Exploitatieplan Schuytgraaf 2011, 14e herziening    

Deel A Toelichting     

Hoofdstuk 1 Algemeen     

1.1 Aanleiding     

Schuytgraaf is de grootschalige nieuwbouwwijk in het zuidwesten van de gemeente Arnhem. Al jaren wordt gewerkt aan het realiseren van de woonwijk. In juni 1999 is hiertoe het Bestemmingsplan Schuytgraaf vastgesteld, waarna dit in 2003 onherroepelijk werd. Omdat het bestemmingsplan Schuytgraaf aan herziening toe was, is in 2011 een integrale herziening doorgevoerd. In 2011 is dit bestemmingsplan Schuytgraaf 2011 vastgesteld en in 2012 is het bestemmingsplan onherroepelijk geworden.

Naast de vaststelling van het bestemmingsplan is destijds ook het Exploitatieplan Schuytgraaf 2011 vastgesteld. De gemeente is hiertoe verplicht omdat de grondexploitatiekosten niet anderszins verzekerd zijn (art. 6.12 Wet ruimtelijke ordening). De wettelijke verplichting voor het opstellen van een exploitatieplan volgt uit de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008. De wet bevat een grondslag om kostenverhaal te plegen. Indien een particuliere grondeigenaar wenst over te gaan tot zelfrealisatie op gronden gelegen binnen het exploitatiegebied en indien het kostenverhaal niet verzekerd is middels een grondexploitatieovereenkomst (anterieure overeenkomst), kunnen de kosten op basis van het exploitatieplan, via een omgevingsvergunning voor bouwen, op de particuliere grondeigenaar worden verhaald.

Het gaat daarbij om de kosten die in de periode vanaf het moment van inwerkingtreding van de Wro tot aan de gereedkoming van het exploitatieplangebied Schuytgraaf worden gemaakt. Gezien de planvorming voor de ontwikkeling van Schuytgraaf al sinds 1999 loopt, zijn er in de periode tot 1 juli 2008 kosten en opbrengsten gerealiseerd die niet opgenomen mogen worden in de exploitatieopzet. De te verhalen kosten, en daarmee de kosten die meegenomen mogen worden in de exploitatieopzet, betreffen enkel de kosten die gemaakt zijn na 1 juli 2008 binnen de begrenzing van het exploitatiegebied. Conform artikel 6.15 Wro is het exploitatieplan jaarlijks ten minste één keer herzien.

In 2023 wordt wederom een partiële herziening van het bestemmingsplan Schuytgraaf ter vaststelling aangeboden, het betreft de bestemmingsplannen 'Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening veld 1 en 1a' en 'Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering'. Het exploitatieplan Schuytgraaf is daarbij eveneens herzien. Voorliggend exploitatieplan betreft inmiddels de 14e herziening van het exploitatieplan Schuytgraaf.

Sinds de 9e herziening is het exploitatieplan volgens een andere structuur opgezet. Hierbij is redactioneel veel aangepast. Dit is gedaan om diverse redenen: per eigenaar is het mogelijk de (voorlopige) exploitatiebijdrage af te leiden, er is aansluiting gezocht bij andere exploitatieplannen van de gemeente Arnhem en er is gezocht naar verbeteringen van de leesbaarheid. Verschillen tussen enerzijds de 14e herziening en anderzijds de 13e en eventueel voorgaande herzieningen kunnen dus worden gezien door de tekst van de herzieningen te vergelijken. Voorliggende 14e herziening betreft een structurele herziening van het exploitatieplan.

De 14e herziening heeft inhoudelijk betrekking op:

  1. De velden 1 en 1a en 26 & 27 zijn - op basis van de ruimtelijke raamwerken- als ontwerp velden opgenomen i.p.v. normatieve velden. Ook is de actualiteit van de overige velden verwerkt.
  2. De actualiteit wat betreft grondeigendommen is verwerkt.
  3. Het exploitatieplan is herzien naar prijspeil 1-1-2023. Ook zijn de gerealiseerde kosten t/m 31-12-2022 opgenomen.
  4. De parameters voor kosten - en opbrengstenstijging zijn geactualiseerd naar peildatum 1-1-2023.
  5. De kosten van bouw- en woonrijp maken zijn geactualiseerd en aangepast naar de huidige inzichten en peildatum 1-1-2023.
  6. De plankostenscan is aangepast aan de actualiteit.
  7. De opbrengsten zijn aangepast aan de huidige marktsituatie door aanpassing van de grondprijzen

De regels voor de inrichting en het bouw en woonrijp maken zijn nader uitgewerkt.

1.2 Leeswijzer     

Het exploitatieplan bestaat uit een Toelichtend deel (deel A) en een bindend deel (deel B).

In de navolgende tekst komen in deel A paragraafsgewijs aan de orde:

  • In Hoofdstuk 1 eerst algemene onderdelen, zoals de koppeling met het ruimtelijk besluit (1.3), doel en functie van het exploitatieplan (1.4), begrenzing van het exploitatieplan (1.5), jaarlijkse herziening en eindafrekening (1.6).
  • Vervolgens de omschrijving van werken en werkzaamheden in Hoofdstuk 2.
  • Grondeigenaren in Hoofdstuk 3.
  • Een toelichting op de exploitatieopzet in Hoofdstuk 4.
  • Een toelichting op de regels van het exploitatieplan in Hoofdstuk 5.
  • Een toelichting op de bijlagen van zowel deel A (de toelichting) als van deel B (het exploitatieplan) in 6.
  • Bijlagen bij de toelichting Bijlagen bij Deel A Toelichting.

In deel B komen paragraafsgewijs aan de orde:

1.3 Het planologisch besluit waaraan het exploitatieplan is gekoppeld     

Het exploitatieplan Schuytgraaf 2011 is van oorsprong gekoppeld aan het bestemmingsplan “Schuytgraaf 2011”. Sinds het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan in 2012, hebben er, ten einde de verdere ontwikkeling van Schuytgraaf mogelijk te maken, meerdere herzieningen plaatsgevonden van het bestemmingsplan.

De 14e herziening van het exploitatieplan is gekoppeld aan de bestemmingsplannen 'Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening veld 1 en 1a' en 'Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering'. Het bestemmingsplan kent zowel ontwerp als normatieve velden. Dat betekent dat, zodra er een uitwerkingsplan volgt voor een normatief veld, het exploitatieplan wordt herzien. Dat het exploitatieplan behoort bij een bestemmingsplan met normatieve uit te werken velden betekent overigens niet dat het exploitatieplan in alle opzichten globaal is in de zin van artikel 6.13 lid 3 Wro. Wat de exploitatieopzet betreft is, waar mogelijk, al te grote globaliteit vermeden.

1.4 Doel en functie van het exploitatieplan     

Om te komen tot het bestemmingsplan heeft de gemeente kosten gemaakt. Om tot de realisatie van bebouwing te kunnen komen zijn werken en werkzaamheden nodig, waarvoor ook kosten worden gemaakt. Deze kosten worden gemaakt door de eigenaren. De gemeente is één van de eigenaren. Ook andere partijen hebben grondeigendom. Met niet elk van die partijen zijn grondexploitatieovereenkomsten gesloten, zodat het kostenverhaal als bedoeld in artikel 6.12 Wro niet geheel via overeenkomsten en gemeentelijke grondverkoop verzekerd zal zijn. Op grond van artikel 6.12 Wro moet daarom een exploitatieplan worden vastgesteld. Dan kan bij omgevingsvergunningen voor het bouwen een betalingsvoorschrift worden opgenomen op basis van artikel 6.17 Wro.

In een exploitatieplan is het mogelijk regels op te nemen. Regels in een exploitatieplan zijn locatie-eisen voor de werken en werkzaamheden voor bouwrijp maken, aanleg van nutsvoorzieningen en de inrichting van de openbare ruimte. Dit kunnen ook regels zijn voor fasering van de werkzaamheden of voor koppelingen tussen werken en werkzaamheden of tussen werken, werkzaamheden en bouwplannen. Dit zijn eisen waar grondeigenaren aan gebonden zijn. In het onderhavige exploitatieplan zijn regels opgenomen. Deze hebben betrekking op de uitvoering van werken en werkzaamheden, aanbestedingsregels en koppelingseisen.

Bij een herziening in verband met de vaststelling van een uitwerkingsplan kunnen regels worden toegevoegd.

Samengevat dient de vaststelling van dit exploitatieplan ertoe om de noodzakelijke publiekrechtelijke basis te leggen voor het kostenverhaal en voor de locatie-eisen. De berekening van de exploitatiebijdragen vindt, op basis van dit exploitatieplan, plaats in het betalingsvoorschrift bij de te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen of in een exploitatieovereenkomst voor zover deze wordt gesloten na de vaststelling van dit exploitatieplan.

1.5 Begrenzing van het exploitatieplan     

Het plangebied van het exploitatieplan Schuytgraaf is gelegen in het zuidwestelijk deel van Arnhem. De westelijke grens van het plangebied wordt bepaald door de gemeentegrens met de gemeente Overbetuwe die grotendeels samenvalt met de Vogelenzangsestraat, 't Vlot en de Grote Molenstraat. De noordelijke plangrens wordt gevormd door (het hart van) de Drielse Rijndijk. De oostgrens van het plangebied wordt gevormd door de oostelijke (kadastrale) begrenzing van de spoorlijn Arnhem-Nijmegen. De zuidelijke plangrens wordt gevormd door de gemeentegrens Overbetuwe, die gedeeltelijk het beloop van de Zesseling en De Laar volgt. De centrale verkeersader, de N837, die als provinciale weg in de aangrenzende gemeente Overbetuwe is aangesloten op de rijksweg A50, doorsnijdt Schuytgraaf. Binnen Schuytgraaf zijn zogenaamde velden gedefinieerd. Deze betreffen de diverse woonwijken die zich binnen het bestemmingsplangebied bevinden. Op de Kaart velden is de definiëring van de velden gevisualiseerd (bijlage 8).

Het plangebied van het geconsolideerde bestemmingsplan Schuytgraaf, veegplan 2017, inclusief herzieningen (bijlage 13) betreft een groter gebied dan het exploitatiegebied Schuytgraaf (bijlage 1). Dit komt doordat de te handhaven bebouwing en de velden en kavels, waar op basis van het bestemmingsplan Schuytgraaf 2003 reeds een omgevingsvergunning voor was afgegeven, geen deel uit maken van het exploitatieplan. Tevens maken gehele velden waar, op grond van het bestemmingsplan Schuytgraaf 2003, al een bouwtitel aanwezig was en die ongewijzigd zijn overgenomen in het bestemmingsplan Schuytgraaf 2011, geen onderdeel uit van het exploitatiegebied. Dit geldt ook voor delen van sommige velden (één en ander is nader toegelicht onder het kopje 'Bouwkavels en bouwblokken'). Voor andere velden was noch het één, noch het ander aan de orde.

In het moederexploitatieplan zijn alle per 2011 nog te ontwikkelen en te realiseren bouwplannen als bedoeld in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen, met uitzondering van de bouwplannen, die in de vorige alinea zijn beschreven. Dit resulteert in het volgende overzicht van velden en kavels die opgenomen zijn in het exploitatieplan:

verplicht
Tabel 1: Velden en kavels in het exploitatieplan.

Ontwerp- en normatieve velden

Met ingang van de 9e herziening van het exploitatieplan is onderscheid gemaakt tussen zogenaamde ontwerpvelden en normatieve velden. De ontwerpvelden, zijn per 1/1/2023 al gerealiseerd of de plannen voor realisatie zijn per 1/1/2023 voldoende concreet voor het opnemen van de ontwerpen. De normatieve velden moeten nog (verder) worden ontwikkeld en zijn opgenomen op basis van normen met betrekking tot het ruimtegebruik. Bij onderhavige 14e herziening van het explotiatieplan zijn alle normatieven velden uitgewerkt in ontwerpvelden, zie hiervoor de Kaart ruimtegebruikskaart, (Bijlage 3).

Bovenstaande heeft de volgende consequenties voor de exploitatieopzet. Met betrekking tot die onderdelen waarvoor nog een uitwerkingsplan moet worden opgesteld en die nog normatief zijn opgenomen in het exploitatieplan, zijn de eisen en de financiële gegevens in dit exploitatieplan nog globaal van karakter. Deze globale onderdelen zullen pas bij de procedure van betreffend uitwerkingsplan een gedetailleerde invulling krijgen in de dan vast te stellen herziening van het exploitatieplan.

Bovenstaande had de volgende consequenties voor de exploitatieopzet. Met betrekking tot die onderdelen waarvoor nog een uitwerkingsplan moest worden opgesteld en die nog normatief waren opgenomen in het exploitatieplan; daarvan waren de eisen en de financiële gegevens in het exploitatieplan voorheen nog globaal van karakter. Deze globale onderdelen hebben nu bij de procedure van het uitwerkingsplan een gedetailleerde invulling gekregen, die is verwerkt in onderhavige (en vast te stellen) herziening van het exploitatieplan.

Bouwkavels en bouwblokken

De velden 7, 8, 16, 18 en 19 zijn niet geheel opgenomen in het exploitatiegebied. Voor deze velden geldt dat slechts enkele bouwkavels / bouwblokken onderdeel uitmaken van het exploitatiegebied. De kavels in veld 7, 8 die opgenomen zijn in het exploitatiegebied, zijn in het bestemmingsplan Schuytgraaf 2011 van een nieuwe planologische grondslag voorzien; om die reden zijn deze kavels wel opgenomen in het exploitatiegebied. In veld 16 zijn enkele bouwkavels aanwezig waarvan de bouwtitel op basis van het vastgestelde uitwerkingsplan niet ongewijzigd is overgenomen in het bestemmingsplan Schuytgraaf 2011; om die reden zijn deze kavels wel opgenomen in het exploitatiegebied. In veld 18 en 19 zijn bouwblokken gelegen waarvoor nog geen omgevingsvergunning was verleend bij vaststelling van het bestemmingsplan Schuytgraaf 2011; om die reden zijn deze bouwblokken wel opgenomen in het exploitatiegebied. Voorgaande is conform exploitatieplan Schuytgraaf 2011.

Overige gronden

In het noorden van het bestemmingsplangebied, langs de Achterstraat bevindt zich de agrarische zone, waar enkele uitbreidingen van bestaande opstallen zijn voorzien. Die uitbreidingen zijn echter kleiner dan 1.000 m², waardoor bouwplannen in de zin van art. 6.2.1 Bro niet aan de orde zijn en deze betreffende gronden niet opgenomen zijn in het exploitatiegebied.

Binnenplans bovenwijks

Naast de velden en kavels kent het exploitatieplan nog binnenplanse ontwikkelingen die een bovenwijks karakter hebben. Die binnenplanse bovenwijkse werken betreffen de Hoofdplanstructuur en de Spoorzone, zie (Kaart velden, bijlage 8). De Hoofdplanstructuur vormt de verbinding tussen de velden binnen Schuytgraaf en bevat ruimte voor de ontwikkeling van natuurwaarden, bos en groen. De Spoorzone bevat kunstwerken die enerzijds benodigd zijn voor de realisatie van Schuytgraaf en anderzijds de fysieke verbindingen vormen tussen de bestaande stad en de nieuwbouwwijk.

De exacte begrenzing van het exploitatieplangebied is opgenomen op de Kaart exploitatiegebied (Bijlage 1 bij Deel B).

1.6 Jaarlijkse herziening en eindafrekening     

De Wro verplicht de gemeente in artikel 6.15 het exploitatieplan ten minste één keer per jaar te herzien. Herziening van het exploitatieplan kan leiden tot een hogere of lagere exploitatiebijdrage, met uitzondering van bijdragen voor die percelen waarvoor dan al een rechtsgeldige omgevingsvergunning voor het bouwen is verstrekt of waarvoor een overeenkomst over grondexploitatie is gesloten.

Herziening kan ook leiden tot het aanpassen, laten vervallen of toevoegen van regels ten aanzien van locatie-eisen of tot wijzigingen ten aanzien van het grondgebruik, hetgeen ook kan doorwerken in de tot het exploitatieplan behorende bijlagen.

Aan het einde van de exploitatie vindt een eindafrekening plaats. Binnen drie maanden na uitvoering van de werken, werkzaamheden en maatregelen, welke voorzien zijn in het exploitatieplan, stellen burgemeester en wethouders een afrekening van het exploitatieplan vast (artikel 6.20 lid 1 Wro) ten aanzien van exploitatiebijdragen die via omgevingsvergunningen voor het bouwen zijn voldaan. Daarbij worden de betaalde exploitatiebijdragen herberekend volgens de methode van artikel 6.20 lid 2 Wro. Lid 3 van dat artikel bepaalt dat, indien een herberekende exploitatiebijdrage meer dan vijf procent lager is dan een betaalde exploitatiebijdrage, de gemeente het verschil, voor zover het verschil groter is dan vijf procent, naar evenredigheid met rente terugbetaalt aan degene die houder was van de omgevingsvergunning (of aan diens rechtsopvolger).

Hoofdstuk 2 Omschrijving van de werken en werkzaamheden     

2.1 Bouwrijp maken     

Voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied worden in hoofdlijnen de volgende werken en werkzaamheden voorzien:

  • Sanering van de bodem en/of het grondwater;
  • Opsporen en opruimen van niet-gesprongen explosieven (NGE);
  • Verwijderen van opstallen, bovengrondse en ondergrondse obstakels, bouwresten en verharding;
  • Verwijderen van struiken, bomen en overige begroeiing;
  • Dempen bestaande watergangen;
  • Treffen van grondwaterregulerende maatregelen;
  • Tijdelijk afvoeren van grondwater;
  • Afgraven en afvoeren van grond;
  • Aanvoeren en aanbrengen van grond en/of zand;
  • Aanleg van bouwwegen;
  • Aanleg van riolering.

2.2 Aanleg nutsvoorzieningen     

Voor de aanleg van nutsvoorzieningen in het exploitatiegebied worden de volgende werken aangelegd en werkzaamheden voorzien:

  • Aanleg van en verplaatsing of aanpassing van onder andere leidingen voor water, elektra, telecommunicatie.
  • Aanleg van transformatorhuisjes en regelstations.
  • Aanleg warmtenet.

2.3 Woonrijp maken     

Voor het woonrijp maken van het exploitatiegebied worden in hoofdlijnen de volgende werken aangelegd en werkzaamheden voorzien:

  • Plaatsen van lichtmasten;
  • Plaatsen van brandkranen;
  • Aanleg van wegen;
  • Aanleg van parkeerplaatsen;
  • Aanleg van fietspaden;
  • Aanplant van groenvoorzieningen;
  • Aanleg van parken incl. straatmeubilair en speelvoorzieningen;
  • Aanbrengen van bebording, bebakening en uitlijning.

Hoofdstuk 3 Grondeigenaren     

De eigendomssituatie is aangegeven op de Kaart eigenaren en te verwerven gronden (bijlage 6). Hier zijn de eigenaren en eigendommen aangeduid met nummers. Deze nummers staan voor:

  1. Gemeente Arnhem
  2. Gerealiseerd / uitgegeven
  3. Dhr. M.J.H. van Schaik
  4. Mw. G.G.W. van Schaik
  5. Vervallen
  6. Dhr. M. Scheffer & Mw. A.M. van den Brink
  7. Heanima B.V.
  8. Vervallen
  9. Vervallen
  10. Dhr. G.J.M. Knuiman

Bijlage 1 bij Deel A geeft de begrenzing van het exploitatiegebied Schuytgraaf aan met de daarbinnen gelegen percelen die de gemeente nog beoogt te verwerven.

De meeste nog te verwerven (gedeeltelijke) percelen zijn gelegen binnen de velden waarvoor een uit te werken bestemming is opgenomen in het bestemmingsplan Schuytgraaf 2017. Uit de nog te vervaardigen uitwerkingsplannen met bijbehorende jaarlijkse herzieningen van het exploitatieplan, zal blijken in hoeverre eventuele zelfrealisatie van die bestemming door de eigenaar al dan niet mogelijk zal zijn. De percelen waarop zelfrealisatie niet aan de orde kan zijn, zal de gemeente zonodig op basis van onteigening trachten in eigendom te verkrijgen. Onteigening van deze gronden is pas mogelijk als een uitwerkingsplan is vastgesteld.

Hoofdstuk 4 Toelichting op de exploitatieopzet     

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de exploitatieopzet. Volgens artikel 6.13 Wro bestaat een exploitatieopzet uit:

  • Een raming van de inbrengwaarden (inclusief peildatum)
  • Een raming van de andere kosten in verband met de exploitatie (inclusief peildatum)
  • Een raming van de opbrengsten (inclusief peildatum)
  • Een tijdvak waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden
  • Zo nodig een fasering van de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen, en zo nodig koppelingen hiertussen
  • De wijze van toerekening van de te verhalen kosten aan de uit te geven gronden

Alle genoemde bedragen in dit hoofdstuk betreffen prijspeil 1 januari 2022 en zijn exclusief BTW, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld.

In deze paragraaf worden de kostenposten toegelicht en onderbouwd. De kostensoorten die worden meegenomen in het exploitatieplan zijn limitatief vastgelegd in artikel 6.2.3 tot en met 6.2.5 van het Bro.

Tenzij anders vermeld leveren de investeringen alleen profijt op voor het exploitatiegebied, worden ze alleen gedaan voor dit exploitatiegebied en zijn om die reden volledig toerekenbaar aan dit exploitatieplan.

Leeswijzer

Om de exploitatiebijdrage te berekenen wordt in dit hoofdstuk achtereenvolgens ingegaan op het ruimtegebruik, de eigendomssituatie, het programma, de kosten en opbrengsten, de grondgebruikanalyse, de gehanteerde parameters en fasering, de maximaal te verhalen kosten en de exploitatiebijdrage op basis van opbrengstpotentie.

4.1 Ruimtegebruik     

Het exploitatieplangebied is 2.574.098 m² groot.

 

verplicht
Tabel 2: Ruimtegebruik exploitatiegebied Schuytgraaf.

Het exploitatiegebied wordt van oorsprong voor agrarische doeleinden gebruikt. Het beoogde ruimtegebruik betreft voornamelijk wonen aangevuld met maatschappelijke, (niet-) commerciële voorzieningen en openbaar gebied (wegen, parkeren en groen). Eén en ander is weergegeven op de Ruimtegebruikskaart (Bijlage 3 bij Deel B).

Bij de bepaling van de oppervlakten is uitgegaan van digitale inmeting. De hieruit ontstane resultaten kunnen marginaal afwijken van de kadastrale oppervlakken.

4.2 Eigendomssituatie     

De eigenaren die binnen het exploitatiegebied gronden in eigendom hebben zijn in hoofdstuk 3 weergegeven. In Bijlage 1 bij Deel A is de Kaart eigenaren en te verwerven gronden opgenomen.

4.3 Programma     

In het bestemmingsplan Schuytgraaf, veegplan 2017 is opgenomen dat minimaal 6.100 woningen en maximaal 6.900 woningen in geheel Schuytgraaf worden gerealiseerd. Ten aanzien van het programma niet-woningbouw is in het bestemmingsplan de locatiekeuze van diverse functies onderbouwd.

Voor de normatieve velden is een normatief programma opgesteld op basis van vier veldtypen die differentiaties kennen op het gebied van dichtheden en thematiek. De typen velden betreffen 'centrum', 'kernen', 'linten' en 'linten accent'. Onderstaand wordt per veld (indien het veld onderdeel van het exploitatiegebied is) aangegeven welk type veld het betreft.

verplicht
Tabel 3: Veld differentiatie.

Ieder type veld kent zijn eigen normen ten aanzien van de volgende onderdelen: verhouding woningtypologiën, wegen, paden, parkeren en groen. Op basis van de totale oppervlakte van een normatief veld en de veldtypologie is een indicatief woningbouwprogramma bepaald. In de verdere planvorming en uitvoering kunnen aantallen en woningtypologieën nog wijzigen. Dit is afhankelijk van factoren als: stedenbouwkundige visievorming, marktomstandigheden en afzetmogelijkheden. Met de jaarlijkse actualisatie van het exploitatieplan zal ook steeds het bouwprogramma worden geactualiseerd.

Programma woningbouw exploitatieplan Schuytgraaf

Van het totale woningbouwprogramma dat voorzien is binnen Schuytgraaf, maakt slechts een deel van het programma onderdeel uit van het exploitatiegebied. In het exploitatieplan is dat deel van het programma niet opgenomen waarvoor geldt dat:

  • De woningen reeds waren gerealiseerd.
  • De omgevingsvergunning voor realisatie al was verleend op basis van het bestemmingsplan Schuytgraaf uit 2003.
  • Het deel uitmaakte van een uitwerkingsplan dat in werking is getreden vóór de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan 2011 en dat onveranderd is overgenomen in het bestemmingsplan 2011.

Onderstaand volgt het woningbouwprogramma zoals dit in het exploitatieplan is opgenomen. Hierbij worden per woningcategorie het totaal aantal woningen weergegeven.

verplicht
Tabel 4: Aantallen woningen naar woningcategorie binnen het exploitatieplan Schuytgraaf.

Onderverdeeld naar de velden ziet het woningbouwprogramma binnen het exploitatiegebied er als volgt uit.

verplicht
verplicht
Tabel 5: Aantallen woningen gesitueerd in de velden binnen het exploitatieplan Schuytgraaf.

Programma woningbouw bestemmingsplan Schuytgraaf

Het totale programma voor Schuytgraaf is in de tabel hieronder weergegeven. Dit betreft zowel de woningbouw binnen het exploitatiegebied als de woningbouw buiten het exploitatiegebied.

verplicht
Tabel 6: Aantallen woningen naar woningcategorie binnen het bestemmingsplan Schuytgraaf.

Sociale koop- en sociale huurwoningen

In de toelichting behorend bij het bestemmingsplan is opgenomen dat minimaal 28% en maximaal 33% van het totaal aantal woningen dat in Schuytgraaf wordt gerealiseerd, sociale woningbouw dient te betreffen. Binnen het sociale woningbouwprogramma worden sociale koop- en sociale huurwoningen onderscheiden. De maximale koopprijs van een sociale koop- respectievelijk een sociale huurwoning is vastgelegd in artikel 1.1.1 Bro. De maximale koopprijs voor een sociale koopwoning bedraagt € 200.000,- (VON).

Naast het beleid ten aanzien van de totale sociale woningbouwopgave, van minimaal 28%, is in de toelichting van het bestemmingsplan Schuytgraaf, veegplan 2017, opgenomen dat van het totaal aantal woningen dat in Schuytgraaf wordt gerealiseerd, minimaal 15,5% een goedkope sociale huurwoning dient te zijn. In tabel 6 wordt aangetoond dat met het totale woningbouwprogramma dat binnen Schuytgraaf zal worden gerealiseerd (incl. het normatieve programma) voldaan wordt aan het beleid met betrekking tot de sociale woningbouwopgave.

Per 1 januari 2019 zijn daarnaast, conform het gemeentelijk beleid, extra sociale huurwoningen toegevoegd in het programma, zodat het programma over de nog te verkopen gronden per 1-1-2019; 30% sociale huurwoningen bevat.

Programma niet-woningbouw exploitatieplan Schuytgraaf

Naast woningbouw wordt binnen het bestemmingsplan ook de realisatie van niet-woningbouw functies mogelijk gemaakt. Onderstaand wordt het niet-woningbouwprogramma dat is opgenomen binnen het exploitatiegebied weergegeven.

verplicht
Tabel 7: Aantallen m² niet-woningbouw binnen het exploitatieplan Schuytgraaf.

Niet in alle velden van het exploitatieplan is de realisatie van niet-woningbouw voorzien; onderstaande tabel geeft de verdeling van de niet-woningbouw functies weer over de velden.

verplicht
verplicht
Tabel 8: Aantallen m² niet-woningbouw binnen het exploitatieplan Schuytgraaf onderverdeeld naar veld.

Als onderlegger voor het voorgenomen grondgebruik in de exploitatieopzet, is gerekend met uitgeefbare elementen, zoals aangegeven op de Ruimtegebruikskaart, Bijlage 3 bij Deel B en met aanleg van openbaar gebied (groen, snelverkeer, parkeren, voetpad).

4.4 Kosten van inbrengwaarden     

4.4.1 Kosten van inbrengwaarden van grond en te slopen opstallen (artikel 6.2.3.a en b Bro)     

De raming van de inbrengwaarden van de gronden en opstallen in het exploitatiegebied is verricht door Gloudemans, gevestigd te 5201 GA 's-Hertogenbosch, namens deze is de taxatie uitgevoerd door de heer ir. ing. T.A. te Winkel MRICS RT, register taxateur van onroerende zaken, onder andere ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT) in de Kamer Landelijk en Agrarisch Vastgoed, Kamer Wonen en Kamer Bedrijfsmatig Vastgoed - Grootzakelijk Vastgoed onder registratienummer RT586908102, tevens lid van en Registered Valuer bij de Royal Institution of Chartered Surveyors (RICS), lidnummer 6207912.

Het volledige taxatierapport is opgenomen als bijlage 15. Een totaaloverzicht van de inbrengwaarde per eigenaar is in tabel 9 toegevoegd.

4.4.2 Totaaloverzicht inbrengwaarden     

verplicht
Tabel 9: Totaaloverzicht van inbrengwaarden.

4.5 Overige kosten     

4.5.1 Stand van de werkzaamheden per 1 juli 2008     

Voor alle in het bestemmingsplan Schuytgraaf 2011, nog uit te werken velden geldt dat er alleen in delen van deze gebieden al werkzaamheden hebben plaatsgevonden die te maken hebben met bodemsanering, grondwerk of het verwijderen van explosieven. In de inhoud van het exploitatieplan is hiermee rekening gehouden door bijvoorbeeld kosten die zijn gemaakt vóór 1 juli 2008, niet op te nemen in de exploitatieopzet. De datum van 1 juli 2008 hangt samen met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening, vanaf dat moment geldt voor de gemeente de plicht tot het verhalen van kosten. In onderstaande figuur wordt de stand van de werkzaamheden per 1 juli 2008 visueel weergegeven, waarna een tekstuele toelichting op de figuur volgt.

verplicht
Figuur 1: Stand van zaken in Schuytgraaf per 1-7-2008.

Stand van de werkzaamheden in de velden per 1 juli 2008 (zie figuur 1):

  • Ten aanzien van de velden die in figuur 1 met een paarse kleur zijn aangeduid, geldt dat deze bouwrijp zijn, de bebouwing geheel of gedeeltelijk is gerealiseerd en het openbaar gebied ook geheel of gedeeltelijk woonrijp is. Deze velden maken geen onderdeel uit van het exploitatieplan.
  • Ten aanzien van de velden die in figuur 1 met een oranje kleur zijn aangeduid geldt dat deze bouwrijp zijn en dat daar al gedeeltelijk is gestart met de bouw. Deze velden maken geen onderdeel uit van het exploitatieplan, met uitzondering van enkele kavels waarop het bestemmingsplan Schuytgraaf 2011 nieuwe bouwplannen mogelijk maakt.
  • In de met geel aangeduide gebieden hebben alleen voorbereidende werkzaamheden plaatsgevonden. Dit betreft het opruimen van het gebied door het weghalen van bestaande structuren, begroeiing en opstallen, onderzoek naar en opruimen van explosieven samen met sanering van vervuilingen, ophogen en voorbelasten. Deze gronden maken wel onderdeel uit van het exploitatieplan.

Stand van de werkzaamheden in de Hoofdplanstructuur per 1 juli 2008 (zie figuur 1):

Voor de Hoofdplanstructuur geldt dat deze in het bestemmingsplan is opgenomen als eindbestemming. De situering van de Hoofdplanstructuur is weergegeven op de Kaart Velden (Bijlage 3 bij Deel B). Voor de visie op de Hoofdplanstructuur en de omschrijving van de bestemmingen wordt verwezen naar het bestemmingsplan Schuytgraaf 2017. De navolgende omschrijving gaat in op hetgeen gereed was per 1 juli 2008.

  • De met lichtblauw weergegeven watergangen zijn gegraven, maar er heeft nog geen afwerking plaatsgevonden. De grond die uit deze watergangen is vrijgekomen, is gebruikt voor het ophogen van diverse velden. Het hierbij vrijgekomen zand is gestort in een zanddepot en wordt gebruikt bij het bouwrijp maken.
  • De op de kaart in grijs weergegeven hoofdwegen zijn aangelegd in ruwbouw. Dit betekent dat de bermen nog niet zijn afgewerkt, de verlichting nog niet is aangebracht, de deklaag van het asfalt nog niet is aangebracht, de definitieve belijning niet is aangebracht en het straatmeubilair (bebording e.d.) er nog niet is. De aanleg van het stationsplein is gestart.
  • Voor de donkergroen aangegeven bossen geldt dat het noordelijke bos een bestaand bos is. Het bij veld 12 gelegen bos is aangelegd.
  • In de gele gebieden hebben alleen voorbereidende werkzaamheden plaatsgevonden. Dit betreft het opruimen van het gebied door het weghalen van bestaande structuren, begroeiing en opstallen, onderzoek naar en opruimen van explosieven samen met sanering van vervuilingen, ophogen en voorbelasten.

4.5.2 Stand van de kosten per 1 januari 2023     

In de periode 1 juli 2008 tot 1 januari 2023 is verder gewerkt aan de verdere ontwikkeling van Schuytgraaf. De kosten die gemaakt zijn in de periode 1 juli 2008 tot 1 januari 2023 zijn verhaalbaar en daarom meegenomen in de exploitatieopzet. Uitzondering hierop betreffen de gemaakte kosten met betrekking tot de Hoofdplanstructuur en de Spoorzone. In de volgende paragraaf wordt daar op terug gekomen. Onderstaand volgt de boekwaarde ontwikkeling van Schuytgraaf tot 1-1-2023.

verplicht
verplicht
Tabel 10: Boekwaarde ontwikkeling vanaf 2008.

4.5.3 Toerekening hoofdplanstructuur en spoorzone     

Voor de in de vorige paragraaf benoemde kosten binnen de velden geldt dat ze worden gemaakt voor het exploitatieplan, dat ze profijt opleveren voor het exploitatiegebied en dat andere gebieden van de meeste van deze investeringen geen profijt hebben, zodat de kosten voor 100% in de exploitatieopzet worden opgenomen als proportionele toerekening. Een uitzondering hiervoor geldt voor de Hoofdplanstructuur en de Spoorzone.

Volgens artikel 6.13 lid 6 Wro geldt dat kosten in verband met werken, werkzaamheden en maatregelen waarvan het exploitatiegebied profijt heeft, en die toerekenbaar zijn aan het exploitatieplan, naar rato van proportionaliteit worden opgenomen in de exploitatieopzet. Het gaat hier om de criteria profijt, toerekenbaarheid (causaal verband) en proportionaliteit.

Hoofdplanstructuur

De Hoofdplanstructuur ligt volledig binnen het exploitatiegebied Schuytgraaf. Ten aanzien van het uitgeefbaar gebied ligt een deel binnen het exploitatigebied, maar ook een aanzienlijk gedeelte buiten het exploitatiegebied. Daarmee wordt voldaan aan de eis van toerekenbaarheid en profijt. Het proportionele aandeel van de aan het exploitatiegebied toe te rekenen kosten van de realisatie van de Hoofdplanstructuur is als volgt bepaald:

verplicht
Tabel 11: Toerekening Hoofdplanstructuur.

Het aan het exploitatiegebied toe te rekenen proportionele aandeel van de kosten bedraagt daardoor 52% op startwaarde per 1-1-2023.

Spoorzone

De kosten met betrekking tot de Spoorzone (geluidswerende voorzieningen, tunnels) zijn ten behoeve van meerdere ontwikkelingen en (bestaande) gebieden. Deze kosten hebben betrekking op voorzieningen welke zijn gelegen binnen het exploitatiegebied. Het proportionele aandeel van de aan het exploitatiegebied toe te rekenen kosten van de realisatie van de hoofdontsluiting is als volgt bepaald:

verplicht
Tabel 12: Toerekening Spoorzone.

Het aan het exploitatiegebied toe te rekenen proportionele aandeel van de kosten bedraagt daardoor 9% op startwaarde per 1-1-2023. In het exploitatieplan zijn enkel de kosten voor realisatie van de fietstunnel Dordrechtweg opgenomen. De overige voorzieningen worden met subsidies en bijdragen gerealiseerd en zijn derhalve niet in het exploitatieplan opgenomen.

Op basis van bovenstaande resulteert onderstaande tabel ten aanzien van de toerekenbare boekwaarde, oftewel de boekwaarde zoals opgenomen in de exploitatieopzet.

verplicht
Tabel 13: Boekwaarde toerekenbaar exploitatieplan.

4.5.4 Grondwerkzaamheden     

Op basis van de ontwerpen van de ontwerpvelden zijn ten aanzien van de grondwerkzaamheden ramingen opgesteld.

De geraamde bedragen zijn opgenomen in het Overzicht kosten, Bijlage 5 bij Deel A.

4.5.5 Bouwrijp- en woonrijp maken (artikel 6.2.4.c Bro)     

Op basis van de ontwerpen van de ontwerpvelden zijn ramingen opgesteld van de civieltechnische realisatiekosten.

De geraamde bedragen zijn opgenomen in het Overzicht kosten, Bijlage 5 bij Deel A.

4.5.6 Kunstwerken     

Op basis van de ontwerpen van de ontwerpvelden zijn ramingen opgesteld van de civieltechnische realisatiekosten ten aanzien van kunstwerken.

De geraamde bedragen zijn opgenomen in het Overzicht kosten, Bijlage 5 bij Deel A.

4.5.7 Plankosten (artikel 6.2.4.f t/m j Bro)     

Onder de plankosten vallen kosten voor het opstellen van ruimtelijke plannen, ontwerpcompetities, gemeentelijke apparaatskosten en voorbereiding, directievoering en toezicht (VTU) op de werken inzake bouwrijp maken uitgeefbaar gebied en inrichting openbare ruimte.

Voor de berekening van de verhaalbare plankosten is in het exploitatieplan zoals dat luidt tot en met de 8e herziening, gebruikgemaakt van het ontwerp van de ministeriële regeling plankosten, zoals deze in 2010 gepubliceerd is op de website van het toenmalige ministerie van VROM. In het besluit tot 8e herziening van het exploitatieplan is deze aanpak voortgezet.

Op 6 februari 2017 is door de minister van IenM de definitieve Regeling plankosten exploitatieplan gepubliceerd (Stcrt. 2017, 6470). Deze regeling is in werking getreden per 1 april 2017. De gevolgen van deze inwerkingtreding zijn verwerkt in het besluit tot 14e herziening van het exploitatieplan.

De toepassing van de ministeriële regeling leidt tot een forfaitair bedrag van de raming van plankosten, dit met uitzondering van de kosten van VTU die betrekking hebben op bovenwijkse voorzieningen gelegen buiten het exploitatiegebied. Verwezen wordt naar Bijlage 4 bij Deel A van dit exploitatieplan, waar de uitkomst van de toepassing van de ministeriële regeling is opgenomen. Daarbij is onder meer rekening gehouden met het feit dat het bestemmingsplangebied groter is dan het exploitatiegebied (zie de vragenlijst van de ministeriële regeling).

De toepassing van de ministeriële regeling leidt tot een raming die gebaseerd is op het prijspeil 1 januari 2017.

Het samenvattende overzicht van de resultaatsheet, voorzien van herberekening naar netto contante waarde per 1 januari 2023, is hieronder opgenomen.

verplicht
Tabel 14: Plankosten op basis van plankostenscan.

De toepassing van de ministeriële regeling plankosten leidt hiermee tot een raming van de plankosten op basis van netto contante waarde per 1 januari 2023.

Uit de toepassing van de ministeriële regeling volgt dat de plankosten die betrekking hebben op bovenwijkse voorzieningen die gelegen zijn binnen het exploitatiegebied (Hoofdplanstructuur en Spoorzone), in de toepassing van deze regeling zijn begrepen. De plankosten, uitgezonderd de plankosten die kunnen worden toegerekend aan de Hoofdplanstructuur en de Spoorzone, bedragen € 19.731.299. Het aan het exploitatiegebied toe te rekenen aandeel in de plankosten van de Hoofdplanstructuur en de Spoorzone bedraagt in totaal € 2.773.986. De totale plankosten die in de exploitatieopzet voor Schuytgraaf zijn opgenomen bedraagt hiermee € 22.505.285.

verplicht
Tabel 15: Toerekenbare VTU Hoofdplanstructuur en Spoorzone.

4.5.8 Diverse kosten     

Onder de diverse kosten zijn kosten opgenomen die volgen uit de ontwerpen van de ontwerpvelden.

De geraamde bedragen zijn opgenomen in het Overzicht kosten, Bijlage 5 bij Deel A.

4.5.9 Tijdelijk beheer (artikel 6.2.4.k Bro)     

Op basis van de ontwerpen van de ontwerpvelden zijn ramingen met betrekking tot tijdelijk beheer opgenomen. Ten aanzien van de normatieve velden zijn de kosten geraamd op basis van een kengetal (3% van de bouwrijp- en woonrijp maken investeringen).

De geraamde bedragen zijn opgenomen in het Overzicht kosten, Bijlage 5 bij Deel A.

4.6 Opbrengsten     

In deze paragraaf worden de opbrengstenposten toegelicht en onderbouwd. Welke opbrengsten mogen worden meegenomen in het exploitatieplan, is vastgelegd in artikel 6.2.7 Bro.

4.6.1 Grondopbrengsten (artikel 6.2.7.a Bro)     

De opbrengsten zijn bepaald conform gemeentelijke grondprijsbeleid. De geraamde en gerealiseerde bedragen zijn opgenomen in Bijlage 6 bij Deel A, opbrengsten.

Voor de vrije sector woningen zijn de grondprijzen gebaseerd op de huidige marktsituatie. Hierbij is een differentiatie aan woningtypologieën gehanteerd met daarbij de marktconforme grondprijs op basis van een analyse van de marktsituatie. De grondprijzen voor sociale woningbouw zijn gebaseerd op de vaste kavelprijzen zoals opgenomen in de grondpijzenbrief van de gemeente Arnhem.

Behalve de opbrengsten uit gronduitgifte ten behoeve van woningbouw zijn er ook opbrengsten uit gronduitgifte in verband met de realisatie van niet-woningbouw.

4.6.2 Overige opbrengsten (subsidies en bijdragen derden artikel 6.2.7.c Bro)     

Onder subsidies en bijdragen van derden vallen bijdragen ten behoeve van de ontwikkeling van Schuytgraaf.

De geraamde bedragen zijn opgenomen in de bijlage opbrengsten, Bijlage 6 bij Deel A .

4.7 Eigendommen en analyse ruimtegebruik     

Door per veld het beoogde programma te verdelen naar rato van het grondeigendom, is per veld af te leiden welk voorlopig ruimtegebruik per eigenaar is aangenomen. Per eigenaar is bepaald hoeveel uitgeefbaar gebied op de betreffende percelen is geprojecteerd. Door het aantal woningen per eigenaar te vermenigvuldigen met de betreffende kavelopbrengst in de betreffende uitgiftecategorie, wordt de opbrengstpotentie per eigenaar bepaald. Ten aanzien van de ontwerpvelden is de bedoelde projectie weergegeven op de Kaart woningcategorieën,Bijlage 2 bij Deel A en de Ruimtegebruikskaart, Bijlage 3 bij Deel B.

De resultaten van de analyse van het toekomstige ruimtegebruik zijn in onderstaande tabel 16 aangegeven. Daarbij geldt de kanttekening dat als de eigendomssituatie verandert, dit gevolgen kan hebben voor de opbrengstpotentie per eigenaar.

verplicht
verplicht
Tabel 16: Grondgebruik per eigenaar.

4.8 Resultaat     

Om het uiteindelijke resultaat van de exploitatieopzet te kunnen bepalen zijn de kosten en opbrengsten in de tijd gefaseerd. In deze paragraaf wordt ingegaan op de fasering en de hierbij gebruikte parameters. Deze leiden uiteindelijk tot het netto contante resultaat per 1 januari 2023. De fasering van kosten en opbrengsten is opgenomen in het overzicht Jaarschijven, Bijlage 7 bij Deel A.

4.8.1 Parameters     

In de onderstaande tabel staan de projectparameters weergegeven waar in de exploitatieopzet mee is gerekend.

Modelfactor (kwartaal, halfjaar of jaar) Jaar
Prijspeildatum 1 januari 2023
Startdatum exploitatie 1 juli 2008
Contante waarde datum 1 januari 2023
Laatste moment kosten of opbrengsten 31 december 2027
Einddatum exploitatie 31 december 2027
Aantal jaar exploitatieduur 20
Aantal jaar contant maken 4
Rente (debetrente, creditrente en discontovoet) 2%
Opbrengstenstijging Variabel
Kostenstijging Variabel

Tabel 17: Parameters ten behoeve van exploitatieopzet.

De opbrengstenstijging voor de jaren 2023, 2024/2025 en 2026 en verder is respectievelijk 0,0%, 1,0% en 2%. Ten aanzien van de kostenstijging betreft dit respectievelijk, 4,0%, 3,0% en 2%.

De parameters zijn conform gemeentelijk beleid.

4.8.2 Fasering     

Om rekening te kunnen houden met kosten- en opbrengstenstijging en rentekosten en -opbrengsten is een fasering van de kosten en opbrengsten noodzakelijk. De fasering van de kosten en opbrengsten in de tijd heeft uiteindelijk zijn weerslag in het financiële resultaat van de exploitatie. Uitgaande van de hoeveelheid en de diversiteit qua prijscategorieën woningen zijn de kosten en opbrengsten over een periode van twintig jaar (vanaf 1-7-2008) gefaseerd. Uitgangspunt is dat per 31 december 2027 het programma en de daarbij behorende werken en werkzaamheden volledig zijn gerealiseerd. In Bijlage 7 bij Deel A is de fasering opgenomen.

4.8.3 Netto contante waarde     

In de onderstaande tabel is het resultaat weergegeven.

verplicht
Tabel 18: Financieel resumé.

4.9 Maximaal te verhalen: totale kosten versus totale opbrengsten     

De maximaal te verhalen kosten zijn wettelijk begrensd (artikel 6.16 Wro). Als de totale netto contante kosten, na aftrek van bijdragen van derden en bijdragen van andere grondexploitaties, hoger zijn dan de geraamde netto contante opbrengsten uit gronduitgifte, dan kunnen slechts kosten worden verhaald tot maximaal het niveau van de netto contante opbrengsten uit gronduitgifte. Dit wordt de macro aftopping genoemd. Voor het exploitatieplan Schuytgraaf ziet dit er als volgt uit.

verplicht
Tabel 19: Macro-aftopping.

Het blijkt dat er geen sprake is van macro aftopping en dat de kosten kunnen worden verhaald tot maximaal het niveau van de netto contante opbrengsten uit gronduitgifte conform de bedragen zoals opgenomen in tabel 19.

4.10 Berekening exploitatiebijdrage     

In artikel 6.18 lid 1 tot en met lid 5 en artikel 6.19 van de Wro is aangegeven dat voor de bepaling van de hoogte van de exploitatiebijdragen uitgiftecategorieën, basiseenheden, gewichten en gewogen basiseenheden vastgesteld en berekend moeten worden. De koppeling tussen de berekeningsmethode naar rato van uitgifteprijs en deze wettelijke voorschriften wordt als volgt onderbouwd.

4.10.1 Gewogen eenheden     

Voor de bepaling van de exploitatiebijdrage in het exploitatieplan wordt gerekend met basiseenheden, gewichten en gewogen eenheden. De uitgiftecategorieën binnen het exploitatieplan betreffen de volgende.

verplicht
Tabel 20: Uitgiftecategorieën exploitatieplan Schuytgraaf.

Als basiseenheid wordt ten aanzien van het segment woningbouw een kavelprijs gebruikt. Een kavelprijs in de woningcategorie "5.2 C Vrije sector meer-dan-rijwoning 3 (290 m² of meer)" heeft een hogere kavelprijs dan een kavelprijs in de woningcategorie "5.1 A Vrije sector rijwoning 1 (tot 120 m²)".

Ten aanzien van het segment niet-woningbouw wordt een m² prijs als basiseenheid gehanteerd. Hierbij geldt eveneens dat de ene niet-woningbouwcategorie een andere m² prijs heeft, dan de andere niet-woningbouwcategorie.

Het begrip wegingsfactor duidt op het relatieve verschil: de verschillen van de uitgifteprijzen ten opzichte van elkaar. De verschillende uitgiftecategorieën worden qua kavelprijs en prijs per m² met elkaar in verband gebracht, wat een overzicht aan gewichtsfactoren oplevert. Elke categorie wordt vermenigvuldigd met het aantal eenheden, en in geval van het segment niet-woningbouw ook maal het totaal aantal m² kaveloppervlak. Dat levert een totaal op dat het totaal aantal gewogen eenheden uitdrukt. Dat is te vertalen naar de exploitatiebijdrage per gewogen eenheid en, bij wijze van informatie, ook per eigenaar, één en ander zoals weergegeven in Bijlage 9 bij Deel A.

De brutobijdrage wordt bepaald op het bedrag zoals (op prijspeil 1 januari 2022 opgenomen in Bijlage 9 bij Deel A en is opgebouwd door het aantal gewogen eenheden per woningtype (c.q. per m² bij niet woningbouw) per veld per eigenaar. Wanneer een eigenaar voor een veld niet het geheel aanvraagt van het aantal woningen binnen het type waarmee is gerekend, wordt de brutobijdrage bepaald door het bedrag per woning (c.q. per m² bij niet-woningbouw), zoals opgenomen in Bijlage 9 bij Deel A , maal het aantal aangevraagde woningen. Voor het bepalen van het opleggen van een concrete bijdrage in een omgevingsvergunning welke na 1 januari 2022 wordt verleend, wordt de bijdrage zoals opgenomen in Bijlage 9 bij Deel A verhoogd met de rente volgens de in het exploitatieplan opgenomen renteparameter.

4.10.2 Exploitatiebijdrage per eigenaar     

Voor het totaalbeeld staat in onderstaande tabel een indicatie van de exploitatiebijdrage voor elke eigenaar (prijspeil 1 januari 2023).

verplicht
verplicht
Tabel 21: Exploitatiebijdrage per eigenaar.

De exploitatiebijdrage per eigenaar is voor de percelen waar nog een uitwerkingsplicht voor geldt gebaseerd op een normatief programma. Het werkelijke bedrag kan afwijken van de huidige berekening in geval bij een uitwerkingsplicht een ander programma qua uitgeefbaar en openbaar gebied (en de verhouding tussen die beide) wordt verondersteld. Bij het uitwerkingsplan voor het betreffende perceel zal de exploitatiebijdrage meer afgestemd zijn op het te verondersteld ontwikkelen programma en op het verondersteld aan te leggen openbaar gebied.

Hoofdstuk 5 Toelichting op de regels     

5.1 Algemeen en begrippen     

De ontwikkeling van het plangebied Schuytgraaf is een project waarvoor veel werkzaamheden moeten worden verricht en dat afhankelijk is van veel factoren. Gelet hierop en op de aanwezigheid van verschillende eigenaren in het exploitatiegebied is het van belang de kwaliteit en de integraliteit van de uitvoering te waarborgen van de werken, werkzaamheden en maatregelen in dit exploitatieplangebied, vooral waar het openbaar gebied betreft.

De regels hebben onder meer betrekking op de wijze van uitvoering en op kwalitatieve normen. Deze zijn opgenomen in de Globale inrichtingseisen. Aangezien de gemeente verantwoordelijk is voor de juiste naleving van de aanbestedingsregelgeving, zijn daarvoor ook regels opgenomen.

De regels zelf beginnen met artikel 1 waarin de meest relevante begrippen uit dit exploitatieplan zijn gedefinieerd

5.2 Ruimtegebruik     

Om het grondgebruik te kunnen sturen is de Ruimtegebruikskaart een bindend onderdeel van het exploitatieplan. In artikel 2 wordt geregeld dat er gebouwd wordt binnen de gronden die op die kaart zijn aangegeven als uitgeefbaar gebied en dat openbare functies alleen worden aangelegd op de plekken die de Ruimtegebruikskaart daarvoor aanwijst.

5.3 Eisen aan werken en werkzaamheden     

In artikel 3 lid 1 zijn eisen opgenomen zoals het Handboek Inrichting Openbare Ruimte voor de uitwerkingsvelden en voor zaken zoals bodemonderzoeken, het opsporen van explosieven, het saneren van de bodem en de wijze van archeologisch onderzoek.

Vanaf de 13e herziening zijn de voormalige globale inrichtingseisen vervallen verklaard en zijn andere, meer geconcretiseerde eisen daarvoor in de plaats gekomen. Dat was in eerdere herzieningen aangekondigd voor herzieningen van het exploitatieplan bij een uitwerkingsplan. De nieuwe concretiserende eisen zijn opgenomen in artikel 3.1 sub a t/m d. In onderdeel a is opgenomen dat de realisatie van het bouw- en woonrijp maken plaats vindt volgens de Uitvoeringsregels bouw- en woonrijp maken Schuytgraaf (Bijlage 2 onder 2a); in onderdeel c is opgenomen dat het bouw- en woonrijp maken plaatsvindt volgens de Inrichtings eisen het Handboek Inrichting Openbare Ruimte ((Bijlage 2 onder 2d) en het Stedenbouwkundig matenplan (Bijlage 2 onder 2b). In artikel 3 lid 2 is een verbod opgenomen om werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en de inrichting van de openbare ruimte uit te voeren in strijd met de eisen zoals aangegeven in artikel 3 lid 1.

5.4 Werkomschrijvingen     

Om te kunnen toetsen of de aanpak voor de uitvoering voldoet aan diverse eisen aan de werken, werkzaamheden en maatregelen is een bepaling opgenomen op grond waarvan een werkomschrijving moet worden opgesteld. Deze dient te worden goedgekeurd door het college van burgemeester en wethouders zodat het college ervan verzekerd is dat de uitvoering voldoet aan de eisen. Aan de hand van inspecties door de gemeente kan vervolgens worden getoetst of uitvoering ook plaatsvindt volgens de eisen en de werkomschrijving.

5.5 Inspecties     

In dit artikel is bepaald dat inspecteurs van de gemeente toegang hebben tot het exploitatiegebied om te inspecteren of aan de eisen van het exploitatieplan wordt voldaan.

5.6 Eisen omtrent aanbesteding     

Op grond van Europees recht en - in lijn daarmee - op grond van gemeentelijk beleid rekent de gemeente het tot haar taak om mededinging te bewerkstelligen als het gaat om werken, leveringen en diensten, zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012. De desbetreffende Europese regels en beginselen zijn voor Nederland vervat in de Aanbestedingswet 2012 en het Aanbestedingsbesluit 2012. Ingevolge artikel 6.2.9 Bro zijn deze regels ook van toepassing voor dit exploitatieplan en schrijft de gemeente - aanvullend - haar eigen gemeentelijk aanbestedingsbeleid voor dat ook ziet op openbare aanbestedingen van werken en werkzaamheden beneden de drempelbedragen als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het Aanbestedingsbesluit 2012.

5.7 Koppelingseisen     

Voor gronden met een uit te werken bestemming is het verboden werken of werkzaamheden uit te voeren voordat een uitwerkingsplan in werking is getreden, met uitzondering van het doen van bodemonderzoeken, het opsporen en verwijderen van explosieven, het saneren van de bodem, het uitvoeren van archeologisch onderzoek, het voorbelasten en in dat verband tevens ophogen van de grond zodat deze voldoende inklinkingstijd heeft, het verwijderen van bomen en struiken en het slopen van gebouwen. Vanwege de voorbereidingstijd die deze werkzaamheden vergen, is deze uitzondering opgenomen ten behoeve van de noodzakelijke continuïteit van de uitvoering. Wat deze werkzaamheden betreft, geldt hiervoor wel dat deze moeten voldoen aan de eisen die zijn opgenomen in artikel 3 van de regels van dit exploitatieplan.

Naast deze fasering in de ontwikkeling en realisatie van de velden, gelden de volgende bijzondere koppelingseisen:

  • Indien er een eindbestemming bestaat of zodra voor een veld een uitwerkingsplan is vastgesteld, geldt dat een omgevingsvergunning pas wordt verleend als de bouwplaats bereikt kan worden via een door de gemeente goedgekeurde (bouw)ontsluiting die in ieder geval moet voldoen aan de in ter zake in Bijlage 2 bij Deel B opgenomen eisen.
  • Een omgevingsvergunning mag niet eerder worden afgegeven dan nadat de werkzaamheden voor het bouwrijp maken en de aanleg van nutsvoorzieningen ten behoeve van de betreffende opstal(len) zijn afgerond. Onder de aanleg van nutsvoorzieningen wordt in dit verband tevens verstaan de aanleg van het stadswarmtenet voor een heel veld.

Deze eisen kunnen allemaal tegelijk van toepassing zijn op een locatie waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd; dat is altijd het geval voor de eerste en tweede eis. Met deze eisen wordt een juiste afstemming tussen uitvoering en vergunningverlening zeker gesteld.

5.8 Afwijkings- en uitzonderingsregels     

In artikel 8 lid 1 en 2 zijn twee algemene mogelijkheden opgenomen voor het verlenen van afwijking van regels en verbodsbepalingen uit dit exploitatieplan ter bevordering van de flexibiliteit van het exploitatieplan.

Artikel 8 lid 3 sub a biedt uitzonderingen op de koppelingsregel van artikel 7 sub a. De koppelingsregel houdt in dat geen werken en werkzaamheden mogen worden verricht in velden waar nog geen uitwerkingsplan geldt. Op een aantal voorbereidende werkzaamheden zou dat verbod echter in die zin vertragend kunnen werken dat een soepele doorloop van voorbereidende werkzaamheden niet mogelijk is. Voor die specifieke voorbereidende werkzaamheden is daarom een uitzondering opgenomen.

Artikel 8 lid 3 sub d biedt een vergelijkbare flexibiliteit voor zaken die in artikel 7 sub b geregeld zijn. In artikel 4 sub b is bepaald dat geen omgevingsvergunning wordt verleend dan nadat de werkzaamheden voor het bouwrijp maken en de aanleg van nutsvoorzieningen in een veld zijn afgerond (met de kanttekening dat onder de aanleg van nutsvoorzieningen ook wordt verstaan de aanleg van het stadswarmtenet voor een geheel veld of voor een samenhangend gedeelte daarvan). Van de koppelingsregel kan worden afgeweken als er goede redenen zijn voor gefaseerde realisatie van een veld waarbij de verlening van de omgevingsvergunning parallel kan lopen aan de werkzaamheden van bouwrijp maken en aanleg van nutsvoorzieningen. Voor kavels aan de noordrand van veld 1, voorzover ze aan de Achterstraat ontsloten zijn, kan eveneens worden afgeweken. Aansluiting op nutsvoorzieningen verloopt dan via de Achterstraat.

Voor de afwijkingen geldt dat een besluit van burgemeester en wethouders nodig is.

5.9 Overtreding     

Overtreding van de Regels is een economisch delict in de zin van de Wet op de economische delicten en daarmee een strafbaar feit.

Hoofdstuk 6 Toelichting op de bijlagen van deel A en deel B     

Het exploitatieplan kent zowel toelichtende bijlagen als een bindende bijlage. De toelichtende bijlagen horen bij de Toelichting, deel A; de bindende bijlage horen bij het Exploitatieplan, deel B. Hierna worden deze bijlagen toegelicht.

Toelichting bijlagen deel A

  1. Kaart eigenaren en te verwerven gronden, Bijlage 1 bij Deel A.

Op deze kaart zijn de eigenaren met nummers aangegeven. Deze nummers corresponderen met de namen zoals genoemd in hoofdstuk 3 van deel A. Op deze kaart is ook aangegeven welke gronden de gemeente wenst te verwerven.

  1. Kaart woningcategorieën, Bijlage 2 bij Deel A

De Kaart woningcategorieën geeft aan op welke plekken met welke prijscategorieën voor woningen is gerekend en op welke plek met niet woningbouw is gerekend.

  1. Kaart velden, Bijlage 3 bij Deel A

Op deze kaart zijn de ontwikkelvelden weergegeven met daarbinnen onderscheid tussen velden waar een eindplan voor geldt en velden waar een eindplan voor geldt. Op deze kaart is ook de Hoofdplanstructuur weergegeven.

  1. Invulling plankostenscan, Bijlage 4 bij Deel A

Deze bijlage geeft inzicht in de wijze waarop de ministeriële regeling, zoals bedoeld in artikel 6.2.6 Bro (in de praktijk wel aangeduid als 'plankostenscan'), is toegepast.

  1. Overzicht kosten, Bijlage 5 bij Deel A

In deze bijlage is een onderbouwing gegeven van de in de exploitatieopzet geraamde kosten. Hierin zijn ook eenheidsprijzen verwerkt.

  1. Opbrengsten, Bijlage 6 bij Deel A

In deze bijlage zijn de opbrengsten van de gronden voor woningbouw en niet-woningbouw opgenomen.

  1. Jaarschijven, Bijlage 7 bij Deel A

In deze bijlage is de gehanteerde fasering van kosten en opbrengsten opgenomen.

  1. 'Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening veld 1 en 1a' en 'Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering', Bijlage 8 bij Deel A

Het betreft de verbeelding van het bestemmingsplan.

  1. Bruto-exploitatiebijdragen, Bijlage 9 bij Deel A

In deze bijlage zijn de bruto-exploitatiebijdragen per typen woningn per veld per eigenaar en - waar het niet-woningbouw betreft- de bruto-exploitatiebijdragen per m² opgenomen. Ook zijn hierin de bedragen per woning opgenomen.

  1. Deskundigenadvies Inbrengwaarde Schuytgraaf, bijlage 10 bij Deel A

Deze bijlage bevat een rapportage van de taxatie van de inbrengwaarden.

Toelichting bijlagen deel B

  1. Kaart exploitatiegebied, Bijlage 1 bij Deel B

Deze kaart geeft de begrenzing van het exploitatiegebied aan. De motivering van de begrenzing is opgenomen in deel A, paragraaf 1.5. . Op deze kaart zijn tevens de gronden aangegeven die de gemeente wenst te verwerven.

  1. Inrichtingseisen, Bijlage 2 bij Deel B, bestaande uit:
    1. Uitvoeringsregels bouw- en woonrijpmaken Schuytgraaf, bijlage 2a

Dit document bevat uitvoeringsgerichte bepalingen over het bouw- en woonrijp maken van het exploitatiegebied.

  1. Stedenbouwkundig matenplan, bijlage 2b

Dit matenplan geldt voor veld 1d en geeft voor diverse onderdelen van de openbare ruimte de situering, de maatvoering en de peilhoogten aan.

  1. Dwarsprofielen stedenbouwkundig matenplan, bijlage 2c

Dit document geeft dwarsprofielen aan van de wegen en de te hanteren materialen bij de inrichting van de openbare ruimte.

  1. Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR), bijlage 2d

Bepalingen voor de inrichting van de openbare ruimte. Dit handboek geeft de algemene regels voor de inrichting van de openbare ruimte aan.

  1. Ruimtegebruikskaart, Bijlage 3 bij Deel B

Deze kaart geeft aan op welke plekken is gerekend met diverse onderscheiden soorten uitgeefbaar gebied en met diverse onderscheiden soorten voorzieningen in het openbaar gebied. Ook is op deze kaart weergegeven waarmee in de exploitatieopzet is gerekend.

  1. Drempelbedragen aanbestedingsbeleid gemeente Arnhem, Bijlage 4 bij Deel B

Deze bijlage bevat in schema de drempelbedragen die de gemeente Arnhem hanteert bij de aanbesteding van werken.

  1. Kaart blokindeling veld 2a, Bijlage 5 bij Deel B

Deze bijlage geeft een kaart met de bouwblokken in veld 2a weer. Bij de koppelingseisen is een regel opgenomen met betrekking tot de bouwvolgorde voor de blokken A tot en met D.

Deel B Het Exploitatieplan     

Hoofdstuk 1 Begrenzing van het exploitatiegebied     

Dit exploitatieplan behoort bij de bestemmingsplannen 'Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening veld 1 en 1a' en 'Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering' van de gemeente Arnhem. Het exploitatiegebied is begrensd zoals aangegeven in de Kaart exploitatiegebied, Bijlage 1 bij Deel B.

Hoofdstuk 2 Exploitatieopzet     

Voor de toelichting op de exploitatieopzet wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 van deel A.

De brutobijdrage wordt bepaald op het bedrag zoals (op prijspeil 1 januari 2023 opgenomen in Bijlage 9 bij deel A en is opgebouwd door het aantal gewogen eenheden per woningtype (c.q. per m² bij niet woningbouw) per veld per eigenaar. Wanneer een eigenaar slechts voor een gedeelte van zijn grondeigendom een omgevingsvergunning aanvraagt wordt de brutobijdrage bepaald door het bedrag per woning (c.q. per m² bij niet-woningbouw), zoals opgenomen in Bijlage 9 bij deel A , maal het aantal aangevraagde woningen. Voor het bepalen van het opleggen van een concrete bijdrage in een betalingsvoorschrift bij een omgevingsvergunning welke na 1 januari 2023 wordt verleend, wordt de bijdrage zoals opgenomen in Bijlage 9 bij deel A verhoogd met de rente volgens de in het exploitatieplan opgenomen renteparameter.

Hoofdstuk 3 Regels     

Artikel 1 Begripsbepalingen     

Tenzij anders vermeld gelden de definities van begrippen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen ook voor dit exploitatieplan, voor zover deze begrippen ook in dit exploitatieplan voorkomen. Overige van belang zijnde begrippen zijn in het onderstaande weergegeven. Er geldt dat in dit exploitatieplan wordt verstaan onder:

1.1 Bestemmingsplan     

de bestemmingsplannen 'Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening veld 1 en 1a' en 'Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering'.

1.2 Blok     

Een ruimtelijk samenhangende groep van kavels binnen een veld, die wordt omsloten door openbare ruimte.

1.3 Bouwen     

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.4 Bouwrijp maken     

Voor zover betrekking hebbend op het uitgeefbaar gebied: het geschikt maken van de uitgeefbare gronden voor bebouwing (zoals ophogen, afgraven et cetera) en het zodanig bereikbaar maken van bouwkavels vanaf de openbare ruimte dat bebouwing op de bouwkavels kan plaatsvinden. Voor zover betrekking hebbend op de openbare ruimte: de werken en werkzaamheden welke nodig zijn om de Openbare ruimte aan te kunnen leggen.

1.5 Bouwplan     

Een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

1.6 Bouwweg     

Een weg met een al dan niet tijdelijk karakter ter ontsluiting van een bouwterrein dat deel uitmaakt van het exploitatiegebied, die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals gesteld in dit exploitatieplan.

1.7 Bouwwerk     

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.8 Burgemeester en wethouders     

Het college van burgemeester en wethouders.

1.9 Drempelbedragen     

De bedragen met de bijbehorende aanbestedingsvormen, zoals de gemeente Arnhem deze hanteert bij de aanbesteding van werken, welke drempelbedragen als bijlage 4 deel uitmaken van dit exploitatieplan.

1.10 Dwarsprofielen stedenbouwkundig matenplan     

Een document voor bouwveld 1 waarop de dwarsprofielen van de wegen zijn aangegeven. Dit document behoort als Bijlage 2, onder 2c tot deel B van dit exploitatieplan.

1.11 Eigenaar     

Degene die het zakelijk recht heeft krachtens eigendom. Een zakelijk gerechtigde is ter wille van de leesbaarheid in dit exploitatieplan samengenomen onder het begrip eigenaar.

1.12 Exploitatiegebied     

De afbakening van het gebied binnen de grenzen van het bestemmingsplan, niet zijnde te handhaven bestaande bestemmingen of functies, zoals weergegeven op de Kaart exploitatiegebied, bijlage 1 in deel B.

1.13 Functie     

Doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan.

1.14 Gebouw     

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.15 Gebruiksrijp maken     

Het naar de definitieve vorm inrichten van de openbare ruimte voor de werkzaamheden als omschreven in hoofdstuk 4.

1.16 Handboek Inrichting Openbare ruimte     

bepalingen voor de inrichting van de openbare ruimte, dat als bijlage Bijlage 2 onder 2d tot deel B van dit exploitatieplan behoort en te vinden is op de website van de gemeente Arnhem onder: https://arnhem.hior.nl/ (versiedatum:13-10-2022)

1.17 Hoofdplanstructuur (HPS)     

De gronden deel uitmakend van het bestemmingsplan 'Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 3 noord en 23', voor zover die op Bijlage 8 (Kaart velden) zijn aangeduid als Hoofdplanstructuur, voornamelijk bestaande uit hoofdinfrastructuur, groengebieden, watergangen en bijbehorende voorzieningen.

1.18 Inrichting openbaar gebied     

Het dusdanig inrichten van het openbaar gebied met openbare voorzieningen dat dit kan worden gebruikt volgens haar bestemming met inachtname van de eisen en regels die in dit exploitatieplan aan de inrichting van het openbaar gebied worden gesteld.

1.19 Openbare ruimte     

Gronden welke worden ingericht om te functioneren als voorziening van openbaar nut. Dit begrip wordt in het exploitatieplan ook wel aangeduid als openbare ruimte of als openbaar gebied.

1.20 Ruimtegebruikskaart     

Kaart waarop het grondgebruik waarmee gerekend is, is gevisualiseerd. Het betreft de kaart die als Bijlage 3 tot deel B van dit exploitatieplan behoort.

1.21 Stedenbouwkundig matenplan     

Een kaart voor bouwveld 1 waarop voor diverse onderdelen van de openbare ruimte de situering, de maatvoering en de peilhoogten en voor de bouwkavels de vloerpeilhoogten zijn aangegeven. Het betreft de kaart die als Bijlage 2 onder 2b tot deel B van dit exploitatieplan behoort.

1.22 Uitgeefbare gronden/uitgeefbaar gebied     

De gronden waarop het programma gerealiseerd kan worden. Dit begrip wordt in dit exploitatieplan ook wel aangeduid als uitgeefbaar gebied.

1.23 Uitvoeringsregels bouw- en woonrijp maken Schuytgraaf     

Een set uitvoeringsgerichte regels over het bouw- en woonrijp maken van het exploitatiegebied dat als Bijlage 2 onder 2a tot deel B van dit exploitatieplan behoort.

1.24 Veld     

Een zelfstandige eenheid, gelegen binnen de grenzen van het exploitatiegebied, waar in hoofdzaak (woon)bebouwing is geprojecteerd. De onderscheiden velden zijn aangegeven op de Kaart velden die als Bijlage 3 van deel A deel uitmaakt van dit exploitatieplan.

1.25 Werk     

Een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde voor zover onderdeel uitmakend van het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen of de inrichting van de openbare ruimte.

1.26 Woonrijp maken     

Het naar de definitieve vorm afwerken van de inrichting van het openbaar gebied.

Artikel 2 Ruimtegebruik     

  1. De oprichting van gebouwen in de velden, ten behoeve van de bestemming Wonen dient plaats te vinden binnen de in de Ruimtegebruikskaart als “uitgeefbaar gebied” aangeduide gronden.
  2. De openbare ruimte in de velden, onderverdeeld naar de functies openbare wegen, fietspaden, wandelpaden, openbaar groen, water en bergingswatergang, dient te worden aangelegd op de gronden die op de Ruimtegebruikskaart voor deze functies zijn aangeduid.

Artikel 3 Eisen aan werken en werkzaamheden     

3.1 Toepasselijk eisen     

  1. De locatieontwikkeling voor nog uit te werken velden vindt plaats conform de Uitvoeringsregels bouw- en woonrijp maken Schuytgraaf, het Stedenbouwkundig matenplan, het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) en het document Dwarsprofielen stedenbouwkundig matenplan. In rangorde gaan het Stedenbouwkundig matenplan en de Dwarsprofielen stedenbouwkundig matenplan voor op het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR).
  2. De onderstaande werkzaamheden geschieden conform de daarbij genoemde eisen:
    1. bodemonderzoeken worden uitgevoerd conform NEN 5740;
    2. het opsporen en verwijderen van explosieven vindt plaats conform de Beoordelingsrichtlijn Opsporen Conventionele Explosieven (BRL-OCE), door een daartoe gecertificeerde instantie;
    3. het saneren van de bodem vindt plaats conform de daartoe strekkende bepalingen uit de Wet Bodembescherming;
    4. archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie, versie 3.2 door een instantie met een opgravingsvergunning zoals bedoeld in artikel 45 van de Monumentenwet 1988.
  3. Het bouwrijp maken van het uitgeefbaar gebied (zoals aangeduid op de Ruimtegebruikskaart), de aanleg van nutsvoorzieningen en de inrichting van de openbare ruimte vindt plaats volgens de eisen zoals opgenomen in de inrichtingseisen en verder overeenkomstig de in artikel 4 genoemde werkomschrijving waarmee door burgemeester en wethouders ingevolge artikel 4 is ingestemd.

3.2 Uitvoering werken en werkzaamheden     

Het is verboden werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en de inrichting van de openbare ruimte uit te voeren in strijd met de eisen zoals aangegeven in lid 1 van dit artikel.

Artikel 4 Werkomschrijvingen     

  1. Voor de uitvoering van werken en werkzaamheden inzake het bouwrijp maken van het uitgeefbaar gebied (aangeduid als uitgeefbaar gebied op de Ruimtegebruikskaart), de aanleg van nutsvoorzieningen en de inrichting van de openbare ruimte (aangeduid naar de respectievelijke openbare functies op de Ruimtegebruikskaart), dient een werkomschrijving te worden opgesteld, die ter schriftelijke instemming aan burgemeester en wethouders dient te worden voorgelegd. Een werkomschrijving dient te voldoen aan de eisen die daartoe zijn opgenomen in de inrichtingeisen.

Een werkomschrijving dient:

  • 1. wat betreft het bouwrijp maken van het uitgeefbaar gebied ten minste de omvang te hebben van het uitgeefbaar gebied van het betreffende ontwikkelveld;
  • 2. wat betreft de aanleg van de nutsvoorzieningen aan te geven hoe de aansluiting op bestaande nutsvoorzieningen plaatsvindt;
  • 3. wat betreft het bouwrijp respectievelijk woonrijp maken van de openbare ruimte van een ontwikkelveld ten minste de omvang te hebben van de openbare ruimte van het betreffende ontwikkelveld.

De instemming met een werkomschrijving wordt geweigerd, indien de werkomschrijving in strijd is met de inrichtingseisen

  1. Het is verboden te starten met de aanleg van de in lid a van dit artikel bedoelde werken en werkzaamheden voordat de instemming met de werkomschrijving, bedoeld in lid a van dit artikel, heeft plaatsgevonden.
  2. Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na ontvangst van de in lid a van dit artikel bedoelde werkomschrijving of met de werkomschrijving wordt ingestemd.
  3. In afwijking van het bepaalde in lid a van dit artikel is geen instemmingsbesluit vereist indien de werkomschrijvingen worden opgesteld door of namens de gemeente, met dien verstande dat het bepaalde in lid a, sub 1 tot en met 3 van overeenkomstige toepassing is op een werkomschrijving die door of namens de gemeente is opgesteld.

Artikel 5 Inspecties     

  1. Om te voldoen aan de regels van dit exploitatieplan voor wat betreft het bouwrijp maken van het uitgeefbare gebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het bouw- en woonrijp maken van de openbare ruimte, één en ander overeenkomstig de in artikel 4 bedoelde werkomschrijving, vinden inspecties plaats met betrekking tot de aanleg van onder- en bovengrondse werken.
  2. De inspecteurs van de gemeente hebben in het kader van hun controlerende taak te allen tijde vrije toegang tot het exploitatiegebied.
  3. Direct voorafgaande aan de overdracht in beheer en eigendom van de openbare ruimte aan de gemeente vindt een eindinspectie plaats waarbij getoetst wordt of de voorzieningen van openbaar nut voldoen aan de regels en eisen gesteld in dit exploitatieplan.

Artikel 6 Aanbesteding     

Op de aanbesteding van de in dit exploitatieplan in hoofdstuk 4 genoemde werken en werkzaamheden, voor zover betrekking hebbend op voorzieningen van openbaar nut en de daarmee samenhangende diensten, zijn de Aanbestedingswet 2012 en het Aanbestedingsbesluit 2012 van toepassing. Voor zover deze wet en dit besluit niet van toepassing zijn, zijn de Drempelbedragen van toepassing.

Artikel 7 Koppelingseisen     

  1. Werken, werkzaamheden en maatregelen binnen een veld, mogen niet eerder worden uitgevoerd dan nadat een voor het betreffende veld toepasselijk uitwerkingsplan dan wel een algehele of gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6 van de Wro, respectievelijk artikel 3.1 in werking is getreden.
  2. Omgevingsvergunningen voor het bouwen van op een bouwperceel in het uitgeefbaar gebied op te richten bebouwing kunnen niet eerder worden verleend dan:
  1. nadat de bouwplaats bereikt kan worden via een bouwweg die de instemming heeft verkregen van burgemeester en wethouders;
  2. vervallen.
  3. vervallen
  4. vervallen
  5. nadat het bouwrijp maken van het bouwperceel waarop de vergunningaanvraag betrekking is voltooid
  6. nadat het bouwrijp maken en de aanleg van nutsvoorzieningen van de openbare ruimte ten behoeve van het bouwperceel, waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, is voltooid. Onder de aanleg van de nutsvoorzieningen wordt in dit verband tevens verstaan de aanleg van het stadswarmtenet voor een geheel veld of voor een samenhangend gedeelte daarvan.

Artikel 8 Afwijkings- en uitzonderingsregels     

8.1     

Burgemeester en wethouders kunnen, met uitzondering van de regel die is gesteld in artikel 6, afwijking toestaan van de regels in dit exploitatieplan indien deze als gevolg van gewijzigde omstandigheden in redelijkheid niet uitvoerbaar blijken te zijn.

8.2     

Burgemeester en wethouders kunnen toestaan dat wordt afgeweken van artikel 2 of van het in artikel 3, lid 2 opgenomen verbod, met uitzondering van het verbod om te handelen in strijd met het bepaalde in artikel 3, lid 1, onder b .:

a. mits dit naar hun oordeel geen afbreuk doet aan de kwaliteit en de functie van de velden of van het uitgeefbaar gebied en/of de openbare ruimte;

b. indien naar hun oordeel een gelijkwaardige andere oplossing is gekozen voor werken en werkzaamheden die zijn voorgeschreven;

8.3     

  1. Het bepaalde in artikel 7 onder a. is, onverminderd het bepaalde in artikel 3, lid 1, niet van toepassing ten aanzien van de hieronder genoemde werkzaamheden:
    1. bodemonderzoeken;
    2. het opsporen en verwijderen van explosieven;
    3. het saneren van de bodem;
    4. het uitvoeren van archeologisch onderzoek;
    5. het voorbelasten en het ten behoeve daarvan ophogen van gronden met grondpartijen
    6. het verwijderen van beplanting;
    7. het amoveren van opstallen.
  2. Plannen ten behoeve van de werken en werkzaamheden als bedoeld in dit lid onder a, 1 tot en met 5, behoeven voorafgaand aan de uitvoering de schriftelijke goedkeuring van burgemeester en wethouders.
  3. Het is verboden werken en werkzaamheden zoals bedoeld in dit lid onder a, 1 tot en met 5, uit te voeren in strijd met of voorafgaand aan de schriftelijke goedkeuring van burgemeester en wethouders.
  4. Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 2.1, lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht jº artikel 5.18 van het Besluit omgevingsrecht toestaan dat wordt afgeweken van:
    1. Artikel 7 onder b sub 6 indien er goede redenen zijn voor een gefaseerde realisatie van een veld waarbij de verlening van de omgevingsvergunning parallel kan lopen aan de uitvoering van de in artikel 7 onder b sub 6 vermelde werkzaamheden, zonder dat dit leidt tot een onevenredig minder efficiënte uitvoering van de betreffende werkzaamheden.
    2. Artikel 7 onder b sub 6 voor de kavels aan de noordrand van veld 1 voor zover deze via de Achterstraat ontsloten zijn.

8.4     

Afwijking zoals bedoeld in dit artikel is slechts toegestaan indien deze wordt aangevraagd voor de in artikel 6.15, lid 3, van de Wro bedoelde niet-structurele onderdelen van dit exploitatieplan of indien deze afwijking in overeenstemming is met een in ontwerp ter inzage gelegde herziening van het exploitatieplan.

Artikel 9 Citeertitel     

Dit plan kan worden aangehaald als: Exploitatieplan Schuytgraaf 2011 14e herziening.