De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a bewegend en stilstaand verkeer;
b wegen en (rijwiel)paden, inclusief bewegwijzering en verlichting;
c straatmeubilair, waaronder afvalcontainers;
d parkeervoorzieningen;
e (openbare) nutsvoorzieningen;
f groenvoorzieningen;
g speelvoorzieningen;
h water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
i evenementen.
Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 26, lid 26.1.
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a
De bouwhoogte van voorzieningen voor verlichting
mag niet meer bedragen dan
b
De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen
gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan
Het
bevoegde gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken
van het bepaalde onder 12.2 voor masten t.b.v. telecommunicatie en alarmering,
met dien verstande dat deze ten hoogste
a deze passen binnen het stedenbouwkundig beeld ter plaatse;
b andere waarden en belangen niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad;
c door (historisch) bodemonderzoek vooraf is vast komen te staan dat er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen bezwaren bestaan.
Onder verboden gebruik van de gronden wordt ten minste verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor:
a standplaats voor de verkoop van goederen en diensten, promotie, markten, kermissen en evenementen, zonder dat hiervoor een evenementenvergunning is verleend.