets wordt vooral gekeken of het bouwplan zijn omgeving niet verstoort.
  • welstandsniveau 4, welstandsvrij: in deze gebieden wordt een preventieve welstandsbeoordeling overbodig geacht. In geval van excessen aangaande de welstand van de omgeving behoudt de gemeente de mogelijkheid om repressief op te treden tegen ongewenste ontwikkelingen.
Op de volgende afbeelding zijn de verschillende welstandsniveau's binnen de gemeente Buren weergegeven.
 
 
Welstandsniveau's
 
Het grootste deel van de verschillende kernen valt onder welstandsniveau 2. Daarnaast zijn er nog gedeelten van de kernen die vallen onder welstandsniveau 1.
 
Specifieke welstandscriteria
 
Naast de algemene welstandscriteria zijn er ook specifieke welstandscriteria opgesteld. Het grondgebied van de gemeente Buren is hiervoor onderverdeeld in tien verschillende gebieden:
  • historische stads- en dorpsbebouwing;
  • historische bebouwingslinten;
  • historische dijkbebouwing;
  • gemengde bebouwing en woonwijken;
  • bedrijventerreinen;
  • buitenplaatsen en landgoederen;
  • parken, groengebieden en sportcomplexen;
  • recreatieparken met bebouwing;
  • verspreide bebouwing in het buitengebied;
  • traditionele boerderijen en karakteristieke panden.
In de welstandsnota wordt per gebied een beschrijving gegeven en volgen de verschillende beoordelingscriteria. Op de volgende afbeelding is de ligging van de verschillende gebieden weergegeven.
 
 
Specifieke welstandscriteriagebieden
 
De welstandsnota vormt het toetskader van de redelijke eisen van welstand ten tijden van het beoordelen van een omgevingsvergunning. Voor onderhavig plan vloeien dan ook geen randvoorwaarden uit de nota voort die opgenomen dienen te worden.
 
 

3.3.9 Erfgoedverordening gemeente Buren 2010

Op 5 oktober 2010 is de Erfgoedverordening gemeente Buren 2010 in werking getreden. In de erfgoedverordening staan voorschriften en regels met betrekking tot cultureel erfgoed, zowel voor monumenten, archeologie als het cultuurlandschap. Eveneens zijn de wettelijke taken van de gemeente met betrekking tot Rijksmonumenten in de erfgoedverordening nader uitgewerkt. De regels over het aanwijzen van gemeentelijke monumenten en archeologische verwachtingsgebieden, en weigeringsgronden voor het afgeven van een omgevingsvergunning zijn ook opgenomen in de erfgoedverordening.
 
In dit bestemmingsplan zal, indien van toepassing, aangesloten worden op de erfgoedverordening gemeente Buren 2010.
 

3.3.10 Beleidsregel bestemmingsplanafwijkingen

Op 19 juli 2011 is de Beleidsregel bestemmingsplanafwijkingen vastgesteld. In een beleidsregel kan het college van Burgemeester en Wethouders beleidsregels vaststellen waarin zij vastlegt in welke gevallen en onder welke voorwaarden afgeweken wordt van het bestemmingsplan. In deze beleidsregel wordt dit vastgelegd voor de buitenplanse afwijkingen. Het gaat om de zogenaamde kruimelgevallen.
 
Het doel van de beleidsregel is:
  1. het bieden van een actueel en concreet toetsingskader;
  2. duidelijkheid geven voor welke gevallen onder welke voorwaarden medewerking verleend kan worden;
  3. over een aanvraag om omgevingsvergunning transparant en voortvarend te kunnen besluiten;
  4. het voorkomen van willekeur;
  5. het voorkomen van strijdigheid met het zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel.
De beleidsregels is ook van toepassing op dit bestemmingsplan. De volgende afwijkingen vormen hierop een uitzondering:
  • afwijking voor meer vierkante meters bouwwerken;
  • gebouw voor infrastructurele voorzieningen;
  • bouwwerken geen gebouw zijnde;
  • gebruik van bouwwerken tot 1500 m2.
Deze worden in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt als binnenplanse afwijking.
 

3.3.11 Beleidsregel categorieën van gevallen

Op 19 juli 2011 is de Beleidsregel categorieën van gevallen vastgesteld. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) biedt namelijk de mogelijkheid om categorieën van gevallen aan te wijzen waarvoor, bij het verlenen van een omgevingsvergunning met een goede ruimtelijke onderbouwing, geen "verklaring van geen bedenkingen" van de gemeenteraad nodig is. In de beleidsregels worden deze categorieën van gevallen aangewezen.
 
Het doel van de beleidsregel is:
  1. het bieden van een actueel en concreet toetsingskader;
  2. duidelijkheid geven voor welke gevallen onder welke voorwaarden medewerking verleend kan worden;
  3. over een aanvraag om omgevingsvergunning transparant en snel te kunnen besluiten;
  4. het voorkomen van willekeur;
  5. het voorkomen van strijdigheid met het zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel.
De beleidsregel is ook van toepassing op dit bestemmingsplan. De volgende categorieën vormen hierop een uitzondering.
  • jongerenontmoetingsplek
  • kraam agrarische producten;
  • nevenactiviteiten;
  • functie onbebouwde gronden.
Deze worden in dit bestemmingsplan opgenomen als binnenplanse afwijking.