Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: 3 woningen Schoolstraat-Industriestraat Belfeld
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0983.BP201209SCHOOLSTR-VA01

Artikel 3 Wonen

 
3.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het wonen in de vorm van maximaal 3 grondgebonden vrijstaande woningen, waaronder tevens begrepen kamerbewoning (maximaal 4 personen);
  2. aan huis gebonden beroepen;
  3. tuinen, erven en onbebouwde erven;
  4. waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratie-voorzieningen met daarbij behorende:
  5. hoofd- en bijgebouwen, aan- en uitbouwen;
  6. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2 Bouwregels
 
3.2.1 Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende regel:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak.
3.2.2 Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
  1. hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - hoofdgebouw‘;
  2. de hoofdgebouwen dienen in en evenwijdig aan de voorgevelrooilijn te worden geplaatst;
  3. ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' bedraagt de bouwhoogte van hoofdgebouwen ten hoogste de op de verbeelding weergegeven maat;
  4. ter plaatse van de aanduiding 'minimale-maximale goothoogte' bedraagt de minimale en maximale goothoogte van hoofdgebouwen de op de verbeelding weergegeven maat;
  5. de bebouwingsdiepte, respectievelijk breedte van het hoofdgebouw mag maximaal 15 m, respectievelijk maximaal 20 m bedragen;
  6. het bebouwingspercentage van het bouwperceel voor hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 65%;
  7. de afstand van de gevel tot de zijdelingse bouwperceelgrens dient minimaal 3 m te bedragen.
3.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen
 
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels:
  1. bijgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak;
  2. aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen tenminste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw – of het verlengde daarvan – te worden gebouwd;
  3. in afwijking van het bepaalde in sub a dienen in hoeksituaties aan- en uitbouwen en bijgebouwen op een afstand van tenminste 3 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw – of het verlengde daarvan – te worden gebouwd;
  4. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag, voor zover gelegen buiten het maximale bouwvlak van het hoofdgebouw, zoals bepaald in lid 3.2.2 sub f, niet meer bedragen dan:
    1. 100 m² bij een bouwperceel groter dan 500 m²;
    2. 70 m2 bij een bouwperceel van maximaal 500 m²;met dien verstande dat het maximale bouwpercentage als hiervoor bedoeld onder lid 3.2.2 sub f. niet mag worden overschreden;
  5. de goothoogte van aan– en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer dan 3,30 m bedragen en de bouwhoogte mag niet meer dan 6 m bedragen;
  6. in afwijking van het bepaalde in sub a t/m d van dit lid, mogen aan- en uitbouwen worden aangebouwd vóór de voorgevelrooilijn, met een diepte van maximaal 1,5 m, een oppervlakte van maximaal 6 m² en een bouwhoogte van maximaal 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping.
3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
  1. erf- en terreinafscheidingen hoger dan 1 m, doch maximaal 2 m, alsmede overkappingen dienen tenminste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw – of in het verlengde daarvan – te worden gebouwd;
  2. in hoeksituaties dienen erf- en terreinafscheidingen hoger dan 1 m, doch maximaal 2 m, alsmede overkappingen, gelegen aan de naar de weg gekeerde zijdelingse perceelsgrens, op een afstand van tenminste 3 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw – of het verlengde daarvan – te worden gebouwd;
  3. de hoogte van andere bouwwerken mag maximaal 3 m bedragen, met uit- zondering van:
    1. vlaggenmasten, waarvan de hoogte niet meer dan 5 m mag bedragen;
    2. speeltoestellen, waarvan de hoogte niet meer dan 5 m mag bedragen;
    3. erf- en terreinafscheidingen, waarvan de hoogte niet meer dan 2 m mag bedragen;
  4. het onder lid 3.2.2 sub e aangegeven bebouwingspercentage mag ten gevolge van het oprichten van andere bouwwerken welke hoger zijn dan 1 m, gemeten vanaf het aansluitende terrein, niet worden overschreden.
3.3 Nadere eisen
 
3.3.1 Bereik
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen stellen ten aanzien van:
  1. de situering en/of afmetingen van bouwwerken;
  2. de kapvorm van gebouwen;
  3. de aanleg en omvang van parkeergelegenheid op eigen terrein;
  4. de in het kader van waterhuishoudkundige voorzieningen alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen te nemen maatregelen ter voorkoming van overlast van hemelwater ten gevolge van nieuw op te richten bebouwing en/of aan te brengen oppervlakteverharding.
3.3.2. Doel
De toepassing van nadere eisen als bedoeld onder lid 3.1 door burgemeester en wethouders zal gericht zijn op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
  1. het straat- en bebouwingsbeeld;
  2. de woonsituatie (wooncomfort kwaliteit woongenot van de directe omgeving);
  3. de gebruiksmogelijkheden (op eigen terrein en op aangrenzende gronden);
  4. de milieusituatie;
  5. de verkeersveiligheid;
  6. de parkeerruimte op eigen terrein;
  7. de sociale veiligheid;
  8. de brandveiligheid.
3.4 Specifieke gebruiksregels
 
3.4.1. Algemeen
Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening wordt in elk geval verstaan het gebruik van:
  1. vrijstaande bijgebouwen voor permanente of tijdelijke bewoning;
  2. woningen voor kamerbewoning voor meer dan 4 huishoudens;
  3. opstallen als kamerverhuurbedrijf;
  4. opstallen voor bed and breakfast; en tevens:
  5. gronden voor de voorgevel bij aaneengesloten woonbebouwing om te parkeren.
3.4.2. Beroepen aan huis regeling en kleinschalige bedrijvigheid
Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening wordt niet gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken voor het in combinatie met het wonen uitoefenen van een aan huis gebonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten mits de bedrijfsactiviteit is opgenomen in de bijlage bij deze regels "bedrijvenlijst woongebied", en:
  1. de woonfunctie overwegend behouden blijft;
  2. de beroeps- en/of bedrijfsoppervlakte niet meer bedraagt dan 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en de aan-, uit- en/of bijgebouwen, met een maximum van 50 m²;
  3. de beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten door de bewoners van het hoofdgebouw zelf worden uitgeoefend;
  4. door beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast;
  5. de beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten geen parkeeroverlast voor de directe (woon)omgeving veroorzaken of dat hierdoor geen extra parkeervoorzieningen noodzakelijk zijn;
  6. geen detailhandel wordt uitgeoefend, met uitzondering van detailhandel die ondergeschikt is aan en verband houdt met de ter plekke uitgeoefende kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
  7. geen (overig) gevaar, schade, hinder of overlast voor de (woon)omgeving ontstaat;
  8. geen horeca-activiteiten worden uitgeoefend;
  9. geen prostitutiebedrijf, seksinrichting of aanverwante activiteiten op erotisch en/of pornografisch gebied wordt / worden uitgeoefend.
3.5 Afwijking van de gebruiksregels
 
3.5.1 Bed and Breakfast
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 3.4.1 sub d. voor het gebruik van een (vrijstaand) bijgebouw of een gedeelte van het hoofdgebouw ten behoeve van een bed and breakfast, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft;
  2. bedoeld gebruik geen hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt;
  3. bedoeld gebruik geen belemmering voor de omliggende bedrijven mag op- leveren;
  4. het gebruik naar de aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming is;
  5. het gebruik de woonfunctie ondersteund, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijgebouw uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is;
  6. er geen duurzame ontwrichting van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur ontstaat;
  7. het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van verkeer;
  8. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein;
  9. de bed and breakfastvoorziening in bestaande bebouwing wordt gerealiseerd;
  10. maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van een bed and breakfast in gebruik is, zulks met een absoluut maximum van 60 m².
3.5.2 Kamerverhuurbedrijf
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 3.4.1 onder c. voor de vestiging van een kamerverhuurbedrijf, mits :
  1. het gebruik geen overlast voor het woonmilieu oplevert en geen onevenredige afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of buurt;
  2. het gebruik naar de aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming is;
  3. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien.