Doeleindenomschrijving
Het gebied op de kaart aangewezen als gebied met verweving van landbouw, recreatie, water en natuurwaarden (ARWN) is bestemd voor:
a. de doeleinden en bouwmogelijkheden, zoals in de navolgende tabel 3 en de tabellen 5.1 en 5.2 is aangegeven, hetzij rechtstreeks (medebestemming), hetzij na vrijstelling of planwijziging;
b. de doeleinden en bouwmogelijkheden, overeenkomstig hoofdstuk II;
een en ander met inachtneming van de in dit gebied voorkomende waarden in de vorm van een kenmerkende landschapsstructuur, waardevolle water- en oevervegetaties, cultuurhistorische waarden en aardkundige waarden.
Tabel
3 Gebied met verweving van landbouw,
recreatie, water en natuurwaarden (ARWN)
|
functie/gebruik |
passend/ toelaatbaar |
voorschriften bij tabel 3
van toepassing |
|
agrarische productierichtingen als hoofdtak |
|
|
|
grondgebonden veehouderij (inclusief
paardenfokkerij en -melkerij) |
|
|
|
akkerbouw en vollegrondse
tuinbouw |
|
|
|
fruitteelt en sierteelt |
|
|
|
boomkwekerij |
l |
|
|
glastuinbouw |
l |
|
|
intensieve veehouderij |
l |
|
|
intensieve
kwekerij |
l |
|
|
bosbouw |
l |
|
|
agrarische
productierichtingen als neventak |
|
|
|
grondgebonden veehouderij (inclusief
paardenfokkerij en -melkerij) |
|
|
|
akkerbouw en vollegrondse
tuinbouw |
|
|
|
fruitteelt, sierteelt en
boomkwekerij |
|
|
|
glastuinbouw |
l |
|
|
intensieve kwekerij |
l |
|
|
intensieve veehouderij |
□ |
|
|
bosbouw |
l |
|
|
bouwen |
|
|
|
vergroting van bouwsteden |
v |
1 |
|
nieuwe bouwsteden |
l |
|
|
schuilgelegenheden voor vee |
l |
|
|
hoge tijdelijke
teeltondersteunende voorzieningen (wandelkappen) |
l |
|
|
lage permanente teeltondersteunende
voorzieningen (containervelden) |
l |
|
|
hoge permanente
teeltondersteunende voorzieningen (stellingenteelt) |
l |
|
|
hoge permanente
teeltondersteunende voorzieningen (ondersteunende kassen) |
l |
|
|
tweede bedrijfswoning |
v |
2 + 3 |
|
natuurontwikkeling |
|
|
|
nieuwe landgoederen |
W |
7 |
|
realisatie
ecologische verbindingszones |
w |
4 |
|
kleinschalige
natuurontwikkeling |
|
5 |
|
recreatie |
|
|
|
wandelpaden |
a |
|
|
fietspaden |
a |
|
|
kleinschalige
dagrecreatieve voorzieningen (buiten bouwvlakken/bouwsteden) exclusief
steigers |
¡ |
|
|
functie/gebruik |
passend/ toelaatbaar |
voorschriften bij tabel 3
van toepassing |
|
kleinschalige
dagrecreatieve voorzieningen (buiten bouwvlakken/bouwsteden) in de vorm van
steigers |
v |
6 |
|
niet-agrarische neven- en
vervolgfuncties op bouwvlakken/bouwsteden |
zie artikel 34 en 35 |
|
□ alleen toelaatbaar waar op kaartbladen 1 t/m 10 een bouwvlak en een dienovereenkomstige (sub)bestemming is aangegeven
|
l niet
toelaatbaar ¡ toelaatbaar
als (mede)bestemming v na vrijstelling ex artikel 15 WRO w na planwijziging ex artikel 11 WRO a aanlegvergunning |
Voorschriften bij tabel 3
1. Burgemeester en wethouders zijn ten behoeve van volwaardige agrarische bedrijven vrijstelling te verlenen van de omvang van de bouwstede zoals omschreven in artikel 2 lid 4, met inachtneming van het volgende:
a. van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt, indien de overschrijding voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; hiervan is in ieder geval sprake indien de vergroting op grond van de milieuwetgeving of uit oogpunt van dierwelzijn noodzakelijk is;
b. van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt indien aanwezige natuur- en landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;
c.
de oppervlakte van de bouwstede mag niet meer
dan
d.
de grootste afstand tussen gebouwen op een
bouwstede mag in geen geval meer bedragen dan
e. een verzoek om toepassing van deze vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder a van dit voorschrift is voldaan;
f. een verzoek om toepassing van deze vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de natuur- en landschapsdeskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder b van dit voorschrift is voldaan;
g. de overschrijding van bouwsteden is in geen geval toegestaan ter plaatse van:
- de bestemmingen Natuurdoeleinden en Groenvoorzieningen (kaartbladen 1 t/m 10);
-
gronden die zijn gelegen binnen een zone van
h. een vrijstelling in afwijking van het advies van de agrarisch deskundige en/of de natuur- en landschapsdeskundige mag niet worden verleend zonder een schriftelijke verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten.
Vrijstellingsbevoegdheid tweede agrarische bedrijfswoning bij A
2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde de bouw van een tweede bedrijfswoning op bouwvlakken/bouwsteden met de bestemming A mogelijk te maken, indien de permanente aanwezigheid door twee volwaardige arbeidskrachten daadwerkelijk noodzakelijk en doelmatig is, met inachtneming van het volgende:
a. de tweede agrarische bedrijfswoning is alleen toelaatbaar voor volwaardige agrarische bedrijven;
b. het betreffende bedrijf dient duurzaam werkgelegenheid te bieden aan twee volwaardige arbeidskrachten;
c. een verzoek om toepassing van deze vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde in de aanhef en onder a en b wordt voldaan;
d. er dient in ieder geval voldaan te worden aan het bepaalde in de artikelen 45 t/m 51;
e. er dient rekening gehouden te worden met het bepaalde in het Besluit luchtkwaliteit.
3. Een vrijstelling voor een tweede agrarische bedrijfswoning mag niet worden verleend zonder een schriftelijke verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten.
Wijzigingsbevoegdheid ecologische verbindingszone
4. Burgemeester en wethouders zijn – met
toepassing van artikel 11 WRO – bevoegd ten behoeve van de realisatie van
ecologische verbindingszones de bestemming van de gronden ter plaatse van de
aanduiding "wijzigingsbevoegdheid ecologische verbindingszone" te
wijzigen, met inachtneming van het volgende:
a.
de perceelsbestemming mag uitsluitend worden
gewijzigd in de bestemming Natuurdoeleinden;
b.
een besluit tot planwijziging wordt niet eerder
genomen dan nadat de betrokken gronden als ecologische verbindingszone aan een
terreinbeherende instantie in eigendom zijn overgedragen;
c. voor het overige zijn de bepalingen van artikel 19 van overeenkomstige toepassing.
Kleinschalige natuurontwikkeling
5. Indien de kleinschalige natuurontwikkeling (mede) gerealiseerd wordt ter plaatse van de bestemming Water, is het water te allen tijde de primaire functie.
Kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (steigers)
6. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde buiten bouwvlakken/bouwsteden de bouw van openbare steigers mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende:
a. van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt, indien aanwezige natuur- en landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;
b.
een
steiger dient evenwijdig aan de oever te worden gebouwd;
c.
de
lengte en breedte van een steiger mogen niet meer bedragen dan
d.
de
bouwhoogte van een steiger mag niet meer bedragen dan het peil;
e.
een
steiger mag de oeverlijn met niet meer dan 0,5 m overschrijden.
7. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de realisatie van een nieuw landgoed, met inachtneming van het volgende:
a. aan de ontwikkeling van het landgoed dient een plan ten grondslag te liggen, bestaande uit de volgende onderdelen:
- een beschrijving van de situering (het gebiedsprofiel);
- een inventarisatie van de aanwezige gebiedswaarden;
- een inrichtingsschets en onderbouwing (het projectprofiel);
- een beeldkwaliteitplan;
- een exploitatieopzet;
b. bestaande natuur- en landschapswaarden dienen te worden gehandhaafd en waar mogelijk te worden ontwikkeld;
c. voor wat betreft de inrichting en architectuur van het landgoed dient zoveel mogelijk te worden aangesloten op de bestaande landschapsstructuren en de cultuurhistorische kenmerken van het gebied;
d. een verzoek om toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de natuur- en landschapsdeskundige over de vraag of aan het gestelde onder b en c van dit voorschrift wordt voldaan;
e. met het besluit tot wijziging dienen aan de gronden zodanige bestemmingen met bijbehorende functies te worden toegekend dat 90% van het terrein, de ecologische verbindingszone en fiets- en wandelpaden daaronder begrepen, als openbaar gebied kan worden gebruikt;
f.
het landgoed dient een minimale omvang te hebben
van
g. bij nieuwe landgoederen met een oppervlak tot 15 ha:
- mag de bestaande woonruimte worden vervangen of uitgebreid tot ten hoogste drie wooneenheden in één woongebouw of 3 geclusterde woningen;
- dient nieuwbouw/verbouw plaats te vinden op een bestaand (agrarisch) bouwblok;
- dient de bestaande en nieuwe bebouwing geconcentreerd te worden binnen één aaneengesloten compact bouwvlak en dient deze één ruimtelijke eenheid te vormen;
h. bij nieuwe landgoederen met een oppervlak van meer dan 15 ha:
-
mogen per 7,5 ha nieuwe natuur 3
wooneenheden worden gerealiseerd; voor elke 2,5 ha extra nieuw bos of
nieuwe natuur mag één extra wooneenheid worden gebouwd, met dien verstande dat
er maximaal één wooneenheid per
- dient realisatie van 3 tot 4 wooneenheden plaats te vinden binnen één aaneengesloten compact bouwvlak en dient deze één ruimtelijke eenheid te vormen; bij 5 of meer wooneenheden kan sprake zijn van twee compacte bouwvlakken;
i. de inhoud van een wooneenheid mag maximaal 1.500 m³ bedragen;
j. bijgebouwen ten dienste van beheer en onderhoud zijn toegestaan en dienen een duidelijke relatie te hebben met het landgoed en staan qua omvang in verhouding tot de woning;
k. nieuwe bebouwing is geconcentreerd binnen een aaneengesloten en compact bouwvlak en vormt een ruimtelijke eenheid;
l. overtollige, reeds aanwezige, (bedrijfs)gebouwen dienen te worden geamoveerd, met uitzondering van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing;
m. bestaande of voorziene agrarische bedrijven in de directe omgeving mogen niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;
n. nieuwe landgoederen zijn in geen geval toegestaan ter plaatse van:
- de bestemmingen Natuurdoeleinden en Groenvoorzieningen (kaartbladen 1 t/m 10);
- schootsvelden (kaartblad 11);
o. er dient in ieder geval te worden voldaan aan het bepaalde in de artikelen 45 t/m 51.