Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Kernen Buren
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0214.KOMBP20130001-vg01

Artikel 53 Algemene aanduidingsregels

53.1 Veiligheidszone - lpg

53.1.1 Aanduidingsomschrijving

De gronden ter plaatse van de aanduiding veiligheidszone - lpg zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met een LPG-installatie.
 

53.1.2 Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten

In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen zijn op de in artikel 53 lid 1.1 bedoelde gronden geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan.
 

53.1.3 Bouwregels

In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mogen geen nieuwe gebouwen worden gebouwd ten behoeve van de in artikel 53 lid 1.1 genoemde andere bestemmingen.
 

53.1.4 Afwijken van de bouwregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de artikel 53 lid 1.2 en artikel 53 lid 1.3 voor het toestaan van de in artikel 53 lid 1.1 genoemde andere bestemmingen en het bouwen van gebouwen ten behoeve van die bestemmingen voor zover in overeenstemming met de andere bestemming, mits ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd.
 

53.1.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor:
  1. het verplaatsen of verkleinen van het aanduidingsvlak veiligheidszone - lpg in verband met het verplaatsen van het LPG-vulpunt c.q. het verkleinen van de LPG-doorzet als aangeduid op de verbeelding, mits het woon- en leefmilieu van de aangrenzende gronden niet verslechtert;
  2. het verwijderen van het aanduidingsvlak veiligheidszone - lpg, mits het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van de LPG-installatie wordt beëindigd.

53.2 Veiligheidszone - Veiligheidszone 2

53.2.1 Aanduidingsomschrijving

De gronden ter plaatse van de aanduiding veiligheidszone 2 zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met een LPG-installatie of een hoge druk aardgasleiding.
 

53.2.2 Kantoren

Op gronden met de aanduiding veiligheidszone 2 mag het gezamenlijk bruto vloeroppervlak van kantooractiviteiten binnen een bouwperceel bij nieuwvestiging/wijziging van een object niet meer bedragen dan 1.500 m²
 

53.2.3 Verblijf van niet- of verminderd zelfredzame personen

Op gronden met de aanduiding veiligheidszone 2 is het verblijf van een niet- of verminderd zelfredzame groep van personen niet toegestaan.
 

53.2.4 Afwijken van de bouw- en gebruiksregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 53 lid 2.2 en artikel 53 lid 2.3 mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
  1. het toelaten of wijzigen van het object moet op grond van een verantwoording van het groepsrisico in overeenstemming met het gestelde in artikel 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen of artikel 12 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen verantwoord worden geacht; hiertoe dient een advies van de veiligheidsregio ingewonnen te worden.
  2. uit oogpunt van zelfredzaamheid kunnen nadere eisen worden gesteld bij de nieuwvestiging of aanpassing van een gebouw ten aanzien van: ·
    1. de maximale omvang van verblijfsruimten met een hoge personendichtheid (zoals kantoorruimten);
    2. de afstand van een verblijfsruimte tot een risicobron;
    3. de indeling van het gebouw ten opzichte van de risicobron;
    4. het toepassen van zo min mogelijk glas op korte afstand van de risicobron, en/of
    5. vluchtroutes die wegleiden van de risicobron.

53.3 Vrijwaringszone - dijk - 1

  1. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 1' zijn de gronden, naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens aangeduid voor de bescherming, onderhoud en instandhouding van de waterkering;
  2. Ter plaatse van gronden met de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 1' mag niet worden gebouwd;
  3. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van artikel 53 lid 3 sub b, met inachtneming van de volgende regels:
    1. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels worden in acht genomen;
    2. het belang van de waterkering wordt niet onevenredig geschaad en vooraf wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder.

53.4 Vrijwaringszone - dijk - 2

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 2' zijn de gronden naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, aangeduid als buitenbeschermingszone van de waterkering.
 

53.5 Vrijwaringszone - Molenbiotoop


53.5.1 Aanduidingsomschrijving

Ter plaatse van de aanduidingen "Vrijwaringszone - molenbiotoop" gelden, aanvullend op de voor deze gronden aangegeven bestemmingen, nadere regels voor het beschermen van de functie van de in dit gebied voorkomende molen als werktuig en van de waarde als landschapsbepalend element.
 

53.5.2 Bouwregels

Bij de bouw van bouwwerken op gronden ter plaatse van de aanduiding "vrijwaringszone - molenbiotoop" gelden de volgende regels:
  1. ter plaatse van de aanduiding "vrijwaringszone - molenbiotoop 100 m" is het oprichten van nieuwe gebouwen niet toegestaan;
  2. ter plaatse van de aanduiding "vrijwaringszone - molenbiotoop 186 m" mag de bouwhoogte van bouwwerken niet meer bedragen dan 7,5 m;
  3. ter plaatse van de aanduiding "vrijwaringszone - molenbiotoop 209 m" mag de bouwhoogte van bouwwerken niet meer bedragen dan 8,6 m;
  4. ter plaatse van de aanduiding "vrijwaringszone - molenbiotoop 220 m" mag de bouwhoogte van bouwwerken niet meer bedragen dan 8,4 m;
  5. ter plaatse van de aanduiding "vrijwaringszone - molenbiotoop 400 m" dient, in afwijking van het bepaalde in de voor deze gronden aangegeven bestemmingen, de volgende bepaling in acht genomen te worden: binnen deze zonen mogen geen hogere gebouwen worden gebouwd dan door middel van onderstaande formule wordt bepaald, met dien verstande dat het voorgaande niet van toepassing is op de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte voor hoofdgebouwen, aan- en bijgebouwen binnen de bestemming "Wonen".

    H = X/n + c·z

    Waarin:
    H = de toelaatbare bouwhoogte in meters (gemeten vanaf het peil ter plaatse van de molen);
    X = de afstand in meters vanaf het gebouw tot de wieken van de molen;
    n = 50 (coëfficiënt voor het stedelijk gebied);
    c = 0,2 (constante in verband met een windreductie van 5%);
    z = askophoogte = 20 m.

53.5.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 53 lid 5.2 voor het bouwen van bouwwerken met een grotere maximale hoogte, waarbij de maximale hoogte niet meer mag bedragen dan volgens de overigens voor de betreffende gronden aangegeven bestemmingen is toegestaan, mits voldaan wordt aan het volgende:
  1. uit onderzoek is gebleken dat de windbelemmering niet dusdanig wijzigt dat de betreffende molen onvoldoende kan functioneren of anderszins blijvend onevenredig in zijn waarde wordt geschaad;
  2. omtrent het voorgaande is een advies verkregen van een molendeskundige.

53.5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

53.5.4.1 Verbod

Het is verboden op de gronden met de aanduidingen "vrijwaringszone - molenbiotoop" zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de gronden te beplanten met bomen.
 
 

53.5.4.2 Voorwaarde

De werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 53 lid 5.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan, hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, zoals door windbelemmering of belemmering van het uitzicht, geen onevenredig aantasting oplevert of kan opleveren voor het huidige en/of toekomstige functioneren als werktuig en/of voor de waarde van de molen als landschapsbepalend element.