Artikel 25               Leiding – Hoogspanningsverbinding

25.1        Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een bovengrondse 150kv hoogspanningsleiding met een veiligheidsstrook ter breedte van 27 m aan weerszijden van de hartlijn van de leiding.

 

25.2        Bouwregels

a      Uitsluitend ten behoeve van de in lid 25.1 bedoelde bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd tot een bouwhoogte van niet meer dan 3 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van hoogspanningsmasten niet meer dan 45 m mag bedragen.

b      Bouwwerken en andere werken ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemmingen zijn slechts toegelaten als de belangen in verband met de hoogspanningsleiding hierdoor niet onevenredig worden geschaad. Bij die belangenafweging wordt goedkeuring gevraagd aan de beheerder van de leiding.

 

25.3        Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden

 

25.3.1     Omgevingsvergunning

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden, binnen de gronden op de kaart aangewezen met de bestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’ de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren:

a      het aanbrengen van opgaande beplantingen of bomen;

b      het ophogen  van de bodem, of anderszins wijzigen in maaiveld- of weghoogte.

 

25.3.2     Toelaatbaarheid

Het bepaalde in lid 25.3.1 is slechts toelaatbaar, indien door de uit te voeren werkzaamheden geen schade aan de hoogspanningsleiding wordt of kan worden veroorzaakt.

 

25.3.3     Uitzonderingen

Het bepaalde lid 25.3.1is niet van toepassing:

a      op het uitvoeren van werkzaamheden in het kader van het onderhoud of beheer van de aanwezige hoogspanningsleiding;

b      op normale onderhoudswerkzaamheden van geringe omvang, of andere werken gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van de hoogspanningsleiding;

c       op andere werken en/of werkzaamheden, uit een oogpunt van de ruimtelijke ordening van niet ingrijpende betekenis.

 

25.3.4     Voorwaarden

Het bevoegd gezag verleent uitsluitend de omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 25.3.1 na schriftelijke goedkeuring van de leidingbeheerder.