direct naar inhoud van 4.2 Milieu- en omgevingsaspecten
Plan: Bestemmingsplan Elderveld 2011
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0202.763-0301

4.2 Milieu- en omgevingsaspecten

4.2.1 Geluid

Het bestemmingsplan 'Elderveld 2011' is een conserverend bestemmingsplan. Binnen dit bestemmingsplan vinden geen (planologische) wijzigingen plaats. Er worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten geprojecteerd binnen dit bestemmingsplan. Een akoestisch onderzoek is derhalve achterwege gelaten.

De Wet geluidhinder en het Arnhemse beleidsplan geluid leggen geen belemmeringen op voor het vaststellen van het bestemmingsplan Elderveld.

4.2.2 Luchtkwaliteit

Binnen dit beheersbestemmingsplan worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Onderzoek naar luchtkwaliteit is daarom achterwege gelaten.

Het gebied staat volgens de monitoringstool niet bekend als een luchtkwaliteitknelpunt. Omdat er verder geen (planologische) wijzigingen plaatsvinden kan worden opgemaakt dat luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het plan.

4.2.3 Hinder

Hinder in het plangebied

Kantoren ( Hillegomweg 15, Wassenaarweg 20,30, Vlaardingerweg 11, Burg. Matsersingel 200)

Op basis van de VNG brochure bedrijven en milieuzonering zijn kantoren milieucategorie 1 bedrijven. Ten opzichte van het de in de VNG brochure omschreven omgevingstype 'rustige woonwijk' geldt een richtafstand (de afstand waardoor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en een milieugevoelige functie als wonen anderzijds kan worden gecreëerd) van 10 meter en ten opzichte van het omgevingstype 'gemengd gebied' geldt geen richtafstand. De kantoren liggen op voldoende afstand van woningen van derden.

Sporthal (Breezandweg), Sportpark (Drielsedijk) en Squash/fitness (Alkmaarsingel)

Op basis van de VNG brochure bedrijven en milieuzonering is dit een milieucategorie 3.1 inrichting (SBI-2008 nr. 931). Ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' geldt een richtafstand van 50 meter en ten opzichte van het omgevingstype 'gemengd gebied' geldt een richtafstand van 30 meter. De sporthal en het sportpark liggen op voldoende afstand van woningen van derden. Het squash/fitnesscentrum ligt op kortere afstand van woningen van derden. Van de afstand van 50 meter kan in dit geval worden afgeweken omdat er aan de voorschriften uit de milieuvergunning wordt voldaan.

Benzinetankstation (Hollandweg 51)

Op basis van de VNG brochure bedrijven en milieuzonering is een benzinetankstation een milieucategorie 2 inrichting (SBI-2008 nr. 473). Ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' geldt een richtafstand van 30 meter en ten opzichte van het omgevingstype 'gemengd gebied' geldt een richtafstand van 10 meter. Het benzinetankstation ligt op voldoende afstand van woningen van derden.

Garagebedrijf (kleinschalig) (Pettenstraat 4)

Op basis van de VNG brochure bedrijven en milieuzonering is een garagebedrijf (kleinschalig) een milieucategorie 2 bedrijf (SBI-2008 nr. 451). Ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' geldt een richtafstand van 30 meter en ten opzichte van het omgevingstype 'gemengd gebied' geldt een richtafstand van 10 meter. Het garagebedrijf ligt op voldoende afstand van woningen van derden.

Winkelcentrum (Elderveldplein)

De detailhandel in het winkelcentrum Elderveldplein zijn hoofdzakelijk milieucategorie 1 bedrijven (SBI-2008 nr. 47). Ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' geldt een richtafstand van 10 meter en ten opzichte van het omgevingstype 'gemengd gebied' geldt geen richtafstand. Het winkelcentrum ligt op voldoende afstand van woningen van derden.

Horeca Wokrestaurant (Holllandweg 6/8)

Het wokrestaurant is een milieucategorie 1 bedrijf (SBI-2008 nr. 5510).

Ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' geldt een richtafstand van 10 meter en ten opzichte van het omgevingstype 'gemengd gebied' geldt geen richtafstand. Het wokrestaurant ligt op voldoende afstand van woningen van derden.

Scouting met horeca (Hannesstraatje)

De scouting met horeca is een milieucategorie 1 bedrijf (SBI-2008 nr. 5510). Ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' geldt een richtafstand van 10 meter en ten opzichte van het omgevingstype 'gemengd gebied' geldt geen richtafstand. De scouting ligt op voldoende afstand van woningen van derden.

Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Drielsedijk 25

Binnen het plangebied ligt de RWZI. Tot 1 oktober 2010 was de provincie Gelderland het bevoegde gezag. Door het in werking treden van de omgevingsvergunning is de gemeente per 1 oktober 2010 het bevoegde gezag. Op basis van de VNG brochure bedrijven en milieuzonering is een rwzi een milieucategorie 4.1 inrichting (SBI-2008 nr. 3700).

Ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' geldt een richtafstand van 200 meter en ten opzichte van het omgevingstype gemengd gebied geldt een richtafstand van 100 meter. Uit de milieuvergunning volgt dat het geurhinderniveau bij woningen van derden acceptabel is. Hierdoor is en kan er van de richtafstand worden afgeweken.

afbeelding "i_NL.IMRO.0202.763-0301_0009.jpg"

Figuur 4.1 Richtafstand RWZI

Bij ontwikkelingen binnen de richtafstand kan er van deze afstand geargumenteerd worden afgeweken.

Conclusie

Vanuit hinder zijn er geen voorwaarden

4.2.4 Externe veiligheid

Externe veiligheid in het plangebied

Het plangebied ligt tegen het spoortraject Elst-Arnhem waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Uit het onderzoek “Transport gevaarlijke stoffen noordtak Betuwelijn, AVIV, 27 januari 2007”, volgt dat er ter hoogte van het plangebied geen 10-6 PR contour is. Daarnaast wordt de oriënterende waarde voor het groepsrisico niet overschreden.

Verantwoording groepsrisico

Er zijn geen nieuwe ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van het groepsrisico langs het spoor voorzien. Dit betekent dat er geen verantwoording van het groepsrisico plaatsvindt.

Conclusie

Er zijn geen voorwaarden voor het bestemmingsplan.

  • Er is geen 10-6 PR contour.
  • Er vindt geen verantwoording van het groepsrisico plaats omdat er binnen het in invloedsgebied van het spoor geen nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien.
4.2.5 Groen en ecologie

Bestaande situatie

Ecologische gebiedsbeschrijving en bekende natuurwaarden

Op de Natuurwaardenkaart Elderveld staan de flora en fauna waarnemingen. (zie figuur 4.2)

afbeelding "i_NL.IMRO.0202.763-0301_0010.jpg"

Figuur 4.2 Natuurwaardenkaart Elderveld

Flora- en faunawet

Broedvogels

De steenuil verblijft in een nestkast in de boerderij 'De Stoeterij' (2006). De vogel keert jaarlijks terug naar de oude nestplaats en is daarvan ook afhankelijk. De soort is daarmee jaarrond beschermd. De ijsvogel vist in het najaar en winter in de wateren van Elderveld (2002).

In 1997 is er door de Vogelwerkgroep Arnhem e.o. een inventarisatie uitgevoerd in Elderveld. De broedpaar van de sperwer (jaarrond beschermd) is waargenomen in een boom aan de Batavierenweg. In de oudere bomen van de wijk zijn boomkruiper, boomklever, ekster, blauwe reiger en koolmees waargenomen. Deze soorten zijn niet jaarrond beschermd, maar de soort komt vaak terug naar de plaats waar hij het vorig jaar gebroed heeft. Verder zijn er algemene soorten zoals tjiftjaf, heggemus en staartmees.
De gierzwaluw en de huismus (beide jaarrond beschermd) broeden in vrij grote aantallen in de wijk. In de dijkzone en nabij de boerderij 'De Stoeterij' broeden vogels van weides (kiviet) en ruigtes (fazant) en in de watergangen vogels van water en oever (meerkoet, wilde eend en kleine karekiet).

Vleermuizen

De vleermuiswaarnemingen komen van de Vleermuiswerkgroep Gelderland, met name van het watervleermuisproject uit 2002. Aan de randen van de wijk en nabij de boerderij 'De Stoeterij' foerageren veel vleermuizen, waaronder gewone dwergvleermuis, watervleermuis en ruige dwergvleermuis. De soorten zijn streng beschermd. Een aantal soorten verblijft in gebouwen en en aantal in bomen. De verblijfplaatsen zijn niet bekend, maar naar verwachting zullen veel gebouwbewonende soorten verblijven in de gebouwen met spouwmuren in de wijk.

Kleine zoogdieren

Vanaf 1999 zijn er diverse oproepen geweest voor bewoners om waarnemingen door te geven van onder meer kleine zoogdieren. De eekhoorn is in 1999 één keer gemeld midden in de wijk. De egel, haas en konijn komen voor in de randen van de wijk, maar ook in de wijk. De groenstructuren bieden voldoende beschutting en voedsel voor deze soorten.

Insekten

De sleedoornpage (Vlinderstichting, 2006) is de meest opvallende vlinder die voorkomt in Elderveld. Deze soort staat op de rode lijst van bedreigde soorten en dit is één van de weinige bekende plekken waar de vlinder voorkomt. De soort zet de eeren af op jonge scheuten van sleedoorstruwelen.

Een andere bijzondere soort is het oranjetipje (2004). Deze heeft als waardplanten de pinksterbloem en look-zonder-look. Andere vlinders die vrij algemeen voorkomen in en rondom het stedelijk gebied van Arnhem en ook in Elderveld zijn dagpouwoog, gehakkelde aurelia, atalanta en citroenvlinder (Vlinderstichting 1990 – 1999).

Uit een inventarisatie uit 1998 blijkt dat er veel wilde bijen en hommels voorkomen in de wijk. Dit betekent o.a. dat er veel nectordragende kruiden, struiken en bomen aanwezig zijn.

Vissen

De snoek komt voor in de watergangen van de dijkzone Elderveld. De snoek is een jager die zijn ogen gebruikt, wat betekent dat de wateren vrij helder zijn.

Paddenstoelen

In de dijkzone van Elderveld komen verschillende rode lijst paddenstoelensoorten voor, te weten driekleurig ruitertje, aarddrager, grijstaaisteeltje, werkhoutvuurzwam, wormvormige knotszwam en blauwgrijze schorsmycena.

Vaatplanten

In 1993 is er een inventarisatie uitgevoerd door floron in een groot deel van de wijk. Brede wespenorchis, grote kaardebol, grasklokje en zwanebloem (allen tabel 1) zijn toen waargenomen. Deze beperkte lijst geeft al aan dat er in het verleden een rijke plantengroei is geweest in diverse biotopen. De wespenorchis groeit in struweelranden, de kaardebol in ruigtes, het grasklokje in kruidenrijke graslanden en de zwanebloem in wateren met ondiepe bodems. Of dit nog steeds zoet is, is niet bekend.

Beschrijving van de groenstructuur

Boswet en richtlijn compensatie

De dijkzone ligt buiten de bebouwdekom boswet. Verder liggen er houtopstanden volgens de criteria van de Boswet binnen de bebouwde kom. Voor deze gebieden en houtopstanden geldt de richtlijn compensatie natuur en bos.

Groenplan 2004

Het structureel groen in de wijk is belangrijk groen op wijkniveau en deels op stadsniveau. De groene hoofdstructuur bestaat uit de dijkzone Elderveld, het polderlint Elderhofseweg met de boerderij 'De Stoeterij' en de groenblauwe lijn langs de Batavierenweg. Dit zijn oude cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische structuren. De watergangen met brede groenzones zijn belangrijke verbindingen vanuit de recreatieve beleving, de ecologie en het landschap.

Er zijn geen monumentale bomen in Elderveld, volgens de lijst van de bomenstichting.

Beschrijving ontwikkelingen

Er zijn geen ontwikkelingen gepland binnen dit bestemmingplan.Toekomstige ontwikkelingen moeten opnieuw worden getoets aan de dan geldende wet- en regelgeving. Daarbij moet in ieder geval de het gemeentelijk beleid (Groenplan), de Flora- en faunawet en de Boswet worden meegenomen.

Conclusie

Er zijn geen belemmeringen. De huidige bestemmingen blijven gehandhaafd.

4.2.6 Water

Oppervlakte water

Het oppervlaktewater in Elderveld maakt deel uit van het watersysteem in Arnhem-Zuid en heeft een streefpeil van 7,5 m. + N.A.P. Het water verlaat het plangebied deels via het gemaal aan de Drielse Dijk en deels stroomt het verder naar de wijk De Laar-West waar het via de watergang tussen de Brabantweg en De Laar naar de Betuwe stroomt..

Naast de grotere watergangen, zijn er in het gebied veel kleine sloten en greppels. Deze zijn van belang bij een goede ontwatering zoals het afvoeren van kwelwater.

In het noordoosten van het plangebied ligt de kolk van Schouten. Dit is het restant van een dijkdoorbraak en heeft een S.E.D.-status (Specifieke Ecologische Doelstelling). De S.E.D-status betekent dat de huidige waterhuishoudkundige situatie minimaal gelijk moet blijven; het “stand still”-principe. Verder mogen er geen nadelige effecten optreden in het oppervlaktewater en grondwater

door menselijke beïnvloeding en moet de invloed op ecologie, waterkwantiteit en -kwaliteit zo minimaal mogelijk gehouden worden (Bron: Derde Waterhuishoudingsplan Gelderland 2005-2009).

Tijdens het proces voor de Kaderrichtlijn Water heeft de doorgaande watergang, langs o.a. de Zandvoortstraat en de Hellevoetsluisstraat, de status van waterlichaam gekregen. Dit betekent dat dit oppervlaktewater naast de standaard normen voor prioritaire stoffen ook moet voldoen aan ecologische waarden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0202.763-0301_0011.jpg"

Figuur 4.2: Attentiekaart Water Elderveld

Grondwater

De grondwaterstroming is op grotere schaal globaal zuidwest gericht; dat wil zeggen van de Nederrijn richting de Linge. Op plangebiedniveau zal de grondwaterstroming in grote lijnen gelijk zijn. De diepte van het freatisch grondwater ligt tussen de 8 en 9 m. + N.A.P.

Het oorspronkelijke maaiveldhoogte uit de tijd dat het gebied nog een agrarische bestemming kende, ligt ook tussen de 8 en 9 m. + N.A.P. Bij de bouw van de wijk Elderveld is het oorspronkelijk maaiveld met ongeveer 1 meter zand opgehoogd. Hierdoor is de afstand tussen het maaiveld en het grondwater, de ontwateringsdiepte, vergroot. Echter bij regen zakt het regenwater wel snel door de ophooglaag, en stagneert het op het eronder gelegen, slecht doorlatende kleipakket. Hierdoor kan een onnatuurlijke grondwaterstand optreden. Dit wordt een schijngrondwaterspiegel genoemd en wordt vaak als grondwateroverlast ervaren.

Afvalwatersysteem

Het rioolstelsel in het plangebied is een gescheiden stelsel wat betekent dat regenwater en afvalwater via twee gescheiden buizen wordt afgevoerd. Afvalwater wordt onder vrij verval afgevoerd naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie Arnhem-Zuid aan de Drielse Dijk. Een belangrijk transportriool ligt in de Elderhofseweg, Via dit riool wordt, uitgezonderd de wijken Schuytgraaf en De Laar-Oost en –West, het afvalwater van Arnhem-Zuid getransporteerd naar de afvalwaterzuivering. Het afvalwater van De Laar wordt via een persleiding geloosd op het riool in de Hollandweg.

Het hemelwater wordt in de wijk Elderveld met regenwaterriolen geloosd op het oppervlaktewater van Arnhem-Zuid.

Bij aanpassingen aan het stelsel of bij herinrichtingen geldt dat hemelwater, afkomstig van verontreinigde oppervlakten zoals parkeerplaatsen en wegen, moet worden gereinigd voordat het op het oppervlaktewater mag worden geloosd. Bij toename van verhard oppervlak geldt mogelijk de compensatieplicht vanuit het waterschap.

Waterkering

In het noorden van het plangebied is de primaire waterkering gelegen. De waterkering bestaat uit de bandijk en enkele beschermingszones. Deze zones zijn vastgelegd in de Legger van het Waterschap Rivierenland en worden beschermd door de Keur.

4.2.7 Bodem

Met behulp van het bodeminformatiesysteem van de gemeente Arnhem is een inventarisatie uitgevoerd van de bekende (mogelijke) gevallen van ernstige bodemverontreiniging in het betreffende plangebied. Uit de inventarisatie is gebleken dat in het beheerbestemmingsplangebied de volgende (mogelijke) gevallen van ernstige bodemverontreiniging aanwezig zijn:

Adres   BISnr.   Aangetoond of
potentieel geval  
Omschrijving  
Spoordijk,
Schuytgraaf fase 2  
1874   aangetoond   Sterke verontreiniging met zware metalen in grond  
Hollandweg 51   0215   aangetoond,
nieuw geval  
Sterke verontreiniging met vluchtige aromaten in grond en grondwater, deze is gesaneerd, waarbij lichte restverontreiniging in grond en grondwater is achtergebleven  
Hannesstraatje   4231   aangetoond,
nieuw geval  
Sterke verontreiniging met asbest in de grond, deze is gesaneerd. De asbestverontreiniging is volledig verwijderd tot onder de interventiewaarde voor asbest.
 

Direct aangrenzend aan het beheerbestemmingsplangebied liggen geen grondwaterverontreinigingen.

Beschrijving algemene bodemkwaliteit in het plangebied

Op grond van de bodemkwaliteitskaart/zoneringskaart (plangebied ligt in zone 1) van de gemeente Arnhem is gemiddeld sprake van een lichte verontreiniging in het plangebied.

Conclusie

De geïnventariseerde en getoetste bodemgegevens geven voldoende inzicht in de bodemkwaliteit van het plangebied ten bate van een beheerbestemmingsplan. Er zijn enkele (deels gesaneerde) gevallen van ernstige bodemverontreiniging aanwezig. Direct aangrenzend aan het plangebied liggen geen grondwaterverontreinigingen.

De kwaliteit van de bodem (inclusief grondwater) vormt geen bedreiging voor de volksgezondheid bij de aanwezige bestemmingen/functies. Ter plaatse van een geval ernstige bodemverontreiniging kan het nodig zijn om een saneringsplan in te dienen.

4.2.8 Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie

Het plangebied ligt in het Oost-Nederlandse rivierengebied. De bovenste meters van de bodem zijn gevormd tijdens het Holoceen (10.000 BP-heden). Toen warmde het klimaat op en door toenemende vegetatie en minder aanvoer vanuit het achterland gingen rivieren meanderen. Tijdens periodieke overstromingen werden zand, silt en klei tot buiten de bedding meegevoerd. Het zwaardere zand en silt bezonk direct waardoor op de oevers zandige/siltige oeverwallen ontstonden. Het fijnere klei bleef langer in suspensie en werd in de lager gelegen zones tussen de rivieren met oeverwallen afgezet. Dit zijn de komgebieden. Als riviervertakkingen van de hoofdstroom werden afgesneden, begon een proces van verlanding. Op den duur vormden de oude, dichtgeslibde rivierbeddingen samen met de oeverwallen, versterkt door klink van de omgeving, hooggelegen ruggen in het landschap. Deze worden als “stroomruggen” aangeduid. Oeverwallen en stroomruggen vormden in het verleden goede vestigingslocaties vanwege de hoge ligging en goede bodemtextuur die akkerbouw mogelijk maakten. Behalve oeverwallen en stroomruggen liggen er in het rivierengebied ook rivierduinen, ontstaan uit opgewaaid zand aan het einde van de IJstijd, die goede woonlocaties vormden.

Het plangebied valt grotendeels samen met een komgebied. In het uiterste noordoosten zijn oeverwalafzettingen in de ondergrond aanwezig. Onder deze afzettingen, vanaf circa 1,5 m onder maaiveld en dieper, bevinden zich grofzandige en grindrijke lagen afgezet door de voorlopers van Rijn en Maas gedurende de IJstijd (periode vóór 10.000 BC). Het is mogelijk dat zich hier ook rivierduinen bevinden. Het duin dat in Schuytgraaf is aangetoond ter hoogte van de Metamorfoseallee kan in (noord)oostelijke richting tot in het plangebied doorlopen.

In het plangebied bevindt zich met Ne12 (nummering ontleend aan de verwachtingskaart van Arnhem-Zuid) een nederzetting uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd. Deze valt samen met circa de locatie van de boerderij De Steenen Camer, op de grens van het komgebied met de oeverwalgronden. De omgeving van het duin in Schuytgraaf, zuidwestelijke grenzend aan het plangebied, is mogelijkerwijs ook een relevante archeologisch zone. Op het duin(deel) in Schuytgraaf is bewoning vanaf 2000 BC aangetoond; deze locatie heeft nu de status van archeologisch rijksmonument. Veel vindplaatsen zijn er in het komgebied vanwege de eertijds natte omstandigheden niet te verwachten. Bewoning in het plangebied zal veeleer in het noordoostelijke deel hebben plaatsgevonden, samenvallend met de oeverwalgronden. Niettemin toont historisch kaartmateriaal uit ca. 1900 ook voor het komgebied enkele boerderijlocaties. In het plangebied heeft aan de noordzijde (Drielsedijk 15, onderzoeksmelding 33854) en zuidzijde (Leidenweg-Oost, onderzoeksmelding 24509/30457) archeologisch onderzoek plaatsgevonden in de vorm van respectievelijk een archeologische begeleiding en booronderzoek (zie figuur 4.3). Laatstgenoemd terrein is vrijgegeven; van de Drieseldijk is nog geen definitieve rapportage aanwezig.

afbeelding "i_NL.IMRO.0202.763-0301_0012.jpg"

Figuur 4.3: Onderzoeksmeldingen

afbeelding "i_NL.IMRO.0202.763-0301_0013.jpg"

Figuur 4.4: Archeologische verwachtingskaart

Cultuurhistorie

Het gebied is nog niet integraal geïnventariseerd en gewaardeerd op monumentale en historische waarden. De boerderij De Steenen Camer is een beschermd rijksmonument. De wiel van Schouten is niet alleen landschappelijk en ecologisch zeer waardevol, maar heeft ook cultuurhistorische grote waarde als relict van overstromingen die dit gebied geregeld teisterden. Binnen het gebied zijn verder structuren waargenomen, die beschouwd kunnen worden als cultuurhistorisch waardevol, maar om verschillende redenen niet zijn aangewezen als beschermd monument. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om: de typisch tijdgebonden stedenbouwkundige opzet (zgn. “bloemkoolstructuur”) van de wijk ten noorden van de Hollandweg en ten zuiden van De Steenen Camer, om de archeologische sites waarvan de inhoud onbekend is, de dijken (Drielsedijk), de historische rooilijnen, de beeldbepalende panden, de markante herkenningspunten, de waardevolle bomen, de historische verkeersroutes (Elderhofseweg) en andere groenelementen (boomgaarden, erven) etc.

Conclusie

Het plangebied heeft een gedifferentieerde verwachtingskans. Voor het overgrote deel geldt een lage archeologische verwachtingskans, maar vanaf 1,5 m-maaiveld geldt hier een middelhoge archeologische verwachtingskans wegens een landschap dat zich voornamelijk gedurende de IJstijd heeft gevormd en waarvan nog maar weinig bekend is. Het rivierduin in Schuytgraaf vormt een aanwijzing dat op diepere niveaus in Elderveld ook lokaal prehistorische bewoning te verwachten is. Het noordoostelijke deel heeft wegens de oeverwalgronden een hoge archeologische verwachtingskans. De vindplaats ter hoogte van De Steenen Kamer is een archeologisch waardevol gebied: hier zijn archeologische resten aangetoond. De onderzoekslocatie Leidenweg-Oost bevat geen archeologische waarden.

Behoud van het aanwezige cultuurhistorische en cultuurlandschappelijke elementen is uitgangspunt. Deze waarden dienen niet vernietigd of anderszins onherkenbaar gemaakt te worden. Waardevolle objecten, structuren, zichtlijnen en panorama's binnen het gebied dienen beschermd en duurzaam beheerd te worden. Daarnaast bevinden zich in het plangebied cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren die geen beschermde status hebben gekregen. Sloop en vervangende nieuwbouw zijn bij deze laatste categorie mogelijk, maar hieraan zullen voorwaarden worden verbonden.

Beschermde gemeentelijke monumenten en rijksmonumenten binnen het gebied worden gehandhaafd. Eventuele wijzigingen zijn vergunningplichtig op grond van de Monumentenwet 1988 of de gemeentelijke monumentenverordening. Bij ingrepen in de bodem moet steeds vroegtijdig de gemeentelijke archeoloog worden betrokken. Wijzigingen in de directe omgeving van beschermde monumenten kunnen grote gevolgen hebben voor de cultuurhistorische betekenis en beeldkwaliteiten van het plangebied. Raadpleging van erfgoeddeskundigen bij wijzigingen in de omgeving van beschermde monumenten, wijzigingen in de hoofdstructuur en in historische rooilijnen is noodzakelijk.