direct naar inhoud van 8.1 Uitkomsten overleg
Plan: Ceintuurbaanzone
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0193.BP11002-0004

8.1 Uitkomsten overleg

In het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is neergelegd dat in de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg gevoerd moet worden met andere gemeenten, waterschappen, diensten van de provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of die belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In berichtgeving vanuit het voormalige ministerie van VROM is aangegeven dat slechts plannen die aantoonbaar van nationaal belang zijn, aan VROM aangeboden dienen te worden. Daarvan is in casu geen sprake.

Op 20 juli 2012 is het voorontwerpbestemmingsplan Ceintuurbaanzone naar de instanties verzonden met het verzoek om voor 20 oktober 2012 schriftelijk te reageren. Tevens is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan organisaties die belangen in de wijk hebben.

Het plan is toegezonden naar de volgende 21 instanties en organisaties:

  • 1. Provincie Overijssel;
  • 2. Rijkswaterstaat;
  • 3. Waterschap Groot Salland;
  • 4. Veiligheidsregio IJsselland;
  • 5. Tennet TSO B.V.;
  • 6. N.V. Nederlandse Gasunie;
  • 7. Voorlichting en Adviescommissie Wonen Zwolle;
  • 8. Brandweer Zwolle;
  • 9. Enexis;
  • 10. Het Oversticht;
  • 11. Kamer van Koophandel;
  • 12. KPN;
  • 13. Ministerie van Economische Zaken;
  • 14. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed;
  • 15. Rijksgebouwendienst;
  • 16. Stichting Milieuraad Zwolle;
  • 17. Vitens Overijssel N.V.;
  • 18. Molenaarsteam van Oliemolen De Passiebloem;
  • 19. Vereniging Vrienden van Oliemolen de Passiebloem;
  • 20. Vereniging De Hollandsche Molen;
  • 21. Ondernemersvereniging Oosterenk, Vrolijkheid, Berkum;

Onderstaand de vooroverlegreacties die ontvangen zijn. Dit betreft de nummers 1 tot en met 7. Van de nummers 8 tot en met 21 is geen reactie ontvangen.

1. Provincie Overijssel

opmerking:
De provincie Overijssel is van mening dat met het plan een actueel en eigentijds ruimtelijke kader wordt geboden. Waardering wordt uitgesproken over de voortvarendheid van de actualisatieslag middels het project Zwolle op Orde. De provincie Overijssel constateert dat het plan in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid. Hiermee is, voor zover het de provinciale diensten betreft, voldaan aan het ambtelijke vooroverleg.

reactie:
De reactie is voor kennisgeving aangenomen.

2. Rijkswaterstaat

opmerking 1:
Op de plankaart is te zien dat in en rond de aansluiting van de Ceintuurbaan op de A28 is in dit voorontwerp de bestemming Groen is toegepast. Aangegeven wordt dat het gebied echter primair onderdeel is van de rijksweg. Het gaat om de taluds, stabiliteitszones, op- en afritten, verkeersregelinstallaties, bijbehorende ondergrondse bekabelingen, geluidschermen, wegbermen, etc. Gelet op de ligging naast en tussen snelwegaansluitingen is de groenbestemming, welke primair gericht is op gebruik voor speelvoorzieningen, paden, water en (ondergeschikt) dagrecreatie, maatschappelijke voorzieningen, sport en educatief gebruik, af te raden. Geadviseerd wordt de bestemmingsgrenzen te laten aansluiten bij de kadastrale grenzen.

reactie:
De vormgeving van de bestemmingen Verkeer en Groen rond de aansluiting met de A28 is overgenomen uit het bestemmingsplan 'Ceintuurbaan noord' (2008). Dit bestemmingsplan had tot doel om de reconstructie van de Ceintuurbaan en de aansluitingen juridisch te regelen. Zie hierover ook paragraaf 5.4.1. In de procedure van het bestemmingsplan Ceintuurbaan noord is geen reactie gekomen over de vormgeving van de bestemmingen Verkeer en Groen bij de aansluiting met de A28.
Het westelijk deel van de aansluiting van de Ceintuurbaan op de A28 is overigens opgenomen in een ander nieuw bestemmingsplan, namelijk bestemmingsplan Diezerpoort. Hierin is de aansluiting op dezelfde uniforme manier opgenomen. Tijdens het vooroverleg over dit plan (2e kwartaal 2012) is hierop vanuit Rijkswaterstaat geen reactie gekomen. Gelet op de uniformiteit bij het bestemmen van de aansluitingen is het gewenst om de plankaart hierin ongewijzigd te laten.

Los hiervan zijn de genoemde voorzieningen (taluds, stabiliteitszones en dergelijke) toegestaan in de bestemming Verkeer en in de bestemming Groen. De keuze voor de vormgeving van de bestemmingen bij de aansluiting is als volgt gemaakt. Daar waar de gronden zijn ingericht met rijbanen en op- en afritten is de bestemming Verkeer gegeven. Aan de gronden waar geen rijverkeer is toegestaan en waar de ruimtelijke uitstraling hoofdzakelijk 'groen' is is de bestemming Groen toegekend. Overigens maken de waterpartijen nabij de aansluiting met de A28 ook onderdeel uit van het traject van de gerevitaliseerde Westerveldse Aa. Door middel van ecoduikers worden delen van het traject weer met elkaar verbonden.

opmerking 2:
Gevraagd wordt om in de bestemmingsomschrijving van de bestemming Verkeer naast in - en uitvoegstroken tevens op te nemen: op- en afritten. Gevraagd wordt ook om de bestemmingsomschrijving aan te vullen in die zin dat er voorzieningen ten behoeve van geleiding van het verkeer mogelijk zijn (verkeerslichten, bebording etc.).

reactie:
Voorzieningen ten behoeve van geleiding van het verkeer worden geschaard onder de noemer 'infrastructurele voorzieningen'. Deze voorzieningen zijn in de bestemmingsomschrijving van diverse bestemmingen opgenomen als toegestaan. Ook in de bestemming Verkeer zijn de 'infrastructurele voorzieningen' opgenomen in de bestemmingsomschrijving (artikel 17.1 onder k) zodat ze -ook juist in deze bestemming- zijn toegestaan.
Deze opzet van de bestemmingsomschrijving is volgens de methodiek van het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 19. Dit handboek is gebaseerd op de landelijke Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2008, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008. Zie hierover ook paragraaf 6.1 van de toelichting.

3. Waterschap Groot Salland

opmerking:
Verzocht wordt om aanpassing van de dubbelbestemming Waterstaat-waterkering. Door de woningbouw in het Wipstrikpark ligt het tracé van de regionale waterkering nu langs het Almelose Kanaal op de grens van het bestemmingsplan Wipstrikpark. De dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering is bedoeld voor de waterkering inclusief een 20 meter brede beschermingszone.

Verzocht wordt om nu de dubbelbestemming aan te passen aan het gebied van de huidige regionale waterkering, inclusief de beschermingszone van 20 meter. Daarnaast wordt verzocht om in de tekst in paragraaf 4.2.6 'secundaire waterkering' te vervangen door de term 'regionale waterkering'.

reactie:
Het gebied van de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering wordt aangepast conform de reactie van het Waterschap. In de toelichting wordt op kaart 10 (in paragraaf 4.3) de weergave van de waterkering aangepast. De tekst in paragraaf 4.2.6  is aangepast conform de reactie van het Waterschap.

4. Veiligheidsregio IJsselland

opmerking 1:
In het bestemmingsplan wordt voldoende ingegaan op het aspect overstromingsrisico. Geconstateerd wordt dat het gehele plangebied voldoende wordt gedekt door de sirenes van het Waarschuwings- en Alarmeringssysteem (de WAS-masten).

reactie:
De reactie is voor kennisgeving aangenomen.

opmerking 2:
Gevraagd wordt om in paragraaf 3.4 van het bestemmingsplan te verwijzen naar het gemeentelijk beleid voor prioriteitswegen.

reactie:
Een verwijzing naar het gemeentelijke beleid Prioriteitswegen is toegevoegd aan paragraaf 3.4 Verkeersbeleid.

opmerking 3:
Gevraagd wordt de tekst in paragraaf 4.2.5, over de situatie van het LPG-tankstation, aan te passen.

reactie:
Van de tekst in paragraaf 4.2.5 over het LPG-tankstation zijn de laatste drie zinnen vervangen door de volgende tekst:
"Bij de vaststelling van het bestemmingsplan Ceintuurbaan Noord en de Wet milieubeheervergunning van het LPG tankstation heeft de gemeente Zwolle het groepsrisico als gevolg van dit LPG tankstation verantwoord. Het voorliggende plan laat binnen het invloedsgebied geen nieuwe bestemmingen toe. De verantwoording van het groepsrisico voor het tankstation Ceintuurbaan 54 is derhalve nog van toepassing. Er is geen aanleiding deze verantwoording te heroverwegen."

opmerking 4:
Gevraagd wordt om in paragraaf 4.2.5 in te gaan op de aspecten zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid als het gaat om de buisleiding voor het transport van aardgas in het plangebied.

reactie:
De tekst in paragraaf 4.2.5 over de buisleiding is vervangen door de volgende tekst:
"Door het plangebied loopt een aardgastransportleiding van 40 Bar, 12" (inch) (300 mm) aan de noordzijde van de rijksweg A28. Uit diverse onderzoeken blijkt dat de PR 10-6 contour 0 meter bedraagt. Dit betekent dat een belemmerende strook van 4 meter aan weerszijden van de strook vrijgehouden moet worden van bebouwing. Deze strook is opgenomen op de plankaart. Daarnaast mogen er zonder omgevingsvergunning geen grondroerende activiteiten plaatsvinden. De aardgasleiding is inclusief de belemmeringenstrook op de plankaart aangegeven. Binnen het invloedsgebied van de hoge druk aardgasleiding worden geen nieuwe functies mogelijk gemaakt daarom is een toename van het groepsrisico niet aan de orde."

opmerking 5:
Geadviseerd wordt om nadere voorwaarden voor het vestigen van kwetsbare (gebruiks)functies op te nemen in het bestemmingsplan.

reactie:
In het bestemmingsplan worden gebruiks- en bouwmogelijkheden gegeven voor (gevoelige) functies. Deze gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn overgenomen uit de geldende ruimtelijke plannen, en zijn dus niet nieuw. Nadere bouwkundige eisen aangaande de externe veiligheid kunnen worden gesteld bij de vergunningverlening.

opmerking 6:
Gevraagd wordt om in paragraaf 3.16 Milieubeleid duidelijk aan te geven in welke mate het plangebied valt binnen de stroomzone van de A28 en het spoor.

reactie:
De omvang van de verschillende gebiedstypen uit het gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid is opgenomen op een kaart bij dit beleid. In paragraaf 3.16 van het bestemmingsplan wordt het beleid aangehaald en wordt globaal beschreven op welke gebieden dit van toepassing is. Voor een preciezere duiding van de stroomzones kan het gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid worden geraadpleegd. Gelet op de tendens van versobering / deregulering in bestemmingsplannen is het niet wenselijk deze informatie uit het beleid over te nemen.

opmerking 7:
Geadviseerd wordt om in overleg met de gemeentelijke brandweer bovenplanse maatregelen te nemen voor de A28.

reactie:
Over het treffen van bovenplanse maatregelen voor de A28 vinden binnen de gemeente Zwolle bespiegelingen plaats. Het vraagstuk wordt uitgewerkt, wat zal resulteren in een beleidsuitspraak. Opgemerkt moet worden dat dit advies buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan valt.

opmerking 8:
Geadviseerd wordt de informatie op de risicokaart te actualiseren.

reactie:
De opmerking over het actualiseren van de risicokaart is doorgegeven aan de functionaris openbare orde en veiligheid, die deze taak waarneemt. Opgemerkt moet worden dat dit advies buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan valt.

opmerking 9:
Geadviseerd wordt de aanwezigen in het plangebied voor te lichten over de risico's die zij lopen en wat zij bij een eventueel incident zelf kunnen doen.

reactie:
Voor de voorlichting van personen in het plangebied wordt aangesloten bij de risicocommunicatie en activiteiten die de gemeente Zwolle in dit kader al heeft opgezet. Opgemerkt moet worden dat dit advies buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan valt.

5. Tennet TSO B.V.

opmerking:
In het gebied dat is aangegeven op de verbeeldingen van het voorontwerpbestemmingsplan heeft Tennet noch ondergrondse hoogspanningskabels, noch bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Het voorontwerpbestemmingsplan geeft om die reden geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.

reactie:
De reactie is voor kennisgeving aangenomen.

6. N.V. Nederlandse Gasunie

opmerking 1:
In artikel 22.5.1 van de dubbelbestemming Leiding - Gas wordt aangegeven in welke gevallen een omgevingsvergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. De Gasunie wil een uitbreiding van het aantal activiteiten, waarvoor een aanlegvergunningenstelsel van toepassing is.

reactie:
Van toepassing is de uniforme standaardregeling, waarin de Gasunie zich tot nu toe zich steeds kon vinden. De noodzaak voor nog meer regels wordt door de Gasunie onvoldoende aangetoond. Om overregulering te voorkomen wordt de standaardregeling voldoende geacht.

opmerking 2:
In artikel 22.5.2 van de dubbelbestemming Leiding - Gas wordt aangegeven voor welke werkzaamheden geen omgevingsvergunning verplicht is. De Gasunie wil uitgezonderd worden van de omgevingsvergunningsplicht.

reactie:
De omgevingsvergunningsplicht geldt ook voor de Gasunie. Juist de gevolgen van activiteiten van de Gasunie bij gasleidingen met een hoge druk moeten kunnen worden afgewogen tegen de bescherming van andere belangen in het gebied.

opmerking 3:
In Artikel 24 zijn de Algemene wijzigingsregels opgenomen. De Gasunie verzoekt om ook bij wijzigingen van het bestemmingsplan als extra voorwaarde op te nemen dat aan het groepsrisico moet worden voldaan.

reactie:
Ook bij wijzigingen van het plan moet altijd getoetst worden of geen onevenredige aantasting plaatsvindt van onder andere de brandveiligheid en de milieusituatie. In dat kader wordt ook bij wijzigingsplannen, indien nodig, naar het groepsrisico gekeken.

7. Voorlichting en Adviescommissie Wonen Zwolle

opmerking:
Het voorontwerpbestemmingsplan geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.

reactie:
De reactie is voor kennisgeving aangenomen.