Inhoud
Artikel 6 Algemene gebruiksregels
Artikel 7 Algemene afwijkingregels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en
slotregels
Bijlage
Tabel met parkeernormen
In deze regels wordt verstaan onder:
het plan:
het bestemmingsplan MFA Westerbork van de gemeente Midden-Drenthe;
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand
NL.IMRO.1731.MFAWesterbork-VST1 met de bijbehorende regels en bijlagen;
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid,
waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik
en/of het bebouwen van deze gronden;
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of
bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
bebouwingspercentage:
een in het bestemmingsplan aangegeven percentage, dat de grootte van het
deel van een terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;
bestaand:
a
bestaand
gebruik:
Het gebruik dat bestaat ten tijde
van het van kracht worden van het betreffende gebruiksverbod, met uitzondering
van gebruik dat in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan;
b
bestaand
bouwwerk:
Een bouwwerk, dat ten tijde van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestaat,
wordt gebouwd, dan wel nadien krachtens een
bouwvergunning, waarvoor de aanvraag voor dat tijdstip is ingediend, kan worden
gebouwd;
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak;
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of
veranderen en het vergroten van een bouwwerk. alsmede het geheel of
gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak;
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige,
bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel;
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar
ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn
toegelaten;
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander
materiaal, welke hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden,
hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten
verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen
kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een
beroeps- of bedrijfsactiviteit;
evenement:
alle tot vermaak en recreatie
bedoelde tijdelijke al dan niet periodiek terugkerende activiteiten op of aan
de openbare weg, dan wel voor publiek toegankelijk, zoals feesten, markten,
braderieën, sportwedstrijden, auto- of motorcrosswedstrijden, voorstellingen,
optochten en georganiseerd vuurwerk, met uitzondering van:
- markten als bedoeld in de
Gemeentewet;
- snuffelmarkten zoals bedoeld
in de Algemene Plaatselijke Verordening;
- activiteiten binnen
inrichtingen in de zin van artikel 1.1 Wet milieubeheer, die behoren tot de
dagelijkse bedrijfsuitoefening en waartoe die inrichting is bestemd en
ingericht;
- kansspelen als bedoeld in de
Wet op kansspelen;
- speelgelegenheden als bedoeld
in de Algemene
Plaatselijke Verordening en;
- betogingen, samenkomsten en
vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Waarbij de volgende categorieën evenementen
worden onderscheiden:
a
Evenementen
met een geluidniveau tussen de 75 en 85 dB(A) op de gevel van de
dichtstbijzijnde woning van derden of een ander geluidgevoelig gebouw.
b
Evenementen
met een geluidniveau tussen de 60 en 75 dB(A) op de gevel van de
dichtstbijzijnde woning van derden of een ander geluidgevoelig gebouw.
c
Alle
evenementen met uitsluitend onversterkte muziek en alle evenementen met een
versterkt geluidniveau tot maximaal 60 dB(A) op de gevel van de dichtst
bijzijnde woning van derden of een ander geluidgevoelig gebouw.
extensief dagrecreatief medegebruik:
een dagrecreatief gebruik van gronden, dat ondergeschikt is aan de functie
van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan en waar
nauwelijks of geen invloed vanuit gaat op de omgeving, zoals wandelen, fietsen,
paardrijden, kanoën, een vissteiger, een picknickplaats, of een naar de aard
daarmee gelijk te stellen medegebruik;
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of
gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
horecabedrijf:
een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor
gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt
verstrekt;
maatschappelijke voorzieningen:
educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke
voorzieningen, sportvoorzieningen, kinderopvang en voorzieningen ten behoeve
van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten
dienste van deze voorzieningen;
overkapping:
een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en met niet meer
dan één wand is uitgevoerd;
peil:
a
bij ligging aan een weg: de kruin van de weg;
b
bij
ligging aan een anderszins verhard terrein: de
bovenkant van dat terrein;
c
bij ligging anders dan een weg of verhard terrein: het
maaiveld;
d
bij
aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij of aan een bestaande woning
de bestaande peilmaat van de woning;
seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig,
of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden
verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder
een seksinrichting worden in ieder geval verstaan een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop,
seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met
elkaar;
standplaats:
een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop
voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingennet van de openbare
nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten;
voorgevelrooilijn:
de voorgevelrooilijn is:
a
langs
een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de
voorgevels van de bestaande bebouwing:
- de evenwijdig aan de as van de
weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de
voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop
van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg
geeft;
b
langs
een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en
waarlangs mag worden gebouwd:
- bij een wegbreedte van ten minste
- bij een wegbreedte geringer
dan
- bij een wegbreedte tussen de
Bij
toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
de kortste
afstand vanaf enig punt van een bouwwerk tot de grens van een bouwperceel;
de
oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen;
tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken
en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren;
vanaf het
peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee
gelijk te stellen constructiedeel;
tussen de
onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het
hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
vanaf het
peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw
zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen,
antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de
scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het
afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
tussen de buitenwerkse constructiedelen, neerwaarts geprojecteerd op
het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het
bouwwerk;
Bij de
toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen, worden ondergeschikte
bouwdelen als:
a plinten, pilasters, kozijnen,
gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten;
b erkers die voldoen aan de
bouwregels;
c overstekende daken en/of luifels
kleiner dan
d balkons die minder dan
buiten
beschouwing gelaten.
De voor
‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a groenvoorzieningen;
b een ontsluitingsweg, uitsluitend ter
plaatse van de aanduiding ‘ontsluiting’;
c extensief dagrecreatief medegebruik;
met daaraan
ondergeschikt:
d voet- en fietspaden;
e water en waterhuishoudkundige
voorzieningen.
a
Op
of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
b
voor
het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de
volgende regels:
1
de
bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, mag ten
hoogste
Mits de
noodzaak wordt aangetoond en mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan
het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid, de
sociale veiligheid, de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden van
aangrenzende gronden, kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken van het
bepaalde in:
a
lid
3.2, voor de bouw van straatmeubilair tot een bouwhoogte van ten hoogste
Uitsluitend ter plaatse van
de aanduiding ‘ontsluiting’ mag een ontsluitingsweg worden aangelegd, met dien verstande
dat de breedte niet meer mag bedragen dan
De voor
'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a het uitoefenen van maatschappelijke
voorzieningen;
met daaraan
ondergeschikt:
b groenvoorzieningen;
c infrastructurele voorzieningen;
d parkeervoorzieningen;
e openbare nutsvoorzieningen;
f water en waterhuishoudkundige
voorzieningen;
met daarbij
behorende:
g tuinen, erven en terreinen;
h speelvoorzieningen.
a Voor het bouwen van gebouwen en
overkappingen gelden de volgende regels:
1 de gebouwen en overkappingen mogen
uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
2 het bebouwingspercentage mag niet
meer bedragen dan 60%;
3 de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten
hoogste wat is aangeduid ter plaatse van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte
(m)’, met dien verstande dat over een oppervlakte van maximaal 15% van de
bebouwing de bouwhoogte maximaal
b Voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:
1 op een bouwperceel mag maximaal 1
vlaggenmast van ten hoogste
2 de bouwhoogte van erf- en
terreinafscheidingen bedraagt voor de voorgevelrooilijn ten hoogste
3 de bouwhoogte van overige
bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt tot
Burgemeester
en wethouders kunnen ten behoeve van een goede woonsituatie, de milieusituatie,
de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de
aangrenzende gronden nadere eisen stellen aan:
a de plaats en de afmetingen van de
bebouwing;
b de bouwhoogte, in die zin dat wordt
aangesloten bij de omliggende bebouwing;
c de bouwhoogte van erf- en
terreinafscheidingen ten aanzien van het erf grenzend aan de openbare weg of
openbaar groen.
a Onder strijdig gebruik met deze
bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de
bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
1 het gebruik of laten gebruiken van
de gronden en/of bouwwerken voor een seksinrichting;
2 het gebruik van gebouwen voor
bewoning.
b Parkeervoorzieningen, kiss & ridevoorzieningen en
schoolpleinen ten behoeve van de maatschappelijke voorzieningen mogen
uitsluitend binnen het bestemmingsvlak worden aangelegd, waarbij minimaal moet
worden voldaan aan de parkeernormen, zoals opgenomen in de Tabel met
parkeernormen in de bijlage.
Grond die eenmaal in aanmerking is gekomen bij het toestaan
van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven,
blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Voor het houden van evenementen gelden de volgende
bepalingen:
a in de periode van 1 april tot en met
31 maart van het daaropvolgende jaar zijn in de dagperiode (07.00-19.00 uur)
maximaal 3 evenementen uit categorie A en B met een duur van maximaal 1 dag,
exclusief opbouwen en afbreken, toegestaan;
b
de
rustperiode tussen 2 evenementen bedraagt minimaal:
1 2 weken met daarin 2 weekenden
tussen 2 A-evenementen;
2 1 week met daarin 1 weekend tussen
een A- en een B-evenement;
3 5 dagen tussen 2 B-evenementen;
c
het
aantal evenementen uit categorie C is ongelimiteerd en de duur bedraagt
maximaal 4 dagen.
Er kan bij
een omgevingsvergunning worden afgeweken van:
a het bepaalde in het plan en worden
toegestaan dat een hoofdgebouw buiten het bouwvlak mag worden gebouwd tot ten
hoogste 10% van de oppervlakte van het bouwvlak;
b het bepaalde in het plan en worden
toegestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes
ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve
van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes en naar de aard daarmee
gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits:
1 de inhoud per gebouwtje niet meer
dan
2 de hoogte van de gebouwtjes niet
meer bedraagt dan
De onder
7.1 bedoelde omgevingsvergunningen mogen niet leiden tot een onevenredige
aantasting van:
a de gebruiksmogelijkheden van
aangrenzende gronden en/of bouwwerken;
b de verkeersveiligheid;
c het bebouwingsbeeld.
Het
bestemmingsplan verzet zich tegen het gebruik van de gronden en bouwwerken als
seksinrichting.
Burgemeester
en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige
aantasting van:
a
de
milieusituatie (toetsing aan de Wet geurhinder);
b
de
landschappelijke waarden;
c
de
natuurlijke waarden;
d
de
geomorfologische waarden;
e
de
cultuurhistorische waarden;
f
de
archeologische waarden;
g
het
bebouwingsbeeld;
h
de
woonsituatie;
i
de
verkeersveiligheid;
j
de
gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
nadere
eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, onder andere ten
behoeve van een goede landschappelijke inpassing.
Als
uitgangspunt geldt dat in alle bestemmingen op eigen erf dient te worden
geparkeerd. Hiervan kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken indien in
het geval van nieuwe ontwikkelingen in de nabijheid van deze ontwikkeling op
een goede wijze kan worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen.
a Een
bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan
aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een
omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze
afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
1 gedeeltelijk
worden vernieuwd of veranderd;
2 na
het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd,
mits de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan
binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
b Het
bevoegd gezag kan eenmalig een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken
van het bepaalde onder a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als
bedoeld onder a met ten hoogste 10%.
c Het
bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op
het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning
en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de
overgangsbepaling van dat plan.
a Het
gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van
inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden
voortgezet.
b Het
is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het
bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat
plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en
omvang wordt verkleind.
c Indien
het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van
inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt
onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten
hervatten.
d Het
bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was
met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de
overgangsbepalingen van dat plan.
Deze regels
worden aangehaald als:
‘Regels van
het bestemmingsplan MFA Westerbork’
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van ………………….
De voorzitter, De
griffier,
......................
....................
Rosmalen,
juni 2013 Vastgesteld:
27 juni 2013