Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Meerwijk
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0451.BPMeerwijk-VG01

Artikel 6 Natuur

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Natuur’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. behoud, bescherming en beheer van water, oevers en oeverlanden met natuurwaarden in combinatie met wateraan- en afvoer, waterberging en scheepvaart.

6.2 Bouwregels

Op deze gronden mag niet worden gebouwd met uitzondering van:
  1. terreinafscheidingen tot een bouwhoogte van 1m;
  2. steigers;
  3. kleinschalige natuurontwikkeling;
Alsmede in combinatie met een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden:
  1. wandel- en fietspaden en verharding;
  2. oeverbeschoeiingen;
  3. kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen;
  4. aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur. 
     
 

6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

6.3.2

Een vergunning als bedoeld in artikel 6 lid 3.1  is niet vereist voor:
  1. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering of aanwezig zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  2. werken of werkzaamheden ten behoeve van de realisering van bestemmingen en bouwmogelijkheden op grond van planwijziging of afwijking.

6.3.3

Een vergunning als in artikel 6 lid 3.1 wordt bedoeld, wordt verleend indien - mede gelet op een door de aanvrager op te stellen (inrichtings)plan - kan worden aangetoond dat de betrokken waarden niet onevenredig worden geschaad, gelet op:
  1. het belang dat met de ingreep is gediend;
  2. de belangen van landschap, natuur en cultuurhistorie;
  3. het waterhuishoudkundig belang (kwantitatief en kwalitatief), met het oog op de waterhuishoudkundige doelstellingen.

6.3.4

Van onevenredige schade, zoals bedoeld in artikel 6 lid 3.3, is geen sprake indien aan het navolgende wordt voldaan:
  1. ontginnen, ophogen, afgraven, bodemverlaging of egalisatie vindt in géén geval plaats ten behoeven van de aanleg van een buitenrijbaan;
  2. het dempen, afdammen of herprofileren van sloten leidt niet toe verdroging;
  3. door de waterbeheerder is verklaard dat tegen de te nemen maatregelen geen bezwaar bestaat;