direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Veegplan bestemmingsplan Kernen
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0109.023BP0001-0002

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding en doel

Dit bestemmingsplan 'Veegplan bestemmingsplan Kernen is een partiële herziening van het moederplan, 'bestemmingsplan Kernen' zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Coevorden op 9 november 2020 en dat deels onherroepelijk is.

De aanleiding om deze partiële herziening op te stellen is omdat het moederplan veel omissies bevatte, wat problemen opleverde bij toetsing van het bestemmingsplan.

Het doel is om een geactualiseerd bestemmingsplan op te leveren waar de 'fouten' uitgehaald zijn. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen of nieuw beleid meegenomen.

1.2 De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan 'Veegplan bestemmingsplan Kernen'bestaat uit de volgende stukken:

  • toelichting;
  • verbeelding;
  • regels.

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden en bouwwerken aangegeven.

Het plan gaat vergezeld van een korte toelichting, waarin de aanpassingen ten opzichte van het plan uit 2020 zijn vermeld. Voor een complete toelichting op het plan wordt verwezen naar de toelichting bij het moederplan.

1.3 Planologische-juridische regeling

Dit veegplan is een partiële herziening van het 'bestemmingsplan Kernen' en omvat alleen het herstel van omissies op de verbeelding en in de regels.

Alleen voor de wijzigingen op de verbeelding zoals omschreven in paragraaf 2.2 en voor de wijzigingen in de regels die vet zijn weergegeven en geel gearceerd zijn (al dan niet doorgehaald) zijn, kan een zienswijze en beroep worden ingesteld.

De na 9 november 2020 vastgestelde postzegelbestemmingsplannen en wijzigingsplannen zijn buiten dit plan gelaten (er als het ware 'uitgeknipt') en blijven als postzegelplan c.q. wijzigingsplan geldig. Dit betreft onderstaande plannen:

Bestemmingsplan   NL.IMRO nummer   vastgesteld  
Coevorden Kernen, locatie De Steeg 4, Dalen   NL.IMRO.0109.002BP00016-0002   ontwerp  
Europaweg 8 te Coevorden     ontwerp  
Ossehaar fase C Coevorden   NL.IMRO.0109.001BP00031-0002   ontwerp  
Bestemmingsplan Kernen, Stationsstraat 34-36 te Coevorden, herontwikkeling naar woningbouw   NL.IMRO.0109.001BP00027-0002   ontwerp  
Kernen, Gees, Weth. H. Euvingstraat (CPO Gees)   NL.IMRO.0109.012BP00004-0002   ontwerp  
Oude Dalerveensestraat 14 & 16 in Dalen, wijzigen bedrijfsbestemming naar wonen   NL.IMRO.0109.002WP00014-0002   09-12-2023  
Waterkampenweg ong., Noord-Sleen   NL.IMRO.0109.BP77879-0003   20-06-2023  
Coevorden Kernen, Groningerweg 1 Sleen   NL.IMRO.0109.BPGroningerweg1-0002   31-01-2023  
De Brinken ongenummerd tussen 15 en 23 Dalen   NL.IMRO.0109.002BP00012-0003   29-11-2022  
Kernen, achter Tramstraat 54/58 in Schoonoord   NL.IMRO.0109.006BP00004-0003   13-09-2022  
Kernen, Aelderstraat 65   NL.IMRO.0109.005BP00010-0003   24-05-2022  
Parkeren Oostersingel en Molenbelt   NL.IMRO.0109.001BP00022-0003   01-02-2022  
Kernen, woningbouwlocatie Brouwer, Dalen   NL.IMRO.0109.002BP0011-0003   07-12-2021  
Hoofdstraat 110 Dalerveen, Recreatiebedrijf   NL.IMRO.0109.010BP0004-0003   07-12-2021  
Kernen, locaties Edveensweg en Waterveensweg Oosterhesselen   NL.IMRO.0109.004BP00003-0003   12-10-2021  
Kernen Coevorden, Gouverneur Hofstedelaan 2 en Commissaris Gaarlandtlaan 23 te Coevorden   NL.IMRO.0109.01BP00025-0003   05-07-2021  
Kernen, Dorpsstraat 8 Noord-Sleen (ruimte voor ruimte)   NL.IMRO.0109.009BP00006-0003   21-04-2021  
Bouw woning voormalige rwzi Brugstraat 25 in Schoonoord   NL.IMRO.0109.006BP00002-0003   10-11-2020  
Zweeloërstraat 3, Noord Sleen   NL.IMRO.0109.BP77829-0003   22-09-2020  

De verleende (uitgebreide) omgevingsvergunningen zijn niet verwerkt in dit veegplan en blijven geldig.

1.4 Leeswijzer

Het beleidskader in algemene zin is opgenomen in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de onderzoeksaspecten. Een overzicht van alle wijzigingen staat in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting op de regels gegeven. Een beschouwing over de economische uitvoerbaarheid is beschreven in hoofdstuk 6. De maatschappelijke uitvoerbaarheid komt aan de orde in hoofdstuk 7.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

2.1 Algemeen

In dit hoofdstuk worden de in dit plan opgenomen wijzigingen op de verbeelding en in de regels kort beschreven.

2.2 Opgenomen ambtshalve wijzigingen

Aalden

  • Aelderstraat 1, Aalden. Het bestemmingsplan 'Zweeloo-Aalden, Aelderstraat 1' is niet correct overgenomen in het bestemmingsplan. Een deel van de bestemming 'Wonen' wordt gewijzigd naar 'Centrum'. De regels waren niet correct overgenomen uit bovengenoemd bestemmingsplan en worden aangepast.
  • Aeler Hooghepad, Aalden. De gebiedsaanduiding 'overige zone - beeldkwaliteit en inpassing zone 5' moet worden gewijzigd naar 'overige zone - beeldkwaliteit en inpassing zone 1'.
  • Gelpenberg 9 en 9a, Aalden. Hier rust een bedrijfsbestemming op, terwijl het perceel in respectievelijk 2010 en 2021 vergund is voor wonen. Op de verbeelding wordt de bestemming gewijzigd naar 'Woongebied'.
  • De begrenzing met het 'bestemmingsplan Buitengebied' sluit aan de zuidoostzijde van het dorp Aalden niet goed aan. De betreffende gronden worden bestemd als 'Agrarisch met waarden - Essenlandschap' met de dubbelbestemmingen Waarde - archeologische verwachtingswaarde' en 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht Oud-Aalden'. Verder komt op een deel van de gronden de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop Jantiena Helling, Aalden''.

Benneveld

  • Bennevelderstraat 41, Benneveld. Op dit perceel ligt per abuis de dubbelbestemming 'Leiding - Gas'. Deze dubbelbestemming wordt geschrapt van dit perceel.

Coevorden

  • Looweg 12, Coevorden. Het kadastraal perceel 2854 ís abusievelijk bestemd als 'Bedrijf'. Het perceel wordt bestemd als 'Woongebied'.
  • Krimweg 1 t/m 9, Coevorden. Voor deze percelen wordt op de verbeelding een maximum goot- en bouwhoogte opgenomen van respectieveljk 6 m en 10,5 m.
  • Kerkstraat 12, Coevorden. Op dit perceel is de aanduiding 'wonen' opgenomen. In de regels is de definitie van 'wonen' niet correct weergegeven. Er staat 'het verblijven van een huishouden in een bedrijfswoning'. Dit moet zijn 'het verblijven van een huishouden in een (bedrijfs)woning'. De regels worden op dit punt aangepast.
  • Rembrandtlaan 16, Coevorden. Op de verbeelding wordt de aanduiding 'horeca' beperkt tot alleen nr. 38. De rest van het perceel moet niet worden aangeduid als 'detailhandel' maar als 'supermarkt'.
  • Trafo Stroomtram/Krimweg, Coevorden. Op het bestemmingsvlak is abusievelijk geen bouwvlak opgenomen. Dit wordt alsnog toegevoegd op de verbeelding.
  • Van Heutszpark 8, Coevorden. Op de bestemming 'Maatschappelijk' wordt de aanduiding 'horeca' toegevoegd.
  • De zuidelijke plangrens van het bestemmingsplan 'Parkeren Oostersingel en Molenbelt' valt niet mooi over de bestemming 'Woongebied. Dit wordt aangepast.
  • Oosterstraat 4, Coevorden. Het bouwvlak is niet goed weergegeven. Dit wordt aangepast.

Dalen

  • De Bente 10, Dalen. In artikel 38.4 sub d wordt gesproken over een gezamenlijke oppervlakte aan bebouwing van 650 m of gezamenlijk volume 2.500 m3. Dit moet zijn 650 m2 en gezamenlijk volume 2.500 m3. De regels worden op dit punt aangepast.

Dalerveen

  • Hoofdstraat 139, Dalerveen. Als gevolg van een gerechtelijke uitspraak d.d. 4 mei 2022, 202100075/1/R3 (ECLI:NL:RVS:2022:1309, is de woonbestemming op dit perceel vernietigd. vernietigd. De gemeente zal alsnog de gerechtelijke uitspraak publiceren. Het perceel wordt buiten het veegplan gelaten.

De Kiel

  • Rolderstraat 17, De Kiel. De bestemming van dit perceel is 'Woongebied' maar moet worden gewijzigd naar 'Centrum'. De aanduiding 'horeca' blijft gehandhaafd.

Gees

  • Tilweg 1, Schaapsveenweg 1 en 3 en Oude Steeg 16 in Gees. Deze percelen zijn nu abusievelijk bestemd als 'Agrarisch met waarden - landschap'. De bestemming van deze percelen wordt gewijzigd in 'Wonen'.

Meppen

  • Dennekampen 11, Meppen. Dit perceel is abusievelijk bestemd als 'Wonen'. De bestemming wordt gewijzigd in 'Bedrijf'. Het bouwvlak wordt strak om de bebouwing gelegd.

Noord-Sleen

  • Emmerstraat 5,Noord-Sleen. De begrenzing met het bestemmingsplan voor het buitengebied sluit niet goed aan, waardoor een deel van het perceel in niemandsland ligt. De gronden worden alsnog bestemd als 'Wonen' met de aanduiding 'erf'.

Sleen

  • Zetelveenweg (plan Jongbloed), Sleen. De gebiedsaaanduiding 'overige zone - plan Jongbloed' wordt toegevoegd. De aanduidingen 'vrije tekst - 20', 'specifieke vorm van woongebied - nieuwbouwlocatie' en 'minimum aantal aaneen te bouwen wooneenheden (4) worden geschrapt. De regels waren niet correct overgenomen uit bovengenoemd bestemmingsplan en worden aangepast.

Wezup

  • Wezuperstraat 2 en 2a, Wezup. Het perceel is abusievelijk bestemd al 'Centrum' en wordt omgezet naar 'Wonen'. Het bouwvlak wordt strak om de boerderij gelegd en de aanduiding 'erf' wordt toegevoegd.

Algemeen

  • De aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bovenwoning' in de bestemmingen 'Centrum' en 'Gemengd' wordt aangepast naar 'specifieke bouwaanduiding - bovenwoningen'.
  • Gelet op een uitspraak van de Raad van State (https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@135234/202005086-1-r2/) kan de verbodsbepaling voor het gebruik van gebouwen en/of bouwwerken voor (tijdeljke of permanente) huisvesting van arbeidsmigranten niet zonder meer in een bestemmingsplan worden opgenomen. Deze bepaling wordt uit de regels geschrapt.
  • In de bouwregels in meerdere artikelen is bepaald dat terreinafscheidingen van 2,00 m op een afstand van ten minste 3,00 m achter de voorgevel moeten staan. In bijlage II BOR is dit vergunningvrij achter de voorgevellijn. De regels worden op dit punt aangepast.
  • Er is in artikel 60.5 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de beeldkwaliteitsplannen die als bijlage bij dit bestemmingsplan zijn opgenomen. De wijzigingsbevoegdheid heeft betrekking op beeldkwaliteitsplannen, stedenbouwkundige randvoorwaarden, inpassingsplannen en andere documenten waarin kwalitatieve uitgangspunten en richtlijnen ten aanzien van de fysieke leefomgeving zijn verwoord. Deze bevoegdheid heeft ook betrekking op het omzetten van bestaande beeldkwaliteitsplannen, stedenbouwkundige randvoorwaarden en inpassingsplannen in een ander documentvorm waarin kwalitatieve uitgangspunten en richtlijnen ten aanzien van de fysieke leefomgeving zijn verwoord. Een beeldkwaliteitsplan kan bijvoorbeeld een set met stedenbouwkundige voorwaarden worden of andersom.
    Onder aanpassing van het beeldkwaliteitsplan wordt mede verstaan:
    • 1. Het aanpassen van het aanduidingsgebied voor een beeldkwaliteitsplan;
    • 2. Het toevoegen van een nieuw aanduidingsgebied met een nieuw beeldkwaliteitsplan;
    • 3. Het verwijderen van een aanduidingsgebied voor een beeldkwaliteitsplan.

Hoofdstuk 3 Beleid

Voor het geldende beleid wordt verwezen naar de toelichting van het 'Bestemmingsplan Kernen'. Onderstaand is alleen het beleid opgenomen dat nadien is vastgesteld.

3.1 Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht geworden. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld.

De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI.

Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet.

In zijn totaliteit kent de NOVI 21 nationale belangen en opgaven die het verder uitwerkt. Die opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de NOVI zoekt het Rijk een perspectief om de grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Om die reden worden binnen de NOVI prioriteiten gesteld. De NOVI stelt daarbij een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het Rijk aan de vier prioriteiten:

  • 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
  • 2. Duurzaam economisch groeipotentieel;
  • 3. Sterke en gezonde steden en regio's;
  • 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes:

  • 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;
  • 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en.
  • 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgeving-inclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden.

Met de NOVI presenteert het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak. De NOVI geeft een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in een, gericht op het realiseren van een gezond, leefbaar, herkenbaar en economische sterk Nederland.

Het plangebied ligt niet in een gebied waarvoor de NOVI gerichte belangen of opgaven kent. Om die reden kan verdere toetsing aan de NOVI achterwege blijven.

3.2 Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie

Provinciale Staten hebben op 2 juli 2014 ingestemd met de Actualisatie Omgevingsvisie Drenthe 2014. Deze visie is in 2022 nogmaals geactualiseerd en vastgesteld op 28 september 2022. De Omgevingsvisie Drenthe een centraal visiedocument. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. In de visie zijn vier wettelijk voorgeschreven provinciale planvormen samengenomen:

  • de provinciale structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro);
  • het provinciaal milieubeleidsplan op grond van de Wet milieubeheer (Wm);
  • het regionaal waterplan op grond van de waterwetgeving;
  • het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan op grond van de Planwet verkeer en vervoer.

De Omgevingsvisie is hét kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe voor de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode erna. Als in de tekst wordt gesproken over ‘lange termijn’, betreft het de periode na 2030. De Omgevingsvisie heeft voor de provincie vooral een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken aan de Omgevingsvisie gebonden is.

Missie

De volgende missie is geformuleerd: 'het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten die de provincie rijk is.' De kernkwaliteiten dragen bij aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Het provinciaal belang ligt in het behouden en waar mogelijk ontwikkelen van deze kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk vinden voor de toekomst van Drenthe. De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd:

  • rust, ruimte, natuur en landschap;
  • oorspronkelijkheid (authenticiteit, Drents eigen);
  • noaberschap;
  • kleinschaligheid (Drentse schaal);
  • menselijke maat;
  • veiligheid.

Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie is voor alle kernkwaliteiten een uitwerking naar meer concrete indicatoren gemaakt, namelijk landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur.

Zorgvuldig Ruimtegebruik

In Drenthe kunnen mensen nog ruimte beleven. Dat wil de provincie bewaken, ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn. Zorgvuldig ruimtegebruik is van provinciaal belang.

Milieu- en leefomgevingskwaliteit

De provincie streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. Het beschermen van de kwaliteit van milieu en leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies neergelegd. Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van de verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn daarmee van provinciaal belang.

Kaarten en doelstellingen

Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven. Op een aantal kaarten (wanneer relevant) is het plangebied als volgt aangeduid:

Landschap
De kwaliteit en de diversiteit van het Drentse landschap dragen sterk bij aan een aantrekkelijk milieu om in te wonen, te werken en te recreëren. De identiteit van het Drents landschap wordt bepaald door de ontstaansgeschiedenis van de diversiteit aan landschapstypen. De provincie richt zich op het in stand houden en versterken van het landschap als economisch, ecologisch en cultureel kapitaal.


De provinciale ambitie is een Drents landschap waarin de verscheidenheid in landschapstypen zich blijvend manifesteert. Landschapstypen met de bijbehorende landschapskenmerken moeten in samenhang behouden en versterkt worden. Daarmee wordt gestreefd naar een Drents landschap waarin het grondgebruik, het type natuur en het landschapsbeeld passen bij de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap.


De meeste dorpen in het plangebied maken deel uit van het esdorpenlandschap. Van provinciaal belang zijn:

  • de essen: deze voor het esdorpenlandschap kenmerkende open ruimtes zijn veelal omgeven met esrandbeplanting;
  • de beekdalen: onbebouwd gebied met kleinschalige beplantingstructuren en beekdal(rand) beplanting.


Het provinciaal beleid is gericht op:

  • behoud van de open ruimte en het versterken van esrandbeplanting;
  • behoud van het onbebouwde karakter en het versterken van karakteristieke beekdal(rand) beplanting.

De dorpen Dalerpeel, Nieuwe Krim, Steenwijksmoer en Geesbrug maken deel uit van het landschap van de veenkoloniën. Van provinciaal belang is:

  • de orthogonale (‘haakse lijnen’) samenhang tussen het systematische ontginningspatroon van grootschalige openheid met kenmerkende wijkenstructuur en de bebouwingslinten met daaruit opgaande percelen.

Het provinciaal beleid is gericht op:

  • het behouden en versterken van de samenhang en de openheid met de wijken en de rechtlijnige landschapsstructuur.

Coevorden ligt deels in het esdorpenlandschap en deels in het esgehuchtelandschap.

Van provinciaal belang zijn:

  • de (eenmans-)essen: kleine, kenmerkende open ruimten, omgeven met esrandbeplanting;
  • de beekdalen: onbebouwd gebied met haaks liggende, kleinschalige beplantingstructuren en/ of beekdal(rand)beplanting.

Het provinciaal beleid is gericht op:

  • behoud van de open ruimte en het versterken van esrandbeplanting;
  • behoud van het onbebouwde karakter en het versterken van karakteristieke beekdal(rand) beplanting.

Het plangebied bestaat uit bestaand stedelijke gebied. De kernkwaliteit 'Landschap' is niet in het geding.

Cultuurhistorie
Het provinciale beleid ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in het Cultuurhistorisch Kompas. Hierin staan twee doelstellingen centraal: het herkenbaar houden van de cultuurhistorie en het versterken van de ruimtelijke identiteit. Wat de provincie tot de cultuurhistorie rekent, is vastgelegd in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur, zoals deze is weergegeven op de Kernkwaliteitenkaart van de Omgevingsvisie.

Om de cultuurhistorische waarden veilig te stellen en tegelijkertijd ruimte voor ontwikkelingen te bieden, is gekozen voor drie sturingsniveaus. Deze zijn gebiedsgericht toegepast.

  • 1. Respecteren: het waarborgen van de cultuurhistorische samenhang voor de toekomst. Plannen en initiatieven worden beoordeeld op het benutten van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur als inspiratiebron.
  • 2. Voorwaarden verbinden: de cultuurhistorische samenhang geldt als randvoorwaarde. Vroegtijdig in het planproces moet inzichtelijk worden gemaakt op welke wijze de cultuurhistorische samenhang als een van de (ruimtelijke) onderleggers voor nieuwe plannen wordt benut.
  • 3. Eisen stellen: de provincie bedingt vanaf het begin een plek in het plan-vormingsproces en stuurt de ontwikkelingen in de gewenste richting.

Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die zouden kunnen leiden tot strijd met de kernkwaliteit cultuurhistorie.

Archeologie
De provinciale doelstellingen voor archeologie zijn:

  • Het in de bodem bewaren (behoud ‘in situ’) van waardevol Drents archeologische erfgoed of - als dat niet mogelijk is - het opgraven en duurzaam veiligstellen (behoud ‘ex situ’) van het erfgoed in het Noordelijk Archeologisch Depot in Nuis.
  • Het op goede wijze uitvoeren van archeologisch onderzoek in het kader van ruimtelijke plannen.
  • Het vergroten van het draagvlak voor het archeologisch erfgoed.
  • Het ontsluiten van de ‘archeologische verhalen van Drenthe’.

Voor het plangebied geldt het beschermingsniveau 3: verwachte archeologische waarden, beekdal. Dit beschermingsniveau richt zich op een goede uitvoering van archeologisch onderzoek in gebieden of terreinen waar archeologische waarden worden verwacht die van provinciaal belang zijn.

Aardkundige waarden
Drenthe heeft een eigen karakter, een eigen (ruimtelijke) identiteit, die door inwoners en bezoekers hoog wordt gewaardeerd. Het aardkundige landschap van Drenthe is hiervoor in belangrijke mate bepalend. Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid.

Het grootste deel van het plangebied heeft een generiek beschermingsniveau. In deze gebieden kunnen aardkundige kwaliteiten als inspiratiebron bij ontwikkelingen worden gebruikt. De provincie verwacht van gemeenten dat zij in deze gebieden nagaan welk kenmerkend aardkundig erfgoed aanwezig is en dat zij hieraan bescherming geven via de gemeentelijk omgevingsvisie en plannen en initiatieven daarop beoordelen.

Een deel van het plangebied is op de kaart 'aardkundige waarden' ook aangeduid als 'De Hondsrug UNESCO global geopark'. De Hondsrug is een markant en dominerend onderdeel van het Drents Plateau. Het landschappelijk contrast met het naastgelegen Hunzedal is beeldbepalend. De bijzondere geologie van de Hondsrug is de inspiratie geweest voor het ontwikkelen van een geopark. De Hondsrug is het eerste gebied in Nederland dat is erkend als UNESCO Global Geopark. Dat is een gebied met bijzondere geologische kwaliteiten en, daarmee samenhangende, cultuurhistorische en ecologische waarden. In dit gebied zijn de kernkwaliteiten archeologie, landschap en cultuurhistorie onlosmakelijk gekoppeld aan het (economische) vestigingsklimaat en de vrijetijdseconomie. De provincie zet deze gebiedskwaliteiten in voor een duurzame economische ontwikkeling van het gebied. De Hondsrug UNESCO Global Geopark draagt bij aan bewustwording, kennisverbreding en een inspirerend kader van kernkwaliteiten voor nieuwe initatieven. Gezamenlijk met partners geeft de provincie uitvoering aan het Masterplan Geopark. Via educatie en recreatieve activiteiten versterkt zij de kennis over en de waardering voor de bijzondere kwaliteiten archeologie, cultuurhistorie, landschap en aardkundige waarden.

Met het planvoornemen worden de aardkundige waarden gerespecteerd.

Rust
Bij de kernkwaliteit Rust zijn ‘stilte’ en ‘duisternis’ als indicatoren aangegeven. Bij elk gebied past een bepaalde hoeveelheid geluid en licht, van natuurlijke of menselijke oorsprong. De provincie stimuleert het bewustzijn van het belang van duisternis. Het plangebied is niet gelegen in een specifiek stiltegebied.

Natuur
De provinciale ambitie is gericht op het behoud van de bestaande waarden. De regelgeving is gekoppeld aan het Natuur Netwerk Nederland, NNN (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, EHS). Gemeenten en waterschappen zijn in de eerste plaats verantwoordelijk voor natuur buiten de NNN. Zorg voor natuurwaarden en biodiversiteit staat voorop. Het plangebied is niet in een NNN gebied gelegen.

3.2.2 Provinciale omgevingsverordening Drenthe

In de Provinciale Omgevingsverordening (POV) vertaalt de provincie Drenthe zijn Omgevingsvisie (deels) door naar concrete regels. Op 3 oktober 2018 is de actualiseerde versie door Provinciale Staten vastgesteld. De POV is op 8 maart 2023 op enkele onderdelen herzien.

In de Omgevingsverordening is opgenomen (artikel 2.6) dat in een ruimtelijk plan uiteen wordt gezet dat met het desbetreffende plan wordt bijgedragen aan behoud en ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten. Het plan maakt geen nieuwe activiteiten mogelijk die deze kernkwaliteiten significant zouden kunnen aantasten.

3.3 Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie gemeente Coevorden

Op 17 oktober 2023 is de Omgevingsvisie Coevorden vastgesteld. De Omgevingsvisie is een visie op de leefomgeving in de gemeente Coevorden. De Omgevingsvisie geeft het toekomstbeeld van en voor de gemeente en geeft aan waar de gemeente kansen zien en met welke opgaven de gemeente aan de slag wil. Het toekomstbeeld kijkt ver vooruit, de kansen en opgaven zijn de eerste stappen om ons toekomstbeeld te realiseren. Om de visie een stap concreter te maken zijn er gebiedskompassen uitgewerkt: een koers op maat voor verschillende gebieden, zodat ze de veelzijdigheid van de gemeente recht kunnen doen.

De gemeente Coevorden ziet op basis van deze grote ontwikkelingen voor de toekomst van Coevorden in de leefomgeving drie grote ambities. Activiteiten op deze gebieden zijn cruciaal om het gewenste toekomstbeeld te verwezenlijken.

  • 1. Eigen thuisbasis: alle generaties wonen en leven samen. Met bereikbare voorzieningen, in een groene en duurzame omgeving. De identiteit van dorpen en wijken is zichtbaar en voelbaar.
  • 2. Evenwichtig platteland: in het buitengebied ontwikkelen landbouw, natuur en landschap, toerisme en recreatie, bodem- en waterbeheer en andere functies zich duurzaam en in harmonie met elkaar.
  • 3. Economisch regionaal knooppunt: Coevorden ontwikkelt zich verder als knooppunt in een (internationale) regio. De historische vestingstad is het middelpunt. Er zijn goede verbindingen via weg, water en spoor en er is ruimte voor het bedrijfsleven.

In het voorliggende veegplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die strijdig zouden kunnen zijn met de Omgevingsvisie.

Ten aanzien van het overige geldende gemeentelijke beleid wordt verwezen naar het Bestemmingsplan Kernen.

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten en milieu

4.1 Algemeen

Voor de beoordeling wordt gekeken naar de mate waarin belangen van de bewoners en eigenaren van de aangrenzende gronden door de verandering kunnen worden geschaad. Gekeken wordt hierbij naar de verkeerssituatie, natuur en landschap, milieutechnische aspecten en water.

De effecten van de uitvoering van het bestemmingsplan zijn al in het 'bestemmingsplan Kernen' aan de orde geweest. Dit bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen. Voor de onderzoeken wordt daarom verwezen naar het 'bestemmingsplan Kernen'.

4.2 Milieuaspecten

Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Onderzoek ten aanzien van de verschillende milieuaspecten was daarom niet noodzakelijk.

 

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet

Voor de juridische planopzet wordt verwezen naar de toelichting van het moederplan.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid

Conform artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient een onderzoek te worden verricht naar de uitvoerbaarheid van het plan.

Aangezien het voorliggende bestemmingsplan een partiële herziening is en er geen sprake is van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan (artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening), hoeft er geen exploitatieplan te worden opgesteld. Dit bestemmingsplan brengt voor de gemeente alleen de plankosten met zich mee. Hiervoor zijn in de begroting gelden gereserveerd. De economische uitvoerbaarheid is daarmee verzekerd.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg

Omdat er geen inhoudelijke wijzigingen zijn maar het alleen het herstel van onduidelijkheden en onvolkomenheden betreft, is er afgezien van vooroverleg en de terinzagelegging van een voorontwerpplan.

Ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan wordt ter inzage gelegd conform de wettelijk voorgeschreven procedure (Awb en Wro/bro). Het plan wordt in ontwerp gedurende 6 weken ter inzage gelegd en daarvoor ook op de landelijke voorziening worden geplaatst. De betrokken instanties worden aangeschreven dat het plan gepubliceerd wordt.

Gedurende deze zienswijzentermijn kan een ieder zijn of haar zienswijzen indienen. Deze kunnen aanleiding zijn om het vast te stellen veegplan aan te passen. Van de zienswijzen en de reacties daarop zal een verslag worden gemaakt. Dat zal bij het vast te stellen veegplan worden gevoegd. Uiteindelijk beslist de gemeenteraad over de zienswijzen en eventuele aanpassingen die daaruit voortkomen.