direct naar inhoud van Artikel 8 Bedrijventerrein - 2
Plan: Malkenschoten-Kayersmolen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1002-vas1

Artikel 8 Bedrijventerrein - 2

8.1 Bestemmingsomschrijving
  • a. De voor 'Bedrijventerrein - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
    • 1. bedrijven, waarbij geldt dat:
      • I. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1' bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in de categorieën 1, 2 en 3.1 van de bij deze regels behorende Lijst van toegelaten bedrijfstypen;
      • II. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2' bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in de categorieën 1, 2, 3.1 en 3.2 van de bij deze regels behorende Lijst van toegelaten bedrijfstypen;
      • III. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.1' bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in de categorieën 1, 2, 3.1, 3.2 en 4.1 van de bij deze regels behorende Lijst van toegelaten bedrijfstypen;
      • IV. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.2' bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in de categorieën 1, 2, 3.1, 3.2, 4.1 en 4.2 van de bij deze regels behorende Lijst van toegelaten bedrijfstypen;
      • V. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - auto-onderdelenfabriek' een auto-onderdelenfabriek (SBI-code 293) is toegestaan;
    • 2. een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
    • 3. een bedrijfswoning in de vorm van een woonwagen of een vrijstaande woning ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats';
    • 4. beroepsuitoefening aan huis;
    • 5. fiets- en voetpaden;
    • 6. groenvoorzieningen;
    • 7. nutsvoorzieningen;
    • 8. ontsluitingswegen;
    • 9. tuin en/of erf;

met de daarbij behorende bouwwerken en parkeervoorzieningen.

  • b. De voor 'Bedrijventerrein - 2' aangewezen gronden zijn niet bestemd voor:
    • 1. inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 juncto Bijlage 1 onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht;
    • 2. zelfstandige kantoren;
    • 3. risicovolle inrichtingen;
    • 4. detailhandelsbedrijven, met uitzondering van:
      • I. detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit van nijverheid en industrie, in ter plaatse vervaardigde goederen en/of bewerkte goederen, niet zijnde detailhandel in textiel, schoeisel en lederwaren, voedings- en genotmiddelen en huishoudelijke artikelen;
      • II. detailhandelsbedrijven die zich uitsluitend toeleggen op postorderactiviteiten en/of verkoop via Internet;
      • III. detailhandel in automobielen, motoren, boten, caravans en machinerieën ten behoeve van bedrijven;
      • IV. bestaande detailhandel.

8.2 Bouwregels

Naast de algemene bouwregels van artikel 31 gelden de specifieke regels van het navolgende bebouwingsschema, waarbij geldt dat de in het schema voorkomende verwijzingen verwijzen naar de in lid 8.3 genoemde afwijkingen.

Bebouwing   Maximale oppervlakte/inhoud   Maximale goothoogte   Maximale bouwhoogte   Bijzondere regels  
Gebouwen en overkappingen, met uitzondering van bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen en woonwagens   - bouwvlak, met inachtneming van het bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)'
- 600 m3 per bedrijfswoning en 100 m2 per woonwagen  
- de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven waarde
- woonwagens: 4 m  
de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven waarde
- woonwagens: 8 m  
- de afstand van bedrijfsgebouwen en overkappingen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 5 m (8.3a)
- als bedrijfswoningen, niet zijnde woonwagens, zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan
- de afstand van woonwagens onderling bedraagt ten minste 5 m
- de afstand van bedrijfswoningen, voor zover de bedrijfswoningen niet aaneengebouwd zijn, en woonwagens tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 2,50 m (8.3b)  
Bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen of woonwagens   50 m²   bijgebouw: 3 m   bijgebouw: 5 m
overkapping: 3 m  
- bijgebouwen en overkappingen mogen niet voor de voorgevel van de bedrijfswoning c.q. woonwagen of het verlengde daarvan worden opgericht (8.3c)
- de afstand van bijgebouwen en overkappingen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 5 m (8.3a)
- voor het bepalen van de oppervlakte worden bijgebouwen en aan- of uitbouwen die worden gebruikt voor beroepsuitoefening aan huis meegeteld
- in bijgebouwen is het aanbrengen van voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de beroepsuitoefening aan huis toegestaan
- in bijgebouwen bij woonwagens is het aanbrengen van sanitaire voorzieningen toegestaan  
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen       tuinmeubilair: 3 m
antenne-installaties: 15 m
voor de uitoefening van het bedrijf noodzakelijke bouwwerken: 10 m
overig: 2 m  
 
8.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken:

  • a. van het in lid 8.2 bepaalde om de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bij bedrijfsgebouwen, overkappingen en bijgebouwen te verkleinen tot een afstand van ten minste 0 m, indien dit uit brandveiligheids- en stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is;
  • b. van het in lid 8.2 bepaalde om de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bij bedrijfswoningen en woonwagens te verkleinen tot een afstand van 0 m, , alsmede de afstand van woonwagens onderling te verkleinen, indien dit uit brandveiligheids- en stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is;
  • c. van het in lid 8.2 bepaalde dat bijgebouwen bij de bedrijfswoning of woonwagen niet voor de voorgevel van de bedrijfswoning c.q. woonwagen of het verlengde daarvan mogen worden gebouwd, indien dit uit stedenbouwkundig oogpunt niet onaanvaardbaar is;
  • d. van het in lid 8.1 en lid 8.2 bepaalde voor het oprichten van bebouwing ten behoeve van activiteiten waarvoor ingevolge lid 8.5 is afgeweken van de gebruiksregels.
  • e. van het in lid 8.1 sub a onder 2 bepaalde voor het bouwen van een bedrijfswoning buiten de aanduiding 'bedrijfswoning' onder de volgende voorwaarden:
    • 1. Er bestaan geen milieuhygiënische belemmeringen voor de bouw van de nieuwe bedrijfswoning.
    • 2. De nieuwe bedrijfswoning brengt geen belemmeringen voor de omliggende bedrijven met zich mee.

8.4 Specifieke gebruiksregels
8.4.1 Gebruik woonwagenstandplaats

De gronden ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' mogen niet worden gebruikt voor een reguliere woning.

8.4.2 Gebruik niet bebouwde grond

De niet bebouwde grond mag uitsluitend als bedrijfsterrein, tuin, erf en/of parkeervoorziening worden gebruikt, met dien verstande dat gebruik als opslagterrein vóór de naar de wegzijde gekeerde bouwgrens niet is toegestaan. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit.

8.5 Afwijken van de gebruiksregels
8.5.1 Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken:

van het in lid 8.1 onder a bepaalde teneinde de vestiging van bedrijfstypen toe te staan die niet zijn genoemd in de Lijst van toegelaten bedrijfstypen, dan wel in de Lijst van toegelaten bedrijfstypen voorkomen in een hogere categorie dan in het betreffende aanduidingsvlak is toegestaan, en die naar hun aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijfstypen die ter plaatse bij recht zijn toegestaan;

  • a. van het in lid 8.1 onder b bepaalde teneinde de vestiging van een risicovolle inrichting toe te staan, onder de voorwaarde dat de 10-6 contour voor het plaatsgebonden risico of -indien van toepassing- de afstand zoals bedoeld in artikel 5 lid 3 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen juncto artikel 2 lid 1 van de regeling externe veiligheid inrichtingen is gelegen binnen het bouwperceel van de risicovolle inrichting.
  • b. van het in lid 8.1 onder b bepaalde ten behoeve van:
    • 1. detailhandel in volumineuze goederen zoals keukens, sanitair, tegels en dakkapellen, met dien verstande dat met toepassing van deze bevoegdheid geen bouwmarkten en tuincentra mogen worden gevestigd;
    • 2. detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit van de ter plaatse toegelaten bedrijfstypen, mits de detailhandel een functionele relatie heeft met het ter plaatse gevestigde bedrijf en de vloeroppervlakte die voor detailhandel wordt gebruikt niet meer bedraagt dan 10% van de totale vloeroppervlakte, met een maximum van 100 m2.

8.5.2 Voorwaarden voor afwijken

Afwijken als bedoeld in dit lid is alleen mogelijk:

  • a. voor de afwijking als bedoeld in sublid 8.5.1 onder a en b voor zover geen onevenredige belemmeringen voor omliggende functies ontstaan;
  • b. voor de afwijking als bedoeld in sublid 8.5.1 onder c: indien
    • 1. de onmogelijkheid tot ruimtelijke dan wel stedenbouwkundige inpassing in een winkelcentrum is aangetoond, en
    • 2. de vestiging van het betreffende bedrijf op de gekozen plaatse geen structurele verstoring van de voorzieningenstructuur met zich meebrengt.