Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Kernen Buren
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0214.KOMBP20130001-vg01

Artikel 17 Maatschappelijk

17.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Maatschappelijk" aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. maatschappelijke voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening met in achtname van in onderstaande tabel nader aangegeven functies;
  2. bijbehorende bewoning en daarbij behorende doeleinden;
  3. ondergeschikte horecavoorzieningen ten dienste van deze functie;
  4. alsmede voor:
ter plaatse van de aanduiding:toegestane functie:
begraafplaatsbegraafplaats
detailhandeldetailhandel
horecahoreca
kantoorkantoor
onderwijsonderwijs
specifieke vorm van maatschappelijk - grootschalig beschermd woneneen woonzorgcomplex en/of verzorgingstehuis
specifieke vorm van maatschappelijk - praktijkruimte voor fysiotherapieeen praktijk voor fysiotherapie
specifieke vorm van maatschappelijk -  paramedische praktijk, zwembad en trainingsruimteeen paramedische praktijk, zwembad en trainingsruimte
verenigingslevenverenigingsleven alsmede ondergeschikte horeca
terrasterras
uitvaartcentrumeen uitvaartcentrum
zorgwoningeen complex voor verzorgd wonen
zwembadzwembad
 

17.2 Bouwregels

17.2.1 Toegestane bebouwing

Op gronden met de bestemming “Maatschappelijk” mogen, voor zover niet ter plaatse van de aanduiding begraafplaats, uitsluitend worden gebouwd:
  1. gebouwen ten dienste van de in de bestemmingsomschrijving van dit artikel genoemde functies;
  2. bijbehorende fietsenstallingen en bergingen;
  3. ten hoogste het bestaande aantal bedrijfswoningen 
  4. bij de bedrijfswoning behorende bijbehorende bouwwerken;
  5. bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Met dien verstande dat op gronden met de bestemming “Maatschappelijk”, ter plaatse van de aanduiding “begraafplaats”, uitsluitend mogen worden gebouwd:
  1. gebouwen ten dienste van de bestemming, zoals bergingen;
  2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals graven, urnenwanden en terreinafscheidingen.

17.2.2 Bebouwingspercentage

Voor het bouwen van de  artikel 17 lid 2.1 sub a[1] en artikel 17 lid 2.1 sub b[1] genoemde bouwwerken mag het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan 60%, met dien verstande dat, voor zover een aanduiding "maximum bebouwingspercentage (%)" is opgenomen, het bebouwingspercentage niet meer mag bedragen dan ter plaatse van die aanduiding is aangegeven.
 
 

17.2.3 Gebouwen

Voor het bouwen van de in artikel 17 lid 2.1 sub a[1] genoemde gebouwen gelden de volgende bepalingen:
  1. voor zover de aanduiding "maximale goot- en bouwhoogte" is opgenomen, de goot- en bouwhoogte niet meer mag bedragen dan ter plaatse van die aanduiding is aangegeven;
  2. indien er geen aanduiding "maximale goot- en bouwhoogte" is opgenomen mag de goot- en bouwhoogte niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte.

17.2.4 Gebouwen: fietsenstallingen en bergingen

Voor het bouwen van de artikel 17 lid 2.1 sub b[1] genoemde bijbehorende fietsenstallingen en bergingen gelden de volgende bepalingen:
  1. fietsenstallingen mogen zowel binnen als buiten een bouwvlak worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m.

17.2.5 bedrijfswoningen

Voor het bouwen van de in artikel 17 lid 2.1 sub c genoemde bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen:
  1. de goothoogte en de bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan 6 m respectievelijk 11 m, met dien verstande dat, indien de bestaande goothoogte hoger is, deze hogere maat maatgevend is.

17.2.6 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen

Voor het bouwen van de in artikel 17 lid 2.1 sub d genoemde bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
  1. de gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 75 m²;
  2. de bijbehorende bouwwerken moeten zodanig worden gesitueerd dat op het bouwperceel ten hoogste drie bijbehorende bouwwerken aanwezig zijn, tenzij strikte toepassing van deze bepaling zou leiden tot een ondoelmatige situering van het betreffende bijbehorende bouwwerk;
  3. de goothoogte van aan het hoofdgebouw aangebouwde bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw plus 0,30 m;
  4. de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m;
  5. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m.

17.2.7 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van de in artikel 17 lid 2.1 sub e genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
  1. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde voorgevel(s) dan wel het verlengde daarvan mag niet meer bedragen dan 1 m, met uitzondering van toegangspoorten, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 m;
  2. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevels c.q. het verlengde daarvan mag niet meer dan 2 m bedragen mits deze op minimaal 1 m achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden gebouwd;
  3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat voor pergola's de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2,5 m, voor beeldhouwwerken en daarmee gelijk te stellen kunstzinnige elementen de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 m en voor vlaggenmasten en licht- en reclamemasten de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 m.